Laatste nieuws

’n Extra ‘BIG’ Healey

Alle nieuwsberichten / Alle reportages / 6 juni 2016

 

Austin Healey Wilbert Peters (1)

Wilbert Peters wilde een beul van een Healey bouwen, voor de rallysport. Hij heeft er lang over gedaan, maar nu is hij klaar voor een testrit op Assen.

Van Healey’s ben ik altijd een fan geweest. Die dikke, weinig geraffineerde motor, dat ruwe bolster, blanke pit karakter, die mooi slanke carrosserie, ze maken een Healey tot een unieke combinatie. Met een two tone kleurenschema, dat hem beter staat dan welke andere dan ook, is hij helemaal niet te versmaden.

Het is een mooi moment eindelijk weer eens in een Healey te stappen, zeker in het schitterende exemplaar dat voor de sfeervolle werkplaats van Wilbert Peters staat. Mijn liefde voor de Healey wordt overigens gedeeld door een groot deel van Nederland, ons land heeft namelijk de hoogste Healey-dichtheid van de wereld, groter nog dan Groot-Brittannië. De meeste Healey’s hebben namelijk het stuur links – vanwege de Amerikaanse markt – en er zijn er dus weinig beschikbaar voor de Britten, die liever rechts instappen.

Austin Healey Wilbert Peters (5)

De auto die Wilbert’s werkplaats uit wordt gereden om naar Assen te gaan, is zijn 3000 Mk1 van 1959, het laatste type Healey dat zowel als tweezitter als 2+2 werd gebouwd. Even een geheugenopfrissertje: het verhaal van de Healey is in 1952 begonnen met de 2,6 liter viercilinder 100, waarvan ook de beroemde 100M en 100S competitieauto’s zijn afgeleid. Daarna, in 1956, volgde de 100/6 met een 2,6 liter zescilinder en die werd in de 1959 vervangen door de 300, de ‘Big’ Healey, met een 2,9 liter aan boord.

Dat de 3000 van Wilbert Peters voor de rallysport bedoeld is, wordt onmiddellijk duidelijk gemaakt door de enorme extra Cibie’s op de neus en het setje Marechal’s, dat keurig passend op het neusstuk is gemonteerd. Maat en vorm van de lampen doen aan de eerste generatie van de Citroën DS denken. “Goed gezien”, zegt Wilbert, “dat is een vondst uit de jaren ’60, van het fabrieksteam van Austin Healey. Er was veel extra licht nodig voor de rally van Monte Carlo en het team heeft toen snel de verstralers van een DS op de neus gezet.”

Austin Healey Wilbert Peters (11)

Wilbert heeft jarenlange ervaring met Healey’s, hij restaureert ze en bouwt competitieversies voor de weg en het circuit in zijn bedrijf Healey4U. Hij koesterde al lang de wens een super-plus-ultra rally-versie te bouwen, niet alleen snel, maar vooral ook sterk en betrouwbaar. Hij had al een keer een 100/6 geprepareerd en wist precies wat hij wilde toen hij met deze 3000 Mk1 van 1959 aan de slag ging. “Ik heb hem gekocht als wrak en heb hem in de afgelopen vijf jaar twee keer gebouwd. Toen ik hem de eerste keer klaar had, ontstond er een brandje bij de carburateurs en brandde hij midscheeps helemaal uit. Daar was ik toen zo ziek van dat ik hem aan de kant heb geduwd. Maar na een tijdje begon het weer te kriebelen, ik wilde toch die super Healey bouwen. Ik ben toen opnieuw begonnen en heb meteen de gelegenheid aangegrepen een paar dingen nog beter te doen”.

Als basis heeft hij een totaal nieuw chassis genomen van de specialist Heinz Moser uit Oostenrijk. Het is bekend dat de chassis’ van Healey’s niet bijzonder torsiebestendig zijn, met als gevolg allerlei gesteun en gezucht vanuit het schutbord en portieren die open vliegen tijdens enthousiast getackelde bochten, zeker als de auto op leeftijd is gekomen.

Austin Healey Wilbert Peters (10)

Wilbert: “Het chassis van een nieuwe Healey was indertijd gemaakt van 1,6 millimeter dik staal. Na 50 jaar is daar nauwelijks meer dan 1,0 millimeter van over, dat staal corrodeert weg, ook van binnenuit. Het chassis van Moser is van staal dat 2,0 millimeter dik is – en het is bovendien veel beter gemaakt, het is kaarsrecht en alles klopt perfect. Desalniettemin heb ik het toch nog verder versterkt bij de wielophangingen en de motorsteunen – het is ten slotte een rally-auto. Hij is daar zo veel beter van geworden, als het chassis van een auto goed stijf is, heb je geen ongewenste variaties meer in de wielgeometrie, en stuurt hij veel strakker.”

