Laatste nieuws

HUILEN OM EEN COMPRESSOR

Alle columns / Ton Roks / 2 augustus 2018

Op het lijst grote Mercedessen die ik heb mogen mennen, staat ook de legendarische SSK, met dank aan de genereuze Evert Louwman. Hij is de gelukkige eigenaar van chassisnummer 36045, waarschijnlijk de meest originele SSK ter wereld. Als ik goed heb geteld zijn er maar 33 SSK’s gemaakt (inclusief de SSKL racewagens) en er zouden er nog maar heel weinig in volledig originele staat zijn. Ik had me goed voorbereid en wist alles van die enorme compressor die de SSK indien gewenst als een duivel kan laten accelereren. Dat ging ik natuurlijk proberen!

Het was een buitengewoon indrukwekkende auto, met die gigantische 7,1-liter zes-in-lijn, die naar mijn idee minstens 2/3 van het wagengewicht voor zijn rekening moest nemen. Hij was goed voor 140 pk en met de compressor ingeschakeld zouden er nog 60 bijkomen.

De beroemde drukvuller van het Roots-type was voorop de motor gemonteerd, in staande positie. Hij draait niet continu mee, er zit een koppeling tussen de compressor en de krukas en deze is door een stang met het gaspedaal verbonden. Je moet het gas naar de bodem intrappen, door een stevige weerstand heen, om de compressor zijn ziedende blaaswerk te laten doen. Er loopt een aparte benzineleiding naar het apparaat toe, zodat hij niet alleen extra veel lucht de cilinders in perst, maar ook een flinke slok benzine. Dat verklaart waarom SSK’s bij vol gas veel zwarte rook uitbraken, althans, dat heb ik horen zeggen.

Ron van Dongen, die de dagelijkse zorg voor Louwman’s auto’s heeft, grijnsde toen ik zei dat ik heel benieuwd was hoe het zou zijn om straks die compressor in te schakelen. “Ik denk niet dat je daar behoefte aan gaat voelen”, zei hij veelbetekenend.

Ik op pad met die SSK. Wat een enorme auto. De motorkap was eigenlijk het dak van een machinekamer. Ik keek uit op een gigantische Mercedes-ster, meer standbeeld dan ornament. De ruimte tussen stuurwiel en versnellingspook was zo krap, dat ik mijn linkerbeen nauwelijks genoeg kon bewegen om de koppeling adequaat te lossen. Wat aan de spanning bijdroeg, was dat het gaspedaal in het midden zat en de rem rechts.

Ik was als de dood in een (verkeerde) reflex op het gas te trappen in plaats van de rem, dat vooral omdat de Mercedes bij de geringste beroering van het gas niet versnelde, maar meer een sprong naar voren maakte. Het was een merkwaardige gewaarwording, dat rijden met die SSK, van bedieningsgemak was geen sprake, alles ging zwaar, hij remde voor geen meter, maar hij wilde wel heel erg graag vooruit. Het superlatief ‘gargantuesk’ deed nauwelijks recht aan de tomeloze onverzettelijkheid waarmee de loodzware SSK accelereerde. Desalniettemin gaf hij geenszins het gevoel dat ik in een sportwagen reed, het was meer alsof ik aan het joyrijden was …… in een bij de NS gekaapte locomotief. Ik ben de gehele rit geen dikke vrienden met de versnellingsbak worden. Hij was niet erg vergevensgezind: het klonk steeds alsof je een hamer een gereedschapskist in gooide, eerste een stalen, later, toen ik meer routine had, een rubberen.

Al rijdende herhaalde ik in mijn hoofd steeds maar dezelfde woorden. Rem rechts, rem rechts, rem rechts. Één keer raakte ik het gas zachtjes aan toen ik wilde remmen en de brute reactie van de SSK zette al mijn systemen op groot alarm.

Als ik stilstond, dacht ik aan Rudolf Caracciola, die met de SSK zo’n gevreesde combinatie vormde, dat de concurrenten zich al bij voorbaat verloren achtten als ze hem hoorden. In 1928 won Caracciola de bergklimmen van Gabelbach, Schauinsland en Mont Ventoux met een SSK. Hij daverde zo snel naar boven, de bulderende motor echoënd tegen de bergwanden, dat ooggetuigen dachten dat er een kudde woedende olifanten aankwam, zo vertelden ze. Als Caracciola het gas op de plank had, de compressor huilde en de uitlaten zwarte rook uitbraakten, moet het daar tussen die bergen geleken hebben dat de hel was losgebroken.

Die compressor heb ik niet in werking gesteld – de SSK ging me al hard genoeg.  Toen ik hem terugbracht, had ik daar best een beetje spijt van. Dat gevoel verdween meteen toen Ron van Dongen me vertelde dat ook Louwman hem nog nooit had geactiveerd en dat de vorige eigenaar, de merkwaardige Brit Milligen, in zestig jaar bezit het gaspedaal van zijn SSK slechts drie keer helemaal naar de vloer had getrapt. Stel je voor dat ik die meer dan 80 jaar oude compressor, al heel veel jaren niet meer gebruikt, bruut uit zijn slaap had gewekt? Hij had het niet overleefd. En ik had Evert Louwman nooit meer onder ogen kunnen komen.

 


Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Mercedes CLS 450, de kracht is altijd daar

Volgend bericht

Onze lezersreizen in 2019




Uitgelicht

Mercedes CLS 450, de kracht is altijd daar

Mercedes’ nieuwste EQ Boost techniek is doorgestroomd naar de nieuwe CLS. Hoge prestaties, relatieve zuinigheid, veel...

1 August 2018

Webdevelopment