Laatste nieuws

Misschien wilde ik Carel ietsje te graag eens even laten zien wie de snelste was

Alle reportages / 1 augustus 2014

Carel Godin Ben Pon

In 2014 was het een halve eeuw geleden dat Carel Godin de Beaufort bezweek aan de verwondingen die hij opliep door een zwaar ongeluk op de Nürburgring. Zijn vriend Ben Pon herdenkt de racende edelman.

Ben Pon wilde Carel Godin de Beaufort op Zandvoort laten zien wie de snelste was in een F1 Porsche. Samen reden ze Le Mans en enkele andere races, in een te kleine 356 Carrera Abarth.

Een groot mens, lekker en figuurlijk, zo noemt Ben Pon zijn vroegere vriend Carel Godin de Beaufort, als we in zijn Amersfoortse appartement herinneringen ophalen. “Hij was zo enorm, hij stak overal bovenuit. Hij was eigenlijk te groot voor een raceauto. Ik heb in 1962 Le Mans met hem gereden in een Porsche 356B Carrera Abarth GTL, ik zat er iets te ruim in, maar het is me nog steeds een raadsel hoe Carel erin paste. Het fenomeen dat elke rijder een eigen stoeltje had, dat kenden we toen nog niet. Carel moet helemaal voorovergebogen hebben gezeten, met zijn helm tegen het dak. We hebben de race niet voltooid, de motor plofte toen Carel reed. We hadden twee motoren ter beschikking, ik had ze allebei geprobeerd en er een uitgekozen, de verkeerde dus”, aldus Ben.

De twee vrienden hebben vier races samen gedaan, ze waren geruime tijd de enige twee Nederlanders die op internationaal niveau Porsche reden. De eerste gezamenlijke race was de 1000 Kilometer van de Nürburgring, eind mei 1961, ook in de Carrera Abarth. Ze vielen uit, maar in zekere zin was het toch een succesvol weekeinde voor Pon. “Carel was gek op vrouwen, hij zat altijd achter de meiden aan. Op de Ring had hij een Zweedse schone bij zich, Ingrid Lidbaum, die heb ik van hem afgepakt. Twee jaar later zijn we getrouwd”.

In ’62 reden ze twee keer samen op Zandvoort, met weer de Carrera Abarth, en werden beide malen tweede. Maar vanzelfsprekend kwamen ze elkaar geregeld tegen, op circuits en op feesten, soms op het kasteel van Carel. “Ik ben daar een keer geweest met Jim Clark en Graham Hill, dat was me een partijtje. Ik ben daarna nog met Jim doorgezakt in Utrecht, tot vier uur in de ochtend. Die man was zo’n goede rijder, hij hoort in de top vijf aller tijden. Het was nog een normale vent ook, hij zei je goedendag als hij je tegenkwam of gaf je een vriendelijke schop onder je kont.”

Misschien wilde ik Carel ietsje te graag eens even laten zien wie de snelste was

Carel en Ben hebben het zelfs tegen elkaar op moeten nemen, in Pon’s eerste en enige F1-race. “Dat was in 1962, op Zandvoort. Ik had toen een Porsche 718 F4 ter beschikking, precies zo’n auto als Carel. Ik had echter nauwelijks gelegenheid gehad ermee te trainen en ik vergiste me wat er wel en niet kon met zo’n ding. Misschien wilde ik Carel iets te graag even laten zien wie de snelste was. In de tweede ronde vloog ik er al uit met enorme snelheid, in het Scheivlak, de wielen hapten in het zand, de auto sloeg over de kop en ik werd er uit geslingerd. Ik mankeerde niks, maar ik was meteen klaar met die single seaters”. Godin de Beaufort reed op dat moment vóór hem, en zal zich zeker even zorgen hebben gemaakt over zijn vriend, die echter heel snel op de been was, het duinzand van zich afstofte en toekeek hoe de groten der aarde voorbij raasden, zoals Graham Hill, John Surtees, Jim Clark, Dan Gurney, Roy Salvadori, Innes Ireland en Bruce McLaren.

Zou hij Carel de baas zijn geweest als hij op het asfalt was gebleven? Ben: “Carel kon goed sturen, het racen zat hem in de genen. Dat had hij van zijn vader, dat was een mooie vent, die stapte op een paard en reed in één week naar Wenen.” Pon doelt daarmee op de marathontocht die Jan-Willem Godin de Beaufort maakte in 1903. Hij reed toen met zijn geliefde paard Mascotte in tien dagen van Amsterdam naar Wenen, een nieuw wereldrecord. De man was een zeer goed sportman en ruiter, die langdurig trainde voor de rit, ondermeer door de zware Raid Brussel – Oostende te rijden. Het voltooien van de tocht naar Wenen vroeg niet alleen een zeer goede conditie van man en paard, maar ook een grote kennis en discipline van de ruiter, die de vermoeidheid van zijn rijdier en zichzelf zeer goed moest weten te managen, anders was het onmogelijk zo’n recordprestatie neer te zetten.

Wie was het snelst van de twee vrienden, Carel of Ben? “Carel kon heel goed hard rijden, maar ik was sneller. Toen we de eerste keer op de Nürburgring reden, was hij me te vlug af, maar ik kende de baan toen nog niet. De tweede keer wel, toen reed ik Carel op 40 seconden en kon ik met de snelste jongens meekomen. Niemand ging mij toen voorbij. Als ik toen op Zandvoort wat langer met die 718 had mogen oefenen, had ik Carel op mijn sloffen bijgehouden”, aldus Pon.