De dikke zescilinder van de Healey 3000 is een sterke motor, met veel koppel onderin, maar het is ook een beetje een lobbes, die een tikje sloom op het gas reageert en niet zo van toeren houdt. Het is niet zo nadrukkelijk een sportmotor als die van de viercilinder Healey 100’s was, maar meer een werkpaard – vooral geschikt voor een relaxte en snelle GT. Origineel leverde de 2,9-liter zes-in-lijn van de 3000 overigens 125 pk en 226 Nm aan koppel.

Austin Healey Wilbert Peters (18)

Een snellere motor valt er zeker van te maken en vermogens van 300 pk en meer behoren tot de mogelijkheden – maar dat is voor op het circuit. Wilbert: “Ik wilde een goede rally-motor en voor rally’s heb je koppel nodig. Samen met Peter van Giersbergen en enkele andere specialisten heb ik een eigen rallymotor ontwikkeld. Het complete binnenwerk is aangepakt, uiteraard ook om meer vermogen te hebben, maar trekkracht onder- in middenin waren het hoofddoel, samen met een mooie loopcultuur. Hij levert nu al 250 Nm aan koppel bij 1200 toeren en haalt een maximum van 310.”

De MkI ‘Big’ Healey heeft standaard twee SU’s, maar Wilbert en zijn helpers hebben gekozen voor drie stuks, net zoals de 3000 Mk2, van het iets modernere HIF44-type. Ze ademen in via een cold air box zodat ze allemaal lucht van gelijke temperatuur binnen krijgen. Het mengsel wordt van de carburateurs aangezogen via iets langere inlaatkanalen wat een betere menging van zuurstof en benzine geeft.

“Eigenlijk is alleen het gietijzeren blok nog standaard”, vertelt Wilbert. “We hebben een aluminium cilinderkop gemonteerd van Denis Welch Motorsport en hebben de in- en uitlaatpoorten extra bewerkt om een nog betere stroming te krijgen. De krukas is vervangen door een gesmeed stalen exemplaar, die is veel sterker dan de originele. We hebben nieuwe zuigers van gesmeed aluminium en drijfstangen van gesmeed staal gemonteerd, daardoor is heel het draaiende gedeelte van de motor lichter. Per zuiger en drijfstang scheelt dat bijna 200 gram!”

Austin Healey Wilbert Peters (20)

Onder het aluminium kleppendeksel is plaats voor een nieuwe klepbediening, bestaande uit competitie nokvolgers in combinatie met aluminium rolstoters, voor een lagere weerstand en een grote lifthoogte. De nieuwe nokkenas heeft nokken die voor een hoog koppel over een groot bereik zijn geslepen.

De effecten daarvan zijn groot, dat merk ik als ik de Healey op Assen de sporen mag geven. De motor beweegt enorm veel vrijer door zijn toerengebied, hij reageert sneller op het gas, en het klimmen en vallen in toeren gaat lang niet zo lomig als bij een originele Healey. Wilbert’s zescilinder is een stuk meer een sportwagenmotor, hij doet me denken aan de betere motoren van BMW, uit de carburatietijd. Hij is heerlijk smeuïg en soepel, doet braaf zijn werk met lage gasstanden, maar heeft continu een enorme aandrang paraat om te accelereren. Hij klinkt fantastisch, produceert een warme en donkere brul als je hem op zijn staart trapt en een rondborstige roffel als je hem laag in toeren rijdt. Je krijgt de soundtrack nagenoeg ongefilterd toegediend, want de zij-uitlaat is nauwelijks een meter van je oor verwijderd.

Austin Healey Wilbert Peters (33)

Het is een fantastisch mooie auto om in te zitten. Er zijn weinig auto’s die je zo optimaal het roadster-gevoel geven als een Healey, met die sierlijke flanken, dat plaatwerk dat vanaf het dashboard in een mooie boog op de portieren aansluit, het zicht op de lange motorkap met het rijtje extra sleuven en de simpele instrumenten, die samen zijn ondergebracht in een ovaal, dezelfde vorm als de grille van de ‘Big’ Healey. Het kleine, maar dikke en stevige stuurwiel is een lust voor het oog, evenals de transmissietunnel van blank aluminium. Ronduit prachtig zijn de gepolijste frames van de portieren, met die gaten om ze licht te houden en dat simpele koordje om ze te openen. Zo goed kan eerlijke doelmatigheid eruit zien.

Ook de rallyinstrumenten zijn met zorg aangebracht. Het is soms om van te gruwen als je ziet hoe rücksichtslos sommige bezitters in het interieur van hun klassieker gezaagd en gesneden hebben om hun rolkooien en rallyinstrumenten onder te brengen. Hoe het ook kan, laat Wilbert Peters zien. De tripmaster is keurig op de baktunnel aangebracht en de gemiddelde-snelheidsmeter (voor regelmatigheidtrajecten) is voorbeeldig op het midden van het dashboard gemonteerd. Het enige (te) moderne dat er te zien is, is een digitaal klokje.

De portieren van de Healey zijn vervangen door exemplaren van aluminium, net zoals de voor- en achterschermen, de motorkap en het kofferdeksel. Dat laatste element is uitgevoerd in Works stijl, met een plateau erin dat nooit bedoeld is geweest als spoiler, maar enkel en alleen diende om ruimte te scheppen voor een tweede reservewiel.

