Laatste nieuws

‘Ik kwam in een trip terecht. Een grote lange trip. Heerlijk. Wat deed het ding het goed’

Alle columns / Matthijs van Dijk / 7 september 2015

 

Matthijs van DijkTwee events die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben en die ik onlangs bezocht heb: de 24 uur van de Nürburgring, gereden op 16 en 17 mei, en de Kunst Biënnale van Venetië, welke opende op 6 mei en nog de hele zomer te bezoeken is. Zeker als je bedenkt dat er in het centrum van Venetië eigenlijk geen auto te bekennen is. Ik moet eerlijk toegeven dat dat een weelde is.

All the World Futures, de titel van deze biënnale, toont kunst als een profetie. Dat kunst een voorspellende waarde heeft over datgeen de wereld zal overkomen. De curator van de biënnale, Okwui Enwezor, geeft als voorbeeld een schilderij van Paul Klee, uit 1920. Wat staat er op? Een soort zwevend mensfiguur met een dierengezicht, de ogen ver opengesperd, verschrikt, naar een kant kijkend, met daaraan een paar halfbakken vleugeltjes geplakt. Het heet ‘Angelus Novus’. Het schilderij is beroemd geworden door de wijze waarop de cultuurfilosoof Walter Benjamin het in het begin van de vorige eeuw interpreteerde. Hij zag dit schilderij als de metafoor voor wat progress is. Dat vooruitgang een externe kracht is die ons meesleept de toekomst in, onze blik op het verleden gericht, met onze rug gekeerd naar morgen. Als een storm die uit de hemel op ons neerdaalt. En die ons ontneemt te verlangen dat alles wat in de wereld vergankelijk is, en als puin aan onze voeten ligt, nieuw leven in te kunnen blazen. Onze blik blijft daardoor op het verleden gericht, onze rug is gekeerd naar morgen. Benjamin laat ons zien hoe een kunstwerk ons uitdaagt verder te kijken dan de afbeelding, het ding zelf. Enwezor zegt dan ook: ‘Deze biënnale gaat over hoe kunstenaars, denkers, schrijvers, choreografen, componisten, zangers en musici, door afbeeldingen, objecten, woorden, beweging, acties, liederen en geluid publiek bij elkaar brengt dat kijkt, luistert, reageert, engageert en praat om betekenis te kunnen geven aan de huidige omwenteling die in de wereld plaats neemt’.

In het Franse paviljoen in de Giardini reden drie bomen rond. Heel langzaam, bijna niet waarneembaar. Ik wilde het zo graag goed vinden. Ik was uitgenodigd door Jim Glickenhaus in de pits. Het was lang geleden dat ik weer eens zo dicht op het ‘echte ding’ zat. Bij de 24 Uur van Spa Francorchamps zat ik gewoon op de tribune. Ik schreef al eerder dat ik in mijn jeugd door mijn vader werd meegesleept naar allerlei races, met als hoogtepunt de Grote Prijs van Nederland in 1977. In de pits dus ook. De SCG 003 moest zich gaan bewijzen. Zou het lukken, om na een ontwikkelingstijd van een jaar, wat natuurlijk extreem kort is, de race uit te rijden, misschien wel hoog te eindigen? Ik vind het een slimme zet van Glickenhaus, dat als je een kleine serie super-sportauto’s in de wereld wilt zetten, je deelneemt aan een 24-uurs race.  Slim en risicovol: ‘What you see is what you get ‘. Ik houd daar van. Je (als in een potentiele koper) ziet het, hij doet het, hij doet het niet alleen, hij is ook nog competitief.

