Laatste nieuws

Ferrari 250 GTE, voor heren met smaak

Alle nieuwsberichten / Alle reportages / 11 juni 2016

Ferrari 250 GTE (4)

Het is de eerste vierpersoons Ferrari die in grote aantallen werd geproduceerd, hij is verwant aan de legendarische 250 GT SWB en 250 GTO en Enzo Ferrari reed er een privé. Wat wil je nog meer?

De 250 GTE is inmiddels uit de kast gekomen, het is nu een gewaardeerde en gezochte Ferrari, maar dat is wel eens anders geweest. Van de 954 exemplaren zijn er volgens de experts 178 gesloopt om als donorauto te dienen voor faux GTO’s en SWB’s. Het ging de replicabouwers in kwestie dan vooral om het chassis en de V12, de carrosserie van Pininfarina werd dikwijls simpelweg bij het grof vuil gezet.

Een wreed lot voor deze prachtige heren-Ferrari, die het nimmer verdiend heeft zo uit de gratie te vallen. Toen hij nieuw was, was het immers een buitengewoon succesvolle automobiel: drie jaar lang rolde er elke dag een uit de fabriek in Maranello en van de 250 GTE zijn er meer verkocht dan van welke andere Ferrari uit de 250-serie ook.

De recensies waren uitstekend, Auto Motor und Sport was het eerste autoblad dat de hand op een exemplaar wist te leggen. De test – van 1960 – was van de autosportjournalist Jesse Alexander welke zijn relaas afsloot met de conclusie dat de 250 GTE een eerste klas Gran Turismo is en dus een reisauto bij uitstek. “Als je wilt racen moet je de 250 GT SWB Berlinetta uit hetzelfde huis kopen, maar als je dat niet wilt, kun je beter de 250 GTE kiezen, want die geeft je nog meer redenen om van hem te houden”, aldus Alexander.

Ferrari 250 GTE (6)

Er zijn niet zo bar veel tests van Ferrari’s 2+2 voorhanden, de tweede die ik vond was in Road & Track van 1962 – met vergelijkbare conclusies. De auteur vond dat de 250 GTE een duidelijk bewijs was dat Ferrari de Amerikaanse markt ‘eindelijk’ serieus nam en zijn slotsom was deze auto de droom moest zijn van bijna elke sportwagenliefhebber.

Dat was hij ook van onze landgenoot Yvo Alexander (geen familie van genoemde Jesse) die als kind al een 250 GTE koesterde – een Dinky Toy – en sinds 1999 eigenaar is van het exemplaar op deze pagina’s. De auto heeft chassisnummer 3961 en het is een Series II van 1962, in november van dat jaar geleverd aan distributeur Luigi Chinetti in Los Angeles. Hij kwam in juni 1963 op kenteken in Californië en is 36 jaar later in handen gekomen van Yvo Alexander. “Hij kostte toen $ 36.500, ik had hem gezien bij Heritage Classics in LA. Dat was best veel geld toen. Ik heb het niet gedaan en in het vliegtuig naar huis had ik daar al spijt van. Thuis liet die Ferrari me maar niet los en toen heb ik hem via de telefoon gekocht en op de boot laten zetten. Iedereen verklaarde me voor gek dat ik zo veel had uitgegeven voor een 37 jaar oude Ferrari…”

Ferrari 250 GTE (8)

Yvo is buitengewoon enthousiast over zijn 250 GTE, organiseert er evenementen voor (naar Le Mans Classic 2016 bijvoorbeeld), rijdt er rallies en ritten mee (onder meer de Coppa Milano-San Remo Rally) en laat de hemelsblauwe Ferrari met graagte op concoursen zien, waar hij diverse malen in de prijzen is gevallen, recentelijk nog op de Coppa Classic Days in België.

De 250 GTE is eigenlijk de eerste auto die Enzo Ferrari in grote serie bouwde. Alle typen die daarvoor uit de werkplaatsen van Maranello rolden, waren in aanzienlijke kleinere aantallen vervaardigd.

