Laatste nieuws

Carel reed wild weg, hij drifte met de Jeep door het zand, en ik viel eruit

Alle reportages / 7 oktober 2014

Een halve eeuw geleden overleed Carel Godin de Beaufort na een zwaar ongeluk op de Nürburgring. Zijn nicht Emilie blikt terug op haar racende oom.

Ze is het oudste meisje op de bekende foto van Carel met zijn witte Impala en zilvergrijze Porsche. In een donkere jurk met pofmouwtjes kijkt Emilie toe hoe kinderen zich vergapen aan de raceauto van oom Carel.

HET MEISJE MET DE PAARDENSTAART

Foto Elegance

Emilie woont nu in de Verenigde Staten, maar geregeld keert ze terug naar het kasteel in Maarsbergen om haar familie te ontmoeten. Daar, samen met Carel’s zus Cornelie, bladeren we door de plakboeken uit die onvergeten jaren. Het zijn kunstzinnige albums, ze zijn niet alleen met zorg gemaakt, maar ook van allerlei creatieve schetsjes voorzien. De krantenknipsels, de foto’s en de tekeningetjes maken onmiddellijk veel herinneringen los bij Emilie, die nu voluit Van Zinnicq Bergmann-Riss heet. “Die boeken zijn gemaakt door Hetty Heynen, de eerste amoureuze relatie van Carel”, vertelt ze. “Ze is later een vriendin van de familie geworden, ze is er bijna volledig in opgenomen. Hetty was heel creatief en kwam een hele tijd lang elk weekeinde naar het kasteel om de plakboeken bij te werken. Carel’s moeder had een abonnement op een knipseldienst om haar van materiaal te voorzien”.

Emilie is nu 64, maar toen de foto gemaakt werd met Carel’s witte Impala, met de 718 op de trailer erachter, was ze 12. “Mijn moeder is een halfzusje van Cornelie en Carel. Ik logeerde heel veel op het kasteel, bracht er hele zomervakanties door, een deel van de kerstvakanties en was er geregeld ook bij andere gelegenheden”.

De foto van de kinderen bij Carel’s Impala en racewagen is in 1962 gemaakt. “Hij is in scene gezet”, weet Emilie, “maar het is wel een realistisch tafereel, op de kleding na. De foto was voor het blad Elegance, dat kun je wel zien, oom Carel draagt een blazer. Wij, de kinderen, hadden ook onze beste kleren aan. Carel vond het altijd heel erg leuk om zijn auto’s te laten zien aan de kinderen uit de buurt. Hij nam ze graag mee voor snelle ritjes in de buurt, niet om indruk op ze te maken, maar vooral ze om iets spannends te laten beleven en zijn plezier met hen te delen. Ze mochten op de trailer klimmen en in zijn auto zitten. We waren trots op oom Carel, hij werd erg bewonderd.”

Dat de racende edelman groot van gestalte was, is op de foto duidelijk te zien, hij torent ver boven de Impala uit. “Carel was een handsome guy. Voor de autosport was hij altijd heel erg met zijn gewicht bezig, hij at bij voorkeur sla en een biefstukje, of een kopje bouillon met een rauw ei erin. Hij had veel vriendinnen, hij nam me soms mee naar hen toe, of hij liet me opbellen, om te zeggen dat hij eraan kwam”.

Naar de races van oom Carel is Emilie nooit geweest, maar ze heeft hem wel in actie gezien, op tv, in zwart-wit, in de jachtkamer van het kasteel. Zijn leven was met autosport doorweven, de autosport hoorde helemaal bij hem, een andere sport had het niet kunnen zijn, daar kan geen twijfel over bestaan. “Carel was een echte family man”, vertelt Emilie. “Hij was veel thuis en dan was hij bezig met zijn familie en zijn auto. Hij bereidde de auto voor, waste zijn overalls, al dat soort dingen. Als hij een beker had gewonnen, liet hij die altijd aan iedereen zien. Hij ging er de hele omgeving mee rond en als hij thuis kwam, gaf hij de trofee aan zijn moeder, om de vingerafdrukken eraf te poetsen”.

