Laatste nieuws

Roadtrip Californië met Jeep Wrangler

Alle reportages / Nieuwe auto's / 27 januari 2017

Van Los Angeles naar The Painted Ladies, niet met bloemen in het haar, maar wel met een van Amerika’s bekendste exportproducten: Jeep.

Coca Cola, McDonald’s en Jeep, dat zijn de authentiek Amerikaanse merken die over de gehele wereld gekend worden. Jeep maakt nu deel uit van Fiat Chrysler Automobiles, maar dat weerhoudt het er niet van zijn 75ste verjaardag als all-American icon grootscheeps te vieren, onder meer met een reeks speciale Anniversary modellen. Aan de feestvreugde wordt substantieel bijgedragen door het feit dat het goed gaat met Jeep: 2015 was het beste jaar in de geschiedenis met dik 1,2 miljoen verkochte auto’s. In Europa vinden we Jeep’s kennelijk ook steeds leuker: 60 procent groei.

Eindbestemming van deze trip door Californië is San Francisco, maar als ik het vliegveld van Los Angeles verlaat in een Hydro Blue Wrangler Rubicon keer ik zijn karakteristieke neus met de twee ronde lampen en zeven verticale sleuven eerst naar het oosten, want ik wil onderweg enkele andere all-American icon’s zien.

Een state trooper houdt een vrouw in een gammele Chevrolet aan, een paar gymschoenen die over een telefoondraad hangen, bungelen in de wind, iemand in een andere Wrangler steekt zijn hand op, mijn BF Goodrich banden gonzen en zingen op het beton. Soms zo luid dat ik in de buitenspiegels kijk om zeker te weten dat er geen Easy Rider op een motorfiets naast me rijdt. De motor van de Wrangler laat zich nauwelijks horen. Onder de kap, met dezelfde ronde zijkanten als de originele Jeep, ligt een 3,6-liter V6 met variabele kleptiming en een vermogen van 284 pk. Het koppel van 347 Nm piekt pas bij  4300 min-1, een relatief hoog toerental voor een terreinwagen, waarin veel trekkracht bij lage toerentallen te prefereren is. De zescilinder is echter gekoppeld aan een vijftrapsautomaat en de koppelomvormer weet heel goed hoe er qua trekkracht het beste uit te halen. Het is prima vertoeven in de Wrangler op de highway’s, alleen zou ik, als ik er hoofdzakelijk mee op de normale weg zou rijden, zijn grove en luidruchtige Mud-Terrain’s inruilen voor wat gerieflijker rubber.

Vanwege de 75ste verjaardag van Jeep spoel ik even terug naar de dagen ver voor Kelly’s Heroes en M*A*S*H, naar juli 1940, toen het Amerikaanse leger meer dan 100 bedrijven uitnodigde om binnen 50 dagen met een ontwerp te komen voor een licht verkenningsvoertuig, ter vervanging van de achterhaalde motorfietsen en Ford Model T vrachtwagentjes. De lijst waaraan het nieuwe voertuig moest voldoen, was lang: de wielbasis moest korter dan 1,9 meter zijn en de hoogte minder dan 92 centimeter. De carrosserie moest rechthoekig zijn, zodat hij in een kist paste, de motor sterk genoeg om 80 km/h te halen en hij moest vierwielaandrijving, een hoge en lage gearing en een neerklapbare voorruit hebben. Het gewicht? Maximaal 590 kilo.

Slechts drie fabrikanten deden een gooi naar het lucratieve contract: Willys-Overland, American Bantam en Ford. Het prototype van Bantam – een meesterwerk van functioneel design –  werd uitverkoren, maar omdat de kleine fabrikant er onvoldoende van kon vervaardigen, ging de fabricage naar Willys. In 1941 was de productieversie klaar, de MB, wat de klassieke Jeep is geworden, die we allemaal kennen.

