Laatste nieuws

Gelukkig kan ik heel slecht zien

Alle columns / Michiel Campagne / 11 juli 2014

We hadden de Chevrolet Corvette Grand Sport uit 1965 al ruim van te voren ingeschreven voor de Spa Six Hours, de race der races. Pas veertien dagen voor de race kregen we bericht dat we waren toegelaten! Drukke weken dus voor de ‘jongens’. Ik belde Maarten Buitenhuis van Tachyon Motorsport en zei dat ik ook mijn McLaren M8F uit 1972 mee wilde nemen voor een race van 40 minuten.

Het bleef stil aan de andere kant. Geen ‘oh, dat is leuk’ of zo. Het is dan verstandig om even je mond te houden. En ja hoor, na enkele seconden kwamen de verlossende woorden. ‘We regelen het wel’. Er was nog wel wat werk aan de McLaren,op Hockenheim was het subframe gebroken. Ik tolde in de rondte, alsof ik stage liep bij Tony Boltini en na een vijfvoudige salto de laatste trapeze had gemist, zonder vangnet. Gelukkig viel de schade mee.

Ik wilde in  de Grand Sport de zesuurs race met Allard Kalff doen, hij kan goed rijden en is ook nog eens gezellig. Deze keer wist hij blijkbaar sneller dan ik dat we een inschrijving hadden, want hij zei dat hij mee ging, nog voordat ik hem iets gevraagd had.

Bij de keuring controleerde een scrutineer mijn ondergoed, racepak, schoenen en handschoenen, of het nog van de goede ‘datum’ was. Dat had ik nog nooit meegemaakt in België omdat daar meestal ruim wordt omgegaan met regels. Zo moest mijn racevriend Eiso Bergsma daar een keer racen met zijn Alfa, die op banden van Avon stond. Hij had geen zin geld uit te geven voor andere. Ik belde de organisatie en vroeg of Eiso mocht meedoen met Avons. Nee, zei die Belg, je mag niet met die banden rijden bij ons, maar gelukkig kan ik heel slecht zien.

Er zit geen stoel in de McLaren, anders pas ik er niet in. Ik zit op het aluminium en voel me als een kippenpootje op een BBQ, met die motor van 780 pk achter me. Op het rechte eind moet ik mijn hoofd tegen de rolbeugel leggen, anders voelt het alsof ik met mijn nek 1000 kilo probeer tegen te houden en dat trekken mijn spieren niet. Als ik het gas intrap, lijkt het of ik van achteren door een Intercity-trein wordt aangereden. In een mum zit de McLaren boven de 300. Die snelheid merk je niet zo, maar elke keer als ik rem voor een bocht ben ik opnieuw blij als ik normaal kan insturen.

Het regende tijdens de race met de  McLaren. Ik begon op regenbanden met verplicht twee ronden achter de safety car om het natte circuit beter te leren kennen. Hij reed met de snelheid van een DAF 33 en dus werden mijn banden nooit warm (ze zijn achter ongeveer een halve meter breed). Die extra ronde had dus geen zin. Bij de start haalde ik wat auto’s in en vond dat iedereen zo langzaam reed. Halverwege de eerste ronde wilde ik bij het uitkomen van een bocht weer iemand inhalen en trapte ik het gas diep in. Direct brak de achterkant uit, ik corrigeerde, maar helaas ging ik hard de bandenstapels in. Einde race .

Voor de zesuurs race met de Grand Sport zette Allard een trainingstijd in de top 10,  prima te midden van 110 auto’s. Toen ik instapte, vertelde hij dat de auto stotterde op volle toeren. Ik liet de 580 pk flink hun werk doen en inderdaad, de auto hield in, maar dat was niet het ergste. Hij was niet op de weg te houden. We hadden onze banden niet op tijd gekregen en reden op rubber uit 2009. Normaal overstuurt de Grand Sport, maar nu gleed hij over vier wielen weg in de bochten en moest ik te lang wachten met het gas. Het inhouden konden we gelukkig oplossen met een nieuwe bobine. Allard zette de auto uiteindelijk op de zevende plek, met alleen Fords GT40 voor ons.

In de race had hij een briljante start en pakte de leiding. Als tweede rijder kreeg ik daar in de pits behoorlijk de zenuwen van, ik voelde me als een blikje Red Bull waarmee flink was geschud. Toen het mijn beurt was, moest ik de auto eerst naar het tankstation op de paddock rijden en volgooien. Allard had 136 liter (!!) verbruikt in 100 minuten. Ik probeerde het vervolgens rustig aan te doen – zo moet het in een race van zes uur, is me verteld. Ik zag aan de stopwatch in de auto dat ik te langzaam reed en ik probeerde er een schepje bovenop te doen. Best moeilijk met zo veel langzamere auto’s. Elke drie ronden was er wel ergens geel en elke keer zat ik achter de langzaamste deelnemer, althans zo dacht ik in mijn opwinding.

Na mijn 100 minuten wisselden we en reed Allard op een vijfde plek het donker in. Spannend, want we hadden de Grand Sport nog niet in dergelijke omstandigheden gereden. Hoe dichter bij het einde we kwamen, hoe benauwder de pitcrew het kreeg want we moesten nog een keer tanken. Vijftien minuten voor de finish – we lagen 4e – kwam Allard binnen en schreeuwde dat hij de koppeling al ronden lang kapot was. Dus wilde hij door, want bij het tanken moet je de auto uitzetten en kom je niet meer weg. In de laatste tien minuten moest Allard benzine sparen en kwam nummer 5 steeds dichterbij. Maar we hadden ongelooflijk veel geluk: vijf minuten voor het einde viel nummer 1 uit en de Grand Sport ging als derde over de finish. Tweehonderd meter daarna viel hij stil zonder brandstof. Nog nooit zo’n mooi podiumgevoel gehad.


Tags:
Print Friendly




Michiel Campagne
Michiel Campagne houdt zich beroepshalve bezig met het runnen van SkyNet Worldwide Express en Falkpost. Daarnaast is hij de man achter Tachyon Motorsport in Soest. Zijn grote passie is de historische autosport. Al 20 jaar is hij – aanvankelijk met Volvo Amazon en Marcos, later met Chevrolets Corvette en Grand Sport, en met een McLaren M8F - actief op circuits in Europa, Zuid-Afrika en de VS.




Vorig bericht

Issigonis zou zich omdraaien in zijn graf

Volgend bericht

Als je die mist, kan je roeispanen pakken





Bezoekers lazen ook


Uitgelicht

Issigonis zou zich omdraaien in zijn graf

Toen ik een kind was, woonden we in een tamelijk landelijk gebied en hadden we een Renault 4CV. We waren een jaar of 12 oud en de eigenaar...

10 July 2014

Webdevelopment