Laatste nieuws

Geroosterde hagedis op de hoedenplank

Alle columns / Jay Leno / 10 juli 2014

Laatst moest ik denken aan de auto’s van mijn vader toen ik klein was. Ik ben geboren in 1950 en werd uit het ziekenhuis thuisgebracht in een Plymouth uit ’49. Die hadden we tot 1957. Niks bijzonders: zes cilinders, vier deuren en mohair bekleding die, als het vochtig werd, naar natte hond rook. Als ik tegenwoordig naar een klassiekerveiling ga en ik zie een Plymouth uit ’49, ’50 of ’51, dan moet ik meteen even ruiken. Spontaan komen alle herinneringen terug.

We ruilden ‘m in bij Crabtree Motors in New Rochelle, NY. Ik was maar zes, maar ik weet nog goed dat mijn vader een Plymouth Belvedere uit 1957 kocht, een vierdeurs, met van die grote vinnen en een 318-motor. Het was toen heel normaal om als zevenjarig jochie bij je vader op schoot te zitten en met één handje het stuur mee vast te houden, te toeteren en dat soort dingen. Fantastisch. Het was het spannendste dat je kon meemaken.

Mijn moeder zag ’t voordat ik het zag en werkte het stoffelijk overschot weg’

Die auto hadden we tot 1964.Toen kocht pa een Ford Galaxie. Ik weet dat nog precies, want ik had toen een hagedis als huisdier. Toen we van New York naar Boston verhuisden, stopten we halverwege voor de lunch. Ik legde de hagedis op de hoedenplank. Toen we terugkwamen, was hij door de hitte geroosterd. Een kameleon was ‘t. Mijn moeder zag ’t voordat ik het zag en werkte het stoffelijk overschot snel weg. Ze zei tegen mij dat hij op een boerderij was gaan wonen.

Ook de Galaxie was een vierdeurs, met kuipstoelen en een 390-motor. Auto’s begonnen interessant te worden. Ik was 13½ toen we die auto kregen. Een jaar later reed ik zelf en kocht ik voor 350 dollar een Ford-truck uit ’34. Ik oefende door heen en weer te rijden op onze oprit. Die was 100 meter lang omdat we zo ver van de weg af woonden. Ik moet zeker 150 kilometer hebben afgelegd op dat laantje.

In New England kon je je rijbewijs halen als je 15½ was. Vijftien was de ergst denkbare leeftijd: jij zit op de fiets en jongens die zes maanden ouder zijn, razen aan je voorbij in auto’s. Met meisjes erin. En jij zit dus op de fiets. De dag dat ik mijn rijbewijs haalde, was kortom de mooiste dag van mijn leven. Het eerste wat ik deed, was in mijn ouders’ auto stappen en de 100 mijl per uur aantikken. Ik had nog nooit de 100 gezien op de snelheidsmeter, maar ik had koud één uur mijn rijbewijs en ik deed 100.

De volgende auto was de Galaxie met de 428-motor, de 7 liter dus. Langs sluwe weg wist ik pa zo ver te krijgen dat hij het politie-opvoerpakket bestelde, dat was voor achtervolgingen bestemd en zo. Het gevolg was dat de auto veel te snel was. Hij was woedend dat ik ‘m zo ver had gekregen. Toen zag ik in zijn kamer een keer een bon voor 110 mijl per uur. Opeens vond ik mijn vader heel cool.

Wij zijn niet echt Cadillac-mensen, hoor’

De Galaxie is de enige auto die we ooit hebben besteld. Mijn vader was zo’n kerel die op pad ging om een auto ging kopen – en met een auto terugkwam. Diezelfde dag. “Geef maar wat je voor moois hebt staan.” Dus wat er op de auto zat, daar moesten we het mee doen. De Galaxie was zijn enige auto die ik heel graag wilde.

Toen ging ik studeren – nadat ik pa’s Galaxie had afgeschreven. Daarop kocht hij een Buick Electra 225 uit 1973, een groene met two-tone-lak. Mijn moeder vond ‘m prachtig vanwege het klassieke brokaat in het interieur. Het was een bakbeest, zo groot dat we aan de achterkant een gat in de garage moesten maken zodat hij er aan de voorkant in paste. Hij had de 425-motor van Buick en deed 1 op 4 ofzo.

Mijn vader is een Italiaan, dus ik beloofde hem dat als ik het zou maken, hij een Cadillac of Lincoln van me zou krijgen. Toen ik enigszins succesvol begon te worden in de showbiz, kocht ik dus een Cadillac voor hem. Natuurlijk moest hij de meest extravagante hebben. Ik weet nog dat de verkoper vroeg: “Wilt u het normale interieur of het ‘Interieur de Elegance’?” Het laatste natuurlijk. Rood opgetoefte bekleding was ‘t, met rode knopen. Witte lak.

Mijn moeder is Schotse en kon niet méér in verlegenheid worden gebracht dan door deze Cadillac. Zodra ze voor het stoplicht stonden naast een andere auto en de mensen keken ernaar, draaide ze het raampje naar beneden. “Wij zijn niet echt Cadillac-mensen, hoor.” Waarop mijn vader zei: “Hoezo geen echte Cadillac-mensen! We rijden verdorie in een Cadillac!” Dan kregen ze ruzie, waarop de andere mensen verschrikt wegreden.

Dus leerde mijn moeder om zich tijdens het rijden tot onder het raam te laten zakken. Mensen zeiden weleens dat ze pa hadden zien rijden, maar dat ze het zo gek vonden dat ze hem in zijn eentje hadden zien schreeuwen. “Nee, mijn moeder zat ernaast. Hij had ruzie met mijn moeder”, legde ik dan uit. “Maar er zat niemand naast!” Hoe vaak ik heb moeten uitleggen dat mijn moeder zich schaamde voor die auto…


Tags:
Print Friendly, PDF & Email




Jay Leno

Komiek en talkshowpresentator Jay Leno is een van de bekendste entertainers in de Verenigde Staten. Hij is ook een eersteklas autoliefhebber met een enorme collectie auto’s en motoren (zie www.jaylenosgarage.com). Zijn column is opgeschreven door Jeremy Hart.





Vorig bericht

Je weet of het kop of munt is

Volgend bericht

Water is het ergste dat een auto kan overkomen





Bezoekers lazen ook


Uitgelicht

Je weet of het kop of munt is

Toen ik voor het eerst hoorde dat de McLaren P1 een hybride zou worden, werd ik toch een beetje zenuwachtig. Een hybride...

10 July 2014

Webdevelopment