Laatste nieuws

Aston Martin DB11 AMR: om in te lijsten

Nieuwe auto's / 19 juni 2018

De AMR is een zeer vermakelijke GT, mits je ‘m bestuurt als een gentleman, niet als een hooligan

Als je autoliefhebber bent, dan heb je altijd een lijstje in je hoofd. Geen lijstje met een foto van je schoonmoeder, maar een wishlist met de auto’s die je graag wilt hebben. En daar moet altijd een V12 tussen staan. Twaalfcilinders hebben alles dat je van een dikke sportwagenmotor verwacht. Vermogen en koppel, wanneer je maar wilt. In de eerste of achtste versnelling; het maakt niet uit. Het is er altijd, in overvloed. En ongeacht over welke V12 je het hebt: het is wat mij betreft dé motor die de beste muziek van benzine maakt. Gooi er vijftig liter Euro98 in en je wordt getrakteerd op de soundtrack der soundtracks.

In 2002, nadat ik de film ‘Die Another Day’ zag, vulde ik het lijstje in m’n hoofd aan met wat toen de auto van de zaak van James Bond was: de Aston Martin V12 Vanquish. Dat was voor mij dé auto met twaalfcilinder. En die moest ik later hebben. Wel de versie zonder machinegeweren en raketinstallatie, want ik was – en ben nog steeds – een nette jongen. Drie jaar later, na erin gereden te hebben, streepte ik ‘m met veel tegenzin van het lijstje, en als je goed kijkt, dan kun je de streep nog op m’n voorhoofd zien. De transmissie van de V12 Vanquish, een semi-automaat met de fijnzinnigheid van een hippopotamus en de snelheid van een matrixprinter, had het voor mij verpest. Door dat onding was het vrijwel onmogelijk om van de machtige, atmosferische V12 en de rest van de auto – waar weinig mis mee was – te genieten.

In de jaren en Bond-films die volgden, bleef James trouw aan Aston Martin. Ik niet. De V12 Vanquish en ook de ‘verbeterde’ Vanquish S, voldeden niet aan m’n hooggespannen verwachtingen, dus was ik klaar met het automerk. De DB9, Rapide en de DBS, allen Aston Martins met twaalfcilinder, beroerden m’n ziel niet. Wel de 550 Maranello, een perfect geklede gran turismo met een ongeblazen V12 en een handbak. Pas in 2007, toen, de V12 Vantage verscheen, bracht ik het steigerende paard naar de slacht. Dit was wel dé Aston mét V12 waarop ik gewacht had. Een atmosferische twaalfcilinder met meer dan 500 pk, gekoppeld aan een normale versnellingsbak – zoals het hoort. En verpakt in een van de mooiste carrosserieën die ik met contactlenzen in, gezien heb. Daarna introduceerde Aston Martin de nieuwe Vanquish. Bloedmooi en voorzien van een twaalfcilinder zonder beademing. Maar niet van een handbak, dus bleef de lijst zoals hij was; met de V12 Vantage bovenaan.

Aston Martin levert nog steeds auto’s met een V12 en dat is bewonderenswaardig en begrijpelijk. De twaalfcilinder is onderdeel van de geschiedenis van het merk, en aangezien Aston nu drie modellen met V12 levert, ook van de toekomst. Wel is het zo dat de twaalfpitter zonder beademing heeft plaatsgemaakt voor een milieuvriendelijkere variant met twee turbo’s. Deze gloednieuwe krachtbron debuteerde in 2016 in de DB11 V12 en doet ook dienst in de AMR, een nieuwe variant van de DB11 die de ‘normale’ DB11 V12 vervangt. Aston Martin levert ‘m niet in combinatie met een handbak en je begrijpt waarom ze dat hebben gedaan als je met de auto hebt gereden. Die achttrapsautomaat van ZF past namelijk uitstekend bij het karakter van de auto, aangezien de DB11 een welgemanierde grand tourer is, geen straatracer zoals de V12 Vantage. Bovendien is regelmatig van verzet wisselen helemaal niet nodig omdat er dankzij de twaalfcilinder vermogen en koppel genoeg is. Kortom, prima keuze die automaat. Hij heeft overigens speciaal voor de AMR een update gekregen en schakelt volgens Aston Martin nog beter.

