Laatste nieuws

In de bandensporen van Bonnie & Clyde

Alle reportages / 20 april 2015

Ambush Museum (5)

Nooit eerder maakten gangsters zo intensief en effectief gebruik van snelle auto’s als Bonnie & Clyde. De bandensporen van Amerika’s beruchtste misdadigersstel zijn nog altijd niet volledig uitgewist. We volgen ze tot aan het gewelddadige einde, in een Chrysler 300 SRT8.

Road to Ambush Site (3)

De LA154 nabij Gibsland is nu breder dan hij vroeger was. Hier reden Bonnie en Clyde nietsvermoedend hun dood tegemoet.

Een eenzame weg, door een glooiend landschap in Louisiana. Er heerst een idyllische rust, die heel even wordt verstoord door een zwaarbeladen houthakkerstruck. Als hij de zilvergrijze Chrysler 300 SRT8 voorbij dendert, wordt de scheefgezakte en gehavende gedenksteen aan de overkant even aan het zicht onttrokken. Twee namen staan erop, Clyde Barrow en Bonnie Parker. Killed by Law Enforcement Officers.

Grote stukken van de woorden zijn weggehakt of verminkt door kogelinslagen, het werk van souvenirjagers en mensen die de twee desperado’s vereren dan wel verachten. Bijna tachtig jaar geleden, op 23 mei 1934, speelde zich hier op de weg, met nummer LA154, een brute slachtpartij af. Toen, om kwart over negen in de ochtend, snelde een jong en onafscheidelijk stel over deze weg, in een gele Ford V8. Je kon hem vrijwel zeker al in de verte horen ronken,want een Flathead V8 van Ford maakt een vrij karakteristiek geluid. Bovendien gaf de bestuurder flink gas, dat deed hij altijd en nu zeker, want hij was laat voor een afspraak – met de hel, maar dat wist hij toen nog niet. De jonge vrouw naast hem, perfect opgemaakt en met fraai gemanicuurde nagels, at een broodje dat ze een paar minuten eerder gekocht had bij Ma Canfield’s Café in het nabije Gibsland. Doorgaans namen de twee de tijd om daar rustig wat te eten, maar nu hadden ze haast.

Ambush Site (7)

Een grote steen markeert de plek waar Bonnie & Clyde in hun Ford V8 door 167 politiekogels werden doorboord.

Op de plek waar de betonnen gedenksteen staat, stonden zes zwaar bewapende politiemannen in het struikgewas. Moe, groezelig en vol muggenbulten na daar twee dagen en twee doorwaakte nachten te hebben gepost. Ze hadden een vrachtwagentje met een lekke band op de weg gezet om te zorgen dat passanten binnen hun schootsveld langzamer reden – zo hadden ze meer kans om doel te treffen. Toen de jongeman in de gele Ford V8 zoals verwacht even gas minderde, deed een van de Law Enforcement Officers voor de vorm een poging hem ‘halt’ toe te roepen, maar zijn collega’s openden op hetzelfde moment het vuur en joegen in luttele seconden 167 kogels van fors kaliber door de Ford en de lichamen van de twee geliefden. Enkele tientallen meters verderop, aan de overkant van de weg, kwam de doorzeefde auto in de berm tot stilstand. En toen was het even doodstil. Dat was de vernietigende climax van een zeventien maanden durende mensenjacht en het gewelddadige einde van Clyde Barrow (25) en Bonnie Parker (23), het beruchtste en beroemdste misdadigersstel van Amerika.

Ford V8 kogelgaten Bonnie Dead

De doorzeefde V8 werd na afloop aan de rechtmatige eigenaresse teruggegeven. Ze reed hem vol kogelgaten en bloed naar huis.

Ik verbreek de stilte door de dikke V8 van de Chrysler te starten en begin aan de rit richting Dallas, voor een rondtrip langs de plekken waar Bonnie & Clyde banken beroofden, waar ze aan road blocks ontsnapten en waar ze in dodelijke vuurgevechten met de politie waren verwikkeld. Clyde Barrow, zoals hij voluit heet, hield van snelle auto’s en had een sterke voorkeur voor Fords. Hij stal er bijna altijd een met een Flathead V8. Dat was in de jaren dertig de krachtigste motor die beschikbaar was in een niet al te opvallend koetswerk. Clyde was zodanig onder de indruk van die motor dat hij een brief naar de Henry Ford stuurde waarin hij hem met zijn ‘fancy cars’ complimenteerde. “For sustained speed and freedom from trouble the Ford has got every car skinned”, aldus Clyde in zijn briefje. Grote baas Henry Ford heeft een bedankje terug gepend, maar dat hebben Bonnie & Clyde, die toen al voortdurend op de vlucht waren, nooit gelezen.

