Laatste nieuws

Stilstand maakt meer kapot dan de normale slijtage van het gebruik

Alle columns / Jeroen Bruintjes / 16 maart 2015

We beginnen met een klein patsmomentje: deze tekst schrijf ik met de laptop op schoot en met de voeten in het zwembad, in de schaduw van een zalig Caraïbisch zonnetje. Vakantie! En na tien maanden werken werd het  tijd. Weliswaar hebben we maar een paar dagen, en de jetlag is nog steeds niet helemaal weg, maar de ontspanning is des te groter en de voorpret op de eerste rum punch van de dag ook.

Ik houd niet van vliegen. Begrijp me goed, ik heb geen vliegangst, maar ik vind langeafstandsvluchten te saai voor woorden. Negen uur in zo’n buis met vleugels om hier te komen! Okay, het zat comfortabel, we kregen zelfs een upgrade naar extra beenruimte en de wijn vloeide rijkelijk. Maar het is geen reizen. Je kunt geen kant op, behalve van je plek naar de wc en terug. Het is vervoer en niets meer. Maar ach, wie ben ik om te klagen met dit soort eerstewereldproblemen. Janken op niveau, dat is het, ik geef het toe.

Zodra je de westerse wereld verlaat, ook al is het maar tijdelijk, laat je het verschijnsel klassieke auto’s achter je. Niet dat ik zo’n grote wereldreiziger ben, maar de paar keer dat ik serieus ver weg vloog, viel het me telkens op: in landen buiten Europa en Noord-Amerika hebben auto’s de status van vervoermiddel, meer niet. Op wat liefhebbers in Japan, de golfstaten en Argentinië na misschien. En die autoliefhebbers zijn zonder uitzondering beïnvloed door ‘onze’ wereld. Ze hebben die autoliefde slechts zelden van kinds af aan meegekregen. De gemiddelde Japanse klassiekerliefhebber zal nooit huilend van ontroering vertellen hoe zijn ouders hem vroeger op de achterbank van de Peugeot 203 meenamen naar het Sauerland, of wat daarvoor doorgaat in Japan. In de meeste andere Aziatische landen is de auto sowieso pas sinds hooguit twintig jaar een bereikbaar goed voor de gewone man. De Chinezen begonnen rond 2000 een beetje massaal auto te rijden. Dat doen ze sindsdien met overgave, dat wel.

Ook op het eiland waar ik nu zit zijn veel inwoners vooral bezig hun oude beestjes rijdende te houden. Als vervoermiddel, welteverstaan. Op nieuwe auto’s zit een invoerbelasting van 65 procent, zo vertelde de hoteleigenaar me gisteren, dus dat is voorbehouden aan de elite. Dit eiland, St. Lucia, kent rijke, maar ook erg arme streken. Toerisme is voor veel inwoners van levensbelang. Het is geen groot eiland, maar de infrastructuur is verrassend goed en langs de westkust slingert een route die elke Octane-lezer laat kwijlen, zo mooi. Alleen maar bochtjes, het grootste deel van de dag verlaten, bizar mooie uitzichten… zelfs met de huur-Daihatsu (nul pk, automaat) is het een feest. Het binnenland heeft daarentegen een paar superzware onverharde wegen. Automatisch ga je nadenken: op dit eiland met een vooroorlogse klassieker rijden, dat zou het helemaal zijn… 12 uur per dag goed weer, genoeg goede hotels en restaurants… je vraagt je af waarom de klassiekerwereld, als het om de Caraïben gaat, nooit verder is gekomen dan de overdreven glamour van de Bahama’s Speed Week. Hoewel, het antwoord is eigenlijk best logisch. Klassieke rallyorganisaties weten dat dit soort landen vooral erg moeilijk doen. Logistiek, vergunningen, hoge investeringen vooraf… alles draait om geld, overal is handjeklap nodig, de plaatselijke ambtenaren willen dollars onder de tafel voelen. Dat schrikt af. Een gemiste kans voor beide partijen, want dit soort evenementen, ook al zijn het deftige rijkeluisfeestjes, kunnen immers véél geld in het laatje brengen van lokale, kwakkelende economieën.

Dezelfde belemmeringen hebben overigens ook positieve gevolgen. Ze vormen namelijk mede de reden dat mijn Urquattro niet meeverhuisde met z’n eerste eigenaar, toen die voorgoed naar de tropen vertrok en daar een carrière als duikfotograaf begon. Ik kreeg tot mijn grote verbazing onlangs een mail van hem, met foto’s van de restauratie van de auto toen hij nog in Groot-Brittannië woonde. Hij miste de auto zeer, zo schreef hij. Op dat soort momenten is de wereld bizar klein! De Quattro bleef in Europa, belandde bij mij en heeft dit jaar flink wat kilometers gedraaid. Dat doet elke auto bijzonder goed. Veel klassiekerbezitters beseffen dit niet. Op weg naar Goodwood zagen we dit weer eens bevestigd, toen twee trailer queens rokend op de vluchtstrook stonden. Beste mensen, begrijp het nu toch eens: een auto moet rijden, veel rijden, niet stilstaan. Stilstand maakt meer kapot dan de normale slijtage van het gebruik. Lang stilstaan in de stalling betekent lang stilstaan op de vluchtstrook. Wat dat betreft kunnen we nog veel leren van de autobezitters op dit eiland. Die rijden weliswaar in oude barrels rond, maar die barrels rijden wèl.

Hoewel… gisteren, op weg hierheen, hielp ik de taxichauffeur z’n lekke band te vervangen. De wielmoeren zaten bomvast en de krik paste niet. Gutsend van het zweet wurmden we de auto op blokken hout. Stond ik dus tóch nog te sleutelen. Ach, weet je… da’s precies wat een goede vakantie nodig heeft.

 

 


Tags:
Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks

Ton Roks werkte meer dan 25 jaar voor het blad Autovisie, waarvan een groot deel als hoofdredacteur. In november 2012 vervulde hij een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.





Vorig bericht

Een auto, élke auto, wordt leuk zodra je er competitief mee kunt zijn

Volgend bericht

Rond 1912 kon je in de Verenigde Staten bij liefst 60.000 laadstations je auto opladen





Bezoekers lazen ook


Uitgelicht

Een auto, élke auto, wordt leuk zodra je er competitief mee kunt zijn

Octane is vernoemd naar het octaangetal van benzine. Dat weten we natuurlijk. Het is een getal dat we associëren met snelheid,...

16 March 2015

Webdevelopment