Laatste nieuws

65 jaar handtekeningen van autosporthelden – DEEL III

Reportages / 30 januari 2022

Maarten Blietz bouwde in 65 jaar, van 1956 tot 2021 een indrukwekkende verzameling van 113 handtekeningen van rallyrijders en coureurs op; van Alan B. Fraser (nr 1) tot Graaf Hugo van Zuylen van Nijevelt (nr 113), van Juan Manuel Fangio tot Maus Gatsonides, Rob Slotemaker en Niki Lauda. Zijn ‘Autographs’-boekje ging al die jaren altijd overal mee naar toe. Hij vertelt in drie delen zijn verhaal. Vandaag deel III, waarin we Jan Lammers, Colin Chapman, Clay Regazzoni en Jackie Stewart tegenkomen.

DEEL III:

“In 1978 kreeg ik de handtekening van Karel Ton te pakken. Hij maakte deel uit van het winnende drietal Bakker Schut, Barendregt en Ton, in de Rally Monte-Carlo van 1938, met een Ford V8. Dat moet een beresterke rallyauto geweest zijn, want deze auto was zeer populair bij een groot aantal Nederlandse coureurs, eind jaren dertig.

Het Gold Leaf Team Lotus van Colin Chapman schreef zeven wereldkampioenschappen Formule 1 op hun naam; in 1963, ’65 (Jim Clark), ’68 (Graham Hill), ’70 (Jochen Rindt), ’72 (Emerson Fittipaldi), ’73 (Fittipaldi/Peterson) en ’78 (Mario Andretti). Door zijn onverwachte en voortijdige dood op 54-jarige leeftijd (december 1982) is nooit vast komen te staan welke rol hij heeft gespeeld in het financiële drama dat zich heeft afgespeeld tussen zijn zakenpartner DeLorean en de Britse regering.

Colin Chapman

In het golfhotel van zijn woonplaats Gleneagles, Schotland, heb ik de handtekening van Jackie Stewart gekregen. Hij was drievoudig wereldkampioen Formule 1: in ’69 met een Matra-Ford, en in de jaren ’71 en ‘73 met een Tyrrell-Ford. Jackie heeft veel gedaan om de veiligheid in de Formule 1 te verbeteren.

Jackie Stewart

Andrew Cowan, tweemaal winnaar van de London-Sydney Marathon, in 1968 met een Hillman Hunter en in 1977 met een Mercedes 280 E, staat dankzij de medewerking van Hans Ensing (toen Chrysler/NEKAF) sinds de reünie in het DAF-museum in 2019 in m’n boekje. Vlakbij David Pollard, een redelijk bekende Sunbeam-fabrieksrijder.

Andrew Cowan

 

De derde verzamelperiode: 1981-heden

Niki Lauda en Maarten Blietz

Heel blij was ik met de handtekening van drievoudig wereldkampioen Niki Lauda, die ik op het circuit van Donington tegenkwam. Hij was wereldkampioen in 1975 en 1977 met Ferrari, miste op een haar de overwinning in het spannende kampioenschap van 1976 (het beruchte Lauda-Hunt jaar) en maakte een succesvolle comeback in 1984, met McLaren. In de pits maakte mijn zoon William (toen 11 jaar) bovenstaande foto. Later heb ik tijdens de perspresentatie van de BMW M3 op Mugello het genoegen gehad om vijf ronden achter Lauda aan te rijden, om daarna in de grindbak te eindigen.

Toine Hezemans

Op de RAI in februari 1983 trof ik weer eens een paar Nederlanders. Allereerst Tonio Hildebrand, een auteur en verdienstelijk sportwagenrijder. Maar ook Toine Hezemans, die meerdere Europese toerwagenkampioenschappen op zijn naam heeft staan en ook een overwinning in de Targa Florio 1971, met Nino Vaccarella in een Alfa Romeo. De Belg Olivier Gendebien, een van de grootste sportwagenracers aller tijden, won Le Mans vier keer: in 1958, ’60, ’61 en ’62, met een Ferrari 250TR. En hij won de Tulpenrally één keer, in 1954 met Pierre Stasse, en de Tour de France de l’Automobile drie keer. Paul Brägger, schrijver van het boek over de Klausenrennen in Zwitserland en enthousiaste amateur in enkele rally’s waaronder de Monte Carlo, trof ik in Glarus aan.

Nelson Piquet

Nelson Piquet kwam als kersvers wereldkampioen (Brabham-Parmalat-BMW) even langs op de BMW-stand van de IAA in Frankfurt in september 1983. In 1981 won hij de titel met een Brabham-Ford. Ook de beroemde dames-équipe Michèle Mouton en Fabrizia Pons liep daar rond. Michèle schokte de Amerikanen door in een Audi Quattro de beroemde Pikes Peak Hillclimb te winnen. Ze won haar klasse op Le Mans en was de eerste vrouwelijke President van de FIA Women and Motorsport Commission.