Historic Pictures (8)

Ooit moest het tweetal hals over kop een huis verlaten en liet daarbij bagage en een camera achter. De politie ontwikkelde de film erin en beschikte daardoor over een reeks snapshots van Bonnie & Clyde.

Ford levert nu geen V8’s meer in gewone sedans, maar Chrysler doet dat wel, en wat voor een. De 6,4 liter Hemi V8 onder de aluminium motorkap pompt er 465 pk aan vermogen en 630 Nm aan koppel uit. Daarmee is de 300 SRT8 de krachtigste sedan die Chrysler ooit heeft gemaakt. De achtcilinder produceert een donkerbruin geluid, waaraan je goed kunt horen dat hij machtig grote longen heeft. Bij normaal gebruik klinkt hij beschaafd, pas als je ver in toeren doortrekt, hoor je dat er een beest in deze Chrysler schuilt.

Bonnie and Clyde Wanted Poster front 600 dpi

Toen ik op een kaart van de zuidelijke staten van Amerika een route uitzette langs de plekken waar Bonnie & Clyde hun misdaden pleegden en gevechten met de arm der wet voerden, werd heel goed zichtbaar dat Clyde Barrow intensiever van de auto gebruik maakte dan ooit een misdadiger vóór hem had gedaan. Na een beroving of overval, meestal in de wijde omtrek van Dallas in Texas, scheurde hij zo snel als hij maar kon naar een belendende staat als Louisiana, Arkansas of Oklahoma. Met de beperkte verbindingssystemen van de jaren ’30 duurde het dagen of weken eer de politiekorpsen – die bovendien nauwelijks over de staatsgrenzen heen met elkaar communiceerden – een idee hadden waar het criminele tweetal zou kunnen uithangen.

Clyde kon ontzettend goed en hard rijden en had een flink uithoudingsvermogen – soms legde hij 800 tot 1000 kilometer aan een stuk af om een veilig heenkomen te zoeken, altijd met Bonnie naast zich. Als zijn geliefde niet sliep, werkte ze soms aan haar gedichten, die vaak over henzelf en hun uitzichtloze situatie gingen. Meerdere malen kidnapten de twee desperado’s een sheriff of een slachtoffer en namen hem in hun auto mee. Ze lieten hem dikwijls pas na honderden kilometers vrij zodat hij er lang over zou doen om de arm der wet te alarmeren.  Het verhaal van deze – altijd ongedeerde – passagiers was steevast hetzelfde: ze waren niet bang geweest doodgeschoten te worden, Bonnie en Clyde waren zelfs vriendelijk tot aimabel geweest, maar ze hadden wel doodsangsten uitgestaan door de nietsontziende snelheid waarmee Clyde over de weg had geraasd.

Historic Pictures (2)

Voor de politie waren Bonnie en Clyde simpelweg niet te volgen in hun gestolen Ford V8 Flathead. Uit wanhoop leende de Hermandad zelfs Cords en Cadillacs van dealers, met grote en krachtige motoren, maar ook daarmee verloren ze Barrow binnen enkele bochten uit het oog.  Geen road block kon een ontketende Clyde Barrow tegenhouden, altijd wist hij deze op de een of andere wijze te doorbreken of slaagde hij erin razendsnel rechtsomkeer te maken. Één constatering is boven alle twijfel verheven: zonder snelle auto’s en zonder de rijvaardigheid van Clyde hadden de beroemdste en meest romantische gangsters van Amerika nooit zo lang uit handen van de politie kunnen blijven.

Ted Hinton, een van de zes wetsdienaren die het tweetal met kogels doorboorde, bewonderde Bonnie & Clyde in zekere zin, zo schreef in zijn boek over de fatale hinderlaag. Vanwege hun vermogen uit penibele situaties te ontsnappen, hun snelheid, hun voortdurende waakzaamheid en hun ongehoorde uithoudingsvermogen. De politie had uiteindelijk maar één desperate optie om het watervlugge stel, dat al zes van hun collega’s had gedood, voor eens en altijd uit te schakelen: hen in een hinderlaag laten lopen. Hinton en zijn collega’s deden er zeven maanden over de twee op het spoor te komen en het was enkel en alleen aan een goede tip te danken dat ze op 23 mei 1934 de val konden zetten die de dood van Bonnie & Clyde betekende.