De banden van mijn Wrangler raken voor het eerst zand in Joshua Tree National Park, een bloedhete woestijn, besprenkeld met merkwaardige bomen. Water en schaduw zijn er niet te vinden, telefoonbereik is er evenmin, waardoor het park een gevaarlijke plaats is in de zomer. De Joshua Trees hebben volgens de overlevering hun naam te danken aan immigranten die in het midden van de 19e eeuw de Colorado River overtrokken. Deze Mormonen zagen in de uitgestrekte takken van de bomen de ten hemel geheven armen van de bijbelse figuur Joshua.

De Wrangler heeft geen enkele moeite met het terrein daar. Het is een Rubicon Hard Rock versie, met uiteraard vierwielaandrijving en hoge en lage gearing, en Heavy Duty Dana starre voor- en achterassen, voorzien van zelfsperrende differentiëlen. Om de wieluitslagen bij het terreinrijden zo min mogelijk te beperken kan de stabilisatorstang op de vooras met een druk op een knop worden losgekoppeld. Het is even wennen aan de sterke bekrachtiging van de besturing, die elk gevoel wegneemt over de richting van de voorwielen. Dat doet denken aan de originele Willys Jeep, die had een vergelijkbaar vage besturing omdat het leger wilde dat er zo weinig mogelijk terugslag was als een wiel bijvoorbeeld een rots raakte – zo was er minder kans dat de bestuurder zijn polsen kwetste.

De Joshua Trees zijn naar icoonstatus verheven door de bekende Ierse band U2, zij vernoemden een album – dat overigens buitengewoon succesvol was – naar de bomen. Er stond er zelfs een op de hoesfoto, geschoten door Anton Corbijn. Geregeld ondernemen fans van U2 een pelgrimage naar het park, hopend de Joshua Tree van de platenhoes te vinden. De boom stond daar echter niet, maar nabij Death Valley, een stuk van de geplaveide weg af. Dit zouden de coördinaten zijn: 36°19’51.00″N, 117°44’42.88″W. Wees verstandig als je de – inmiddels omgevallen – boom van U2 opzoekt, ga in een Jeep.

Het is anderhalf uur later als de Wrangler in Barstow stopt, aan Route 66, de Mother Road van Chicago naar Los Angeles. De weg is grotendeels in onbruik geraakt of is onder een vervangende Interstate verdwenen. Daar waar hij nog intact is, probeert de middenstand er nog enige nering aan te onttrekken, soms met verrassende vindingrijkheid, zoals bij het Route 66 Motel.

“Het hotel is al 100 jaar oud”, vertelt de eigenaresse tijdens het inchecken. “Ik woon al 38 jaar hier in Barstow. Het ligt in the middle of nowhere en is continu op sterven na dood. Om de tien jaar dreigt het een ghost town te worden, en dan leeft het opeens weer op omdat zich er een nieuw bedrijf vestigt. Toen we dit hotel kochten, moesten we iets doen om gasten te trekken, toen zijn we hier die oude auto’s gaan neerzetten. Ze zijn niet van ons, maar van mensen uit de buurt. Ze rijden bijna allemaal en zijn te koop, alleen die Buick Special niet. Dat is mijn vroegere auto, die blijft hier staan. We hebben nu meer aanloop, ook door de komst van het internet. Veel meer mensen weten ons te vinden”.

Barstow is altijd een belangrijk spoorwegknooppunt geweest, de treinen vol goud- en zilvererts dat in de Mojave was gedolven, kwamen er langs. De stad is genoemd naar William Barstow Strong, de vroegere baas van de Santa Fe Railway, en dat laatste is waarom ik een omweg langs het station maak. Niet te verwarren overigens met Barstow Station, een fast food nepstation, waar McDonald’s zich genesteld heeft in een aantal treinwagons.

