Laatste nieuws

Een poor man’s Bugatti doet zeker niet onder voor een rich man’s Amilcar

Alle columns / Rosemarijn Veenenbos / 3 augustus 2016

Rosemarijn VeenenboschWat maakt nou dat je op je 24e een Amilcar gaat kopen? Van dat geld kun je natuurlijk ook een moderne sportwagen aanschaffen, maar ik durf te wedden dat die niet zoveel aandacht zal trekken als mijn 91 jaar oude Amilcar CGS. Ik onderscheid me graag van de rest en dat is gelukt, maar belangrijker nog, het is een avontuur waar geen Gran Turismo tegen op kan. Zo’n vooroorlogse auto is een beleving die verder gaat dan alleen rijden of beter gezegd ‘scheuren’. Ik kom uit de dressuursport en dan moet je je paard goed aanvoelen en leren kennen. Dat is iets dat met een vooroorlogse auto precies hetzelfde is. Je moet een vriendschap ontwikkelen met je wagen en zorgen dat je deze van binnen en buiten goed kent. Waaruit al blijkt dat je naast rijden ook moet gaan sleutelen. Wat de beleving ook spectaculair maakt, is het rijden zonder voorruit, want ‘Amillion’, zoals mijn CGS ook wel wordt genoemd, biedt je geen afdak of bescherming tegen weersomstandigheden of ongedierte. Je krijgt alles over je heen en dat maakt het zo ruig en fun.

Amilcar is uiteraard een van de vele merken die je tegenkomt als je gaat kijken naar een vooroorlogse bolide, maar er zat wel een bepaalde gedachte achter waarom ik voor een Amilcar ben gegaan. Ik ben opgegroeid met Franse vooroorlogse auto’s als Hispano-Suiza, Delahaye en Bugatti en een auto van die laatste fabrikant is nog altijd mijn ultieme droom. Bugatti is iets speciaals, die motoren die in Molsheim zijn gemaakt hebben iets waar niemand tegenop kan. Het geluid is zo typerend en intrigerend. Wat voor iemand anders een Chiron is, is voor mij een Type 35 of 43, en stiekem die Chiron ook een beetje. Zoals bekend is een snelle T35 erg oneconomisch voor iemand van mijn leeftijd, dus je moet creatief worden. Ik ben naar een Bugatti vernoemd en ga maar al te graag mee als de Bugattisten een feestje houden. Ik heb mijn ideale auto voorgelegd binnen de Bugatti-club en al snel kreeg ik de gouden tip: ‘Ga je maar eens in een poor man’s Bugatti’s verdiepen’.

Als je goed kijkt naar mijn Amilcar zie je duidelijk de vormen van die ultieme snelheidsduivel, de T35. Als ik iets voor ogen heb, dan gaat het vrij snel: ik heb al mee gereden tussen de Bugattisten met mijn CGS en een poor man’s Bugatti doet zeker niet onder voor een rich man’s Amilcar. Met zijn viercilinder blokje komt de CGS meer in de buurt van een Type 37, die overigens ruim 400 cm3 meer cilinderinhoud heeft. De snelheidsmeter zal de 200 nimmer raken, maar zo voelt het wel! Zeker in het betere bochtenwerk en dan met een stabiele wegligging die je niet zou verwachten met die superdunne bandjes van Avon.

Om nog even terug te komen op de term poor man’s Bugatti, er zijn naast Amilcar meerdere merken zoals Salmson, Rally, BNC en dergelijke die vergelijkbaar zijn. De reden dat ik voor Amilcar ben gegaan is dat de viercilinder 1074 cm3 CGS motor vrij eenvoudige techniek heeft. Voor iemand die leert sleutelen is dat natuurlijk wel handig. Salmson is nog wat onbekender dan Amilcar, dat op zichzelf al niet heel veel voorkomend is, en de techniek van een Salmson is een stuk geavanceerder en dus ook iets gecompliceerder. Wil je een goede BNC 527 (met schuine radiateur) of een originele Rally, die beiden best zeldzaam zijn, dan zul je alsnog flink moeten dokken. Het is natuurlijk ook maar net waar je tegenaan loopt: toen ik in Oostenrijk de garage open zag gaan en er een Alfa rode Amilcar tevoorschijn kwam, was ik direct verkocht.

Het dashboard en het schutbord hebben dat typische kurkenpatroon dat bij diverse Bugatti’s ook voorkomt. Het gas zit net zoals bij een Bugatti Brescia in het midden. Dat klinkt gevaarlijk, maar ik heb een zeer simpele regel bedacht waarmee het nooit mis kan gaan: houd je rechtervoet altijd op of voor het gas, dan weet je dat je, als je moet remmen, alleen je voet naar rechts hoeft te zetten. De CGS heeft ook een lekkere ouderwetse S.E.V magneetontsteking en die blijft er in zitten, ondanks dat ik nu vaak met pech kom te staan met dank aan die eigenzinnige magneet. Een magneetontsteking voelt zich zeker niet als een vis in het water… Ik ben me er goed van bewust dat ik met mijn volle verstand voor een nog onbetrouwbare bolide ben gegaan en aanvaard met alle plezier al het avontuur dat het met zich meebrengt.

Het advies dat ik iedereen kan geven die een saai leven heeft, ga in een vooroorlogse auto rijden, je zult er geen spijt van krijgen. Hooguit zal je bankrekening wat vermageren, maar je krijgt er een hoop aandacht van nieuwe vrienden en paparazzi voor terug. Bonne route!

ROSEMARIJN ATALANTE VEENENBOS
Ze is opgegroeid te midden van de Hispano Suiza’s, Delahaye’s en Bugatti’s. Van dat laatste is haar tweede voornaam een blijvende getuigenis. Rosemarijn Atalante (24) is een groot liefhebber van klassieke auto’s, vooral vooroorlogse, rijdt Amilcar CGS en is actief op een Engelstalige blog.

// www.crankhandleblog.com


Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks

Ton Roks werkte meer dan 25 jaar voor het blad Autovisie, waarvan een groot deel als hoofdredacteur. In november 2012 vervulde hij een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.





Vorig bericht

BMW 3.0 CSL Heidegger: drie halen, één betalen

Volgend bericht

Wat moet je met dat oude spul




Uitgelicht

BMW 3.0 CSL Heidegger: drie halen, één betalen

Een originele BMW 3.0 CSL fabrieksracer is een zeldzaamheid. De kans dat je een van de drie CSL’s tegenkomt die de BMW-tuner...

3 August 2016

Webdevelopment