Historic Pictures (1)

Hun auto was voor Bonnie & Clyde alles, het was ook hun huis. De twee sliepen meestentijds op de achterbank – een hotel durfden ze zelden aan. De kofferbak was volgepakt met bagage, geweren, munitie, gestolen nummerplaten en de saxofoon van Clyde. Onze Chrysler 300 met zijn royale achterbank en grote kofferruimte zou hen uitstekend zijn bevallen. Het gangsterstel werd door veel Amerikanen stilletjes bewonderd, niet alleen omdat ze twee geliefden waren, maar ook omdat ze zich niet overgaven aan de wurggreep van de depressie, maar zich er met geweld aan ontworstelden. Het leven van Bonnie en Clyde was echter lang zo overdadig en romantisch niet als zij zich voorstelden. Fatsoenlijke maaltijden waren zeldzaam, meestal aten ze opgewarmde bonen uit blik of kochten ergens wat sandwiches. Ze leefden een opgejaagd leven, met altijd een vuurklaar wapen onder handbereik, en moesten altijd over hun schouders kijken. Rijkdom hebben hun jaren als bankrovers Bonnie en Clyde niet gebracht. Gedurende de depressie ging de ene bank na de andere failliet en veel was er meestal niet te halen – ze konden vaak maar een paar weken of maanden van een buit leven.

Historic Tankstation Clydes vader (4) Tankstation Clyde's vader (3)

De Chrysler 300 van vandaag heeft minder die karakteristieke gangster look dan zijn voorganger, waardoor hij gemakkelijker in de grijze massa kan onderduiken. Ook dat zou zeker de goedkeuring van Clyde Barrow hebben weggedragen, als hij in dit tijdsgewricht zou hebben geleefd.  Ondanks het tamelijk onopvallende uiterlijk van de SRT8 druk ik de portieren op slot als we de North Winnetka Avenue in West-Dallas inrijden. Het is een belabberde buurt, met overal wrakken van auto’s in tuinen en vervallen spaanplaten huizen. Er is weinig veranderd ten opzichte van de jaren dertig, toen Clyde Barrow er opgroeide. Vanwege de depressie trokken toen mensen van heinde en verre naar de stad, in de hoop daar een paar dollar te verdienen. Een van hen was vader Barrow, een straatarme landarbeider, die zijn gezin in een wagen laadde en naar Dallas verhuisde. Hij koos een krottenbuurt in West-Dallas als woonplaats, met uitzicht op de indrukwekkende skyline van de ‘rijke’ stad. Barrow verdiende een paar dollarcenten door oude metalen uit vuilnisbakken te vissen. De eerste maanden in Dallas sliep hij met zijn gezin onder zijn wagen of onder de lange brug over de Trinity River, die nu nog steeds een verbindingsweg met downtown Dallas vormt, en waaronder Clyde later met zijn (verkeerde) vrienden zou uithangen.

Cafe Bonnie (2)

Het café in Dallas waar Bonnie als serveerster werkte is nu een werkplaats met de naam ‘Clyde’s Body Shop’.

Er zijn nog veel sporen van het beruchte tweetal in Dallas te vinden. De Cement City Grade School waar Bonnie als jong meisje uitblonk, is dichtgetimmerd en wordt nu als opslag gebruikt. Het café in de stad, waar ze wat dollarcenten als serveerster verdiende, is er ook nog. Slechts een vale reclame van Coca Cola herinnert nog aan toen. Er is nog iets: het bedrijfje dat in het pand is gehuisvest, heet ‘Clyde’s Body Shop’.

Bonnie school (4)

De Cement City Grade School waar Bonnie als jong meisje zat, wordt nu als opslag gebruikt.

In het hartje van Dallas staat nog altijd de Belo Mansion, het pand huisvestte indertijd een begrafeniscentrum en Clyde Barrow werd van daaruit ter aarde besteld, een gebeurtenis die meer mensen trok dan welke begrafenis in Dallas ook. De villa is nu in handen van de advocatuur en herbergt de Dallas Bar Association, maar binnen hangen nog altijd foto’s van die ene dag.

