Laatste nieuws

Nationaal Autosport Museum in Zandvoort

Alle nieuwsberichten / Alle reportages / 20 januari 2018

Drie Nederlandse enthousiasten hebben het plan opgevat om een Nationaal Autosport Museum van de grond te krijgen in Zandvoort. Tot nu is het idee overal warm ontvangen.

“Een Nationaal Autosport Museum past prima in de plannen van de gemeente, die wil Zandvoort zijn oude grandeur teruggeven en de aantrekkingskracht vergroten met attracties die niet alleen maar badgasten trekken”. Dat zegt Marc de Bruijn, voorzitter van de piepjonge Stichting Nationaal Autosport Museum, die op 12 december jongstleden is opgericht. “Burgemeester Meijer en de wethouders Bluijs en Kuipers zijn enthousiast en ook bij andere instanties is het idee goed ontvangen. De economie heeft zich hersteld, Max Verstappen wakkert het enthousiasme voor autosport aan, de tijd is er rijp voor. We hebben onszelf ten doel gesteld binnen drie jaar de deuren van het museum te openen – of minstens de zekerheid te hebben dat het er komt”, aldus De Bruijn.

Om het museum te realiseren hebben drie mannen de handen ineen geslagen die afzonderlijk al met het idee speelden – en elkaar daarin hebben gevonden. Het zijn (op de foto van rechts naar links) Marc de Bruijn (voorzitter van de stichting), Machiel Kalf (secretaris) en André Schoonenwolf (penningmeester). Alle drie zijn ze fervente enthousiasten voor de autosport in de breedste zin van het woord en hebben ze wortels in organisaties als ondermeer de KNAC, KNAF, NAV en HARC. Twee van hen zijn bovendien inwoners van de badplaats.

Blik op het dak van het oude Dolfirama. Mogelijk zou het autosportmuseum daar gehuisvest kunnen worden als onderdeel van een fraai bouwproject.

Hoewel Zandvoort de geprefereerde vestigingsplaats is, betekent dat geenszins dat zij het museum alleen aan de circuitsport willen wijden. Penningmeester Schoonenwolf, een gepokt en gemazelde rallyrijder: “Ook de rally- en rittensport zal aan bod komen. En misschien ook de kartsport en rallycross. Het is niet de bedoeling een vaste collectie van auto’s aan te leggen, we denken juist aan steeds wisselende exposities met bepaalde thema’s. Daar kunnen de merkenclubs behulpzaam bij zijn, die zullen we er graag bij betrekken. Er zijn ook privé enthousiasten genoeg die mooie auto’s hebben en willen meewerken. Wist je dat een paar straten hier vandaan iemand een originele ex-Toivonen fabrieks Lancia 0037 in de garage heeft staan? Dat zou natuurlijk fantastisch zijn die hier te laten zien. Daarnaast willen we zo breed mogelijk zijn met het aanbod: posters, toegangskaarten, programmaboekjes, automobilia, foto’s, trofeeën, er is zo veel moois in het bezit van autosportliefhebbers dat niet mag verloren gaan.”

Schets zoals het terrein van het oude Dolfirama ontwikkeld zou kunnen worden. Het hoge gebouw rechts is het huidige Palace Hotel, het gebouw meteen links daarvan wordt door de Stichting Nationaal Autosport Museum Zandvoort als mogelijke huisvesting geambieerd.

Het grote voordeel van vestigingsplaats Zandvoort is niet alleen dat het idee daar goed wordt ontvangen. Secretaris Machiel Kalf: “Er wonen hier heel veel mensen die enthousiast zijn voor de autosport, die op het circuit bij evenementen geholpen hebben of die dikwijls zijn gaan kijken. Veel van hen hebben nu veel meer vrije tijd dan vroeger. Reken maar dat die heel graag als vrijwilliger in het museum willen komen helpen, om over hun woonplaats en de autosport te vertellen. Dat kan een enorm voordeel van de exploitatie van het museum worden. We zijn realistisch, het moet rendabel zijn.”

Wat de locatie betreft zijn er meerdere opties. “Natuurlijk hebben we aan het Circuit Park Zandvoort gedacht, daar heeft ons idee alle sympathie die we maar wensen, maar men heeft andere prioriteiten. We zien echter ook mogelijkheden in de kern van Zandvoort zelf, waar een Autosport Museum heel goed kan aansluiten op de plannen die de gemeente heeft”, vertelt De Bruijn. “Een geschikte locatie zou het oude Dolfirama kunnen zijn. Dat wordt al 30 jaar niet meer gebruikt en de lege plek is niet echt een sieraad voor Zandvoort. Het bassin waarin vroeger dolfijnen zwommen is enorm groot. De tribunes erom heen hebben 1000 zitplaatsen, de ruimte zou zich na een grondige verbouwing kunnen lenen voor een autosportmuseum. De gemeente wil het hotelwezen in Zandvoort opwaarderen en er zijn plannen op het Dolfirama iets heel moois te bouwen. Het museum zou daar prima onder passen.”

Hotel d’Orange aan de boulevard, een voorbeeld van de grandeur die Zandvoort ooit had en welke het graag wil terugwinnen.

Er zijn echter nog meer kansen, weet Schoonenwolf. “Zandvoort had voor de oorlog een grandeur vergelijkbaar met het Scheveningen van nu. De gemeente wil het Badhuisplein opnieuw ontwikkelen, wil daar die oude grandeur terugbrengen, en trekpleisters creëren waar ook mensen naar toe komen als het geen strandweer is. Het Badhuisplein is een miljoenenproject, waarvan een Nationaal Autosport Museum een waardevol element zou kunnen zijn, temeer omdat we ook aan bijpassende horeca denken en winkeltjes met modelauto’s, kunst, boeken, tijdschriften en kleding.”

Machiel Kalf sluit uit af: “Vergis je niet, er zijn heel veel mensen met geweldige privéverzamelingen zoals Rob Petersen, hier uit Zandvoort, die heeft (bijna) alles van de Grands Prix die op Zandvoort zijn gereden. Als het museum zich over dergelijke collecties mag ontfermen, wordt het een ware schatkamer voor de autoliefhebber. Zou dat niet geweldig zijn?”


Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Recordaantal bezoekers InterClassics

Volgend bericht

Rally van de Grensstreek, een aanrader




Uitgelicht

Recordaantal bezoekers InterClassics

De 25ste editie van InterClassics Maastricht heeft 34.447 bezoekers getrokken, zo meldt de organisatie. De editie 2018 is daarmee...

16 January 2018

Webdevelopment