Laatste nieuws

‘De ziel van Pininfarina’s museum werd voor mij gevormd door één auto, die nooit van zijn plek kwam’

Alle columns / Matthijs van Dijk / 7 september 2015

Matthijs van DijkIk heb twee  klussen gedaan voor Pininfarina in Cambiano, een kleine gemeente vlakbij Turijn. Vanwege de meest extreme confidentiality afspraken met hun klanten werd ik daar telkens in een klein kamertje gestopt, ver weg van de ‘echte’ werkvloer. In dat kamertje was dan ook bijna helemaal niks, alleen witte muren en een systeemplafond met een hoop TL-bakken, een grote witte tafel met wat stoelen erom heen en een stapel papier erop. Een soort Clockwork Orange achtig gevoel maakte zich daar altijd van mij meester. Eens in de zoveel uur had ik daar een meeting om mijn voortgang te presenteren aan de rest van het projectteam. Als het nodig was, werd ik door een neutrale corridor naar de workshop geleid om mee te kijken naar de vorderingen op het 1-op-1 model. Natuurlijk ging er af en toe onverwacht en onbedoeld een deur open met daar achter iets dat ik niet had mogen zien. Iets dat een Maserati kon zijn of zo. Maar dat wilde ik dan niet zien. Niet omdat ik het niet voor me zou kunnen houden, maar puur om de magie van het niet-gezien-mogen-hebben in stand te houden.

Het werken binnen die vier anonieme muren was niet het meest hartverwarmende. Het goede nieuws was dat er rechtstreeks toegang was tot het museum, waar de beste concept cars van Pininfarina tentoongesteld werden. Omdat het er zo veel waren, hadden ze bedacht dat ze moesten rouleren, het was een continu veranderende tentoonstelling. Anders zou niet alles aan bod komen. Dat deden ze waarschijnlijk voornamelijk om hun vaste klanten te imponeren – buitenstaanders werden alleen bij hoge uitzondering toegelaten binnen de omheiningen van het Pininfarina bolwerk. Het museum was dan ook vaak uitgestorven.

Maar wat stond daar dan zo af en toe opgesteld? De BMC 1800 (een van de eerste fastbacks?), de Etos 2 (die prachtige super lichtgewicht sportauto), een Ferrari Maranello met op de linker en rechterkant een verschillende treatment van de high lights (dat doen ze vaak om de kosten te minimaliseren), de Ferrari P6, het prototype van de Ferrari 512 BB, de Eta Beta, een Lancia Aurelia B24 S en ga zo maar door. Heaven.

De concept car: Alle grote merken (en vroeger de designhuizen) kwamen elk jaar wel met een ontwerp waarvan ze zeiden dat het relevant zou zijn over een paar jaar, dat de wereld daar naar toe zou evolueren, dat het van waarde zou zijn voor een toekomstige eindgebruiker. Het mooie is dat je de toekomst van richting kan doen veranderen door er een uitspraak over te doen, je kunt hem naar je hand zetten. De BMC 1800 is daar een prachtig voorbeeld van, als oervader van fastbacks als de Citroen GS, CX, Rover SD1, Lancia Beta en Gamma.

De ziel van het Pininfarina-museum werd voor mij gevormd door één auto. Die ene auto die nooit van zijn plek kwam, die niet uitgewisseld werd voor een andere. Was het wel een auto? Het was Paolo Martin’s geniale ingeving, de Ferrari 512S Modulo. Het verhaal gaat dat hij de basis van het ontwerp in een weekeindje ontwikkeld heeft, al schrapend en schurend aan een schaalmodel. Ongelooflijk hoe dit ding dan ook tot de verbeelding spreekt. Zo sterk, zo uitgesproken, zo origineel, zo ongelooflijk mooi. De Engelsen hebben daar een prachtig woord voor, primordial.

Die kwaliteiten openbaren zich helemaal als je er een half uur naast gaat zitten. Dat deed ik dan regelmatig om even bij te komen van mijn eigen geploeter. Die verlaten ruimte, met al die andere iconen eromheen, en dan alleen maar zitten en kijken. Om dan weer terug te lopen naar de witte tafel met grote vellen papier en schetsen.

Vorige week zag ik hem weer in het echt, deze oer-auto. Ik zeg niet waar. Alles kwam terug, de trots die ik in het begin voelde omdat ik een Pininfarina-badge mocht dragen, die overigens in de pot van de wc viel, toen het klipje losschoot. Ik heb daar de hele week in mijn pak rondgelopen voor het geval dat ik Ramaciotti, de designdirector van destijds en nu designdirector van de Fiat groep, tegen het lijf zou lopen. Natuurlijk ontmoette ik hem toen ik in het weekeinde nog even wilde doorwerken. Ik moest in mijn versleten spijkerbroek en puntlaarzen aan hem uitleggen wat ik allemaal van plan was. Ik zag hem kijken. Ook kwam het gevoel van de grote spanning terug, waar ik telkens inzat. Was het werk dat ik deed wel goed genoeg of was het te gek? En het gevoel dat de hoofdingenieur die achter me stond zich afvroeg ‘wat is die gekke Hollander nu weer aan het uitvreten’ of dacht ‘dat kan nooit, sukkel’.

Dat kan nooit? Dat kan dus wel. Kijk naar de Modulo. Naar de expressie van de achterkant en de voorkant, die wat hangende achterlichten, de ietwat te dicht bij elkaar zittende koplampen en de gaten die de verder afgedekte wielen zichtbaar maken. Kijk naar het color scheme. Tijdloos. Daarmee is de Modulo de uitzondering op het bestaansrecht van de concept car, hij heeft niet de weg geplaveid naar een nieuw realisme en succes, maar wel de weg van de verbeelding. De weg naar dat wat we zouden kunnen dromen, naar dat waarvan we denken dat het niet kan, maar dat toch kan.

Tijden veranderen. Het museum kun je nu bezoeken via de website. De Modulo, de ziel van de collectie, de essentie van alles waarvoor Pininfarina ooit stond, is verkocht aan een privéverzamelaar met een fantastische eigen collectie. Met zo’n cadeau voor jezelf is het niet erg om Kerstmis een paar keer over te slaan.

MATTHIJS VAN DIJK
Matthijs van Dijk is professor Applied Design aan de Technische Universiteit van Delft, professor  Strategic Design aan de NTNU in Noorwegen en is directeur van het consultancybureau Reframing Studio in Amsterdam, zusterbedrijf van Gran Studio in Turijn. Hij heeft ondermeer een Renault Espace Type 1, een Peugeot 205 GTI, een Rover 3500 Vitesse, een Alpine Renault A310 V6 en een Voxan Cafe Racer.

 


Print Friendly




redactie Octane
Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur). Geregelde freelance bijdragen worden geleverd door Mattijs Diepraam, Perry Snijders, Dennis Drenthe en Jeroen Bruintjes. Freelance fotografen zijn Luuk van Kaathoven, Louis Blom en Piet Mulder.




Vorig bericht

‘Ik zeg niet dat het gemakkelijk is, schrijven over auto’s waar niets over op te schrijven valt: garbage in, garbage out’

Volgend bericht

‘Mijn oog viel deze keer op een Peugeot 505, wow, wat een fantastisch ontwerp’




Uitgelicht

‘Ik zeg niet dat het gemakkelijk is, schrijven over auto’s waar niets over op te schrijven valt: garbage in, garbage out’

De landelijke dagbladen besteden wekelijks aandacht aan de auto. Telkens weer trap ik er in en ga ik het lezen. De aantrekkingskracht...

7 September 2015

Webdevelopment