Laatste nieuws

Anyone who buys a Rover 3500 makes the best of a bad situation

Alle columns / Matthijs van Dijk / 3 april 2018

Ik denk dat velen van jullie ook zo’ n project hebben waaraan je maar niet durft te beginnen, dat je al jaren als een steen achter je aansleept. Waarvan elk nieuwe start een point of no return gaat zijn, na de point of no return die het eigenlijk al was. Ik heb er ook zo één. Ik ben al 30 jaar eigenaar van mijn P6. In al die jaren heb ik dat ding, dat van meet af aan niet meer reed, van stalling naar stalling gesleept. Ik weet nog dat ik een keer wakker werd en me niet meer kon herinneren waar die auto was. Amstelveen? Uithoorn?

Waarom doen ‘wij’ dit? Ik denk dat ik mijzelf heb opgeworpen als beschermer van het culturele erfgoed van de familie. Ik ben namelijk de derde eigenaar en de derde generatie. Mijn grootvader kocht de auto in ‘69 nieuw, op advies van mijn vader. Slim, want vijf jaar later reed hij zelf, met een nog groter ego, rond in ‘zijn’ dikke V8 (toen waren acht cilinders en 3,5 liter voor een niet-sportauto echt heel wat). Natuurlijk weet ik dat mijn beschermdrang helemaal niet gezien gaat worden. Ik schrok er tijdens het schrijven van dat ik al twee keer langer eigenaar ben dan diegenen die er echt gebruik van hebben gemaakt. Mijn familie verklaart me voor gek. Ik doe iets waarom niemand in mijn familie heeft gevraagd, waarop niemand zit te wachten. Maar goed, ik heb besloten om te kijken of ik de Rover weer door de keuring kan krijgen. Een eerste stap, samen met een jeugdvriend (nu klassiekerexpert) van vroeger, toen het ding nog wel reed. Misschien kan ik er zelf ooit nog een rondje in rijden. Dat is het enige dat er klaarblijkelijk toe doet. Als ik de door mijn vader handgetekende schema’s van de bespoke elektronische ontsteking kan ontcijferen. Ik vond ze opgefrommeld in het handschoenenkastje naast een doosje uitgedroogde sigaren.

Ik vertelde dit verhaal aan een Amerikaan van mijn vriendin, in de veronderstelling dat deze auto hem niets zou zeggen. Zij zijn samen een tentoonstelling aan het maken over zijn carrière. “Rover?”, zei Jerry. “Mijn eerste business-partner Howard heeft alle campagnes gemaakt voor Rover in Amerika”. En hij haalde kopieën van de oorspronkelijke krantenadvertenties uit zijn koffer met titels als ‘The Great Rover/Triumph Car Painting Competition’, ‘The Rover Baby V8’, ‘America! Convert to Rover’s Baby V-8 and Free-up 35,350 Miles of Streets and High Ways!’ De eerste twee titels lijken op wat je zou verwachten, maar de derde, waar gaat die over? Die 35.350 miles zijn de mijlen die ‘vrij’ zouden komen als alle Amerikanen in plaats van 64 miljoen stuks ‘One of Theirs’ V8s een Rover V8 zouden kopen: de Rover die 35 inches korter is. Bottom line gaat de hele campagne erover dat een Rover meer biedt voor hetzelfde geld dan een grote Amerikaan, qua prestaties, comfort, eigenheid, zuinigheid en formaat. En daardoor goed is voor het collectief. Vanuit een urbaan perspectief vraagt de Amerikaanse egotrip, met al die sheet-metal overhang, om extra ruimte zo groot als Manhattan, The Bronx en half of Staten Island samen. Als iedereen een P6 zou kopen zou er een ruimte bijna zo groot als het Grand Canyon National Park of twee keer zo groot als het natuurgebied rondom de Rocky Mountains kunnen vrijkomen. ‘It’s worth a try!’ De advertentie zegt dan ook aan het einde: ‘Anyone who buys a Rover 3500 makes the best of a bad situation’. Hoe anders is de betekenis van de Rover in een Amerikaanse of Europese context.

Jerry Mander was in 1971 oprichter van het eerste non-profit advertising agency ‘Public Interest Publications’ en schreef het beroemde boek Four arguments for the elimination of Television. In de zestiger jaren vormde Jerry Mander samen met Howard Gossage het advertising-agency Freeman, Mander & Gossage. Met één van Manders campagnes voor de Sierra Club redde hij in ‘67 de Grand Canyon van de ondergang, hij zou omgeturnd worden tot een waterkrachtcentrale. Ze waren het toen al zat om campagnes te bedenken waarvan iedereen wist dat het lulkoek was of nergens over ging. Gossage zei: ‘Advertising is propaganda, marketing is exploitation’.

De ‘Socrates van San Francisco’ maakte de hilarische maar (eigenlijk tegen zijn bedoeling in?) zeer succesvolle campagne ‘Pink Air’ voor Fina. Gossage vertikte het om additieven in de benzine als marketinginstrument in te zetten: benzine van het ene merk heeft geen meerwaarde ten opzichte van het andere. De eerste advertentie begint dan ook met een fake-news fragment (toen al!) uit The San Fransisco Daily Commercial News van 21 maart ‘61 waarin geschreven wordt dat de Next Major Advantage zal bestaan uit ‘additives for air’, in banden. Dat in 10 jaar tijd alle tankstations verschillende kleuren lucht voor in je banden zullen aanbieden: groen, blauw, paars en misschien wel roze. Dan begint de ‘echte’ advertentie met de zin: A word to the wise if we ever saw one. Overgaande in de belofte dat, vanwege het enorm grote belang, Fina binnen vijf jaar (the Fina Five Year Plan) bij duizenden pompstations ‘Pink Air’ zal aanbieden. Vijf jaar eerder dan de concurrent! Eindigend met: ‘So, next time you see a Fina station you recognize it. And when it’s on your side, so you don’t have to make a U-turn, there aren’t six cars waiting and you need gas or something, please stop in.’ In de tweede advertentie kon je al een sample Pink Air aanvragen bij het ‘Pink Air Research Laboratory’: een roze ballon met een Fina logo erop.

MATTHIJS VAN DIJK
Matthijs van Dijk is professor Applied Design aan de TU Delft, professor  Strategic Design aan de NTNU in Noorwegen en is directeur van het consultancybureau Reframing Studio in Amsterdam, zusterbedrijf van Gran Studio in Turijn. Hij heeft ondermeer een Rover P6 en een 3500 Vitesse, een Alpine Renault A310 V6 en een Voxan Café Racer.


Print Friendly, PDF & Email




redactie Octane
Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur).




Vorig bericht

Het enige dat gaat verdwijnen zijn de latex reclamezuilen in de vorm van een vrouw

Volgend bericht

Snelheid maakt grote kerels tot kleine jongetjes, zelfs als het speelgoed meer dan 100 ton weegt en op stoom loopt




Uitgelicht

Het enige dat gaat verdwijnen zijn de latex reclamezuilen in de vorm van een vrouw

In november ontstond er een relletje toen de FIA het nieuwe lid van haar commisie Women in Motorsport bekendmaakte: Carmen...

3 April 2018

Webdevelopment