De GTE was ook Ferrari’s eerste serieuze vierzitter. Er waren al eerder coupés met twee kleine zitplaatsen achterin geweest, van Ghia, Touring en Vignale, maar geen enkele was zo optimaal afgestemd op de welstandige heer die een gerieflijke Ferrari voor de openbare weg wenste. De wereld kreeg Ferrari’s nieuwe 2+2 voor het eerst te zien tijdens de 24 Uren van Le Mans 1960. Hij deed daar dienst als vervoermiddel van de marshalls. Die editie van de grote race werd overigens glansrijk gewonnen door Ferrari met niet minder dan zes auto’s in de top tien: twee 250 TR’s en vier 250 GT SWB’s. Het kan niet anders of dat moeten hebben bijgedragen aan de wijze waarop de 250 GTE werd ontvangen, want hij had immers dezelfde 3,0-liter V12 aan boord, getemperd weliswaar, maar toch…

Ferrari 250 GTE (11)

De nieuwe Ferrari was gedurende 1959 in het diepste geheim ontwikkeld samen met ontwerphuis en carrosseriebouwer Pininfarina, en was bedoeld als antwoord op de Maserati 3500 GT Touring en Aston Martin DB4. Ferrari ontwikkelde daarvoor een aangepast chassis met grotere spoorbreedten dan de tweezits GT’s en een 20 centimeter verder naar voren geplaatste V12, waardoor tussen de beide assen voldoende ruimte was voor twee heren en hun belle ragazze. De wielbasis was 2,60 meter en de totale lengte was 4,70 meter, met een forse overhang achter – nodig om plaats te bieden aan een brandstoftank van maar liefst 100 liter en de bagage van vier personen. Dat nieuwe chassis had de letter ‘E’ in de interne typeaanduiding, en die is later opgenomen in de officiële naam van de nieuwe Ferrari: GTE.

Ondanks zijn formaat is het gewicht van de stalen Ferrari slechts 1488 kilo (met volle tank), wat mede te danken is aan het gebruik van aluminium voor de portieren, motorkap en het kofferdeksel.

Open die motorkap en daar ligt hij, die schitterende Colombo 3,0-liter V12, gekroond met drie dubbele Webers, in deze configuratie goed voor 240 pk bij 7000 toeren per minuut. Voor de 250 GTE was de V12 smeuïger en soepeler afgestemd, met een gunstiger koppelverloop in vooral het laagste en middelste toerengebied. Auto Motor und Sport meldde in die allereerste test van oktober 1960 dat de GTE een lagere luchtweerstand had dan de GT Berlinetta (de bekende Short Wheel Base) en dat zijn topsnelheid daardoor acht km/h hoger lag. Het feit dat de GTE in een windtunnel is ontwikkeld – als allereerste Ferrari – zal daar vrijwel zeker aan hebben bijgedragen. De GTE was overigens ook de eerste GT van Ferrari met dempers van Koni.

Ferrari 250 GTE (15)

Open het portier van de 250 GTE en je wordt onthaald op een chic en weldadig interieur dat minstens zo veel indruk maakt als de twaalfcilinder onder de motorkap. Het is ruim en licht en royaal aangekleed met leer, met een prachtige kleur in dit geval, die het uitstekend doet bij het blauwe lakwerk. Eigenaar Yvo Alexander heeft het interieur en het koetswerk in de jaren 2006-2008 terug in topstaat laten brengen door specialisten in Turijn. Dat is met zorg gedaan, het ziet er heel authentiek uit, al heeft het leer nog een paar jaartjes gebruik nodig om tot de juiste klassieke uitstraling te ‘rijpen’.