Zoals eerder gezegd vervangt de AMR de DB11 V12. Prima actie, want de AMR is volgens het merk de betere versie van die auto. AMR staat trouwens voor Aston Martin Racing, de afdeling die verantwoordelijk is voor de raceauto’s en voor de ‘sportificering’ van de straatauto’s. In het kader daarvan heeft AMR de 5,2-liter twin-turbo V12 met circa 30 pk opgepept en het onderstel, de transmissie en de uitlaat aangepast. Dat laatste heeft ervoor gezorgd dat je veel meer van de V12 kunt horen – wat heel fijn is. Het onderstel van de DB11 AMR is verbeterd door het achterste subframe stijver te maken en door het karakter van de adaptieve dempers en de bijbehorende software aan te passen. Verder rolt de AMR op lichtere wielen, waardoor het onafgeveerde gewicht van de auto 14 kilogram lager is. Door deze wijzigingen voel je je als bestuurder meer verbonden met de auto, waardoor je beter kunt waarnemen wat er zich bij de voor- en achterwielen afspeelt, aldus Aston Martin. Of deze wijzigingen de AMR beter dan de DB11 V12 hebben gemaakt, weet ik niet. Er was geen gelegenheid om de auto’s na elkaar te rijden, maar ik heb wel genoeg tijd kunnen doorbrengen met de AMR om daarover wat te kunnen zeggen. Lees dus nog even verder.

Wat mij betreft is de Aston Martin DB11 AMR een geweldige auto. Dankzij de machtige V12 met z’n heerlijk soundtrack, z’n bijzonder prettige looks en het behaaglijke interieur stap je altijd met een glimlach in en uit. Zelfs als je goudvis is overleden. Waar ik vooral heel blij van werd, is het gemak waarmee deze auto tempo maakt. Maakt niet uit in welke versnelling je zit; de AMR vuurt zichzelf af naar de horizon en zet net zulke grote stappen als een kat met geen zeven- maar veertienmijlslaarzen. Eveneens fijn zijn de geluiden die daarmee gepaard gaan, afkomstig van de twaalfcilinder die voor je ligt. Alsof er een engeltje in je oor plast, zo lekker klinkt de V12.

De AMR is trouwens geen machine waarmee je gemakkelijk op of dichtbij de limiet rijdt, want hij is bijna vijf meter lang en twee meter breed en weegt 1.875 kg. Het merendeel van de kilo’s ligt voorin en dat merk je onderweg. Bovendien is de besturing vrij levenloos (maar wel precies), waardoor het – ook dankzij het ‘overgewicht’ aan de voorkant – lastig is om de lijn die je hebt gekozen, helemaal tot aan de apex te blijven volgen. Dat betekent niet dat de AMR een onderstuurde hotrod is waaraan je weinig rijplezier beleeft. Integendeel; het is een zeer vermakelijke GT. Zolang je ‘m maar op de juiste manier bestuurt. Niet als een hooligan, maar als een gentleman. Dus rustig en netjes de bocht in. Zie je de exit lonken, dan zet je de V12 aan het werk en lanceer je jezelf naar de volgende bocht, of als de weg het toelaat, naar een topsnelheid van 334 km/h. Zo geniet je het meest van de DB11 AMR, een van de beste GT’s van het moment en mijn nieuwe lijstaanvoerder. Voor hoe lang? Dat ligt aan Aston Martin…

Tekst Tim Roks Foto’s Tim Roks en Aston Martin

Aston Martin DB11 AMR
Motor 5,2-liter twin-turbo V12
Vermogen 639 pk
Koppel 700 Nm
Gewicht 1.875 kilo
Top 334 km/h
0 – 100 km/h 3,7 sec.


Print Friendly, PDF & Email




redactie Octane
Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur).




Vorig bericht

Jaguar i-Pace, bepaald niet voor de poes

Volgend bericht

Coppa Classic, the best of the best




Uitgelicht

Jaguar i-Pace, bepaald niet voor de poes

Vanaf juli staat ‘ie in de showroom, Jaguar’s eerste volledig elektrisch aangedreven auto: de i-Pace. Al in 2014, toen...

6 June 2018

Webdevelopment