Het echte treinstation van Barstow ligt iets verderop, een onverwacht mooi gebouw in Moorse stijl, Casa del Desierto geheten (huis van de woestijn) en uit 1911 daterend. Het is eigenlijk veel te elegant voor een station waar hoofdzakelijk onmetelijk lange goederentreinen van en naar Salt Lake City passeren. Ik hoop er een ander Amerikaans icoon aan te treffen, zo’n schitterende dieselelektrische F-type loc van GM, bekend van de legendarisch Santa Fe Super Chief. Vooral door de rood met gele war bonnet kleuren – als een Indiaan op oorlogspad – was zo’n gestroomlijnde loc fantastisch mooi. Lang geleden, in tijd dat ik me met miniatuurtreinen bezighield en uren door de catalogi van Trix Express en Märklin bladerde, was de Santa Fe Super Chief twijfelloos de meest begeerde trein. Helaas, er staat er geen bij de Casa del Desierto, maar wel een later en minder mooi type. Om een inmiddels zeldzame Super Chief te zien, zal ik toch echt een keer naar Sacramento moeten, naar het California State Railroad Museum dat er een in de collectie zou hebben.

Als ik mijn weg vervolg over Route ’66 pauzeer ik even bij het dichtgetimmerde Mohawk Gas Station bij Oro Grande. Toen de weg nog een belangrijke verkeersader was, moeten er veel automobilisten gestopt hebben om te tanken en voor een verfrissing, maar nu is het niet meer dan een ruïne. Ik vermoed dat het tankstationnetje het ondanks alles nog tot in de jaren ’70 heeft volgehouden, het type pompen is namelijk uit een later tijdperk dan Route ’66.

De zoutvlakten van Bonneville en El Mirage, voor de autoliefhebber zijn het legenden. El Mirage ligt niet ver van Route ‘66, dus waarom niet? Al meer dan vijftig jaar worden recordsnelheden gereden op El Mirage, een door de zon droog gebakken meer. De bedding wordt slechts door een simpele houten wegwijzer aangegeven, maar even verderop staat een bord van de Southern California Timing Association (SCTA), met de data waarop honderden hot rods, belly tankers, streamliners, high boys en trucks er heen trekken om het gaspedaal diep in te trappen.

Helaas mag de Wrangler de vlakte niet op. Het heeft niet lang geleden geregend, en er mag pas op het zand worden gereden als het door en door droog is, ander ontstaan er diepe sporen. Ik kan dus slechts naar raden of de Jeep inderdaad zijn geclaimde top van 180 km/h haalt en of hij in 8,9 seconden van 0 naar 100 km/h kan accelereren.

Ik vraag me af of hij op El Mirage überhaupt genoeg lengte gehad zou hebben om de top te verifiëren. Het racetraject is maar twee kilometer lang en de SCTA meet de snelheid over de laatste 40 meter. Net daarvoor moet je dus je hoogst mogelijke snelheid hebben bereikt. Dat is lastiger dan op de zoutvlakte van Bonneville, het zandoppervlak is niet altijd keihard, maar rul en zacht. Toch moet je zien daarop als een dragster van start te gaan, anders haalt je auto zijn Vmax niet. Daarvoor heb je véél vermogen nodig en een fikse dosis lef, reden waarom de leden van de El Mirage 200 MPH Club met nog meer respect bejegend worden dan die van het filiaal op Bonneville.

Het hoogste tempo dat tot op heden op El Mirage is geklokt, is 312,1 miles per hour (516,6 km/h). Als ik een artikel in Hot Rod Magazine nasla, zie ik dat slechts zesmaal een snelheid boven de 300 mph op El Mirage is gereden. Niet bijzonder? Er heeft al twaalf keer iemand op de maan gewandeld, trek je conclusie maar….., aldus de auteur.

Een fijn laagje stof waait van zijn blauwe plaatwerk af als de Jeep wegaccelereert, door de Mojave. De motorkap beweegt lichtjes in de rijwind, ondanks de extra sluitrubbers. De woestijn is besprenkeld met verlaten hardboard en golfplaten huizen en bijna overal staan wel een of meer auto’s die lang geleden het leven hebben gelaten. Het zijn meestal Amerikanen uit de jaren ’70 en ’80, de periode dat ze op hun lelijkst waren, maar er komt ongetwijfeld een tijd waarin iemand de charme van de vinyl daken, faux radiatorgrilles en overdreven ornamenten inziet en besluit er een te restaureren. Roest hebben ze in elk geval niet.

