Laatste nieuws

Louis Schlaghecke, de restauratiedokter

Alle reportages / Interviews / 14 februari 2017

Louis Schlaghecke restaureert allerlei auto’s, van top tot teen. Langzaam maar zeker is hij specialist geworden in het afmaken van onvoltooide projecten. Staan er al tien jaar een chassis en dozen vol onderdelen in de garage? De Restauratiedokter maakt er een nieuwe auto van.

De werkplaats van Louis Schlaghecke, in Velp, staat vol klassieke auto’s, van alle leeftijden, in alle fases van voltooiing. De ruimte die over is, wordt ingenomen door een werkbank, gereedschappen, een koffiezetapparaat en een sofa, waarnaast zijn vaste gezelschap, de jonge Engelse bulldog Pip, een dutje doet.
Verderop staat zijn stagiair, de 22-jarige HTS’ers Niels, aan een Jaguar MkII te sleutelen. “Zijn hart ligt bij BMW’s, vooral de E30, maar vindt het werken aan oudere klassiekers heel leuk en hij heeft er gevoel voor”, legt Schlaghecke uit. “Wij specialisten moeten zorgen dat onze liefde voor klassiekers en onze kennis overdragen aan een jongere generatie – dat is belangrijk om de liefhebberij in stand te houden. Anders kan straks niemand meer een klassieker repareren.”
Binnenkort heeft hij weer een paar auto’s klaar, dan is er ruimte voor nieuwe projecten. “Ik hoop dat er ook iets vooroorlogs binnenkomt, zo’n auto zou ik graag een keer doen”, vertelt Louis Schlaghecke (52), terwijl we tussen zijn projecten doorlopen.

Hij is een autofanaat van het eerste uur, met een zwakke plek voor Opels, vooral die uit de jaren ’50 en ’60. “Ik werk al heel mijn leven in de autobranche, maar ben na jaren van heel veel sleutelen en zelf onderhoud plegen met een restauratie begonnen. De eerste auto die ik helemaal heb gedaan, was een Renault 4CV, dat was privé. Toen hij klaar was, kwam ik erachter dat ik restaureren eigenlijk veel leuker vind dan rijden. Daarna kwamen er andere projecten en vijf jaar geleden had ik voldoende kennis en ervaring opgebouwd om bedrijfsmatig te gaan restaureren, een besluit waarvan ik nog geen moment spijt heb gehad.”
De eerste vraag die natuurlijk rijst, is hoe hij ‘Restauratiedokter’ is geworden, een naam waarmee Schlaghecke zich meer manifesteert als probleemoplosser dan als man die complete auto’s restaureert. “Dat is min of meer vanzelf zo gegroeid. Natuurlijk doe ik complete auto’s, maar ik ben simpelweg ooit begonnen met hetgeen er op me afkwam, en dat waren projecten die al heel lang stil lagen. Mijn eerste klant was iemand met een Opel GT, die had een goede carrosserie, maar die stond helemaal gestript in een garage. Ik heb alle onderdelen opgehaald en in twee jaar heb ik hem terug opgebouwd, samen met de klant want die wilde zelf graag de bekabeling, het interieur en het glas doen. Daarna kwamen er mensen aan de deur kloppen met projecten die jaren stil lagen en waarvan ze beseften die die nooit meer af zouden komen als geen hulp inriepen”.
Hij wijst naar een Kever. “De klant heeft zelf het chassis gerestaureerd en dat heeft hij prima gedaan. Daarna is het project stil komen te liggen en voordat hij het wist was het tien jaar verder. Ik ga nu de carrosserie en de techniek doen zodat hij afgebouwd kan worden”.

Aan elke auto die we tegenkomen zit wel een verhaal. De Giulia GT Junior 1300 van ’66 is van een Duitse klant, die Louis Schlaghecke gevraagd heeft de carrosserie te doen, de rest van de restauratie doet hij zelf. Hetzelfde is het geval met de pas gestraalde Ford Osi die in een hoek staat. “Die is van een Belgische klant. Hij heeft twee Osi’s, een heel goede en deze. Hij wil dat ik de carrosserie restaureer, de rest doet hij zelf.”
Verderop staat een Opel van 1939. “Die is heel bijzonder, die bevindt zich al vanaf nieuw in een en dezelfde familie en is nooit gerestaureerd. Het is een Super Six en die had door het gebrek aan koper in die tijd een stalen draadboom. Die is nu echt helemaal op. Ik maak er een nieuwe in, van koper, maar met de correcte mantel zodat je niet kunt zien dat hij vernieuwd is. Daarna kunnen die mensen weer fijn gaan rijden.”