Bluf? Waarschijnlijk niet, Ben scoorde vele eerste en tweede plaatsen met de Carrera Abarth in 1963 en was op zijn allerbest in 1964 en 1965, toen hij met zijn lievelingsauto reed, de Porsche 904 GTS, en na bijna elke race, nationaal en internationaal, op het podium te vinden was. Carel ging door met de monoposto’s, voornamelijk vanwege zijn postuur, denkt Pon, want in een open eenzitter kon hij tenminste nog een beetje goed zitten.
Carel en hij hadden gemeen dat ze raceten in een tijdperk dat tot de gevaarlijkste periode van de autosport behoorde: de auto’s waren bloedsnel, maar aan veiligheid werd niet of nauwelijks gedacht. “Ik ben naar zo veel begrafenissen van bevriende rijders geweest, maar desondanks reden we door. We zagen een dodelijke crash niet als iets dat ook met ons kon gebeuren, totdat we zelf een paar klappers hadden gemaakt, en gingen nadenken”, aldus Ben, die een van de dragers was bij de begrafenis van Carel Godin de Beaufort, samen met ondermeer Porsche’s raceleider Huschke von Hanstein en Graham Hill. “Ik heb er een foto van, met Carel’s kist op een Porsche 356. Van al die mannen die je naast de auto ziet lopen, ben ik de enige die nog leeft”.

Het was een enorme klap, we hebben het weggedronken, zo waren we toen

Hij was natuurlijk ook op de Ring, op die eerste dag van augustus 1964, waarop De Beaufort door dat noodlottige ongeval uit het leven werd weggerukt. Ben was er met zijn Porsche 904 GTS, in de oranje kleuren van het Racing Team Holland, waarmee hij tweede zou worden in de race voor sportwagens. “We hoorden dat Carel een ongeluk had gehad tijdens de training, op zaterdag, bij Ahremberg. Dat hij in het ziekenhuis lag, dat het allemaal wel goed ging. Ik ben de volgende dag gewoon gaan rijden en ’s avonds hebben we een feestje gebouwd omdat we tweede waren geworden. Toen pas hoorden we dat Carel er een stuk ernstiger aan toe was dan we dachten. We hebben het weggedronken, zo waren we toen. We drukten het gevaar en de dood weg, zonder dat we dat beseften”.

Carel raakte met zijn F1 Porsche van de weg af, man en auto klapten tegen een boom, de bolide relatief ongeschonden, maar Godin de Beaufort had zwaar letsel, vooral inwendig. Dat laatste heeft bij sommigen wellicht tot de gedachte geleid dat het ‘wel goed kwam’.
Ben’s visie op het ongeluk: “Carel moest onder een bepaalde tijd rijden om startgeld te krijgen. Hij moest iets meer pushen dan anders. Daarbij is er iets verkeerd gegaan, hij heeft een foutje gemaakt of er is iets met de auto gebeurd. Het zag er allemaal zo ernstig niet uit, meteen na het ongeluk. Hij heeft bovendien de pech gehad dat hij naar het verkeerde ziekenhuis is gebracht. Hij had naar Keulen gemoeten, de grote stad.”
Dat wordt bevestigd door Carel’s zus Cornelie, die ten tijde van het ongeval in Zuid-Frankrijk was en erover vernam in een editie van l‘Equipe. “Carel is naar een ziekenhuis in Koblenz vervoerd, daar is hij op een bed gelegd en dat was het. Er was geen arts, geen enkele vorm van intensive care. Een vriendin is bij hem gebleven. Op zondag arriveerde mijn moeder in het ziekenhuis, met de bevriende professor en chirurg Nuboer, die heel verbaasd was over het gebrek aan behandeling. Hij regelde meteen dat Carel per helikopter naar het universiteitsziekenhuis van Keulen werd vervoerd. Maar het was al te laat, Carel is de volgende morgen overleden”.

Een snelle en juiste behandeling van coureurs was toen helemaal niet vanzelfsprekend en het racen was toen gevaarlijker dan ooit, de formule 1 in het bijzonder. Ben Pon: “Eigenlijk was de Ring te lang voor een F1-race, de rijders waren extra kwetsbaar en er waren niet genoeg marshalls om tijdig bij een ongeluk te zijn. Ze liepen daar een extra groot risico.”

Er wordt beweerd dat Carel’s ongeluk mogelijk het gevolg was van een kleine verandering aan de baan, Carel zou bij Ahremberg altijd met een wiel door een richeltje hebben gereden, waardoor de Porsche min of meer in de curve bleef ‘hangen’. Op die dag zou dat richeltje echter opgevuld zijn geweest, een reparatie waarvan Carel niet op de hoogte was. Hij had op de hulp van dat richeltje gerekend, het was er niet meer en daardoor zou hij de macht over zijn Porsche hebben verloren. Wat denkt Pon daarover? “Dat lijkt me een sterk verhaal. Ik kende de Ring als mijn broekzak, en ik reed altijd op de centimeter. Ik heb er niks van gezien of gemerkt. Als daar in die bocht iets veranderd was, zou het me zeker zijn opgevallen.”

TEKST Ton Roks

ILLUSTRATIE Rob Oudshoorn


Tags: , , ,
Print Friendly




redactie Octane
Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur). Geregelde freelance bijdragen worden geleverd door Mattijs Diepraam, Perry Snijders, Dennis Drenthe en Jeroen Bruintjes. Freelance fotografen zijn Luuk van Kaathoven, Louis Blom en Piet Mulder.




Vorig bericht

Ferrari 288 GTO & McLaren MP4-12C

Volgend bericht

Zijn onvoorstelbare geluk sloeg het publiek met stomheid





Bezoekers lazen ook


Uitgelicht

Ferrari 288 GTO & McLaren MP4-12C

  Tweemaal een V8 met twee turbo’s, tweemaal een markante plek in de historie. De 288 GTO en de MP4-12C hebben...

11 July 2014

Webdevelopment