Ook aan de binnenzijde is de 250 GTE een echte Ferrari, met een fraai houtomrand Nardi stuurwiel en een instrumentarium dat waarschijnlijk alle meters en ‘klokken’ bevat die Veglia indertijd in de catalogus had. Onmiddellijk is duidelijk dat de twaalfcilinder verder naar voren is geplaatst om interieurruimte te creëren. De versnellingspook, helaas een stuk ‘gewoner’ dan die van een SWB, is ver naar voren geplaatst en bevindt zich opvallend dicht bij de knoppen van de radio. Er is geen sprake van overdreven luxe in het interieur, maar alles ziet er zo rijk en mooi uit dat het voor iedereen duidelijk zal zijn dat de 250 GTE een topklasse automobiel is.

Ferrari 250 GTE (24)

Het zicht rondom is uitstekend door de dunne raamstijlen en door de rechtdoor lopende spatschermen en licht dalende motorkap is heel goed te zien waar de Ferrari ophoudt en de rest van de wereld begint. Achter je bevinden zich twee zitplaatsen, gescheiden door een middenarmsteun. De aanduiding 2+2 is reëel, of eigenlijk te bescheiden, want er kunnen best twee volwassen personen achterin zitten, maar ze moeten geen grote gestalte hebben – met mijn 1,80 meter moest ik het hoofd permanent buigen. De achterpassagiers zitten bovendien relatief dicht bij elkaar – de wielbakken slokken een flink stuk van de zitruimte op.

Je start de V12 met een sleuteltje, links van het grote houtomrande stuurwiel. Hij slaat gemakkelijk aan, niet met een agressieve grauw, maar wel met een mooi donkerbruine, romige roffel: meer plezierige achtergrondmuziek dan een dominante aanwezigheid.

Ferrari 250 GTE (26)

Ferrari heeft bij de ontwikkeling van het GTE veel moeite gedaan een relatief stil uitlaatsysteem te maken, zonder de V12 het uitademen te verhinderen en de prestaties te doen lijden. De koppeling gaat relatief zwaar, dat in een wat merkwaardig contrast tot de versnellingspook, die zich precies maar relatief licht door zijn schakelschema laat bewegen, delicaat bijna. In de pookknop zijn uitsparingen aangebracht voor je vingers, alsof Ferrari heeft willen zeggen dat de GTE niet met de hand maar met de vingers geschakeld moet worden. Het is even wennen aan de grote afstand die zich tussen II en III bevindt en het is oppassen voor de achteruit, die meteen naast de III is ondergebracht.

Je hoeft nauwelijks gas te geven om een mooie ‘kus’ tussen koppeling en vliegwiel tot stand te brengen en met de GTE weg te rijden. De eerste meters maakt de Ferrari een wat logge indruk, maar zodra je naar twee hebt geschakeld, schudt hij die logheid van zich af, zonder hem helemaal te verliezen. Het is vooral een auto die ervan houdt zijn benen te strekken op mooie, open wegen, voor het verslinden van bergpassen is hij minder geschikt. De carrosserie helt relatief veel over en hij geeft de indruk dat het carrosseriegewicht op een gegeven moment meer over de auto te zeggen krijgt dan jij, als bestuurder. Zeker als je de limiet nadert. Ik heb het niet uitgeprobeerd uit respect voor Yvo Alexander’s mooie bezit, maar ik vermoed dat de 250 GTE onderstuurt als je het te bont maakt, mede door de verder naar voren gelegde motor, en dat je dan weinig anders rest dan ogenblikkelijk gas los laten en een schietgebedje. Het zou weleens kunnen zijn dat dit de Italiaanse politie daar ervaring mee heeft (zie kader).

Ferrari 250 GTE (22)

Trap het gas dieper in en de V12 reageert onmiddellijk, niet met furieus klimmen in toeren en bijbehorende acceleratie, het is meer alsof hij gedecideerd doch beslist door een reuzenhand wordt geduwd. Vergis je niet in de twaalfcilinder, tot middelhoge toerentallen is hij poeslief, maar boven de 5.000 toeren ontwaakt de Ferrari in hem en word je resoluut in je stoelleuning gedrukt. Dan hoor je een mooie, glorieuze brul, samengesteld uit niet alleen het aanzuig- en uitlaatgeluid, maar ook de metalige geluiden van de 24 kleppen en de twee nokkenassen en hun kettingen. Dat temperamentvolle bovenin maakt het des te opmerkelijker dat de V12 zich ook zo ongelooflijk lui laat rijden. Zelfs als je in IV het toerental tot nauwelijks meer dan stationair laat zakken, neemt het twaalfcilinder raspaard zonder horten of stoten gas aan en versnelt.