Dat Carel Godin de Beaufort hard kon rijden, demonstreerde hij graag. “Oom Carel had de eerste Corvette Stingray in Nederland, die had hij hierheen gehaald om te verkopen. Het was een rode, hij nam mij mee voor een testritje, ik moest altijd met hem mee. Hij ging niet graag alleen op pad, hij had graag gezelschap. Ik stapte in de Corvette, mijn moeder meteen nerveus natuurlijk. Zodra we de poort uitwaren, ging hij zo hard mogelijk, over de weg hier voor het kasteel. Die is lang, maar ook smal en met heel veel bomen er langs. ‘Houd je goed vast’, zei hij op een gegeven moment, en toen maakte hij met de handrem een draai van 180 graden en reed terug, zo snel als de Corvette kon. Op zo’n smalle weg, het verbaast me nog steeds dat het is goed gegaan.”

Emilie bij auto Carel

Emilie als meisje bij de Porsche 718 van haar oom Carel.

Er schiet haar nog een anekdote te binnen. “Wij speelden vaak op de boerderij aan de overkant. Dan kwam Carel ons halen als het lunchtijd was. Een keer pakte hij de CJ Jeep van zijn halfbroer Bob. Die had liever niet dat Carel er in reed – daarom had hij de sleutels mee naar binnen genomen. Maar Carel draaide het contactslot gewoon om met een schroevendraaier. Die Jeep was helemaal open en mijn broer George en ik maakten ruzie wie er aan de buitenkant mocht zitten, zodat je de straat onder de auto door kon zien suizen. Ik won, helaas…., want Carel reed wild weg, hij drifte met de Jeep door het zand, en ik viel eruit. Tante Cornelie is toen op haar fiets met me naar de dokter gereden, ik had een gebroken sleutelbeen en heb een tijdje met mijn arm in een doek moeten lopen.”

Het spreekt voor zich dat de jongeheer Godin de Beaufort weleens in moeilijkheden kwam door zijn jongensachtige gedrag. “Hij was bij de cavalerie op de Prins Bernardkazerne in Amersfoort, daar heeft hij een keer arrest gehad. Hij mocht niet naar huis, dat vond ik heel erg als kind, dat oom Carel straf had. Hij had toen de snelheidsbegrenzer van een tank uitgeschakeld, zodat hij er harder mee kon rijden. Tante Cornelie en ik zijn toen naar de kazerne gegaan met een mandje lekkere dingen, dat we overgedragen hebben aan de wacht – voor Carel. Ik moet toen een jaar of drie, vier zijn geweest”.

Wat staat haar het meeste bij van haar toen 16 jaar oudere oom? Ze denkt even na terwijl voor het kasteel de bomen ruisen waaronder Carel Godin de Beaufort een halve eeuw geleden zijn witte Impala en Porsche 718 voor Elegance parkeerde. “Zijn lach, zijn omhelzingen, die herinner ik me goed. Het meest staan me nog bij zijn joy de vivre, zijn aanstekelijke lach. Als Carel er was, was het huis vol. Hij was dol op ons, de kinderen, probeerde ons geregeld iets spannends te laten beleven, ook al viel dat niet altijd in goede aarde”.

Carel Godin 4

Ze herinnert zich het verhaal met de leeuwen. “Carel kwam vaak in Café-Restaurant Damlust in Leersum, dat was van zijn vriend Tom Gerritsen. Het was bijna zijn tweede thuis. Daar vlakbij had Toni Boltini zijn circus ondergebracht, inclusief een winterverblijf voor de dieren. Een keer bracht Boltini twee jonge leeuwen mee het café in. Carel vond het geweldig, die nam ze op schoot. Ik weet het nog goed, want oom Carel had mij meegenomen. We kwamen heel laat thuis. Mijn moeder was not amused, ze vroeg Carel waar hij geweest was met haar kind.”

De foto met de jonge Godin de Beaufort, de kinderen en de twee auto’s is vooral zo roerend door de zorgeloosheid die hij uitstraalt. Het leven ziet er goed uit, idyllisch zelfs, en de klok lijkt stil te staan om het geluk de gelegenheid te geven zich eindeloos voort te zetten. Dat heeft het twee jaar lang gedaan, tot 1 augustus 1964, toen het noodlot toesloeg op de Nürburgring.

