Laatste nieuws

Wat moet je met dat oude spul

Ton Roks / 3 augustus 2016

Ooit heb ik een keer in Mercedes’ legendarische Zilverpijlen heb mogen chauffeuren. Dat verhaal is mooi om hier te vertellen. Het gebeurde in 1990, ik werkte toen vijf jaar bij Autovisie, en op een goede dag kwam er per brief een uitnodiging van Mercedes binnen. Of we er voelden naar Hockenheim te komen om de W154 en W916 te rijden? De invitatie werd door mijn collega’s met schouderophalen begroet – wat moet je met dat oude spul, hoorde ik hen denken Ze beseften niet eens wat een W154 en W196 ongeëvenaarde legendes waren en ze typten lustig verder over de Toyota Camry, Volkswagen Polo en de fantastische zegeningen van zestienkleppers. Dus stak de jonge Roks onmiddellijk zijn vinger op en hij mocht naar Hockenheim van Nico de Jong, de toenmalige maître tamboer van Autovisie. Roks had immers net met een Ford Taunus van 250 gulden op Zandvoort zijn racelicentie behaald…..

Het was een beetje onduidelijk wat er precies ging gebeuren, ginder op dat mij onbekende circuit, en ik rekende op niet meer dan wat brave demonstraties met oude Grand Prix wagens. Echter toen ik op Hockenheim arriveerde, gingen mijn knieën spontaan knikken toen daar niet alleen een W196 warm werd gedraaid, maar ook zijn voorganger, de W154. Ze klonken zo ongehoord rauw en hard, dat ik warempel blijdschap voelde toen het begon te kletteren van de regen. Het gaat misschien niet doorgaan, hoopte de lafaard in me, die met schrik had vastgesteld dat het schakelpatroon van de W196 niet echt intuïtief was en dat het gaspedaal bij de W154 in midden zat.

Großer Preis von Argentinien in Buenos Aires, 16. Januar 1955. Sieger Juan Manuel Fangio im Mercedes-Benz Rennwagen W 196 R. Als einziger Spitzenfahrer stand Fangio dieses Rennen ohne Ablösung durch und gewann überlegen. ; Argentinean Grand Prix in Buenos Aires, 16 January 1955. Winning driver Juan Manuel Fangio in the Mercedes-Benz W 196 R racing car. Fangio was the only top driver to go the duration of the race without being relieved and won easily.;

De beide auto’s waren toen voor zes miljoen DM het stuk verzekerd, en als ik dat geld toen gehad had, had ik ze onmiddellijk moeten kopen. Maar ja, dat is een koe in de kont kijken, zoals men in Brabant zegt. Hoe dan ook, de begeleidende Duitsers waren onversaagd en hadden het volste vertrouwen in mijn kunnen – of deden beleefd alsof. Ik moest instappen en gas geven. Ik herinner me dat ik betrekkelijk weinig hinder ondervond van het schakelpatroon van de W196, waarschijnlijk was dat de minste zorg die ik had toen ik het 300 pk beest over Hockenheim mocht sturen. Het uitlaatgeluid was zo agressief dat iedereen een paar stappen opzij deed toen ik voor het eerst het gaspedaal beroerde. Toen ik de koppeling liet komen, sprong de Mercedes als een roofdier vooruit, niet brullend, maar bijna blaffend. Na een paar ronden had ik aardig wat moed en zelfvertrouwen bijeen gegaard, en dorst warempel op de oude en smalle Dunlop Racings zodanig uit sommige bochten weg te accelereren dat het grijze monster licht overstuurde.

R4359

Na de W196 mocht ik van start in de W154, de vooroorlogse voorganger, met een 485 pk V12 met twee Roots compressoren. Zijn uitlaatgeluid was wat milder van toon dan dat van de W196, maar als je gas gaf, hoorde je dezelfde ‘nietsontziende woede’, noteerde ik later in mijn notitieboekje. Ik moest heel geconcentreerd rijden vanwege de pedaalopstelling en omdat de W514 minder grip had dan zijn opvolger. Hij was zowel hyperopwindend als superangstaanjagend. Ik herinner met nog levendig dat ik nog geen enkele keer vol gas hadden durven geven toen ik in de kletterende regen aan mijn op een na laatste ronde begon. Nadat ik de pitstraat voorbij was gereden en de scherpe knip naar rechts had gemaakt, schakelde ik vroeg naar de vierde versnelling, trok rustig naar 5.000 toeren – de snelheid moet toen rond de 160 km/h hebben gelegen – en toen vloerde ik in een vleug van waanzin het gas. Het toerental schoot onmiddellijk omhoog, veel te snel, de enorme wielen draaiden van de ene op de andere seconde als rokende slijptollen in de rondte, op slechts centimeters afstand van mijn schouders, mijn hart had een melt-down – ik wist niet dat je hartslag zo snel kon stijgen – en de Mercedes schoot slingerend en brullend nog harder vooruit. Ik heb het daarna wat kalmer aangedaan. De euforie over de W154 is weken blijven hangen, de meest spectaculaire auto waarin ik ooit heb gereden. Daarna zijn er nog een paar van dergelijke prehistorische racebeesten door mij handen gegaan, maar die beide Mercedessen staan nog immer fier in mijn top tien.

Ik heb ook een keer met een SLS AMG een stuk van de Carrera Panamericana mogen rijden, maar dat is stof voor een andere keer.

 

 


Print Friendly




Ton Roks
Ton Roks werkte meer dan 25 jaar voor het blad Autovisie, waarvan een groot deel als hoofdredacteur. In november 2012 vervulde hij een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Een poor man’s Bugatti doet zeker niet onder voor een rich man’s Amilcar

Volgend bericht

Het verhaal achter de Porsche 911 R




Uitgelicht

Een poor man’s Bugatti doet zeker niet onder voor een rich man’s Amilcar

Wat maakt nou dat je op je 24e een Amilcar gaat kopen? Van dat geld kun je natuurlijk ook een moderne sportwagen aanschaffen,...

3 August 2016

Webdevelopment