Het gaspedaal beweegt licht, dankzij de nylon lagering waarvan Ferrari het stangenstelsel naar de gaskleppen heeft voorzien. De besturing is zwaar bij lage snelheden, bij hogere wordt hij lichter en communicatief, maar niet op en nerveuze of vermoeiende wijze. Na een kwartiertje in de 250 GTE weet je het al: dit is een auto die in staat is van elke lange rit een avontuur en een traktatie te maken.

Ferrari 250 GTE (16)

De remmen geven in het begin niet veel vertrouwen, je moet echt stevig op het pedaal trappen, dan laten ze merken wel degelijk op hun taak berekend te zijn. De installatie werd overigens van Dunlop betrokken. Auto Motor und Sport voerde in 1960 een aantal metingen uit met de Amerikaanse coureur Phill Hill aan het stuur en deze slaagde er de GTE in 25 seconden van 0 naar 160 te laten accelereren en onmiddellijk daarna volledig tot stilstand te brengen. Het accelereren kostte 18,1 seconden, het remmen de resterende 6,9. Dat alles met drie personen aan boord, waardoor de Ferrari een totaalgewicht van minstens 1800 kilo gehad moet hebben. Die drie kerels waren overigens beroemd volk: niet alleen Phill Hill en testauteur Jesse Alexander zaten in de 250 GTE, maar ook Hill’s collega en landgenoot Richie Ginter.

Auto Motor und Sport haalde een topsnelheid van 219,5 km/h, een gemiddelde van twee metingen in tegengestelde richtingen. Dat was met een eindreductie van 1:4,57 – daarmee zette de 250 GTE grote stappen, groot genoeg om bijvoorbeeld in de tweede versnelling 122 km/h te halen. Enzo Ferrari leverde je 250 GTE standaard af met een elektrische overdrive van Laycock op de vierde versnelling, die het toerental 22% verder omlaag bracht, voor relaxt en snel cruisen op de autostrada.

Ferrari 250 GTE (30)

De 250 GTE is een prachtige auto, die op een speciale, bijna unieke manier onopvallend weet te zijn en tegelijkertijd uitstraalt dat hij een object van een bijzondere klasse is. In meerdere opzichten weet de 250 GTE een dubbelrol te vervullen. Naast een DB4 onderscheidt hij zich als een stijlvolle en atletische heren-express, naast een Bentley als een sportieve Italiaanse volbloed. Daardoor heb je met GTE altijd een interessante auto bij je die bewondering en interesse zal opwekken – het maakt niet uit in welk gezelschap je verzeild bent geraakt.

Het is onvoorstelbaar dat deze begeerlijke Ferrari’s een hele tijd nauwelijks een blik waardig zijn geacht en als donorauto voor replicaprojecten zijn gebruikt. Het kan niet anders, of veel mensen die ooit de zaag in een 250 GTE zetten, hebben nu net zo veel spijt als haren op hun hoofd.

Het voorjaar komt er aan, tijd om snel naar Milaan heen en weer te rijden om een nieuw zomerkostuum uit te kiezen. Vliegen of met de auto? Met de auto natuurlijk, bij voorkeur de Ferrari 250 GTE….

TEKST Ton Roks // FOTOGRAFIE Piet Mulder

HALT, POLITIE!

