Laatste nieuws

Voor die snelle dingen naar……

Alle reportages / Interviews / 5 augustus 2016

Fred van Lingen (1)

Samen met broer Sam heeft Fred van Lingen een forse bijdrage geleverd aan de populariteit van Alfa Romeo in Nederland. Fred blikt terug op meer dan een halve eeuw met het grote Milanese merk.

 Voor een Alfa Romeo ging je vroeger bijna vanzelfsprekend naar Van Lingen. Op een gegeven moment hadden de broers Sam en Fred zelfs vijf dealerbedrijven, in Utrecht, Amersfoort, Aalsmeer, Amsterdam en Haarlem. Onder het label Savali verkochten ze door Fred ontwikkelde snelle motoren voor vooral de zescilinder Alfa’s. De broers Van Lingen hebben Alfa Romeo groot gemaakt in Nederland, dat is nog altijd de mening van menige Nederlandse Alfist. In november 2009 was het feest echter over, de stekker ging eruit, door tegenvallende verkopen en een importeur met wie de zaken niet zo smeuïg en geolied liepen als een gemiddelde Alfa-motor.

Fred van Lingen (2)

Sam geniet van zijn pensioen, maar Fred heeft nog geen afscheid van Alfa Romeo genomen. Hij heeft meteen na stoppen met de dealerbedrijven de grote opslagloods in Houten overgenomen waarin vroeger ook het spuitwerk werd verricht. Onder de naam Van Lingen Alfa Parts doet hij voornamelijk reparaties aan klassieke Alfa Romeo’s. Hij kocht ook alle onderdelen die erop lagen en beschikt over een immense voorraad. Deur na deur gaat er open en we zien we elke keer weer nieuwe rekken met motoren, achterassen, versnellingsbakken, ruiten, wielen, plaatwerk, noem maar op. De spuitcabines van toen zijn er nog steeds, inclusief de oude regelkasten.

Fred is zes dagen per week in zijn loodsen, dikwijls samen met Louis Hutzezon, met wie hij al samenwerkt zo lang hij zich kan herinneren, en met Nico de Pijper. “Louis is nog steeds actief in de autosport. Kijk, daar staat zijn Alfa 33, die witte. Louis en Nico doen tegenwoordig het meeste sleutelwerk. Ik ben nu 72, maar ik vind het nog steeds leuk om achterassen te reviseren en af te stellen. Daar krijgen we veel aanvragen voor en dat klusje doe ik meestal zelf”, vertelt Fred.

Fred van Lingen (3)

Hij stopt bij een prachtige Giulia SS, van 1965. “Mijn lievelingsauto, in perfecte, helemaal originele staat. Nico doet toevallig net de APK, daarvoor moeten de ruitensproeiers werken, en die zitten verstopt. Komt door het stilstaan natuurlijk. Straks, als de pekel van de weg is, ga ik er weer mee rijden. Ik heb de auto 20 jaar geleden overgenomen van Jacques Albers, die heeft heel mooie auto’s. Altijd als ik hem zie, vraagt hij of hij hem terug mag kopen. Maar dat doe ik niet, het is een van mijn pronkstukken”.

Welke andere Alfa vertroetelt hij dan nog meer? “Die groene Montreal. We hebben er als dealer ooit dertien van verkocht. Deze is er een van, ik heb hem eigenlijk twee keer verkocht, een keer nieuw en een keer gebruikt, en nu houd ik hem. Mooie auto’s zijn het, die Montreal’s, dat heb ik altijd gevonden. Ik heb er misschien een beetje te veel een zwak voor, want ik heb er eigenlijk te veel onderdelen voor om me heen verzameld….”.

Fred van Lingen (6)

De broers Van Lingen zijn in november 1965 in Houten met Alfa Romeo begonnen. “We deden al in Fiat’s toen Evert Louwman en Hans van Doorn ons namens de importeur benaderden met de vraag of we dealer van Alfa Romeo wilden worden. Dat wilden we wel, we hadden weleens Alfa’s in onze garage, dus we wisten van de hoed en de rand. We vonden het een heel mooi merk, met een geweldig historie en mooie auto’s. Het was geen Opel, maar echt wel iets heel anders. Alfa Romeo wrong echter wel een beetje met Fiat. Weet je, er bestond toen nog geen connectie tussen die twee. Alfa Romeo werd door de Italiaanse staat gesteund, Fiat moest het zelf zien te rooien. Dat zat niet lekker dus. We hebben toen langzaam afgebouwd en zijn 100 procent Alfa Romeo gaan doen, mijn broer Sam als commercieel directeur en ik als technische man. In ons eerste hele jaar verkochten we 34 auto’s, dat was een prima score toen. Ik denk dat we als dealer in totaal rond de 18.000 Alfa’s gedaan in al die jaren”.