Verderop naar het noorden, bij Lost Hills, stuur ik de Jeep linksaf, de weg naar Paso Robles op. Links en rechts zijn olievelden met honderden ja-knikkers, waarvan de zwarte gestalten tegen de zon in op zwoegende arbeiders lijken. Als ik de restanten van het gehucht Cholame nader, realiseer ik me dat hier een jaar of 60 geleden, op precies dezelfde weg, twee jonge mannen reden, fors over de snelheidslimiet, in een zilveren Porsche 550 Spyder. Ze waren vanuit Los Angeles op weg naar Salinas, om mee te doen aan een straatrace – het nabije circuit Laguna Seca was er toen nog niet. De bestuurder, de jonge acteur James Dean, reed de Porsche over de openbare weg naar de race omdat hij de auto nauwelijks kende en deze nog niet helemaal ‘los’ was. Naast hem zat zijn monteur, Rolf Wütherich. De twee moeten hebben genoten van het heuvelachtige landschap en de met bruin gras begroeide hellingen. Van ver zien ze er uit alsof ze met zacht vilt zijn bekleed, als de rondingen van een Stetson.

Dean en Wütherich hadden niet lang voordat ze Cholame naderden een bekeuring gekregen, bij Bakersfield waren ze gepakt met 65 mph (105 km/h) waar slechts 55 mph was toegestaan. Dat weerhield Dean er niet van stevig gas te geven op de overzichtelijke en uitnodigende wegen. Naar verluidt reed hij over de 135 km/h, toen hij een Ford tegenkwam, met de 23-jarige student Donald Turnupseed aan het stuur. Deze moet de lage en snel naderende Porsche niet hebben gezien, want hij sloeg linksaf, vlak voor de 550 Spyder. Dean heeft nog een poging gedaan de Ford te ontwijken, maar tevergeefs, beide auto’s raakten elkaar hard. Wütherich werd uit de Porsche geslingerd en had relatief lichte verwondingen, maar Dean werd door de klap in de auto vastgeklemd en raakte zo zwaar gewond dat hij kort daarop stierf. Ook Turnupseed kwam er met lichte verwondingen vanaf, maar is heel zijn leven geplaagd gebleven door het noodlottige ongeval dat hij veroorzaakte.

Anderhalve mijl verderop, bij het Jack Ranch Café, herinnert een stalen monument aan de crash die een einde maakte aan het leven van de 24 jaar oude filmster, die net de film Rebel without a Cause had voltooid, naast Natalie Wood. De datum en de tijd van Dean’s geboorte en voortijdige dood (30 september 1955) zijn in het metaal gegraveerd, samen met de handgeschreven tekst What is essential is invisible to the eye. Dat was een van Dean’s favoriete zinnen uit het bekende boekje The Little Prince van Antoine de Saint-Exupéry.

Vanaf Paso Robles rijd ik naar de kust en vervolgens via de beroemde Cabrillo Highway langs Big Sur naar Monterey. Het comfort in de Wrangler is goed. Je merkt aan alles dat hij qua technologie dicht bij de originele Willys is gebleven, de carrosserie beweegt op het zware ladderchassis, en je voelt de massa van de zware assen als je over oneffenheden rijdt. Soms kunnen de dempers hen niet de baas, dan dribbelt hij wat. Vering en demping zijn bij de eerste aanslag hard, daardoor helt en rolt hij relatief weinig, echter als je grote gaten of drempels tegenkomt, blijkt er verrassend veel absorptievermogen in het onderstel te zitten. Of er dagelijks met een Jeep Wrangler is te leven? Zeker, maar je moet je wel realiseren dat het nog steeds een door-en-door utilitair voertuig is, vergelijkbaar met een Land-Rover Defender.