250 Police_s

In 1962 heeft Ferrari twee politieversies van de 250 GTE gebouwd voor de Squadra Mobile di Roma. De Romeinse Hermandad zou de eerste van de twee al binnen twee dagen total-loss hebben gereden. De andere, met serienummer 3999, zou van 1963 tot 1973 ongeveer 80.000 kilometer hebben afgelegd in handen van de vliegende Romeinse brigade. De Ferrari stond bekend als ‘zwarte panter’ vanwege het zwarte lakwerk en de badge op de flanken.

In het radioverkeer van de Romeinse politie heette de snelle Ferrari Siena-Monza 44, waarbij ‘Siena-Monza’ stond voor SM, de afkorting voor ‘Squadra Mobile’, en het getal 44 duidde op de laatste twee cijfers op de nummerplaat. De ‘44’ is in de jaren negentig overgenomen door de verzamelaar Alberto Capelli, die de unieke Ferrari nog geregeld tijdens evenementen laat zien.
De politie had de Ferrari’s besteld omdat de criminaliteit rondom Rome toenam. De achtervolgde misdadigers beschikten dikwijls over sneller vervoer dan de Alfa’s 1900 van de politie, en daar moest een einde aan komen. Het ongeluk met een van de twee 250 GTE’s deed de politieleiding besluiten zes agenten een speciale tiendaagse cursus in Maranello te laten geven, om te leren met de snelle Ferrari om te  gaan.

Armando Spatafora

Armando Spatafora

Een van die agenten, Armando Spatafora, zou later bekendheid verwerven door een snelle en harteloze achtervolging in de film Poliziotto Sprint, waarin hij met een Ferrari 250 GTE de eindeloze trappen van de Trinità dei Monti afdendert. Het is onduidelijk of een echte politie-GTE voor de film is gebruikt, maar het bewuste filmfragment is voor een autoliefhebber in elk geval verbijsterend om te zien. Het is nog steeds op YouTube te vinden.

 

Ferrari 250 GTE
Motor 2953 cm3 V12 met één bovenliggende nokkenas per cilinderbank, blokhoek 60 graden, boring x slag 73 x 58,8 mm, drie dubbele Webers
Vermogen 240 pk bij 7000 min-1
Koppel 325 Nm bij 5500 min-1
Transmissie viertraps handbak met elektrische overdrive, achterwielaandrijving
Wielophanging vóór dubbele driehoekige draagarmen, schroefveren, telescoopdempers, anti-rolstang; achter starre as, bladveren, langsarmen, telescoopdempers (Koni voor en achter)
Remmen Dunlop schijfremmen rondom
Gewicht 1488 kg (met volle 100 liter tank)

PRESTATIES
Acceleratie
0 – 80 km/h  6,0 sec.
0 – 100            8,5
0 – 120            10,5
0 – 140            14,9
0 – 160            18,1
0 – 200            37,0
Topsnelheid   219,5 km/h
Metingen Auto Motor und Sport, 8 oktober 1960

250 GTE REGISTER & NEWSLETTER
Voor de Ferrari 250 GTE bestaat een internationaal register waarvan elk jaar een bijgewerkte versie verschijnt. Dit register bevat informatie over alle nog bestaande 250 GTE’s en meldt ook de 178 serienummers van 250 GTE’s die tot op heden geheel of gedeeltelijk als donor zijn gebruikt. Er is ook een speciale website gewijd aan de 250 GTE (www.ferrari250gte.com). Bovendien verschijnt er viermaal per jaar een nieuwsbrief, gewijd aan de 250 GTE, voor alle liefhebbers, geïnteresseerden en eigenaren (e-mail David Wheeler David@Ferrari250GTE.com).

 


Print Friendly




Ton Roks
Ton Roks werkte meer dan 25 jaar voor het blad Autovisie, waarvan een groot deel als hoofdredacteur. In november 2012 vervulde hij een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Aardappelen, eieren en spek

Volgend bericht

Antwerp Concours d’Elegance




Uitgelicht

Aardappelen, eieren en spek

Voordat ik in de RS van Andries Jans stapte, wist ik wel dat Veritas een interessant merk was. Maar na het boek Die Veritas...

8 June 2016

Webdevelopment