In de begintijd hadden de Van Lingen’s vooral met Alfa’s uit de series 101 en 105 te maken, de Giulietta’s Giulia’s, Junior’s en Duetto’s, de Alfa’s dus die nu het meest gekoesterd worden. “De 105’s, de Giulia’s en aanverwanten, waren echt goede auto’s, beter dan de 101’s. Die waren ook goed, maar je merkte dat er meer handwerk aan zat, er waren wel wat dingetjes die beter hadden gekund. Van de Giulia 1300 TI, de versie met een carburateur, hebben we er heel veel verkocht – die kostte toen 9990 gulden, een mooie prijs.”

Fred van Lingen (13)

Na de Giulia kwamen de Alfetta’s en de Giulietta’s, met hun transaxles. Ze hadden niet zo’n beste reputatie vanwege roest, maar het waren goede auto’s, verzekert Fred. “Die reden echt prima, ik weet niet meer hoeveel keren ik met een Alfetta of Giulietta naar Milaan heen en weer ben gereden, maar ik weet wel dat ik altijd fris uitstapte.”

Daarna brak de tijd aan van de Sud en de 33, de Alfa’s met voorwielaandrijving en een boxermotor. Volgens Van Lingen is de 33 een eigen schare liefhebbers aan het ontwikkelen: “Ik krijg steeds meer aanvragen voor onderdelen binnen”.

Met de voorganger, de Sud, waren de Van Lingen’s indertijd heel blij. “Dat was een heel fijn rijdende auto, die liet zich goed verkopen. Roest? Ja, dat was soms een probleem, maar het verschilde per auto. En de Sud wist mensen aan zich te binden. We kregen klanten die zeiden dat ze hun auto met stoffer en blik bij elkaar konden vegen, maar toch een nieuwe wilden. Voorwielaandrijving? Kijk, ik weet ook wel dat achterwielaandrijving leuker rijdt, maar de Sud stuurde prima – en de 33 ook. Ik vond het toen gewoon een goede zet van Alfa Romeo om op voorwielaandrijving over te gaan, het geeft een compactere aandrijflijn, die technisch bovendien een stuk voordeliger is. Nee, ik had er geen moeite mee”.

Fred van Lingen (4)

De 164 en 156 waren minstens zo welkom bij Van Lingen. “Die liepen echt heel erg goed. Toen kwam Alfa ook met de eerst eigen diesels, dat waren prima motoren en die maakten die auto’s zakelijk heel interessant. We hadden ook al diesels van VM gehad in de 90, de Giulietta en de 164, beresterke motoren met een heel hoog koppel. Die diesels konden pas sjouwen, al vanaf 1000 toeren, ongelooflijk. Maar met de eigen diesels is de vaart er pas echt goed ingekomen.”

Daarna is het bergafwaarts gegaan met Alfa Romeo. Waarom? Fred van Lingen kan er niet goed een vinger opleggen, denkt aan een combinatie van oorzaken. “Alfa’s werden Fiat’s met een andere carrosserie. Fiat, Lancia, Alfa Romeo, het werd een grote pot nat, dat heeft het merk natuurlijk geen goed gedaan. En dan hadden we natuurlijk ook nog die problemen met Kroymans, dat toen de import had overgenomen. Kroymans had een grote partij 159’s in Business Edition uitvoering gekocht, daar hadden ze 6% korting op gekregen van de fabriek. Daar hadden ze een veld vol van staan. Wij hadden echter klanten die liever een uitvoering hadden met véél meer extra’s aan boord, maar die mochten we niet verkopen, want er stonden nog zoveel van die Business Editions. Daar waren we helemaal niet blij mee.”

