Laatste nieuws

Zijn onvoorstelbare geluk sloeg het publiek met stomheid

Alle reportages / 1 augustus 2014

Tekening Rob Oudshoorn

Carel’s biograaf Frits van Someren over een onvoorstelbaar ongeluk op de AVUS in Berlijn.

Over Carel Godin de Beaufort doen talloze sterke verhalen de ronde. Bijvoorbeeld die anekdotes over de AVUS in Berlijn, waar hij uit de Nordkurve vloog en over zijn illegale deelname aan de training voor de Grote Prijs van België op Francorchamps. Of de verhalen over zijn nachtelijke rit naar Stuttgart vice-versa om een motorblok te wisselen en over zijn ontelbare practical jokes. Sommige zijn onwaar, sommige waar.

In de zomer van 1959 had Carel Godin de Beaufort al geroken aan het grote werk: starts op Le Mans en Sebring, in de Grote Prijzen van Nederland en Duitsland met F2-materiaal. En zelfs in een heuse F1, de Maserati 250F. Het zou de derde keer worden dat hij startte in de Grote Prijs van Berlijn voor sportwagens, nu in het voorprogramma van de Grote Prijs van Duitsland.

Jonkheer ‘Careltje’, boomlang, vandaar de bijnaam, begon in 1956 – 22 jaar oud, vers uit militaire dienst – een loopbaan in de racerij zonder racecursus of licentie-examens. Hij schafte een Porsche en een helm aan en ging op Zandvoort om het hardst rijden tegen andere sportieve heren en gepassioneerde knutselaars. Race-opleidingen waren niet. Met branie en een groot hart kwam men een heel eind. Carel leerde snel – het begin van een kleurrijke loopbaan.

Carel was een goede coureur, hij had een scherp oog voor de ideale lijn. Hij wist zo te compenseren voor het mindere materiaal waarmee hij reed. Carel beschikte over een groot uithoudingsvermogen en hij ging efficiënt om met zijn krachten. In langeafstandswedstrijden kon hij het langer volhouden. Hij maakte vaak de meeste uren.

‘Als zestienjarige belhamel werd hij op heterdaad betrapt op joyriding in de auto’s van bezoekers’

Carel heeft het van jongs af aan in auto’s gezocht. Toen hij vijf was, bestuurde hij voor het eerst een auto. Hij zat op de knie van de chauffeur van zijn vader die de pedalen van hun Packard bediende. Als zestienjarige belhamel werd hij op heterdaad betrapt op joyriding in de auto’s van bezoekers aan het Kasteel.

In 1959 reisden de hoofd- en bijnummers van de autosport naar de West-Berlijn. Om redenen die weinig met de uitdaging van het hogesnelheidscircuit hebben te maken, maar alles met politiek, wird de Grote Prijs van Duitsland gehouden in de enclave op de AVUS, ofwel Automobil Verkehrs und Ubungs Strasse.

In dit stadium van de Koude Oorlog was het prima propaganda om de Duitse ronde van het wereldkampioenschap in West-Berlijn te houden. Het was een extreem circuit. De Nordkurve, een grote kombocht. Een steile wand, honderdvierentachtig meter lang met een hol wegdek van roestrode straatklinkers, vormde een racebaan van twaalf meter breed met op zijn scherpste punt een helling met een hoek van bijna vijfenveertig graden. De langzame Zuidbocht was niet meer dan een haakse doorsteek van de ene weghelft naar de andere. Daartussen was het planken over de rechte stukken Autobahn – vier kilometer heen en vier kilometer terug – met een wisselend wegdek van platen beton en asfalt.

Op de AVUS was zuivere snelheid het enige dat telde. Vergeleken met andere circuits ontbrak het aan sfeer. De rijders, die gewend waren aan de uitdagingen van Monaco, de Nürburgring, Reims, Spa, Silverstone en Zandvoort, waar stuurmanskunst meer telde dan overmoed en een zware rechtervoet, moesten nu een scherp oog hebben voor de toerenteller.

Zaterdagmiddag 1 augustus, tijdens de toerwagenrace, betrok de lucht boven Berlijn. Het rommelde in de verte. Een zwaar onweer naderde. Bliksemflitsen, donderslagen, regen. Om kwart over vier was de Grote Prijs van Berlijn voor sportwagens tot 1,5 liter. Zo goed en kwaad men kon, beschermden rijders, volgers en publiek zich met hoezen en paraplu’s tegen de wolkbreuk.

Alle deelnemers hadden onder droge omstandigheden getraind. Onder toezicht van de wedstrijdleider maakte het hele veld een verkenningsronde om vertrouwd te raken met de natte baan. Bij de Nordkurve viel de regen toen nog steeds met bakken uit de lucht. De kombocht leek een waterval. De raceauto’s raasden in de praktijk niet, zoals in kombochten gebruikelijk, vloeiend over de as van de weg, op koers gehouden door de middelpuntvliedende krachten, om zo de wegligging optimaal te benutten, maar de wagens werden naar de buitenrand van het bakstenen gedrocht gedrukt. Na die rand, ongeveer achttien meter hoog, begon – bijna vertikaal – een diep ravijn.

In een wolk van regenwater vertrok het veld, meest Porsche Spyders. Fransman Behra nam dadelijk na de start de leiding, maar moest al snel de Duitser Von Trips laten passeren. Jean duelleerde met de Zweed Joakim Bonnier om de tweede plaats. De keitjes van de noordelijke kombocht – met een steile hellingshoek van 45 graden – waren spekglad. De Argentijn Von Döry raakte al bij het ingaan van de derde ronde van de race bij het uitkomen van de Nordkurve in een slip. Antonio tolde een paar maal om zijn as, ging stuurloos over de baan en knalde achterwaarts tegen de afzetting. Het liep goed af: een stijve nek en blikschade.