Austin Healey Wilbert Peters (13)

Wilbert’s Healey gaat niet alleen hard, het is ook een auto die je vrijwel onmiddellijk het vertrouwen geeft om de werklust van de kundig bewerkte zescilinder te benutten. Een reken maar dat die groot is, ik ben ervan overtuigd dat deze Healey bij menige moderne sportwagen langdurig een vervelende rode vlek in de spiegel kan zijn. Hij rijdt goed genoeg om ook op een slingerde pasweg met vertrouwen zijn grenzen op te zoeken. Hij remt namelijk met goed veel gevoel in het pedaal en de vertraging is uitstekend. Wilbert heeft achter ook schijfremmen gemonteerd – van Denis Welch – en de rembalans is traploos instelbaar – speciaal voor gravel, daar wil je meer remdruk achter. Hij geeft de voorkeur aan remblokken van Ferodo, type fast road/rally. Op Assen kom ik er al gauw achter dat de installatie het beste werkt als je eerst de neus van de Healey laat duiken en pas dan naar de maximale pedaaldruk trapt. Je kunt dan héél hard remmen en mooi doseren, precies tegen het blokkeren aan.

Hij stuurt zwaar bij lage snelheden, maar zodra er vaart in de auto komt, gaat het lichter. Je voelt goed in je handen wat de voorwielen meemaken, zodat je fijn precies kunt sturen. Het is en blijft echter een echte Healey, je stuurt hem niet met alleen je onderarmen, maar vanuit je schouders, met een stevige greep op het dikke stuur.

Het koppel wordt naar de achterwielen gebracht via een bak met rechte vertandingen (en een 22% competitie-overdrive), een verzwaarde aandrijfas en een 3,9:1 differentieel met een sper van Quaife. Die bak is een doorlopend genoegen, hij vraagt een ferme hand, maar schakelt precies met fijne, korte klikken.

Austin Healey Wilbert Peters (27)

Het onderstel heeft Wilbert eveneens voortvarend aangepakt, met nieuwe draagarmen en bussen, een verzwaarde Panhardstang en verzwaarde stabilisatorstangen voor en achter. Alles is uiteraard – waar relevant – verstelbaar. Het resultaat is een strak en zeker liggende Healey, zeker in de hogesnelheidsbochten, waar de carrosserie nauwelijks rolt. De achteras is uitstekend gelokaliseerd – bij auto’s met bladveren wil een starre achteras nogal eens een tikje meesturen.

Dankzij de toepassing van zo veel aluminium weegt Wilbert’s Healey minder dan 1100 kilo en doordat veel gewicht in de traditioneel zware neus is weggenomen, stuurt hij met veel meer enthousiasme in. In Strubben, de kortste bocht van Assen, vind ik de Healey echter behoorlijk ‘wringen’’. Ik heb de indruk dat hij kortere bochten een stuk gewilliger zou nemen als het onderstel hem zou toestaan om ietsje meer om zijn lengte-as te rollen, vooral achter. Wilbert beaamt dat. “Ik ga er achter een lichtere stabilisatorstang opzetten, ik denk dat we hem dan helemaal goed hebben”.

Austin Healey Wilbert Peters (36)

De ‘Big’ Healey is door hem een fikse klasse hoger getild, een klasse die vijftig jaar geleden te hoog gegrepen was, maar die met de techniek van nu wel haalbaar is. Het mooie van deze Healey is dat het oorspronkelijke uiterlijk niet is aangetast: hij ziet er uit als een goed gerestaureerde en voor de rallysport geprepareerde auto. Mechanisch heeft Wilbert Peters hem naar een stuk hoger plan getild, gelukkig zonder het oorspronkelijke karakter ingrijpend aan te tasten. Het is geen te moderne en te perfecte sporter geworden in een klassiek jasje, maar het is nog steeds een echte Healey zoals hij in zijn beste tijd was: Spartaans, onmiskenbaar Brits, bruut en rechtdoorzee. Een extra ‘BIG’ Healey – nu met hoofdletters.

TEKST TON ROKS // FOTOGRAFIE PIET MULDER

// www.healey4u.nl

Met dank aan het TT Circuit Assen

 


Print Friendly




redactie Octane
Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur). Geregelde freelance bijdragen worden geleverd door Mattijs Diepraam, Perry Snijders, Dennis Drenthe en Jeroen Bruintjes. Freelance fotografen zijn Luuk van Kaathoven, Louis Blom en Piet Mulder.




Vorig bericht

Het verbaasde me dat James Bond zo’n slechte chauffeur was

Volgend bericht

Aardappelen, eieren en spek




Uitgelicht

Het verbaasde me dat James Bond zo’n slechte chauffeur was

Kijk je net zoals ik heel kritisch naar autofragmenten in films of in tv-series? Soms denk ik dat het aan mij ligt, maar...

6 June 2016

Webdevelopment