Laatste nieuws

Jan Altena: ‘Houd het simpel, dat is mijn devies’

Interviews / 23 november 2015

IMG_9596

Hij heeft een schat aan ervaring met klassiekers, rally-auto’s in het bijzonder. Sigaretten en dynamo’s scoren in middernachtelijk Teheran? Jan Altena deinst er niet voor terug.

Iedereen die weleens een rally van Bart Rietbergen & Co heeft meegedaan, kent hem. De keren dat Jan Altena, in zijn donkergroene Defender,  als redder in iemands nood is opgetreden, zijn al heel lang niet meer op de vingers van een hand te tellen. Hij treedt graag als serviceploeg op, al jarenlang, niet alleen omdat hij van helpen, improviseren en ook reizen houdt, maar ook omdat het goede promotie is voor zijn bedrijf. “Veel mensen die een keer langs de kant hebben gestaan met een kapotte klassieker en door mij op weg zijn geholpen, zoeken Altena Classic Service op als ze thuis zijn en een keer iets aan hun auto’s gedaan willen hebben of als ze een goede klassieker zoeken,” zegt Jan, terwijl we aan zijn bureau zitten in zijn bedrijf in Ane, een dorpje nabij Gramsbergen.

De 58-jarige Altena is twintig jaar geleden voor zichzelf begonnen en zit al vijftien jaar in zijn huidige pand, een verbouwde graanverwerkingsfabriek, waarin hij een uitgebreide werkplaats heeft, een magazijn en meerdere showrooms. We zien een aantal Healey’s, Bentley’s. Alvis-en en ander Engelse merken, maar ook wat speciaal spul, zoals een Cadillac Model 30 Speedster van 1914, een Packard 626 van 1928 en een erg mooie Oldsmobile 98 De Luxe van 1941.

In zijn werkplaats, waar normaal zes monteurs aan het werk zijn, staan meerdere Mercedessen, Amazons, een imposante Bentley Speed Eight en een Jaguar. Aan de auto’s is te zien dat Altena Classic Service meer rijders aantrekt dan poetsers: er staan veel rallyauto’s en auto’s waarmee zichtbaar veel gereden wordt.

Hoe hij begonnen is? “Mijn broer op Terschelling had een Willys Jeep. Die heb ik overgenomen en gerestaureerd – ik ben monteur van huis uit. Ik kreeg de smaak te pakken van de klassiekers en van het werken eraan. Ik restaureerde vervolgens en MG B, daarna een A Ford, Jaguars en nog veel meer. Voordat ik het wist, zat ik in de klassieke auto’s,” vertelt Altena.

IMG_9608

Het liefst dist hij verhalen op over de endurance-rally’s die hij als serviceploeg heeft meegedaan. Welk onderwerp we ook aansnijden, onvermijdelijk komen we daar op uit.

“Bart Rietbergens Himalaya Trial van 2008. Dat was echt de zwaarste die ik ooit heb meegemaakt. Auto’s kapot, diefstal, brand, hele nachten doorrijden, dat daar geen doden bij zijn gevallen. Maar het was ook verreweg de meest imponerende rally, wat een prachtige landschappen. Ook de mensen hebben veel indruk op me gemaakt.”

Hij heeft een anekdote uit Teheran, die hij beslist wil vertellen. “Ik had een dynamo nodig om iemand verder te helpen, maar vind die maar eens, in Iran. We kwamen laat in Teheran aan, ik had eigenlijk alleen maar de nacht om een dynamo te vinden. Nu moet je weten dat het gerucht ging dat de rally gevolgd werd door de geheime dienst van Iran. Er reed ook een serviceteam van Mercedes mee en ik had het idee dat die jongens de geheime agenten waren. Dat werd voor mij bevestigd toen ik iets uit de gereedschapskast in hun auto wilde lenen, ze hadden niet eens een sleutel om die open te maken. Toen ik in een taxi wilde stappen om ’s nachts in de stad naar een goede dynamo te zoeken, zeiden ze mij dat ik dat niet moest doen. Veel te gevaarlijk. Ik vroeg hen of ze me verboden de stad in te gaan of dat ze het me afraadden. Ze konden toen alleen maar voor het laatste kiezen, anders verraadden ze zichzelf. Ze lieten me gaan en vroegen me of ik een paar pakjes Marlboro Light voor hen kon scoren. Ik op pad met die taxichauffeur, die immense stad in. Op een gegeven moment kwamen we in een donker straatje, we klopten op een raam, er ging licht aan, een deur ging open en we stonden in een magazijn met duizenden dynamo’s. Daar vond ik wat ik zocht, in het holst van de nacht, midden in Iran. Wat je ook voor onderdeel nodig had, daar lag het. En ja, die pakjes Marlboro heb ik ook nog gevonden.”

IMG_9625

Hij staat op en neemt ons mee naar zijn tweede werkplaats, hij wil iets bijzonders laten zien. “Kijk, dit kunnen we hier ook,” zegt hij terwijl naar een rode Mercedes Pagode wijst. “Deze klant wil een snelle en betrouwbare Pagode, waarmee hij vooraan kan rijden in langeafstandsrally’s. Voor hem monteren we alle techniek van een Mercedes W124 in deze auto. De zescilinder, de transmissie, de complete achterasconstructie. We hebben er zelfs een compleet nieuwe draadboom voor gemaakt. Dat kunnen we hier ook allemaal.”