Fred van Lingen (11)

Er waait een nieuwe wind bij Alfa Romeo, Sergio Marchionne, de CEO van Fiat Chrysler, heeft budget vrij gemaakt om Alfa Romeo te herlanceren, als een premium merk, met achterwielaandrijving. Heeft hij daar vertrouwen in? “Ik hoop natuurlijk dat het slaagt, de dealers en de klanten wachten al zo lang op nieuwe auto’s, echte Alfa’s. Als zo’n herlancering goed gedaan wordt, kan het fantastisch uitpakken. Kijk wat Volkswagen met Audi heeft gedaan. Auto Union en DKW waren op sterven na dood, VW is met Audi verder gegaan, en zie eens wat er van geworden is. Helaas heeft de Giulia geen perfecte start, eerst werd hij steeds maar weer uitgesteld, en nu zouden er problemen zijn met de botsproeven – hoe je het ook wendt of keert, dat doet wel afbreuk aan dat geweldige goede gevoel dat we eerst hadden”, meent Van Lingen, die er onmiddellijk aan toevoegt de nieuwe Giulia QV met zijn meer dan 500 pk een prachtige machine te vinden. “Maar op die auto zitten de dealers natuurlijk niet te wachten – zij willen de gewone versies, daar moeten ze hun geld mee verdienen.”

‘Savali’ was een bekende naam in de tijd dat de Van Lingen’s Alfa Romeo’s verkochten. Het was een verkorting van de bedrijfsnaam ‘Sam van Lingen’, maar het was vooral het label waaronder de beide broers tuning deden. Fred was daar de technische motor achter. “In onze tijd met Fiat deden we al tuning. Ik heb nog de Fiat 1500 van Rinus Vink gedaan, dat was zijn auto van de zaak maar hij racete er ook mee op Zandvoort. We hebben de Duetto van Kees van Grieken en Bob de Jong getuned met andere nokkenassen, die auto waarmee zij de Tulpenrallye in 1969 hebben gereden. We deden ook het onderhoud van de GTA’s van Hans Deen en Nico Chiotakis. Aan de GTAm’s van Rob Slotemaker en Nico Chiotakis heb ik ook nog gesleuteld. Er waren twee auto’s door Autodelta voor hen naar Zandvoort gestuurd. Daar bleek een veel te lange eindoverbrenging op te zitten, voor Monza of zo, die jongens kwamen op Zandvoort niet eens in vijf. Op zaterdag heb ik nog pignon en kroonwiel voor hen vervangen. Op een gegeven moment moest de GTAm van Chiotakis verkocht worden. Dat lukte bijna niet. Niemand wilde hem. Uiteindelijk heeft een jongen uit Kampen – hij deed in kokosmatten – hem overgenomen voor 20.000 gulden. Daar koop je tegenwoordig niet eens de cilinderkop voor….”

Fred van Lingen (8)

Het tunen van Alfa Romeo’s kreeg een groter tempo toen de Sud kwam. Toen verkochten de Van Lingen mooie setjes om Alfa’s sportieve voorwielaandrijver van twee dubbele Webers te voorzien. “Standaard had zo’n Sudje maar één carburateur. Uit Italië haalden we mooie spruitstukken van Alquati, speciaal gemaakt voor twee Webers. Die waren geweldig, je kende die Sud niet terug, het werd een heel andere auto”.

Tunen is voor Fred van Lingen een kwestie van ervaring en kennis, maar ook van gevoel. “Ik ben geen man die ingewikkelde berekeningen gaat zitten maken. Als ik een snellere nokkenas moest maken, deed ik dat puur op gevoel en vervolgens steeds maar uitproberen. En weet je, dat heeft dikwijls heel goed uitgepakt.”

Fred heeft zijn kennis van de techniek verder verfijnd door zelf te racen, met Giulia’s in het populaire maar helaas er ziele gegane Squadra Bianca. “Daar heb ik een jaartje of zes, zeven in meegereden, reuze gezellig was het! Ik was geen winnaar maar wel competitief, ik bracht het geregeld tot de top vijf. Het Squadra Bianca was opgezet voor de jongens die zelf sleutelden, maar na verloop van tijd begonnen de mannen met het grote geld in te stappen. Er reden op een gegeven moment Giulia’s rond die 100.000 gulden hadden gekost, toen was het niet leuk meer”.