De rode Opel Rekord van 1968 die zonder wielen op bokken staat, blijkt een echte Sprint te zijn. “Die is van een jonge eigenaar die de carrosserie bij een bevriend schadebedrijf heeft laten doen. Hij heeft geen tijd om hem af te bouwen, dat ga ik nu voor hem doen. Een relatief gemakkelijke klus, want ik heb zo veel Opel’s gedaan dat ik ze bijna geblinddoekt in elkaar kan zetten.”
Het afbouwen van een auto waaraan iemand anders ooit vol goede moed is begonnen, is geen sinecure. “De mensen vergeten vaak alles goed vast te leggen. Als ze iets uit elkaar halen, denken dat ze later nog wel weten hoe het gezeten heeft. Maar dat is dikwijls niet meer zo, en wordt zo’n auto een enorme puzzel. Voordat ik er aan begin, ga ik andere auto’s van hetzelfde type bekijken en koop ik de juiste werkplaatshandboeken en onderdelenboeken, zodat ik precies weet hoe ik met doen.”

“Als de auto nog niet uit elkaar ligt, maar de klant dat zelf wil doen, raad ik aan elke stap goed te documenteren: met je smart phone van elk onderdeel dat je losmaakt of uit elkaar haalt eerst een of meer foto’s maken. De delen moeten dan opgeborgen worden in doosjes of zakjes waar helder en duidelijk opstaat wat er in zit. Je kunt daarmee enorm veel zoekwerk besparen.”
Als een klant een auto gedeeltelijk zelf wil demonteren en/of afbouwen, hoe zorgt Louis Schlaghecke er dan voor dat de kwaliteit van het werk overal van hetzelfde niveau is? “Ik doe mijn deel natuurlijk zo goed mogelijk, mijn naam hangt er immers ook aan, en ik zorg ervoor dat ik de klant zo goed mogelijk voorbereid, zodat hij precies weet wat hij moet doen en hoe hij beginnersfouten voorkomt. Ik zeg altijd eerlijk wat ervan vind, tijdens het hele proces. Dergelijke gezamenlijke projecten gaan me goed af. Ik ben en doorzetter en heb altijd een positieve, optimistische houding, die vormen mijn kracht. Eerlijkheid en communiceren met de klant zijn gedurende de gehele klus heel belangrijk. De insteek is natuurlijk altijd samen met de klant een heel mooie auto te bouwen. Maar het is en blijft natuurlijk zijn auto van de, hij moet worden zoals hij het wil”.

Bij elk karwei probeert Schlaghecke altijd van tevoren een zo goed mogelijke prognose te geven van de tijdsduur en de kosten. “Je kunt heel veel zien van tevoren, maar niet alles. Dus zul je soms een slag om de arm moeten houden. Sommige dingen kun je pas beoordelen als de auto echt helemaal uit elkaar is. Ik herinner me de restauratie van een Giulietta Sprint van 1963, die kwam uit de USA en had daar heel lang stilgestaan. Hij zag er heel goed uit, maar toen we de auto gebeitst hadden en alle lak eraf was, zagen we dat de dorpels helemaal vol gestopt waren met kippengaas en Cola-blikjes en daarna dicht geplamuurd. Ik stond ervan te kijken dat het zo onzichtbaar was gedaan, dat kunnen die Amerikanen echt goed. Ik had het niet gezien, maar heb het uiteraard keurig gerepareerd. Ik ben geen wonderdokter, maar wel een restauratiedokter.”
Is er iets bijzonders dat de Restauratiedokter graag een keer in zijn ‘praktijk’  zou zien? “Ik hoop dat er ook eens een keer iets vooroorlogs binnenkomt, zo’n auto zou ik heel graag een keer helemaal doen.”

TEKST Ton Roks // FOTO’s Lilla Leopold


Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks
Ton Roks werkte meer dan 25 jaar voor het blad Autovisie, waarvan een groot deel als hoofdredacteur. In november 2012 vervulde hij een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Aston Martin bouwt nieuwe DB4 GT’s

Volgend bericht

Superfast? Ja, dat is hij zeker!




Uitgelicht

Aston Martin bouwt nieuwe DB4 GT’s

In de historische fabriek in Newport Pagnell bouwt Aston Martin 25 ‘continuation’ DB4 GT’s. In mei moet de eerste...

1 February 2017

Webdevelopment