Laatste nieuws

Zo kwam het dat ik zwart van het vet en de olie de lobby in liep

Alle columns / Jeroen Bruintjes / 16 maart 2015

Jeroen BruintjesHet waren zware tijden in huize Bruintjes en ik bracht de laatste tijd opvallend veel tijd door in de quattro en in hotels. Nu is elke minuut in de quattro een goede minuut. Niets ontspant een man zo zeer als het sonore staccato van een geblazen vijfcilinder. Tot mijn spijt heeft de linker achterzijde van de auto een lelijke beschadiging opgelopen, eigenlijk moet de auto daarom naar een herstelbedrijf. Ik heb me er nog niet toe kunnen zetten.

Daarom wil ik het deze keer eens over die tweede tijdsbesteding hebben: hotels. In een redactievergadering waren we ’t er roerend over eens dat goede hotels evenzeer passen bij de deftige insteek van Octane als stijlvolle klassieke auto’s, een goed glas wijn, een uitdagende roadtrip, een fraai horloge. “Waarom hebben we eigenlijk geen hotelrubriek?” vroeg ik. “Waarom wijd je daar geen column aan?” was ’t gevatte antwoord. Nou, inderdaad.

Ik ben een sucker voor goede hotels, ik geef het toe. Een hotel kan een lange rit per klassieker maken of breken. Het is veel meer dan een overnachtingsplek. Ik vind ook dat de kwaliteit van de hotels een bepalende factor is voor klassieke rally’s. Je betaalt sowieso al een bak geld voor zo’n rit, dan verwacht je ook een geslaagde accommodatie. Als je al ergens per stijlvol automobiel komt voorrijden, dan moet ’t wel een beetje cachet hebben, nietwaar? Dat begint al op dat moment van arriveren. Eerst komt de wagen, dan de chauffeur. Anders gezegd: als er niet veilig geparkeerd kan worden, is het lastig slapen. Dus een goede, liefst afgesloten parkeerplaats is een voorwaarde. Daarnaast moet een hotel een goede lounge, bar of restaurant hebben. De rit van de dag wil immers beklonken worden, maar daarvoor willen we niet alsnog in een taxi stappen. Kortom, auto parkeren, inchecken, douchen, wijntje. Zo willen we het en niet anders.

Goed. Aan die voorwaarden voldoen duizenden hotels. Wat maakt een hotel dan precies Octane-waardig? Goede vraag. Ik zou het niet weten. De service? Ja, belangrijk. De architectuur? De bedden? Ook. Maar meestal selecteer ik hotels op gevoel. Als het bij de boeking goed voelt, is het vaak ook goed. Zal ik een paar voorbeelden doen? Als inspiratie voor je volgende roadtrip?

Ik begin dicht bij huis– we zijn Nederlanders tenslotte. Ken je Duin & Kruidberg in Santpoort? Prachtige plek. Vooral de kamers in het oude deel zijn fantastisch. Uitstekende keuken ook en die fietstocht door de duinen naar het strand doet ’t altijd goed. Toch vermoed ik dat veel Octane-lezers het intussen wel kennen, dus suggereer ik liever een paar plaatsen in het buitenland. Voor wie meer informatie wil: even googlen en je vindt ze allemaal.

Tijdens een rit over Zwitserse Alpenpassen logeerde ik bijvoorbeeld eens in het berghotel Paxmontana. Een ouderwets (in de goede zin van het woord) Alpenhotel op een werkelijk fantastische locatie, vooral vanwege het uitzicht en de stilte. De kamers zijn bewust zonder tv ingericht, met als filosofie: uit het raam kijken is al mooi genoeg. Klassieke auto’s zijn er overigens graag gezien. Mooi dus, ook omdat veel beroemde Alpenpassen dichtbij liggen.

Nu kun je voor die trip naar Zwitserland ervoor kiezen om ’s middags al uit Nederland te vertrekken en te overnachten in Königswinter, bij Bonn. Het is een officieel regeringshotel en heeft al menig staatshoofd een goed kussen geboden. Clinton en Mandela waren er bijvoorbeeld al eens te gast. Dat merk je aan de service – die is genau richtig. Meestal is het er vrij leeg en prettig rustig. Maar het hotel blinkt vooral uit door de bergweg die ernaartoe leidt. Dat is namelijk een van de beste hillclimbs die je zo dicht bij de Nederlandse grens kunt vinden. Een appetizer voor de Alpen.

Maar waar ik het meest van onder de indruk was: het afgelegen middeleeuwse dorpje Castello Ginori di Querceto, in Toscane. Je kunt er appartementen huren en daar tot laat in de avond op het dakterras zitten met een fles wijn van de plaatselijke wijngaard onder handbereik. Parkeren moet overigens onder aan de berg, dat wel, dus misschien de Aston Martin DB5 toch even thuislaten?

En toch was dat niet het meest Octane-waardige hotel dat ik ooit bezocht. Dat is, met stip, de University Arms in Cambridge. We overnachtten er toen we de Lagonda 3L naar een Brits transportbedrijf reden voor het vervoer naar Peking. Onderweg brak de startmotor af en dat betekende dat de auto strandde in een hoekje van de parkeergarage van het hotel. Geen punt toch – overalls aan en repareren maar. En zo kwam het dat ik na een halfuurtje zwart van het vet en de olie de lobby van het hotel in liep en vragend de receptionist aankeek. Die vertrok geen spier en zei alleen maar, “Bathroom is to your right, sir. Lovely car by the way. We do hope you managed to fix it?”

Kijk, en dát zeggen ze in het Mövenpick in Amsterdam nu niet. Hoewel dat ook best een cool hotel is, vooral vanwege de galm in de parkeergarage…

 

 

 

 


Tags:
Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks

Ton Roks werkte meer dan 25 jaar voor het blad Autovisie, waarvan een groot deel als hoofdredacteur. In november 2012 vervulde hij een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.





Vorig bericht

Rond 1912 kon je in de Verenigde Staten bij liefst 60.000 laadstations je auto opladen

Volgend bericht

Als er één plek de lifestyle van Octane uitstraalde, was het die anonieme loods





Bezoekers lazen ook


Uitgelicht

Rond 1912 kon je in de Verenigde Staten bij liefst 60.000 laadstations je auto opladen

Veel van mijn columns voor Octane schrijf ik tijdens lange treinreizen. Opmerkelijk, hoeveel inspiratie je krijgt met staren...

16 March 2015

Webdevelopment