Laatste nieuws

Veel auto-ontwerpers zien een auto als een vrouw, met kleren aan, of zonder

Alle columns / Matthijs van Dijk / 29 november 2016

In 1928 probeerde Frank Lockhart met een Stutz Black Hawk Special een nieuw snelheidsrecord te land te vestigen. Hij haalde 203,45 mph (327,40 km/h) in zijn voorlaatste ‘run’, 5 mph langzamer dan het staande record, voordat hij in de run op de terugweg door een klapband dodelijk verongelukte. Om aerodynamische redenen waren de wielen van deze recordauto omhuld door volledig dichte spatborden. De voorste stuurden met de voorwielen mee. De Stutz was de eerste auto met deze feature. Alleen het onderste deel van de banden was zichtbaar door de pants die de wielen aangetrokken hadden gekregen. Zo heette deze bijna volledige omhulling van het wiel in het begin. In het midden van de dertiger jaren werd het usance om het achterwiel af te dekken. Bij de sturende voorwielen en met vaste, dus niet-meesturende voorspatborden, was dat moeilijker te realiseren. Bij de Chrysler Airflow uit 1934 had het dezelfde aerodynamische redenen als bij de Stutz, maar het was ook mode en een verwijzing naar een ‘aerodynamische vorm’ (zonder daadwerkelijk aerodynamisch te zijn) was dan vaak al genoeg om een connotatie van snelheid te geven.

Alfa Romeo vond eind jaren dertig een middenweg in het gedeeltelijk afgeschermde achterwiel van bijvoorbeeld de Alfa 6C 2300B of de 8C 2900B Touring Berlinetta. Er waren vier, respectievelijk zes horizontale spleten in de achterwiel-skirt gemaakt. Het wiel werd zo aan het oog onttrokken, maar ook weer niet helemaal. Bij de 8C 2900B Le Mans uit 1938 was dat nog extremer: het achterwiel was met een plaat afgedekt op één horizontale spleet na, ongeveer ter hoogte van de naaf. Zo kon je nog net de ‘rondingen’ van de achterband ontdekken. En dat deed iets.
In de ‘mode’ hadden ze dat allang ontdekt: het decolleté en de split bestaan al eeuwen. We mogen voyeur zijn van iets privés, iets intiems dat voor een klein stukje, op subtiele wijze, wordt vrijgegeven. De fantasie van de voyeur moet de rest doen. En dat vinden we zo fijn (of lekker). In de zestiger jaren ging Mary Quant daarop voort met de hotpants en minirok. Yves Saint Laurent lanceerde zijn semi-transparante, van gaas gemaakte, see-through-look blouses in 1968.

Is dat goed of slecht? Ik begrijp dat je kunt spreken van sex-negative en sex-positive. Negative is dat je als vrouw een willoos lustobject bent voor mannen, vanuit het heersende schoonheidsideaal (van mannen); bij het tweede gaat er erom dat vrouwen ook ‘recht’ hebben uiting te geven aan hun seksualiteit, dat ze ‘eigenaar’ zijn van hun eigen lijf en zelf de regie hebben, zelf kunnen spelen met deze machtspositie. Madonna gaf daar vijfentwintig jaar later met Jean Paul Gautier een verdere invulling aan. Wie herinnert zich niet haar korset met omhoog wijzende puntborsten uit de Blond Ambition Tour van1990? Madonna transformeerde naar een feministische Venus van Willendorf.
Of het nou vanuit de negatieve of de positieve kant van het vrouw-zijn benaderd wordt, het voyeurschap heeft een risico, is spannend. Ik wil als voyeur, als een male-chauvinist-pig of als iemand die mee gaat in het spel van de ander, niet ontmaskerd worden door diegene die ik aan het ontleden ben. Zij (of hij) mag niet weten dat ze bespied wordt.

Veel auto-ontwerpers (dus niet allemaal) zien een auto (ondanks dat ze soms een enorm lange motorkap hebben) als een vrouw, met kleren aan, of zonder. Voordat je het weet, moet een auto de sensuele welvingen hebben van een vrouwelijk ‘naakt’ van Auguste Rodin. Dat is wat Michael Robinson (ontwerper van de Lancia Thesis) vertelde. Veel autowerpers zouden dat graag willen, hun ideale vrouw ontwerpen. Gênant natuurlijk als je dat letterlijk en expliciet doet (het is sowieso gênant). Dus dan maar een auto, en dan maar ontwerpen vanuit de principes van het voyeurisme en zodoende dezelfde aantrekkingskracht realiseren. Zo zie je dan ook dat gender-neutrale benamingen voor onderdelen van auto’s door vrouwelijke benamingen vervangen zijn. Zo werd bijvoorbeeld de pant een skirt.

Het is echter een volledig ander ding wanneer een Roots blower pontificaal door de motorkap van een Amerikaanse muscle-car prikt of dat je nog net door de louvres van de motorkap van een E-type de gepolijste venturi’s ziet. De Amerikanen gaven de aanzet tot de harde variant. Waarom?
Aan alles dat ‘fijn’ is, kun je verslaafd raken: seks, alcohol, drugs, suiker, vet, gaming, communicatie, religie. En dan heb je ‘hard’ nodig om het gewenste effect van fijn te ervaren. Dat is ook gebeurd bij het ‘voyeurisme’ zelf. Het fijne gevoel dat ontstaat door het prikkelen van de fantasie wordt vervangen door het verlangen naar het zien van expliciete content zelf, heel erg expliciete content. Elke subtiliteit verdwijnt.

Niets is niet-meer-te-zien. Onthoofdingen, natuurrampen, oorlog, horror, moord, porno, verkrachting en snuff-films. Internet, tv, kranten en magazines zijn de peepholes naar deze events. Al deze expliciete content kun je ervaren vanuit een veilige plek, je eigen fauteuil. Je kunt op een ‘veilige’ afstand deel zijn van ‘events’ waarvoor je zelf niet de ballen, de ‘looks’ of de centen hebt. Volledig risicoloos, er is geen gevaar aanwezig, er is geen vernedering mogelijk.
Heerlijk om achteroverleunend met een glas wijn naar een marteling te kijken in een Engelse detective. Heerlijk om in mijn fauteuil te lezen over de op 420 km/h begrensde W16 Bugatti Chiron. Het enige dat de fantasie nog een beetje prikkelt is de snelheidsmeter die tot 500 gaat. Damn!

matthijs-van-dijk MATTHIJS VAN DIJK
Matthijs van Dijk is professor Applied Design aan de TU Delft, professor  Strategic Design aan de NTNU in Noorwegen en is directeur van het consultancybureau Reframing Studio in Amsterdam, zusterbedrijf van Gran Studio in Turijn. Hij heeft ondermeer een Rover P6 en een 3500 Vitesse, een Alpine Renault A310 V6 en een Voxan Café Racer.


Print Friendly




Ton Roks
Ton Roks werkte meer dan 25 jaar voor het blad Autovisie, waarvan een groot deel als hoofdredacteur. In november 2012 vervulde hij een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Ja, dat leest u goed, een TV-serie met Amillion en mijzelf in de hoofdrol

Volgend bericht

ROADTRIP Portugal met Subaru WRX STI




Uitgelicht

Ja, dat leest u goed, een TV-serie met Amillion en mijzelf in de hoofdrol

Er is nog hoop! Nu ik inmiddels een soort ambassadrice ben geworden voor de vintage cars, ligt mijn focus op de volgende...

29 November 2016

Webdevelopment