De handtekening van Keke Rosberg, wereldkampioen in 1982, heb ik wel, maar die van zijn zoon Nico nog niet; dat zou weer een gedroomde vader-zoon-combi zijn.

Keke Rosberg

Jaap Dik, oud-hoofdredacteur en eigenaar van het blad Automobiel Management, was in zijn jonge jaren een enthousiast amateur-rallyrijder in vier Monte Carlo-, vier Tulpenrally’s en diverse andere grote internationale evenementen, waaronder de 27.000 kilometer lange rally London-Mexico.

Jaap Dik

In 1985 kwam Hermann Lang voorbij op de AutoRAI. Hij was Europees kampioen Grand Prix in 1939 met Mercedes en een van de grote coureurs van vóór de Tweede Wereldoorlog in een Silberpfeil. Volgens het reglement zou H.P. Müller dat jaar kampioen moeten zijn met slechts één overwinning, maar Hermann Lang had er vier gewonnen en was bovendien veel sneller. De President van de ONS (Oberste Nationale Sportbehörde) riep Lang uit tot kampioen van dat jaar.

Hermann Lang

Ir. Carlo Chiti was een beroemd Italiaans motorenbouwer, onder andere voor de Formule 1.

Rauno Aaltonen

Met Rauno Aaltonen, een van de eerste ‘Flying Finns’, heb ik op een gletsjer in Zwitserland geglibberd, tijdens de perspresentatie van de eerste vierwielaangedreven BMW 3-serie: de 325ix. Een sensatie! Hij heeft zijn sporen verdiend in rally’s zoals de RAC England in 1965, Tulpenrally 1966 en de Monte Carlo in 1967 (met Henry Liddon in een Mini Cooper S) en werd zes keer tweede in de Safari Rally.

Marc Surer

De bekende Zwitser Marc Surer heb ik ontmoet op de Autosalon van Genève in 1987. Hij was kampioen met het BMW Junior Team in 1977 en Europees kampioen F2 in 1979.

En ook Clay Regazzoni, voormalig F1-coureur, in 1970 derde en in 1974 tweede in het wereldkampioenschap Formule 1.

Clay Regazzoni

 

Dries van der Lof

Op 1 april 1988 kreeg ik er weer een Nederlandse handtekening bij: Dries van der Lof, bekend van de Zandvoort-races met Ferrari en Maserati, maar ook van de Tulpenrally’s in 1949, ’50, ’51 en ’52. Reed als een van de twee Nederlanders de eerste KNAC Grand Prix van Nederland in een HWM in 1950. De ander was piloot Jan Flinterman.

De Zweedse Ewy Rosquist-von Korff was de volgende naar wie ik het boekje opstuurde, via de PR-afdeling van Mercedes-Benz waarvoor zij op dat moment reed. Met onder meer Volvo had zij meerdere Coupes des Dames gewonnen en het EK bij de dames in 1959 en ’61.

Daarna volgden er in één klap negen Grand Prix-coureurs, die ik van Marianne Apetz, via haar moeder, kreeg. Haar vader was schrijver Jan Apetz en zij had als klein meisje die handtekeningen tijdens de Grand Prix van Nederland in 1958 weten te verzamelen.

Het cadeau van Marianne Apetz

Peter Collins (Formule 1): heeft gereden in HWM, Vanwall en Ferrari, en verongelukte op 3 augustus 1958 op de Nürburgring.

Maurice Trintignant (Formule 1): reed met Bugatti, Gordini en won Le Mans in 1954 met Froilan Gonzalez in een Ferrari 375 Plus.

Masten Gregory (Formule 1): reed voornamelijk met Ferrari. Won Le Mans 1965 met Jochen Rindt in een Ferrari 275LM.

Heini Walter (sportwagens): hij reed één enkele keer in de Formule 1 en was Europees bergkampioen met Porsche RSK, Ferrari 250 LM. Bovendien winnaar in zijn klasse op Le Mans in 1960.

Luigi Musso zag ik met een Maserati derde worden in de Grand Prix van Nederland in 1955, achter het Mercedeskoppel Fangio/Moss. Hij verongelukte ook in het rampjaar 1958. Mede door de druk van de Engelse ‘gang’ (Hawthorn/Collins) bij Ferrari, althans volgens Fiamma Breschi, zijn verloofde in die tijd.