Belo Mansion Dallas (1) Belo Mansion Dallas (8)

Het Belo Mansion, in het hart van Dallas, herbergde indertijd een begrafeniscentrum en Clyde Barrow werd van daaruit ter aarde besteld, een gebeurtenis die meer mensen trok dan welke begrafenis in Dallas ook. Nu is het in handen van de advocatuur.

Het was een nadrukkelijke wens van Bonnie en Clyde samen begraven te worden, maar haar moeder, die een hekel aan Clyde had, wilde dat onder geen voorwaarde. Nog altijd trekken de beide laatste rustplaatsen bezoekers, ondanks dat je over een hek moet klimmen om bij die van Clyde Barrow te komen. Bloemen en andere prullaria getuigen ervan dat het gangsterpaar nog steeds niet vergeten is.

In West-Dallas, aan de Singleton Boulevard, is nog altijd het oude tankstation te vinden waar Clyde’s vader met zijn gezin woonde toen hij het financieel iets beter had, en waar hij frisdranken verkocht en benzine van Texaco. Over benzine gesproken, zou Clyde Barrow onder de indruk zijn geweest van brandstofverbruik van de 300 SRT8 en van het feit dat hij een schier onmerkbare cilinderuitschakeling heeft om 25% zuiniger te rijden? Ik denk van niet, waarschijnlijk heeft hij nooit getankt met geld dat hij zijn wettige eigendom kon noemen. Voor de grote Brembo remmen, de 20-inch gesmede lichtmetalen wielen en het adaptieve dempsysteem zou hij wel enthousiast zijn geworden, als hij de effecten ervan gevoeld had.

Bonnie & Clyde wisten allebei dat hun einde vroeg zou komen – en dat het hand in hand met een orgie van geweervuur zou gaan. De weg terug naar een minder extreem bestaan werd voor Clyde definitief afgesloten toen een winkelier zich bij een overval verzette. Clyde voelde zich in het nauw gedreven en schoot hem dood. Sindsdien wilde hij tegen elke prijs voorkomen dat hij gepakt zou worden, hij wist dat hem dan de gevangenis en uiteindelijk de elektrische stoel wachtten. Clyde had al eens kennisgemaakt met het buitengewoon brute gevangenisleven van Texas en wilde er voor geen goud naar terug. Dus kenden hij en zijn geliefde maar één antwoord op een ontmoeting met de politie: een regen van kogels.

Grapevine schietpartij (6)

Bij Grapevine, even buiten Dallas, verhaalt een gedenksteen hoe daar de agenten Wheeler en Murphy de dood in werden gejaagd door ‘the infamous criminals’ Bonnie Parker en Clyde Barrow.

Twee motoragenten ondervonden dat aan den lijve. Bij Grapevine, even buiten Dallas, zagen ze een auto in de berm staan met twee mensen erbij. Een pechgeval, moeten ze gedachten hebben, en ze reden er naar toe. Clyde greep onmiddellijk naar zijn Browning Automatic Rifle en maaide beide agenten neer. Voor hem was er geen andere optie geweest, want arrestatie had in zijn ogen de doodstraf betekend. Nog altijd staat er een monument langs de weg daar waarop verhaald wordt hoe de troopers Wheeler en Murphy daar de dood in werden gejaagd. De gedenksteen ziet er zelfs zo goed uit dat hij onlangs vernieuwd of gerenoveerd moet zijn.

In het nabije Fort Worth, waar vroeger enorme slachterijen waren, kun je in het Stockyards Hotel kamer 305 boeken, waar Bonnie & Clyde de nacht zouden hebben doorgebracht. Dat doen we echter niet, maar we genieten er wel een fantastische steak. Er zijn meer plekken in de buurt waarheen ik de Chrysler stuur, zoals Denton, waar Clyde zijn eerste echte misdaad pleegde door een safe te stelen, en waar het Campus Theater staat, waar in 1967 Warren Beatty’s film over de twee desperado’s zijn première beleefde.

Statebank Ponder (14)

De kleine bank van Ponder was na een bezoek van de twee desperado’s  failliet.

