Laatste nieuws

Jureren en goed vaderschap

Alle columns / Ton Roks / 16 augustus 2018

Al jaren behoor ik tot de jury van de Coppa Classic en het Concours Het Loo, een mooie taak. Niet alleen omdat je zoveel moois onder ogen krijgt, maar ook omdat het jureren zo’n boeiend proces is. Het kiezen van de winnaars wordt in eerste aanzet zo objectief mogelijk gedaan – we selecteren de beste auto’s, in de zin van goed gerestaureerd danwel gepreserveerd – en daarna krijgt subjectiviteit de overhand. Bij een concours d’elegance moeten immers de mooiste auto’s op het podium komen: de voorbeelden van superieure elegantie, de vruchten van uitstekende smaak en briljant vakmanschap, zowel van carrossier als vormgever.

Het kiezen is een complexe onderneming. Er is geen enkel jurylid dat alles van alle auto’s weet, maar als je met velen bent, is er in totaal genoeg kennis om een eerste selectie te doen. Daarna wordt het moeilijker – en leuker, vanwege de discussies.

In het algemeen kunnen winnaars niet opnieuw meedoen – of ze mogen pas na een aantal jaren terugkomen. Zo ziet het publiek elk jaar nieuwe auto’s op het podium. Maar kan iemand twee of zelfs drie keer winnen, telkens met een andere auto? De meesten van ons vinden van wel – we beoordelen immers auto’s, geen mensen.

Die opvatting heeft consequenties: het betekent ook dat je geen verschil mag maken tussen een auto die door iemand met eigen handen is gerestaureerd en een auto die door een specialist – soms ten koste van tonnen – in perfecte staat is teruggebracht. Hoewel we in beide gevallen graag de histories horen, laten we die niet meewegen, maar als de keuze in de eindfase erg moeilijk is, kunnen zulke aspecten toch het beslissingsproces in sluipen. Net zoals argumenten als ‘hij is van de eerste eigenaar’ en ‘hij is 60 jaar in een en dezelfde familie’.

Originaliteit is ook vaak een punt van gesprek. Ik vind niet dat het inhoudt dat een auto nog precies zo moet zijn als hij uit de fabriek is gekomen – hij bestaat immers uit alleen maar slijtage-onderdelen. Alles dat vervangen is binnen het kader ‘normaal onderhoud’ mag wat mij betreft origineel heten, op voorwaarde dat originele onderdelen zijn gebruikt of nagemaakte in geval ze niet meer beschikbaar zijn.

Bij een raceauto kan dat ‘normaal onderhoud’ binnen een kort tijdsbestek vergaande consequenties hebben, autosport brengt nu eenmaal met zich mee dat motoren ploffen, chassis’ verbuigen en carrosserieën geplet raken. Nieuwe bedradingen zijn wat mij betreft acceptabel – wel graag met een ‘oude’ mantel eromheen – en ook wisselstroomdynamo’s die als gelijkstroomdynamo’s zijn vermomd.

Patina is ook een interessant onderwerp. Voor mij bestaat dat uit ouderdomssporen als gevolg van ‘normaal gebruik’ en binnen ‘goed vaderschap’. Deuken, schades, scheuren, vergaande roest en dergelijke zijn nadrukkelijk géén patina, maar sporen van nalatigheid en verwaarlozing. Niemand die van zijn Maserati, Triumph of Porsche houdt, laat er deuken in zitten.

Vervelend is dat er soms te weinig prijzen zijn om deelnemers met mooie auto’s met een ‘big smile’ naar huis te laten gaan. In de klasse Special Coachwork Prewar hadden we ook graag de twee prachtige Packard’s met prijzen gehonoreerd en bij de Gentleman’s Sports Cars of the Sixties waren ook de Ferrari 250 GTE en Jaguar E-type een prijs waard. Helaas was de prijsuitreiking met twee trofeeën per klasse al aan de lange kant en was een groot deel van het publiek al weg toen de Best of Show het podium op kwam. Misschien de prijsuitreiking van de prewar auto’s voortaan op zaterdag doen en postwar (plus de Best of Show) op zondag?

Best of Show is overigens geworden de Fiat Otto Vu Vignale van Jan de Reu, een eerste klas showauto. Dat was deze keer geen unanieme keuze, ook niet bijna unaniem. De andere kandidaat was de Bugatti Type 55 van Ton Meijer, een bijzondere auto vanwege zijn ‘normale’ carrosserie op een Grand Prix chassis. De Type 55 was een verschijning met een zekere elegantie, maar volgens de meerderheid legde hij het wat dat betreft af tegen de Otto Vu: tien juryleden stemden voor de Fiat, zeven voor de Bugatti.

Hoe subjectief het proces van jureren ook is, en hoe arbitrair argumenten soms ook kunnen zijn, het heeft er tot op heden zo goed als altijd toe geleid dat er heel mooie auto’s op het podium van Het Loo en de Coppa Classic zijn gekomen. En dat is iets om trots op te zijn.

 

 

 

 


Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Dit was nog maar het begin....

Volgend bericht

Austin Healey 100S, ready to race




Uitgelicht

Dit was nog maar het begin....

Deze Porsche 911 Carrera RSR 2.1 Turbo was de eerste auto met turbo die Le Mans reed. En hij was zo succesvol dat sindsdien...

13 August 2018

Webdevelopment