Laatste nieuws

Het was natuurlijk een rare snuiter, maar op een goede manier

Alle reportages / 1 augustus 2014

Carel-Godin-de-Beaufort by OCTANE magazine

Octane heeft de racende edelman in een serie van herinneringen herdacht. Zijn goede vriend Gerard van Lennep beet het spits af.

De officials waren niet altijd blij met hem, maar collega’s en monteurs hielden van zijn openheid. Dat is het beeld dat Gerard van Lennep heeft van Carel Godin de Beaufort, Neerlands kleurrijkste coureur uit de F1-geschiedenis.

Gerard van Lennep was een verdienstelijk toerwagencoureur die in de tweede helft van de jaren zestig furore maakte met de kleine Steyr-Puch, een Oostenrijkse Abarth-lookalike. In 1966 en ’67 werd hij er nationaal kampioen mee in de klasse tot 850 cm3. Zijn neven Gijs, David en Hugo gingen rond dezelfde tijd racen. “Net als Gijs was ik een langeafstandsspecialist, vandaar dat ik ook in rally’s tot mijn recht kwam. David en Hugo wisten zich tot mijn niveau op te werken, Gijs was van een andere planeet. Maar toen we begonnen, was ik de snelste van de vier.”

Begin jaren zestig ontmoette Van Lennep zijn idool, Carel Godin de Beaufort, die toen al lang en breed ’s lands trots in de formule 1 was. “Hij was mijn held. Ik stond aan het begin van mijn racecarrière en hij was de Grand-Prix-coureur, de man wiens niveau ik ooit hoopte te halen. Nadat hij me voor het eerst les had gegeven, roemde hij me om mijn rijstijl. Dat was ongelooflijk vleiend.” Van Lennep kreeg zijn onderwijs op de zwaarst mogelijke plaats: de Nürburgring, ontegenzeggelijk het moeilijkste circuit ter wereld. “Ik was al 32. Ik had al wel lekker doorgereden op de openbare weg, met snelle sportwagens, want dat doen jongens als ze daar de kans toe krijgen. Maar toen had ik eindelijk besloten om toch een beetje te gaan racen.”

Hij vervolgt: “Daar stond ik dan, op de Nürburgring, bij de raceschool waar Carel lesgaf – samen met Rob Slotemaker. Ik had Carel al zien wandelen door het rennerskwartier. Op Noorse wollen sokken. Hij liep alsof hij 82 was! Als fan wist ik waarom – hij was veel te lang om in die kleine Porsche van ‘m te passen. Ze hadden de auto al voor hem aangepast, maar wat kon je doen aan de afstand tussen de pedalen en het achterste schutbord? Dus racete hij met sokken in plaats van met schoenen, ook al brandde hij elke keer zijn voetzolen. Klagen? Nooit. Ook niet toen hij in een sportwagenrace op de Nürburgring rondenlang in de benzine  zat. Na de aflossing kwam zijn co-piloot Thieu Hezemans al na twee ronden terug. Thieu werd zowat de auto terug ingemept. Stel je niet aan, rijden man! Hij kon zich niet voorstellen dat anderen minder taai waren.”

Hij legde een met zand gevuld lucifersdoosje op het aansnijpunt en dat moesten we dan raken

Tijdens de cursus maakte Carels rijstijl indruk op Van Lennep. “Hij was ongelooflijk goed, beter dan iedereen denkt. Hij reed dezelfde tijden als Moss in een auto die inmiddels drie jaar ouder was dan in de tijd dat Moss ermee reed. Terwijl hij twee keer zo zwaar was! Zijn stijl deed ook aan die van Moss denken: niet spectaculair, wel loepzuiver. Zo onderwees hij het ook aan zijn leerlingen. Hij legde een met zand gevuld lucifersdoosje op het aansnijpunt en dat moesten we dan raken. Ik was er erg goed in, vandaar dat ik opviel.”

Na afloop viel Van Lennep zelfs in de prijzen. “Carel kwam op me af en zei: wij gaan samen racen. Recht voor z’n raap, zoals hij altijd was. Vanaf dat moment waren we vrienden.”

“Het was natuurlijk een rare snuiter, maar op een goede manier. Hij had een merkwaardig gevoel voor humor, dat niet bij iedereen in de smaak viel. Hij was leuk op de manier waarop mensen leuk kunnen zijn omdat ze van zichzelf vinden dat ze leuk zijn. Ik vond dat ontwapenend. Carel had geen verborgen agenda. Daardoor kwam hij voortdurend in moeilijkheden met de bobo’s. Gebrek aan diplomatie, voortdurend achter de meiden aan – niet bepaald handige eigenschappen als je je geliefd wilde maken bij de autoriteiten”.

Onder collega’s lag hij heel goed, weet Van Lennep. “De andere F1-coureurs vonden ‘m fantastisch. Niet alleen vanwege de feestjes die hij na afloop van elke Nederlandse GP op kasteel Maarsbergen gaf. Ze wisten hoe goed hij was. En ze respecteerden hem omdat hij niet gevaarlijk reed. Ook al was hij zijn hele carrière een achterblijver in de formule 1, er is nooit over hem geklaagd.”

