Laatste nieuws

‘Citroën Cactus, Maserati Ghibli, Renault Espace, niets is echt eigen, ondanks allerlei pogingen dat juist wel te zijn’

Alle columns / Matthijs van Dijk / 7 september 2015

Matthijs van DijkDe vette jaren zijn voor bij. Ja, dat is wat ik denk. De vette jaren zijn definitief voorbij. Het werd me duidelijk tijdens de laatste, 85ste, International Motorshow in Genève. Waar ik vooral naar uit had gekeken, was de introductie van de SCG 003, de Scuderia Cameron Glickenhaus 003. Vooral ook omdat het bureau van Lowie Vermeersch, Gran Studio, verantwoordelijk is voor het volledige design van deze auto. Als oplettende lezer weet u dat ik met hem samenwerk. Van enige bias kan dus sprake zijn. Hoed u daarvoor.

Terug naar de 003. Voor mij was het een groot plezier om te zien hoe een heldere designopdracht tot een prachtige synthese kan leiden. Glickenhaus wilde een auto zowel geschikt voor de openbare weg, als voor op het circuit. Na het winnen van de race rijd je naar je favoriete restaurant in de buurt van het circuit. Job done. Je voelt het direct. Het draagt iets heel wezenlijks, iets lekker primitiefs, met zich mee.

De ontwerpers en de ingenieurs hebben geprobeerd met minimale middelen het maximale effect te bereiken. De nadruk lag vooral op de aerodynamica, waarbij naar de optimale downforce/drag verhouding gezocht werd en de auto zo strak mogelijk rondom Jim opgezet werd zodat een mimimaal frontaal oppervlak ontstond. Maar dat was niet genoeg: dat gaf nog zoveel ontwerpvrijheden dat voor het realiseren van een interessant theme en van een goede package en proportions alles uit de kast moest worden gehaald. Goran Popovic kan dat. Hij had de ontwerpleiding. Hij heeft er iets heel uitgewogens van gemaakt. Iets heel beheerst en bijna nederigs. Ik mocht er even inzitten. Ik vond dat zo indrukwekkend. Dat heb ik normaal nooit, elke auto voelt bijna als elke andere auto. Hoe duur of goedkoop ook. Citroën Cactus, Maserati Ghibli, Renault Espace, niets is echt ‘eigen’, ondanks allerlei pogingen dat juist wel te zijn. Of het moet het interieur van de XL1 zijn. De auto waar ik twee jaar geleden al voor op de knieën ging. Als je daar in zit, heb je meteen zoiets van ‘leuk, laten we eens een rondje rijden’.

Dat heb je ook meteen in de SCG 003. Laten we eens een rondje gaan racen. Dat komt dan niet zozeer door het ontwerp van het interieur zelf maar door de zichtbaarheid van wat voor je ligt: de positie van de A-stijl en die van de onderkant van de voorruit in relatie tot de zitpositie maken dat mogelijk. Dat voelt zo gefocust. Dan kom je erachter hoe dit soort kleine details er toe doen. Dat je het daardoor wilt gaan doen.

Dan kun je gaan denken ‘ik wil racen, maar dat is toch volstrekt onverantwoordelijk in deze tijden?’ Tja, ik ga dat ook niet doen (ik zou het wel willen hoor, maar ik denk dat ik het gewoon niet kan), maar als je toch gaat racen, doe het dan zo. Met iets dat zo effectief mogelijk is. U weet dat ik een toekomst voor me zie die zo divers mogelijk is. Die ruimte geeft aan allerlei vormen van mobiliteit. Van autonome auto’s tot raceauto’s. Zolang ze maar betekenisvol zijn. De toekomst zal het uitmaken.

Ik moest ruimte maken voor een andere gelukkige, en stapte uit. Daarna ben ik een rondje gaan lopen. Als eerste liep ik tegen de Torq Le Mans racer aan. ontworpen door Michael Robinson. Ik schreef net nog: ‘Van autonome auto’s tot race auto’s. Zolang ze maar betekenisvol zijn.’ De Torq is een combinatie van de twee: een autonome raceauto waar je als coureur in een afgesloten ruimte zit, en al onderhandelend met de auto tot de ideale racestrategie komt. De auto doet het werk. Dan voelt het niet meer belonend om daarna nog naar een restaurant te gaan om je overwinning te vieren, zou je dan denken. Eens kijken of de Torq net zo betekenisvol wordt als de Lancia Thesis, een van Robinson’s andere successen.

Ik kon daarna even niet meer dan wezenloos rondlopen. Het goede daarvan is dat je dan ontvankelijk wordt voor het ‘algemene’, het ‘grotere’, het ‘associatieve’, en even los kan komen van dat wat je weet, van details. Dat je plotsklaps overkoepelende kwaliteiten of trends kan waarnemen: alle andere auto’s waren opeens zo groot, zo dik, zo vet. Zo ‘styling’ (zelfs vind ik dat bij de Tesla’s). Ik heb de originele L’Automobile (uit 1965?) nog met de AC Cobra 427 op de cover. Wat vond ik dat altijd een mooi ding. Dat getal 427, dat was voor mij altijd belangrijker dan 911. Maar is de AC Ace eigenlijk niet veel mooier? In de lichtheid. In de onschuldige stance. Of ligt dat aan mijzelf? Dat ik genoeg heb van de overdaad? Dat ik verzadigd ben geraakt van alles wat meer is dan het eigenlijk is (op een paar uitzonderingen na natuurlijk). Of is de tijd er zelf nu weer rijp voor? Dat denk ik, dat hoop ik. En dat zie je dan juist niet terug als je door je oogharen heenkijkt naar dat alles wat op zo een beurs allemaal getoond wordt, nee. Maar gelukkig, als je het wilt zien, zie je het af en toe een beetje oppoppen (ik vind dat BMW dat goed doet, de i8 is echt een positief ding).

Het lijkt wel of die SCG 003 de lakmoesproef is voor een nieuwe ontwerpbenadering. Dat het is, wat het moet zijn. Dat het een kind is van zijn tijd. Afgetraind, geen greintje vet teveel, doelmatig maar nederig. En dat ik opeens het onderscheid weer kon voelen tussen gepast en ongepast.

MATTHIJS VAN DIJK
Matthijs van Dijk is professor Applied Design aan de Technische Universiteit van Delft, professor  Strategic Design aan de NTNU in Noorwegen en is directeur van het consultancybureau Reframing Studio in Amsterdam, zusterbedrijf van Gran Studio in Turijn. Hij heeft ondermeer een Renault Espace Type 1, een Peugeot 205 GTI, een Rover 3500 Vitesse, een Alpine Renault A310 V6 en een Voxan Cafe Racer.

 

 


Print Friendly




redactie Octane
Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur). Geregelde freelance bijdragen worden geleverd door Mattijs Diepraam, Perry Snijders, Dennis Drenthe en Jeroen Bruintjes. Freelance fotografen zijn Luuk van Kaathoven, Louis Blom en Piet Mulder.




Vorig bericht

'Met de moed der wanhoop hadden ze er een carrosserie omheen gekleid’

Volgend bericht

‘Ik zeg niet dat het gemakkelijk is, schrijven over auto’s waar niets over op te schrijven valt: garbage in, garbage out’




Uitgelicht

'Met de moed der wanhoop hadden ze er een carrosserie omheen gekleid’

 In Istanbul moest ik spreken op de innovatieweek, een paar maanden geleden. Istanbul is in de laatste vijf jaar een tweede...

7 September 2015

Webdevelopment