“Wij waren toen hier, in het kasteel, de telefoon ging, en toen hoorden we dat oom Carel een ongeluk had gehad en in het ziekenhuis van Koblenz lag. Carel’s moeder, mijn grootmoeder, heeft toen onmiddellijk professor Nuboer gebeld en is er met hem naar toe gereden. Ik ben meegegaan, om haar te ondersteunen, ik was toen 14 en het oudste kleinkind. Niemand wist precies hoe zwaar Carel gewond was. Er was geen dokter daar in het ziekenhuis, het was weekeinde, de chirurg was met vakantie zelfs. Carel werd dus niet behandeld, hij was daar op een ziekenhuisbed neergelegd, en dat was het. Op maandag zou er wel een dokter zijn. Kort voordat wij in Koblenz arriveerden hadden de zuster oom Carel omgedraaid en oom Carel was daarna bewusteloos geraakt. Dat was heel erg naar, vooral voor zijn moeder, die hem daardoor niet meer heeft kunnen spreken. Professor Nuboer heeft onmiddellijk van zijn contacten gebruik gemaakt en Carel per helikopter naar Keulen laten brengen. Wij kwamen pas na middernacht in Keulen aan en werden niet meer tot het grote ziekenhuis toegelaten. Wij brachten de rest van de nacht door in een nabijgelegen hotelletje. Wij hebben gedurende de nacht geen nieuws meer ontvangen over de medische toestand van Carel. Dat maakte ons zeer bezorgd”.

Emilie-Cornelie

Emilie (links) met Cornelie Petter, Carels zuster

De volgende morgen zei zijn moeder dat ze vermoedde dat Carel gestorven was. We hebben toch snel een bloemetje gekocht voordat we naar het ziekenhuis gingen. Toen we daar waren, kwam er een in het grijs geklede non naar ons toe en vertelde dat hij was gestorven. Ik heb oom Carel toen nog even gezien, maar hij werd vrijwel meteen in een kist gelegd, die werd verzegeld en hij is daarna niet meer open geweest. Dat was heel triest, niemand heeft hem nog kunnen zien, er is geen enkele gelegenheid geweest om op de een of andere manier afscheid van hem te nemen.”

Er waren al eerder wat wolkjes over dat idyllische tafereel uit 1962 getrokken. Carel’s Porsche 718 was namelijk verouderd en niet meer competitief geworden, hij kon de nieuwe generatie F1-bolides niet bijhouden. Dat deed iets met de coureur uit Maarsbergen. “Hij is gestorven in een voor hem moeilijke tijd, hij groeide letterlijk de autosport uit, daarvan was hij zich bewust. Hij was te groot voor de snellere Lotussen en de Coopers. Dat was heel moeilijk voor hem te accepteren, hij had zo’n competitieve spirit. Hij zag aankomen dat hij afscheid moest nemen van de formule 1, hij was simpelweg te groot voor de nieuwe auto’s. Hoe nu verder? Wat zal ik gaan doen? Die vragen moet hij zich toen vaak gesteld hebben. Naar toer- en sportwagens ging zijn hart lang niet zo uit als naar de formule-auto’s. Die race op de Nürburgring zou zijn laatste geweest zijn, Carel had hem bedoeld als zijn afscheid van de formule 1. Mijn zoon is nu 35, door hem ben ik me gaan realiseren hoe ontzettend vroeg Carel uit het leven is weggerukt. Hij was nog maar 30.”

TEKST TON ROKS

FOTO’s Piet Mulder & Archief Carel Godin de Beaufort/Frits van Someren

ILLUSTRATIE Rob Oudshoorn


Print Friendly




redactie Octane
Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur). Geregelde freelance bijdragen worden geleverd door Mattijs Diepraam, Perry Snijders, Dennis Drenthe en Jeroen Bruintjes. Freelance fotografen zijn Luuk van Kaathoven, Louis Blom en Piet Mulder.




Vorig bericht

Waterstralen bij Auto Classica

Volgend bericht

BMW 507, voor bijzondere mensen




Uitgelicht

Waterstralen bij Auto Classica

De bekende autorestaurateur Tito Rubbio is erg enthousiast over het waterstralen van auto’s, een relatief nieuwe techniek...

4 October 2014

Webdevelopment