Als de 300 SRT8 bij het bankgebouw van het gehucht Ponder arriveert, is duidelijk te zien waarom Bonnie & Clyde juist deze uitkozen voor een beroving: hij ligt aan een kaarsrechte weg waarover ze zich snel uit de voeten konden maken. Het gebouw is aan de binnenkant nog precies zoals toen, want na de beroving was hij meteen failliet. Een vergeelde foto getuigt van het bezoek dat Bonnie & Clyde er ooit brachten. Omdat het bankgebouw zo authentiek is, werd het als decor gebruikt in de film van Warren Beatty. Als we er staan te fotograferen, meldt zich een dame, Georgia Linam, die vertelt dat het pand te koop is. De prijs? “Die is $ 325.000, maar daar kan best wat af”, zegt ze en vertrekt, want ze moet haar kippen voeren.

Bij het weggaan laat ik de 300 SRT8 een sprintje trekken, net zoals Clyde dat misschien wel met zijn Ford V8 heeft gedaan. Met de tractiecontrole uit kost het weinig moeite de achterwielen te laten spinnen, maar door de grip van het Goodyear F1 Supercar rubber lukt het niet ze in rook te laten opgaan. De SRT8 spuit er als een kanonskogel vandoor. Chrysler claimt dat de auto in minder dan vijf seconden van 0 naar 100 kan sprinten en dat is volstrekt geloofwaardig. Ik ga bijtijds van het gas af, want de top ligt boven de 280 km/h en ik wil niet het risico lopen ook kennis te moeten maken met het gevangenissysteem van Texas.

Bonnie graf (1)

Het slot van de tocht is een terugkeer naar Gibsland, waar de misdaadcarrière en de levens van Bonnie & Clyde eindigden. Ze hebben toen geen schot gelost. Clyde had zoals altijd een Browning met een afgezaagde loop tussen zijn been en het portier van de auto geklemd en ook Bonnie had schiettuig onder handbereik. Maar ze werden zo verrast door de hinderlaag en de kogelregen van de zes politiegeweren was zo vernietigend dat ze vrijwel op slag dood waren. Clyde stierf met een onafgevuurd pistool in zijn hand, Bonnie met een half opgegeten sandwich op haar schoot.

Clyde graf (3)

Nadat de lijken van Bonnie & Clyde uit de Ford V8 waren verwijderd, haalden de zes politiemannen alles uit de auto wat ze maar konden vinden: geweren, munitie, gestolen kentekenplaten, kleding, de saxofoon van Clyde en de juwelen van Bonnie. Die buit was voor hen, een extra honorarium voor hun maandenlange inspanningen. De gehavende Ford werd een aantal dagen later opgeëist door de vrouw van wie hij was gestolen en ze reed hem, vol kogelgaten en met een met  bloed besmeurd interieur, persoonlijk naar huis terug om hem later te verkopen.

In het café in Gibsland waar Bonnie haar laatste maaltijd kocht, is nu het Bonnie & Clyde Ambush Museum gehuisvest, dat bestierd wordt door de 72-jarige L.J. ‘Boots’ Hinton, de zoon van Ted Hinton, een van de zes politiemannen die de twee desperado’s in 1934 neer maaide. Boots verkoopt overdrukken van kranten uit die tijd en andere memorabilia. In de ruimte waar vroeger het restaurant en de keuken geweest zijn, draait hij oude nieuwsuitzendingen over Bonnie & Clyde en toont hij foto’s en wapens die voor Warren Beatty’s film zijn gebruikt. Ik mag met een van de Browning Automatic Rifles uit het museum bij de SRT8 poseren. Het is een loodzwaar ding, dat lastig te hanteren moet zijn geweest als je hem zijn dodelijke lading liet uitspuwen, maar het was Clyde’s favoriete wapen en hij was er zeer behendig mee.

Ambush Museum (25)

Boots Hinton, zoon van een van de sheriffs die Bonnie en Clyde doodschoot, vertelt dagelijks ‘het ware verhaal’ aan bezoekers van zijn Ambush Museum.

