Laatste nieuws

Je weet of het kop of munt is

Alle columns / Jay Leno / 10 juli 2014

Toen ik voor het eerst hoorde dat de McLaren P1 een hybride zou worden, werd ik toch een beetje zenuwachtig. Een hybride zijn, betekent meestal ook voorwielaandrijving of ten minste vierwielaandrijving hebben. Terwijl een sportwagen voor mij achterwielaangedreven hoort te zijn. Ik ben opgegroeid met XK120’s en Mopar Hemi’s: dikke motoren, ondermaatse remmen. Snelheid uit de auto halen door te glijden en terug te schakelen, dat is wat mij betreft rijkunst edel maakt. En een groot deel van de lol. Dus wat moesten we van de P1 verwachten? Hij wordt vast 60% achterwielaangedreven, dacht ik. Dus als je gasgeeft, krijgen de voorwielen grip. Ik snap hoe efficiënt dat is, je verspilt minder energie aan doorslaande achterwielen. Maar het wordt er niet leuker op.

In mijn ogen kun je niet puurder rijden dan in een McLaren F1 of een Lotus Elan. Allebei achterwielaandrijving. Dus je begrijpt mijn vreugdedansje toen ik hoorde dat de P1 volledig achterwielaangedreven wordt. Het hybride vermogen wordt naadloos ingezet om die resterende milliseconde van turbolag te compenseren. Met de P1 is je supercar bovendien toekomstbestendig, want wedden dat je er straks nog steeds mee het stadscentrum in mag?

We hadden geen idee hoe goed we waren, maar we vóélden ons autocoureurs’

Achterwielaandrijving gaat terug naar de basis. Het Système Panhard blijft een logisch concept: krachtbron voorin, transmisse in het midden, aandrijving achter. Een auto door de bocht sleuren, zoals voorwielaandrijving doet, mag prima werken voor een gewone auto, maar bij een sportauto of raceauto past ’t niet. Het is veel te leuk om met de achterkant te spelen.

Ik ben opgegroeid op de ijzige modderpaadjes van New England, waar je dwarsging met een toefje gas, om de auto daarna weer in het gareel te krijgen. We hadden geen idee hoe goed we waren, maar we vóélden ons autocoureurs. De auto op het randje opvangen, hem voortdurend redden van de ondergang – dat moest wel aan onze goddelijke rijcapaciteiten liggen. Tot op de dag van vandaag gooi ik een auto dwars, voet op de plank, even gas los om wat tractie te vinden en dan spartelend als een vis de bocht uit. Dat is rijden.

Dat wil niet zeggen dat ik tegen voor- of vierwielaandrijving ben. Ik bewonder wat Audi doet. In New England stikt het van de Audi’s met quattro. De tractie is een groot voordeel, zeker in slechte weer. De eerste ervaring met voorwielaandrijving had ik in de Saab van de moeder van een vriendje. Drie cilinders, tweetakt. Verbazingwekkend hoe dat in de sneeuw ging! Maar toch blijft achterwielaandrijving voor mij de standaard.

Misschien komt dat doordat je in mijn tijd zo gemakkelijk aan achterwielaandrijvers kon klussen. Ze waren zo handig in begrijpbare brokken verdeeld. Je haalde op een sloperij een Ford of Chevy op die aan de voorkant was aangereden. Je hoefde alleen een kapotte radiator of misschien een draagarm te vervangen, en rijden maar. In een voorwielaandrijver zit alles voorin zo opeengepakt dat een beetje klap genoeg is om een heleboel in een keer te beschadigen.

Verder denk ik dat je altijd iets kwijtraakt als je moet sturen met de aangedreven wielen. Natuurlijk is het stuurgevoel van voorwielaandrijvers intussen sterk verfijnd, maar het blijft surrogaat. Het is nooit zo precies als wanneer je de wielen alleen voor het sturen gebruikt. Via de stuurbekrachtiging en de ophanging kun je dat gevoel er wel in sleutelen, maar het is niet het echte rijgevoel. Het is wat technici erin hebben gestopt.

Achterwielaandrijving blijft dus mijn meest geliefde aandrijfconcept. Gisterenavond reed ik naar huis in mijn Corvair uit 1966, achterin een zescilinderturbo van 180 pk. De bandenspanning vóór is niet hoger dan 1,2 bar, méér is niet nodig vanwege de lichte besturing, wat een verademing. Als je eenmaal een Elan hebt gereden, is elke andere auto te zwaar. Het genoegen dat de lichtste aanraking van het stuur oplevert! Je rijdt over een dubbeltje en je weet of het kop of munt is. Door die smalle bandjes weet je precies wanneer hij gaat glijden. Met een beetje gas kun je exact beïnvloeden wanneer de achterbanden wel of niet pakken. Je bent echt aan het rijden. Je zit in een auto.

Als mensen geen automensen zijn, weten ze vaak niet of hun auto voorwiel- of vierwielaangedreven is. Ze weten niet eens wat die termen betekenen. Daarom hoop ik dat de afgelopen vijf minuten leestijd aan jullie niet is verspild.


Tags:
Print Friendly, PDF & Email




Jay Leno

Komiek en talkshowpresentator Jay Leno is een van de bekendste entertainers in de Verenigde Staten. Hij is ook een eersteklas autoliefhebber met een enorme collectie auto’s en motoren (zie www.jaylenosgarage.com). Zijn column is opgeschreven door Jeremy Hart.





Vorig bericht

Niet alleen de bekers zijn reusachtig, ook de tieten

Volgend bericht

Geroosterde hagedis op de hoedenplank





Bezoekers lazen ook


Uitgelicht

Niet alleen de bekers zijn reusachtig, ook de tieten

De Barrett-Jackson-veiling in Scottsdale is zo’n typisch Amerikaans evenement. Als je naar Pebble Beach gaat, waan je jezelf...

10 July 2014

Webdevelopment