Rallyrijden dan maar? “Dat heb ik ook gedaan, ik heb nog steeds een mooie Giulia Super van 1965 staan, een originele 1600, helemaal rally geprepareerd. Ik heb acht, misschien wel tien keer de Tulpenrallye gedaan, maar het kaartlezen werd steeds moeilijker gemaakt, véél te moeilijk. Ik werd dat gepuzzel zat – om een uurtje of vier ’s middags had ik het wel gezien, en dan moest je nog een paar uur…”

Fred van Lingen (10)

Savali beleefde hoogtijdagen met de V6’en, eerst met de Montreal, de 75 en de Alfetta GTV, later met de 155, 164 en de opvolgers. Fred: “Met de viercilinders van Alfa Romeo konden we niet zo veel doen, opboren was moeilijk, omdat de ruimte tussen de cilinders te klein is. De twee liter konden we maximaal naar 2,1 liter brengen, dat hebben we voor de 75 gedaan. We monteerden zuigers van Cosworth en gaven de motor een hogere compressie. De winst aan pk’s werd niet groot, maar toch waren de wijzigingen goed merkbaar, de motor werd er een stuk gewilliger en smeuïger van. Bij de V6 was er veel meer ruimte, we konden de 2,5 liter opboren naar 3,0 liter en later ook nog naar 3,1, 3,3 en 3,5. We ontwikkelden alles zelf, de cilinderbussen haalden we uit Duitsland, de zuigerveren uit Japan en de zuigers zelf lieten we bij Cosworth maken. Die lui leverden fantastisch spul, maar ik moest wel minstens 60 zuigers in een keer bestellen, anders gingen ze niet aan de slag. Frans Carelli, de verkoopleider van Alfa Romeo in die tijd, reed een GTV 6 met een 3,1-liter motor van Savali. Frans was zo enthousiast dat hij Savali-tuning als optie wilde gaan leveren in Nederland. Dat stuitte helaas op garantieproblemen bij de fabriek. Wij gaven natuurlijk garantie op onze motoren, maar de fabriek was bang dat de transmissies het moeilijk zouden krijgen door het grotere vermogen. Af en toe kom ik nog wel eens een Alfa op het web tegen die te koop staat, met de tekst Savali Tuned erbij. Die naam betekent kennelijk nog steeds wat. Daar kan ik dan wel even heel trots op worden….”

Fred van Lingen (5)

Trots is hij ook op een paar motoren die hij op de kop heeft weten te tikken. Zoals een originele 2,6-liter V8, door Alfa Romeo voor Indycar ontwikkeld, en met turbo goed voor 720 pk. Hij koestert ook een paar Montreal V8’s en een V6 uit Alfa’s DTM machine van 1993. “Die moesten indertijd allemaal vernietigd worden van de directie. Gelukkig deden die mannen dat ‘vernietigen’ met beleid, ze sloegen hier en daar wat stuk. Deze had een kapotte injectieleiding, een stukgeslagen inlaatkelk en een onbetekenend gat in het blok. Die leiding heb ik gerepareerd en de kelk heb ik opnieuw laten maken. Prachtig is zo’n motor, daar kijk ik veel liever naar dan naar een schilderij op de muur…”

De liefde voor Alfa Romeo en mooi Italiaans ‘spul’ is in de familie gaan zitten, zelfs tot in de naamgeving van het nageslacht. Fred trekt een doek van een donkergroene Giulia 1600 Sprint GTV af, in prachtige staat. “Kijk, die heeft mijn zoon Dino gedaan, helemaal zelf. Mooi niet? Ik had het hem niet kunnen verbeteren. En zie je dat Fiatje 500 ernaast? Dat is een echte Giannini, met een getunede motor, net zoals een Abarth. Die is voor mijn kleindochter Gigi. Het autootje staat hier nog wel even. Ze is pas zes….”

TEKST TON ROKS // FOTOGRAFIE PIET MULDER

 


Print Friendly




redactie Octane
Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur). Geregelde freelance bijdragen worden geleverd door Mattijs Diepraam, Perry Snijders, Dennis Drenthe en Jeroen Bruintjes. Freelance fotografen zijn Luuk van Kaathoven, Louis Blom en Piet Mulder.




Vorig bericht

Het verhaal achter de Porsche 911 R

Volgend bericht

Ferrari hoofdthema InterClassics 2017




Uitgelicht

Het verhaal achter de Porsche 911 R

Hij had er graag een voor zichzelf gekocht, maar helaas: de 991 klanten gingen voor. Bezoek aan Weissach, voor een rit met de 911 R en de man die hem ontwikkelde,...

5 August 2016

Webdevelopment