Laatste nieuws

Een zwak voor Alfa Romeo’s

Ton Roks / 13 juni 2017

Geregeld krijg ik de vraag wat mijn favoriete merk is. Dat heb ik eigenlijk niet, althans in de zin dat ik alles dat een bepaalde fabrikant produceert bij voorbaat goed of aantrekkelijk vind. Ik houd van auto’s met een uitgesproken karakter. Als er door een gelukkig toeval een paar miljoen mijn kant op zou komen, zou ik een Ford Galaxie ’63½ laten aanrukken, een 4,5-Litre Bentley, een Alfa Romeo 8C 2300 Monza, een Alpine A110 en een MG C GTS. Als er nog wat over zou zijn voor nieuw spul, dan mogen de nieuwe Ford GT, 911 GT3 RS, een McLaren 720S, een C63 AMG Estate en de nieuwe Alpine geleverd worden.

Ik moet toegeven wel een zwak te hebben, voor Alfa Romeo’s, eigenlijk al sinds mijn 18e. We hadden toen thuis een Fiat 125 Spécial en af en toe mocht ik die meenemen. Een vriend van me had een keer de Giulia 1600 Super van zijn pa bij zich en toen we even hadden geruild, was ik verkocht. Ik heb zelf twee Giulia’s gehad, allebei ‘period modified’ met een tweeliter motor, een langer differentieel en een tikje verlaagd.

Alfa Romeo heeft in zijn bestaan bijna voortdurend bijzondere auto’s gemaakt, op de periode na dat het van alles en nog wat met Fiat’s moest delen. Dat is nu gelukkig voorbij.

Ik heb mooie herinneringen aan de 33 Quadrifoglio, een duurtester tijdens mijn tijd bij Autovisie, met zo’n lekker roffelende boxer. Je kon er zo heerlijk ‘vierkant’ mee de hoek om. Goede herinneringen ook aan de 75, waarmee ik twee keer naar Italië ben gereden voor de Pirelli Classic Marathon, waaraan ik meedeed met Dick Waaijenberg in eerst een Giulia Super en daarna een Peugeot 404. De fijnst sturende 75’s waren zonder meer de viercilinder Twin Sparks door het lagere gewicht voorin, maar toch ging mijn liefde vooral uit naar de V6, vanwege die romige en zo lekker klinkende zespitter.

Na de 75 kwam de 156, waarvan ik de volledige levenscyclus heb meegemaakt, inclusief het introductietraject en een bezoek aan Walter de Silva thuis, die toen in een buitenwijk van Milaan woonde. Dat was in een flat, met een keurig gat in de vloer, waar een wenteltrap doorheen stak, en waarover hij de ondergelegen flat kon bereiken, waar zijn moeder woonde. Een geweldige vent, van wie ik me elke keer als ik hem bij VW zie, afvraag of hij daar nu echt gelukkig is.

Zelfs in de periode dat alle Alfa’s voorwielaandrijving hadden, zijn ze me blijven bekoren. Ik ben het er mee eens dat achterwielaandrijving de ideale configuratie voor een auto is, maar de rigoureuze afwijzing van voorwielaandrijving heb ik nooit gedeeld. Wie ooit in een Focus RS of een Megane RS heeft gereden, kan niet anders dan toegeven dat je ook met voorwielaandrijving een mieters sturende auto kunt bouwen.

Alfa Romeo is altijd genereus geweest met zijn auto’s, ook met de racers. Fantastisch was het om naar hartenlust mijn gang te gaan met de vierwielaangedreven DTM 155 2.5 V6 TI van 1993, op het Autodromo Riccardo Paletti was dat, bij Parma. Wat een machtige machine, wat een rauw geweld, en wat beschikte die auto over een vermogen om dat effectief op straat te brengen. Kicken was, een ander woord heb ik er niet voor.

Vele dagen heb ik met Alfa Romeo doorgebracht op Balocco, de testbaan tussen Milaan en Turijn, wachtend op mijn beurt in de zon of in de schaduw, kijkend naar de zwaluwen die in de boerderij wonen, die midden op het terrein staat en als ontvangstcentrum dient. Veel Alfa’s heb ik op die prachtige testbanen gereden, zoals de fantastische 8C Competizione, zowel in gesloten als open gedaante, diverse GTA’s, de TZ en TZ2, en natuurlijk de Tipo B P3. De ervaringen daarmee zijn elders in dit nummer te lezen. De top in mijn leven met Alfa Romeo’s was natuurlijk het rijden met de Tipo 159, de Alfetta van Fangio, op de Goodwood Hillclimb. Zonder twijfel een van de grote hoogtepunten!

Ik heb er lang aan getwijfeld of Alfa Romeo ooit een serieuze comeback zou maken, maar na de 510 pk Giulia QV, een supersedan van topklasse, was duidelijk dat het FCA menens was. Inmiddels heb ik de Stelvio gereden en de 280 pk Giulia Veloce en die bevestigen alleen maar dat Alfa Romeo echt back on track is.

Tijdens onze lezersreis door Schotland hebben we naast een McLaren 570GT een Giulia 2.0 met 200 pk meer dan duizend kilometer als ‘organisatie-auto’ gebruikt, en die leverde net zoveel rijplezier als de Veloce. Ik had eigenlijk niet anders verwacht, rijplezier was er ook over de gehele linie toen Alfa Romeo de oude Giulia bouwde en alle varianten erop. Ik ben overtuigd, Alfa Romeo is heeft zichzelf hervonden. Welkom terug.

 

 


Print Friendly, PDF & Email




redactie Octane

Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur).





Vorig bericht

De Jaguar Daimler club viert feest

Volgend bericht

Coppa Classic Days 2017, wéér beter




Uitgelicht

De Jaguar Daimler club viert feest

Op zaterdag 26 augustus vanaf 12.00 uur viert de Jaguar Daimler Club Holland (JDCH) zijn 40-jarige bestaan. Reden voor...

13 June 2017

Webdevelopment