Luigi Musso

 

Mike Hawthorn werd met een Ferrari Dino vijfde in de Grand Prix van Nederland in 1958

Mike Hawthorn, wereldkampioen in 1958 met Ferrari, trok zich terug uit de racerij, nadat zijn beste vriend Peter Collins was verongelukt. Hij was bijgelovig en weigerde startnummer 2 tijdens de race in Marokko, omdat Musso daarmee was verongelukt. Olivier Gendebien accepteerde startnummer 2 wel en viel inderdaad uit. Helaas verongelukte hij zelf in januari 1959 op de openbare weg in Engeland tijdens een ‘sportieve rit’ met zijn goede vriend Rob Walker.

Erik Carlsson en Joakim Bonnier

Een absoluut unieke foto van twee grootse Zweden samen: Erik Carlsson en Joakim Bonnier. Joakim Bonnier won de Grand Prix van Nederland in 1959 met een BRM. De Zweed vormde later bij Porsche een team met de Amerikaan Dan Gurney. Jean Behra, de Franse Formule 1- en voormalig motorcoureur met een plastic oor, kreeg met zijn Porsche een fataal ongeluk op de Avus-baan in Berlijn, waar ook ‘Careltje’ er een keer uitvloog. Door het ongeluk van Behra trok destijds de enige vrouwelijke coureur, Maria Teresa de Filippis, zich terug uit de autosport. Jean Behra reed Gordini, Maserati, BRM en Ferrari. Dit is de laatste handtekening uit de serie van Marianne Apetz, een cadeau waarvoor ik haar eeuwig dankbaar ben.

Jean Behra

Jan Lammers, het verhaal van ‘Jantje’ zal iedereen bekend zijn. Zijn carrière staat beschreven in het boek ‘De Biografie van een leven met 300 km/u’. Jan won zijn eerste race als 16-jarige met een Simca 1000, reed in de Formule 1 en won Le Mans in 1988 met een Jaguar.

Roberto Ravaglia uit Italië werd Europees Kampioen toerwagens 1986-’88 en Deutsche Tourenwagen Meister (DTM)-kampioen in 1989 met BMW.

Cees den Ouden in zijn Cidoro

Cees den Ouden, Citroën dealer in Rotterdam, mentor van de Jeugd Automobiel Club (JAC) afdeling Rotterdam was op Zandvoort veelvuldig te zien met zijn CIDORO (CItroën Den Ouden ROtterdam), opgebouwd uit Citroën-onderdelen.

Louis van Noordwijk. Speaker, journalist, rallyrijder. Reed de Monte Carlo- en veel Tulpenrally’s (1949-’60)

Berend Hulshof van Chrysler Nederland heeft mij de handtekeningen bezorgd van drie generaties Luyendijk: Jaap, de vader van Arie en grootvader van Arie jr. Jaap had verschillende afstandsrecords op Zandvoort op zijn naam staan, samen met Hans Maasland in een Alfa Romeo, en werd in 1956 West-Europees kampioen in de Formula Vee-klasse. Arie is beroemd geworden door zijn twee overwinningen in de Indianapolis 500 in 1990 en 1997. Arie jr won met een Formule Ford het Southern Pacific-kampioenschap in 2001 in de Verenigde Staten.

Op de laatste bladzijde van mijn handtekeningenboekje heeft Graaf Hugo van Zuylen van Nijevelt, voormalig eigenaar van het recreatiepark Duinrell, getekend. Hij werd in 1953 winnaar van de Tulpenrally in een Jowett Javelin. Hij tekende weliswaar in 2001, maar na hem heb ik nog een paar oude bekenden laten tekenen, die al eerder in dit verhaal zijn genoemd, te weten Wim Loos en Andrew Cowan in 2018. Bette Hill’s handtekening heb ik in 2020 uit het boek Automobile Year 1962 gehaald en toegevoegd aan mijn verzameling.

Terugkijkend heb ik al ongeveer 65 jaar heel veel plezier beleefd aan en met mijn verzameling. Het boekje geeft een indruk van mijn auto(sport)leven waarbij de handtekeningen voor mooie herinneringen aan mensen en ontmoetingen staan.

Voor eventuele vragen of opmerkingen, of voor het toesturen van de Excelsheet ‘Gegevens van Winnaars’ kunt u mij bereiken via het e-mailadres: maartenblietz@hotmail.com.”

Maarten Blietz

(De beelden in dit verhaal zijn aangeleverd door de auteur.)

Lees DEEL II hier


Tags: , , , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Automobiele geschiedschrijving

Volgend bericht

Iconische Duitsers en een stijlvolle Brit





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Automobiele geschiedschrijving

Arnout Doyer is, zoals hij zelf zegt, van het bouwjaar 1945 en houdt al een leven lang van mooie en bijzondere auto’s....

28 January 2022