Laatste nieuws

‘Ik zeg niet dat het gemakkelijk is, schrijven over auto’s waar niets over op te schrijven valt: garbage in, garbage out’

Alle columns / Matthijs van Dijk / 7 september 2015

Matthijs van DijkDe landelijke dagbladen besteden wekelijks aandacht aan de auto. Telkens weer trap ik er in en ga ik het lezen. De aantrekkingskracht is dus groot. Maar telkens ook weer denk ik achteraf, waar heb ik de afgelopen 10 minuten mijn tijd mee verspild? Vaak is het eigenlijk niet meer dan de gecopy-paste opsomming van (unique) selling points uit de brochure met wat verbindende zinnen er tussen. Een opsomming van weetjes die we eigenlijk allemaal al wisten.

Ook de kwaliteitskrant NRC kan zich helaas niet aan dit euvel van oppervlakkigheid onttrekken. Ondanks het gebruik van een vrijer, kritischer, meer vanuit een eindgebruiker perspectief geschreven format. In een artikel in hun economiebijlage over Victor Muller, na het faillissement van Spijker, wordt Muller uit zijn eigen persbericht geciteerd ‘dat het bankroet niet het einde is, het is zelfs niet het begin van het eind, maar het is misschien wel het einde van het begin.’ En dat ie er alles aan gaat doen om Spijker zo snel mogelijk weer operationeel te hebben.
Wat mij dan interesseert, is hoe hij dat dan gaat doen. Hij heeft de gelovers niet op zijn hand, zullen we maar zeggen. Waar gaat hij zijn nieuwe kapitaal vandaan halen? Duidelijk is dat hij geld goed kan verbranden (of verliezen, want het debacle Saab lijkt toch ook heel erg door de inflexibiliteit van de Zweden zelf veroorzaakt te zijn). Maar op een gegeven moment gelooft toch niemand meer in hem? Of is het geld dat niet op tijd binnen was en de oorzaak van het faillissement was, het geld dat de doorstart mogelijk gaat maken? Ik gun iedereen alles hoor, maar ik verwacht van een krant als NRC dat zo’n stuk méér is dan een opsomming van dat wat allemaal niet gelukt is en een korte toelichting op zijn volgende droom, het Nieuwe Elektrische Spijker.

Vier jaar geleden heb ik, als scout, de NRC nog genomineerd voor de Rotterdamse Designprijs. De belangrijkste prijs in Nederland voor alles dat met ontwerpen te maken heeft, voor alles dat in de wereld te koop is en een unieke waarde levert aan de eindgebruiker. Dat kan een massaproduct zijn of een unicum, dat maakt niet uit. De prijs gaat dus eigenlijk over Value for Money, het oeroude adagium van het consumentisme. Niks mis mee. Waar vier jaar geleden de hele krant vanuit een content point of view excelleerde, denk ik dat nu alleen nog de boekenbijlage onderscheidend is. Ik zeg ook niet dat het gemakkelijk is, te schrijven over auto’s waar ook eigenlijk niets over op te schrijven valt, garbage in, garbage out, of dat het aan tijd (dus geld) ontbreekt om echt in een onderwerp te kunnen duiken.

De boekenbijlage nog wel. Zou dat toeval zijn? Dat de inhoudelijkheid van een boek, dat wat de schrijver heeft geconcipieerd, het mogelijk maakt dat er ook inhoudelijk over geschreven kan worden? Content in, content out, zoiets? Dat de schrijver ‘dingen’ of ‘gebeurtenissen’ in een sociaal culturele context brengt. Dat in die samenhang per definitie inhoudelijkheid ontstaat. En dat het dan ook dus niet toevallig is dat ik zo geniet van wat Rudy Kousbroek over auto’s heeft geschreven.

Ik moet altijd aan twee foto’s van hem denken. De ene dat ie trots in een Talbot monoplace raceauto zit (T26 C), de ander, dat ie zijn karper Augustus aait (je ziet op de foto alleen zijn hand en de vis). Telkens als hij naar de vijver liep in de achtertuin van zijn huis en daar neerhurkte, kwam de grote karper die daar leefde, zijn kop boven water steken om welwillend een aai van Kousbroek te kunnen ontvangen. Dat kleine dunne boekje ‘de archeologie van de auto’ koester ik nog steeds. Heerlijk hoe hij het opneemt voor de 2CV en hoe hij de destijds onderliggende filosofie van Volvo afserveert. Hij quote een Engels tijdschrift: ‘Looks like a tank. Feels like a tank. Handles like a tank. Conclusion: a tank.’

Dat het bij hem het niet gaat om weetjes maar om kennis en inzicht, het innemen van een positie (wat vind ik wel goed en wat vind ik niet goed), het hebben van een toekomst visie, maar vooral ook om zijn humor. En dat allemaal literair verpakt. Ik heb hem in 2008 geschreven met de vraag of hij mee wilde werken aan een project over de toekomst van de auto. Dit was zijn antwoord: “Helaas, ik moet u teleurstellen. Uw verzoek komt te laat: een jaar geleden werd er bij mij longkanker geconstateerd. De therapie daartegen is naar het schijnt succesvol geweest, maar heeft mij achtergelaten met de helft van mijn longcapaciteit, en naar ik vrees ook de helft van mijn geheugen. Tot serieuze intellectuele prestaties ben ik niet meer in staat. Ik probeer in mijn heldere uren nog een boek af te maken, maar daarna is het ongetwijfeld curtains. Nogmaals helaas! Mijn vingers jeuken soms als ik zie wat er door sommige onbenullen aan nonsens over de auto wordt beweerd, maar dan moet ik mij neerleggen bij het inzicht dat ik de drive niet meer heb.”

Mijn toenmalige liefde wist niet van mijn initiatief destijds, wel van mijn voorliefde voor Kousbroek en ze heeft een jaar later geprobeerd per telefoon een afspraak tussen Kousbroek en mij te maken, als een soort verjaardagscadeau. Het antwoord was natuurlijk ‘nee, helaas’, met de daaraan toegevoegde corrigerende opmerking: ‘Je zegt overigens ‘ooto’, niet ‘auto’.

MATTHIJS VAN DIJK
Matthijs van Dijk is professor Applied Design aan de Technische Universiteit van Delft, professor Strategic Design aan de NTNU in Noorwegen en is directeur van het consultancybureau Reframing Studio in Amsterdam, zusterbedrijf van Gran Studio in Turijn. Hij heeft ondermeer een Renault Espace Type 1, een Peugeot 205 GTI, een Rover 3500 Vitesse, een Alpine Renault A310 V6 en een Voxan Café Racer.


Print Friendly




redactie Octane
Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur). Geregelde freelance bijdragen worden geleverd door Mattijs Diepraam, Perry Snijders, Dennis Drenthe en Jeroen Bruintjes. Freelance fotografen zijn Luuk van Kaathoven, Louis Blom en Piet Mulder.




Vorig bericht

‘Citroën Cactus, Maserati Ghibli, Renault Espace, niets is echt eigen, ondanks allerlei pogingen dat juist wel te zijn’

Volgend bericht

‘De ziel van Pininfarina’s museum werd voor mij gevormd door één auto, die nooit van zijn plek kwam’





0 Reacties


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


Uitgelicht

‘Citroën Cactus, Maserati Ghibli, Renault Espace, niets is echt eigen, ondanks allerlei pogingen dat juist wel te zijn’

De vette jaren zijn voor bij. Ja, dat is wat ik denk. De vette jaren zijn definitief voorbij. Het werd me duidelijk tijdens...

7 September 2015

Webdevelopment