Op weg naar Reims joegen ze Franse boertjes de stuipen op het lijf door ze van twee kanten in te halen

Van Lennep kan zich nog steeds verbazen over het contrast tussen Carel-de-coureur en Carel-de-weggebruiker. “Hij was werkelijk roekeloos, net zoals Rob Slotemaker.  Allebei waren ze waaghalzen. Op weg naar Reims joegen ze Franse boertjes in hun 2CV’s de stuipen op het lijf door ze van twee kanten in te halen.”

“Ik weet nog hoe we terugkwamen uit Duitsland, waar we twee auto’s hadden opgehaald, elk met een auto met aanhanger. Uiteraard had Carel geen douanepapieren, dus moesten we ergens midden in een bos de grens oversteken. Maar hij reed zo ongenadig snel, zelfs met die aanhanger, dat ik hem halverwege uit het zicht verloor. Natuurlijk raakte ik verdwaald. Dus ik stopte maar en ging op hem staan wachten. Na een uur verscheen hij eindelijk. ‘Kom op, Gerard’, zei hij. ‘Ik ben al twee keer de grens overgestoken. Je bent me zo niet echt aan het helpen!’”

Carel en Anton Geesink waren bevriend. De judolegende stond de coureur bij in zijn pogingen zijn gewichtsnadeel te verminderen. Geesink beval Carel gortdroge koekjes aan, die hij braaf wegkauwde. Sterker nog, iedereen die bij Carel in de auto zat, moest hetzelfde regime ondergaan. Geesink kreeg het overigens te verduren als hij met Carel mee reed. “We gingen in Brussel een beker ophalen en Anton mocht mee. Nadat we hem hadden opgepikt, dirigeerde Carel me van de hoofdweg af, waarna we over beijzelde dijkweggetjes naar het zuiden joegen. Voortdurend joeg Carel me op om nog sneller te gaan. Alleen maar om die blik op Antons gezicht te zien. … “

“In 1964 hakte Carel een knoop door. Gerard, wij gaan samen Le Mans doen, zei hij. Hij had al een Porsche 904 GTS geregeld. Maar tijdens een test reed ik die auto in de prak, terwijl hij nog niet was verzekerd. Carel vond ’t hilarisch. Terwijl hij geen cent te makken had. In het buitenland cultiveerde hij graag het imago van ‘de racende graaf’, maar in werkelijkheid draaide hij elke cent twee keer om. Onder zijn aanhanger hingen 20 jerrycans, die hij goedkoop vulde bij het pompstation van motel Maarsbergen, waar hij directeur van was, maar dat voornamelijk door zijn moeder en zijn zus Cornelie draaiende werd gehouden. In Duitsland reden we altijd om, hij wist er alle adresjes voor een goedkope lunch. Iedereen vond hem aardig, dus hij is ontzettend vaak gematst.”

Carel werd na een wilde jeugd een bekeken rijder, die niet voor niets ‘veilige Careltje’ als bijnaam kreeg. Toch stond hij nooit bekend als voorvechter van meer veiligheid. “Daar had je het niet over”, zegt Van Lennep. “Carel en Rob Slotemaker vonden dat je alleen een helm droeg omdat dat moest van de KNAC. En natuurlijk maakte je het riempje onder je kin niet vast.”

Tijdens zijn racecarrière kluste Van Lennep bij als autojournalist. Nadat hij zijn helm aan de wilgen had gehangen, wijdde hij zich full-time aan die bezigheid. Later maakte hij de overstap naar de algemene pers. Hij werd journalist en columnist voor onder meer Het Parool, NRC Handelsblad, Haagse Post en Elsevier. Vandaag de dag is hij nog steeds actief met het entertainmentbureau dat hij in de jaren zestig is begonnen. Met auto’s heeft hij weinig meer van doen. Hij houdt zich netjes aan de maximumsnelheid en heeft nauwelijks nog contacten in autosportkringen. “Mijn enige zonde is met vrienden in klassiekers op reis gaan naar verre oorden als Kirgizië en Tibet.” Maar vraag hem naar Carel en het komt allemaal weer boven…

 


Tags: ,
Print Friendly




redactie Octane
Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur). Geregelde freelance bijdragen worden geleverd door Mattijs Diepraam, Perry Snijders, Dennis Drenthe en Jeroen Bruintjes. Freelance fotografen zijn Luuk van Kaathoven, Louis Blom en Piet Mulder.




Vorig bericht

Zijn onvoorstelbare geluk sloeg het publiek met stomheid

Volgend bericht

Nissan Skyline GT-R KPGC10





Bezoekers lazen ook


Uitgelicht

Zijn onvoorstelbare geluk sloeg het publiek met stomheid

Carel's biograaf Frits van Someren over een onvoorstelbaar ongeluk op de AVUS in Berlijn. Over Carel Godin de Beaufort...

1 August 2014

Webdevelopment