Zo dicht erop zitten, is zo ongelooflijk indrukwekkend. Niet alleen door de schreeuwende motoren, die door het oorverdovende lawaai op vijf meter afstand, ons nog meer lijken te vertellen zich niet aan het sublieme van de natuur en haar wetten te willen onderwerpen. Maar juist ook in de wisselwerking tussen mens en auto. Het voorbereiden en dan binnenhalen van het ding na zoveel ronden, en dan na de benodigde handelingen en het uitwisselen van de coureur, hups, de weg weer op. Met wat gesnotter en wat horten en stoten komt het dan langzaam weer op gang. En dat urenlang. Ik kwam in een trip terecht. Een grote lange trip. Heerlijk. Wat deed het ding het goed. Hij reed in de top 5 van elke sectie van het circuit. Om aan de voorwaarden van de SP-X klasse te voldoen, moest het motorvermogen gelimiteerd worden naar 500 pk (van de 700?), bij een minimaal gewicht van 1300 kg. Aan ballast moesten er 200 kilo bij. De uren vlogen voorbij. De auto lag op de 11e plaats ergens zo op de helft van de race, ik weet het niet meer precies, totdat de poelie van de dynamo er af liep, en de auto voor een echte reparatie naar binnen moest komen. De engineers van de telematica zagen het ‘real-time’ gebeuren op hun beeldschermen. Ik stond toevallig op dat moment net achter hen. Ondanks het kleine probleem was de reparatie door een minimale ruimte tussen firewall en motor bijna niet uitvoerbaar. Het is uiteindelijk ook niet goed gelukt. Een uur voor het einde moest de auto opnieuw naar binnen. Wat te doen? Besloten is toen om alles op het uitrijden te gaan zetten. Om zonder dynamo nog een laatste ronde te gaan rijden. Een laatste ronde omdat je moet finishen om een uitslag te maken. Er werd een extra accu in de auto gezet, alle niet echt relevante functies werden ontkoppeld, de banden werden hard opgepompt, de vleugels op neutraal gezet. Toen de op kop rijdende Audi een paar minuten voor 4 uur de laatste ronde inging, werd de SCG weer naar buiten gerold. Alle monteurs moesten de auto aanduwen. Na honderd meter gaf de auto nog geen sjoege. Damn. Iedereen in de pits hield zijn hart vast. Iginition vergeten aan te zetten. Nog een keer. Pam! Daar ging ie. Nog bokkiger dan normaal. Op de Nurburgring-app kon je de SCG in zijn laatste ronde volgen. Hij ging niet snel, maar bleef rijden. En finishte: 35ste overall en 1ste in zijn klasse. Ook enige in zijn klasse.

Hebben de events niets met elkaar te maken? De eerste autorace werd georganiseerd in 1894. Paris-Rouen, 126 kilometer. Een Peugeot won. De eerste biënnale in Venetië werd georganiseerd in 1895. Het is in een tijd dat, in de woorden van Enwezor: forces of industrial modernity, capital, emergent technologies, urbanization, and colonial regimes were remaking the global map and rewriting the rules of sovereignty’. Eigenlijk niet veel anders dan nu. Maar kijken we ook verder dan de ‘afbeelding’, de dingen zelf, zoals Benjamin deed? De rijdende bomen, de racende SCG003. Wat is het verhaal?

MATTHIJS VAN DIJK
Matthijs van Dijk is professor Applied Design aan de Technische Universiteit van Delft, professor  Strategic Design aan de NTNU in Noorwegen en is directeur van het consultancybureau Reframing Studio in Amsterdam, zusterbedrijf van Gran Studio in Turijn. Hij heeft ondermeer een Renault Espace Type 1, een Peugeot 205 GTI, een Rover 3500 Vitesse, een Alpine Renault A310 V6 en een Voxan Café Racer.

 


Print Friendly, PDF & Email




redactie Octane

Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur).





Vorig bericht

Historic Grand Prix Zandvoort

Volgend bericht

'Met de moed der wanhoop hadden ze er een carrosserie omheen gekleid’




Uitgelicht

Historic Grand Prix Zandvoort

Spannende races, verrassende demo’s, prachtig weer en een fijne sfeer. Ook de vierde Historic Grand Prix op Zandvoort...

31 August 2015

Webdevelopment