Met zo veel ervaring als hij is Altena natuurlijk uitstekend geëquipeerd om rally-enthousiasten ‘klassiek’ advies te geven. Dat doet hij graag. “Houd het simpel, dat is mijn devies. Voor de meeste rally’s is snelheid niet zo heel belangrijk, die van Philip Young zijn eigenlijk de enige uitzonderingen. Maar ook daarvoor geldt: focus je niet te veel op de pk’s. Betrouwbaarheid en een zekere mate van comfort zijn veel belangrijker, want je maakt vaak heel lange dagen. Die rallies zijn bovendien niet goedkoop – dus het is de moeite waard om in betrouwbaarheid te investeren – dan vergroot je de kans dat je de rally helemaal uitrijdt. Het elektrische systeem is veel belangrijker dan de pk’s. Als je het vermogen van je auto omhoog brengt, vergroot je tegelijkertijd de kans dat je uitvalt. De temperaturen gaan omhoog, de motor kan niet meer tegen slechte benzine, alles wordt hogere belast. Vaak kun je het beter bij of dichtbij standaard houden, geen dikke Webers dus, maar simpele SU’s, die het ook op grote hoogte goed blijven doen.”

Welke auto’s adviseert hij? “Een MG C bijvoorbeeld is een prima rallyauto. Die kan ik iedereen aanraden, een robuuste auto met een motor die van zichzelf al heel sterk is. Een GT is het beste, daarin zit je meteen ook goed beschermd. Een Volvo Amazon is okay, maar je moet wel weten dat zo’n auto relatief zwaar is en standaard geen erg sterke motor heeft. Dat is een nadeel. Als je hem opvoert, moet je echt niet verder gaan dan 140, 150 pk, anders kom je in de gevarenzone.”

Een andere auto die Jan Altena kan aanraden is de Ford Mustang. “Daar zit een sterke motor in en vermogen heb je genoeg, maar goed sturen doet hij standaard niet. Dus daarop moet je focussen – en op de remmen. Achter zijn Mustangs vrij slap, daar hebben ze een paar goede dempers nodig, maar niet te hard, want dan scheurt alles uit. Een algemene tip: kijk goed aan wie je de preparatie van je rallyauto uitbesteedt. Veel jongens die zich daarmee bezighouden, komen uit de circuitwereld – die gaan onmiddellijk voor de pk’s. En daar zit de winst nu net niet.”

Hij heeft nog een tip: zorg dat je enigszins weet hoe je auto werkt. “Als wij een auto voorbereiden, vraag ik of de klant een dagje mee komt sleutelen. Daar heeft hij wat aan, dan weet hij hoe zijn auto in elkaar zit en kan hij eventueel dingen zelf oplossen”.

Bij de afsluitende kop koffie vertelt hij dat hij nadenkt over de koers die hij met Altena Classic Service wil volgen. “Er zijn een paar classic car dealers in ons land die honderden auto’s per jaar  verkopen. Die jongens hebben samen zo veel aanbod, als je daar een rondje langs maakt, kun je bijna niet anders dan tot een keuze komen. Daar kan ik niet tegenop, ik denk dat ik me daarom meer op kwalitatieve, hoogwaardige auto’s ga concentreren, naast de verkoop van rallyauto’s. Maar onderhoud van klassiekers en preparatie van rallyauto’s blijven mijn hoofdactiviteiten. Verkopen doe ik bij voorkeur alleen met auto’s waar ik volledig achter sta.”

IMG_9611

Hij legt uit: “Ik had hier een keer een prachtige MG-tje, een TC. Een man wilde hem kopen, maar hij was zo dik, hij paste er nauwelijks in en ik wist dat de relatie met die auto niet lang zou duren. Ik hem die auto afgeraden en hij is weg gegaan zonder iets te kopen. Een collega heeft me hartelijk uitgelachen. Hij zei dat hij die TC wel aan die man verkocht zou hebben. Ik vroeg hem of hij de auto teruggenomen zou hebben als die man niet meer blij was met de TC. Neen, zei die collega, maar ik zou hem wel geruild hebben tegen een andere auto. Dan had ik in elk geval iets aan hem verkocht.”

Altena schudt zijn hoofd terwijl hij afsluit. “Zoiets zou ik nooit doen, dat kan ik niet. Ik denk dat ik daar te eerlijk voor ben.”

TEKST Ton Roks // Fotografie Piet Mulder

 


Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks

Ton Roks werkte meer dan 25 jaar voor het blad Autovisie, waarvan een groot deel als hoofdredacteur. In november 2012 vervulde hij een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.





Vorig bericht

Natürlich, Herr Roks

Volgend bericht

GT3 RS: sublieme titelverdediger




Uitgelicht

Natürlich, Herr Roks

Er zijn twee autofabrikanten die bijzonder actief en genereus zijn met hun klassieke erfgoed: Mercedes en Alfa Romeo....

23 November 2015

Webdevelopment