In de verte nadert de beroemde Bixby Bridge. Het is een van de meest gefotografeerde bruggen in de USA, niet alleen omdat hij tot ’s werelds grootste betonnen overspanningen met één boog behoort, maar ook vanwege de fabelachtige mooie ligging. Het is lastig een goed standpunt voor een foto te vinden, zeker als de Jeep er ook op moet. Bovendien staat de zon verkeerd. Net voorbij de brug is echter een zandpad, de bergen in, van waaraf je een goed zicht op de brug en de Stille Oceaan hebt.

Via Laguna Seca en Carmel Valley bereikt de Wrangler het eindpunt van rit: San Francisco. Op naar Alamo Square voor een bezoek aan The Painted Ladies. Deze rij Victoriaanse huizen, die allemaal in verschillende kleuren zijn geschilderd, wordt ook wel Postcard Row genoemd, zo vaak zijn ze gefotografeerd.

In het park tegenover de iconische dames zitten tientallen mensen, genietend van het uitzicht en de rust. Een Japans stelletje luistert naar muziek op een iPhone. Ik vang een paar flarden op. “If you’re going to San Francisco, be sure to wear some flowers in your hair”. De megahit van Scott McKenzie die eind jaren ’60 duizenden jongeren naar San Francisco deed trekken, met lange haren, wijde pijpen, in wild geschilderde VW Busjes. There is a whole generation, with a new explanation.

De Jeep is een opvallende verschijning in Postcard Row, met zijn knalblauwe lak en stoere, militaire uitstraling. Even bekruipt me de gedachte dat de wereld van nu er wellicht anders uitgezien zou hebben zonder de Jeep. Gedurende de tweede wereldoorlog zijn er maar liefst 650.000 van geproduceerd. Het staat buiten kijf dat hij een heel belangrijke rol heeft gespeeld voor de geallieerden in Europa, en overal elders waar hij nodig was. De troepen waren lovend over zijn snelheid, zijn veelzijdigheid en zijn vermogen in allerlei soorten van terrein z’n mannetje te staan. De Jeep was zo populair bij de Amerikaanse soldaten dat ze na terugkeer uit de oorlog overtollige exemplaren van het leger kochten om er privé mee te rijden. De US Army heeft er tienduizenden aan burgers van de hand gedaan, waarna Jeep civiele versies is gaan bouwen – wat uiteindelijk geleid heeft tot de Wrangler van nu. Veel is sindsdien veranderd, maar de veelzijdigheid en de onverzettelijkheid van het origineel vind je nog steeds in de Wrangler terug. Hij is nog steeds wat hij vroeger was: een symbool van vrijheid en avontuur.

TEKST & FOTO’S TON ROKS

JEEP WRANGLER RUBICON 3.6 V6
MOTOR V6, 3604 cm3
VERMOGEN 284 pk bij 6350 min-1
KOPPEL 347 Nm bij 4300 min-1
TRANSMISSIE vijftraps automaat, vierwielaandrijving, hoge en lage gearing, zelfsperrende differentiëlen voor en achter, Hill Descent Control
WIELOPHANGINGEN starre assen voor en achter met geleide armen, schroefveren en telescoopdempers, stabilisatorstangen voor en achter (ontkoppelbaar vóór)
REMMEN bekrachtigd, schijven rondom
BANDEN 255/75/19
AFMETINGEN LxBxH 4751x1877x1840 mm, wielbasis 2947 mm, tankinhoud 85 liter, gewicht 1895 kg, inhoud bagageruimte 498-935 liter
TOPSNELHEID 180 km/h
0- 100 KM/H 8,9 sec
PRIJS vanaf € 106.655 (NL), vanaf € 47.200 (B, 2.8 CRD diesel)


Print Friendly




Ton Roks
Ton Roks werkte meer dan 25 jaar voor het blad Autovisie, waarvan een groot deel als hoofdredacteur. In november 2012 vervulde hij een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Op reis met Octane Magazine

Volgend bericht

Aston Martin bouwt nieuwe DB4 GT’s




Uitgelicht

Op reis met Octane Magazine

In samenwerking met Petrol & Wine biedt Octane jaarlijks een aantal lezersreizen aan, die stuk voor stuk op dezelfde...

27 January 2017

Webdevelopment