Boots Hinton blijkt een man van krachtige opinies te zijn. “De film die Warren Beatty over Clyde & Bonnie maakte, is 95% bull shit, er klopt niks van. Beatty heeft er miljoenen mee verdiend, maar de film heeft hem ook fortuinen gekost aan schadevergoedingen, vanwege de onjuiste voorstelling van allerlei zaken”, weet  Boots. Er zijn veel boeken over Bonnie & Clyde geschreven, maar het ware verhaal staat volgens hem in het 200 pagina’s tellende boekje ‘Ambush, The Real Story of Bonnie and Clyde’, geschreven door Ted Hinton, zijn vader. “Ted was door en door politieman, hij ging altijd voor een objectieve voorstelling van zaken, de feiten dus. Hij mocht Bonnie en Clyde wel, hij kende ze vanuit Dallas en kwam zelfs soms bij Bonnie in het café. Er werd zelfs gefluisterd dat Ted haar meer dan aardig vond, maar dat was niet waar. Ze is wel in zijn armen gestorven, want toen hij het portier van de Ford opentrok, viel ze eruit. Hij ving haar op en toen blies ze haar laatste adem uit. Dat moet een heel moeilijk moment voor mijn vader zijn geweest, maar hij had niets meer dan zijn plicht gedaan. Ted besefte dat de reeks moorden op politiemensen niet op een andere wijze te stoppen was”, aldus Boots Hinton.
Voor Bonnie had het niet per se zo hoeven aflopen, vindt de man die zijn dagen in het Ambush Museum slijt. “Clyde heeft haar diverse keren gezegd dat ze beter uit elkaar konden gaan, want mooi kon hun relatie niet aflopen. Maar dat was voor geen van tweeën een optie, ze waren dol op elkaar. Bonnie was vastbesloten bij hem te blijven tot het einde.”

Geregeld komen bezoekers van heinde en verre het kleine museum binnen en vragen waar de plek van de hinderlaag precies is, wat vervolgens door Boots Hinton zorgvuldig wordt uitgelegd. Het is opvallend hoe het verhaal van Bonnie & Clyde nog leeft en hoeveel sporen er nog te vinden zijn.

Ambush Museum (51)

 Het favoriete wapen van Clyde Barrow, een Browning Automatic Rifle.  Ton Roks mocht er na een sigaar met Boots Hinton even een vasthouden.

Waarom duurt de aantrekkingskracht van Bonnie & Clyde na 80 jaar nog voort, vraag ik bij het afscheid aan Boots Hinton.  “Het waren natuurlijk misdadigers”, is zijn antwoord. “Ze hadden zichzelf in een positie gebracht waarin een gewelddadige dood voor hen onafwendbaar was. Ze konden hem alleen door schieten en moorden uitstellen. Het kon niet anders dan fataal aflopen. Hun verhaal gaat niet alleen over misdaden, maar ook over twee mensen die van elkaar hielden en die elkaar trouw zijn gebleven tot in de dood. Daarom spreekt het nog steeds zo aan. Omdat het een puur liefdesverhaal is. And a damned good one. Better than Romeo and Juliet.”

Als ik de Chrysler vanuit Gibsland terug naar Dallas rijd, is de enige vraag die nog beantwoord moet worden, wat Clyde ervan gevonden zou hebben. Nu, de 300 SRT8 zou hem vrijwel uitstekend hebben bevallen. Een luxueuze sedan, met enorm veel ruimte binnenin, waarin je relaxt grote afstanden kunt afleggen, maar die elk moment in staat is in een competente sportmachine te veranderen, waar geen Police Interceptor tegenop kan. Een auto waar Law Enforcement Officers grote moeite mee zullen hebben, zelfs als ze een Cadillac CTS V-Series van een dealer hebben geleend. Een auto om te stelen, dat zou Clyde Barrow gedacht hebben.

Tekst Ton Roks // Foto’s Ton Roks & Dallas Public Library

THE END OF THE LINE

Bonnie & Clyde beseften heel goed dat ze voor hun misdaden met hun leven zouden moeten betalen en wilden samen ten onder gaan, zo blijkt uit deze laatste twee alinea’s van Bonnie’s gedicht ‘The End of the Line’.

They don’t think they’re too smart or desperate,
They know the law always wins;
They’ve been shot at before,
But they do not ignore
That death is the wages of sin.
 Some day they’ll go down together;
And they’ll bury them side by side,
To a few it’ll be grief –
To the law a relief –
But it’s death for Bonnie and Clyde.


Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks

Ton Roks werkte meer dan 25 jaar voor het blad Autovisie, waarvan een groot deel als hoofdredacteur. In november 2012 vervulde hij een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.





Vorig bericht

Waar is Tan’s Stromliniënwagen gebleven?

Volgend bericht

Reisverslag LeJog Royal




Uitgelicht

Waar is Tan’s Stromliniënwagen gebleven?

Enkele Nederlandse enthousiasten zoeken al geruime tijd naar de unieke Mercedes Stromliniënwagen die in 1935 door de Indische...

20 April 2015

Webdevelopment