Laatste nieuws

‘Het lijkt wel of de inzittenden letterlijk hun kop boven water proberen te houden in hun auto’

Alle columns / Matthijs van Dijk / 7 september 2015

Matthijs van DijkIk probeer de laatste jaren, als het ware met behulp van een soort röntgen-ogen, te doorgronden hoe de relaties tussen alle componenten van de auto zich manifesteren binnen zijn styling als geheel. Om te voelen of het ontwerp, de compositie van alle componenten, als een soort gesamtkunstwerk klopt. Je verwacht dat het dan gaat om de relatie tussen bijvoorbeeld wielophanging, motor en aandrijflijn, maar nee, juist de relatie tussen de inzittenden en de auto zelf is wezenlijk. Ik sluit me aan bij Tom Karen, van het Britse Ogle Design en verantwoordelijk voor de Reliant Scimitar GTE (mijn vertrouwde lezer heeft nu wel door hoe gek ik van dat ding ben, maar die gietijzeren Ford V6 weerhoudt me er een te kopen) en van de nog steeds tot de verbeelding sprekende Bond Bug. In CAR (mei 2014) zei hij: “Cars need more glass, lower waistlines. The driver should be more visible: he really is the life and the soul of the car. Without him it is nothing.”

Ik sluit me daar niet helemaal bij aan. Ik geloof niet dat meer glas per definitie tot een beter design leidt, dat het zichtbaar maken van de inzittende(n) de auto tot leven wekt. Dat zou te gemakkelijk zijn. Ik geloof er in dat de relatie tussen de inzittenden en de auto een tool voor de ontwerper is om uit te drukken wat deze auto in gebruik betekent. En dat op allerlei manieren, met veel of met weinig glas. Waar ik Karen wel in volg is dat vele exterior ontwerpers deze relatie niet meer bewust meenemen of juist ontkennen in het ontwerp dat ze maken.

Waar moet de exterieur-ontwerper eigenlijk allemaal rekening mee houden? Ten eerste krijgt hij allemaal informatie over de inzittenden: de zitpositie ten opzichte van het stuurwiel, de zitpositie zelf, als in zithoogte ten opzichte van het wegdek of de vloer van de auto (dat wordt uitgedrukt in het hip-point), zithoek en lengte van het zitvlak voor de ondersteuning van de bovenbenen, de vereiste zichtlijnen van de bestuurder, en er moet natuurlijk voldoende ruimte aanwezig zijn, ook om kleine bewegingen met lichaam en hoofd naar voren en naar links en rechts te maken. Deze informatie wordt in het kleinste detail aangeleverd, vaak als uitkomst van diepgravend ergonomisch onderzoek.

Daarnaast moeten de zogenoemde ‘hard points’ geïncorporeerd worden. Dat zijn punten op de body in white (dat is de zelfdragende structuur voorwaardelijk voor de rijeigenschappen, de economie en de crashveiligheid van de auto alsmede de link tussen alle eerder genoemde componenten) waar je als ontwerper van af moet blijven. Hard points zijn de onderkant van de A-stijl, de bovenkant van de McPherson veerpoten (als die worden toegepast), een specifieke  afstand tussen de bovenkant van de motor en de motorkap, en ga zo maar door. Zo ontstaan er no-go-area’s voor de exterieur ontwerper.

In het exterieur ontwerp brengt hij nu drie dingen samen: de positie van de inzittenden, de hard points en de exterior-styling. Dat is een heel moeilijke klus want hij moet proberen met in acht name van alle constraints, alle hard points te verbinden en tevens de mooiste (als in elegant en sportief) of de meest archetypische auto (denk hier vooral aan retro) maken. Daar ligt mijn kritiek, aan de  beperktheid waarmee deze exterieur-ontwerpers vaak aan de slag gaan. Een nieuwe Alfa moet elegant en sportief zijn, een nieuwe Volvo moet elegant en sportief zijn en een nieuwe Chery moet dat ook. Door deze beperkte stylingopvattingen van de ontwerper zelf raken de bestuurder (en de inzittenden ook trouwens) vaak tussen wal en schip. Dat zie je heel goed terug aan een vreemde positie van het hoofd van de berijder in de zijruit van de auto, de compositie is verstoord. Wel eens goed gekeken naar een bestuurder in zijn New Beetle (de eerste van een paar jaar geleden, geïntroduceerd in 1997), hoeveel ruimte, zeeën aan ruimte, er boven zijn hoofd zit? Puur omdat de designer van het Golf platform een kever moest maken en het belangrijkste designthema van de oude kever, de boogvormige daklijn, 1 op 1 wilde copieren. ‘Lost in space‘. De nieuwe Beetle heeft dat minder, dat enorme hoge dak, gelukkig.

Wel eens goed gekeken naar de A-stijl oplossingen van veel moderne auto’s zoals de Toyota Avensis? Waarbij de A-stijl vanwege elegantie overwegingen, denk ik, alleen maar schuin, de voorruit volgend, oploopt tot aan de bovenkant van de B-Stijl. En het hoofd van de berijder als het ware gevangen zit in de top van de driehoekige zijruit, en elke bewegingsvrijheid onmogelijk voelt. Het meest voorkomend is waar Tom Karen het ook al over had. Een taillelijn (beltline), die zo hoog is ten opzichte het h-point dat alleen nog maar net het hoofd van de bestuurder of de inzittenden zichtbaar is. Het lijkt wel of de inzittenden letterlijk hun kop boven water proberen te houden in hun auto. De Mercedes CLS, Land Rover Evoque, Nissan Juke, er zijn ontelbare voorbeelden van. Telkens als ik zo’n auto zie langsrijden begin ik naar adem te snakken. Auto’s ontwerpen is niet gemakkelijk. Maar dat de ‘life and soul’ van de auto verloren raken, verdrukt worden of verdrinken, dat kan de bedoeling toch niet zijn?

MATTHIJS VAN DIJK
Matthijs van Dijk is professor Applied Design aan de Technische Universiteit van Delft, professor  Strategic Design aan de NTNU in Noorwegen en is directeur van het consultancybureau Reframing Studio in Amsterdam. Hij heeft ondermeer een Renault Espace Type 1, een Peugeot 205 GTI, een Rover 3500 Vitesse, een Alpine Renault A310 V6 en een Voxan Cafe Racer.

 

 


Print Friendly, PDF & Email




redactie Octane

Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur).





Vorig bericht

‘Mijn oog viel deze keer op een Peugeot 505, wow, wat een fantastisch ontwerp’

Volgend bericht

'Een Lamborghini Espada, geparkeerd naast de fritestent in het dorp waar ik vandaan kom’




Uitgelicht

‘Mijn oog viel deze keer op een Peugeot 505, wow, wat een fantastisch ontwerp’

Het opdoen van een idee voor een nieuwe column is een kwestie van in de auto springen, kijken wat je tegenkomt en wat voor...

7 September 2015

Webdevelopment