Zijn onvoorstelbare geluk sloeg het publiek met stomheid, zeker toen De Beaufort de strijd voortzette

In de volgende ronde slaakte het publiek op het middenterrein een kreet van afgrijzen. Carel Godin de Beaufort kwam de steile bocht te snel en te hoog in. De wagen gleed van achteren weg. De Porsche tolde tweemaal om zijn as, schoot kaarsrecht naar boven, verdween over de bovenrand in de diepe afgrond en belandde op zijn wielen in het rennerskwartier. Zijn onvoorstelbare geluk sloeg het publiek met stomheid, zeker toen De Beaufort even later met een gedeukte Spyder de strijd voortzette om nogmaals in een slip te geraken. Prompt werd hij, onder applaus, uit de strijd genomen.

Ooggetuige Piet Nortier zag alles vanaf de wedstrijdtoren aan het einde van de Nordkurve. “De Porsches zwalkten en zwiepten met hun slappe vering lelijk en Carel Godin de Beaufort maakte het dubbel erg door het hardst van allen door die bocht te gaan, in de training zelfs een seconde sneller dan Von Trips en Bonnier. Omdat hij teveel op het randje van zijn mogelijkheden reed, kreeg hij een waarschuwing het kalmer aan te doen, omdat anders ongelukken verwacht werden.”

Nortier vervolgde: “In de race in de regen lag Careltje op de vierde plaats en aanvankelijk ging alles goed, totdat hij – evenals Behra twee ronden later – te hard en te hoog in kwam. De wagen gleed van achteren weg, Carel stuurde tegen en toen begon de zaak op die steile Nordkurve om zijn as te draaien. Na twee volledige pirouettes reed de Porsche kaarsrecht naar boven en verdween over de bovenrand in de achttien meter diepe afgrond. U kunt zich wel voorstellen, hoe ik me voelde, toen ik onze enige Nederlandse rijder daar haast een zekere dood tegemoet zag gaan. Even later gebeurde het ongeluk met de arme Behra en toen we daarvan nog stonden te duizelen, begon ik toch aan mijn verstand te twijfelen. Ik meende namelijk nummer 25, dat was Careltje, weer voorbij te zien komen. Dat bleek ik goed gezien te hebben, want na goed twee minuten kwam Careltje opnieuw langs, met een slingerend voorwiel en een gedeukte wagenneus. Een telefoontje naar de wedstrijdleiding maakte een einde aan de spookvertoning en Carel werd uit de race genomen.”

Nortier: “Onze geluksvogel bleek helemaal niet geschrokken te zijn. Hij had zo goed mogelijk en op de juiste ogenblikken zijn remmen gebruikt en losgelaten. Met een vaart van misschien wel honderd kilometer was hij kaarsrecht tegen het verticale bovenstuk van de baan op gekeild, had daardoor snelheid verloren en was op de buik van zijn Porsche over die rand heen gegleden. Hij was met geblokkeerde wielen het steile talud af gezeild, dwars door de boompjes en bosjes heen en was zonder een schrammetje op straat terecht gekomen.”

Het was beter ook, hoewel ik alleen een krom voorwiel had en een beetje plaatschade

Carel Godin de Beaufort zei na afloop over zijn slippartij: “Plotseling begon de wagen met de achterwielen te slippen. Ik probeerde hem recht te houden, maar het stuur weigerde. De wagen draaide driemaal om zijn as en kwam in de rijrichting op de bovenste rand. Ogenblikkelijk trapte ik op de rem. De wagen reageerde en gleed langs de buitenzijde van de bocht door het struikgewas in het rennerskwartier. De wagen kwam tot stilstand en stond gewoon weer horizontaal op straat. Nou ja, gewoon. Ik sprong uit de wagen en rende weg. Maar er begon niets te branden en toen ik er weer in kroop, bleek de motor nog te willen lopen. Ik startte, de motor sloeg aan en ik reed dadelijk terug naar de baan. Voor ik het wist, reed ik onder de ogen van een paar verbaasde politieagenten onder een touw met een rood vlaggetje en onder een poortje door en toen zat ik weer in de baan. Ik stopte bij de pits voor het verwisselen van onderdelen – om een andere band te laten plaatsen – maar de wedstrijdleiding stond me niet toe verder te rijden. Natuurlijk werd ik door de baancommissarissen uitgevlagd. Het was beter ook, hoewel ik alleen een krom voorwiel had en een beetje plaatschade.”

Later toonde De Beaufort pas berouw: “Ik was over het gebeurde alleen verbaasd, niet geschrokken. Dat kwam pas toen ik mij goed realiseerde aan welk lot ik was ontsnapt. Twee ronden na mij reed Jean Behra tegen een betonnen voetstuk en dat kostte hem het leven. Als Behra niet dood was gegaan, had ik er nooit over nagedacht. Nu deed ik dat wel en daardoor is geruime tijd mijn zelfvertrouwen niet honderd procent geweest, zodat ik langzamer reed”.

TEKST Frits van Someren

ILLUSTRATIE Rob Oudshoorn

 


Tags: , ,
Print Friendly, PDF & Email




redactie Octane

Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur).





Vorig bericht

Misschien wilde ik Carel ietsje te graag eens even laten zien wie de snelste was

Volgend bericht

Het was natuurlijk een rare snuiter, maar op een goede manier





Bezoekers lazen ook


Uitgelicht

Misschien wilde ik Carel ietsje te graag eens even laten zien wie de snelste was

In 2014 was het een halve eeuw geleden dat Carel Godin de Beaufort bezweek aan de verwondingen die hij opliep door een zwaar...

1 August 2014

Webdevelopment