Laatste nieuws

Afscheid van drie oude liefdes – en een huis

Reportages / 30 april 2021
Drie kanjers van Bentley’s en een monumentaal huis in Heusden, super-aantrekkelijk voor een auto-enthousiast. De tijd is gekomen om er afscheid van te nemen. Welke liefhebbers zouden er verder voor willen zorgen, vraagt eigenaar Hans van Eeuwijk zich af.

Het koetshuis met de Bentley’s en de achterkant van het monumentale woonhuis in Heusden.

Voordat ik op dat afscheid inga, eerst mijn levensverhaal, dat doorweven is met mooie auto’s. Ik denk dat de passie daarvoor zich in mij heeft genesteld in mijn studententijd, ik woonde toen in Parijs en op mijn Puch met hoog stuur toerde ik dagelijks door de stad. Op de Champs Élysée nam ik altijd een koffie in Pub Renault. Rondom de koetsen waarin de koffie werd gereserveerd stonden klassieke Renaults. Auto’s tussen 15 en 20 jaar oud waren al klassiekers in 1967. Ik was verliefd op bijna elke auto maar vooral op de Renault 4 (Bultje) waarmee veel studenten reden. In 1984 kocht ik mijn eerste oldtimer en dat was een Renault Prima Quatre uit 1931, zo heb ik mijn start gemaakt in de wereld van de klassieke auto’s. De enige club daarvoor in de ruime omgeving was in België, later kregen we hier onze eigen club, ‘De Langstraat’ genaamd. Op de Prima Quatre waren we apetrots, we gingen ermee naar Axel waar een bijeenkomst was van de Renault-club. Het was de eerste keer dat we zoiets deden en we zijn geen lid geworden – onze Renault was helemaal niet zo mooi en origineel als we dachten. Uiteraard zijn we er in passende klederdracht heengereden, zowel groot als klein.

In het koetshuis is ruimte voor meerdere (grote) auto’s, op de bovenverdieping bevindt zich een gastenverblijf.

Toen ik een eigen zaak had die voortvarend liep, kwam ik in 1985 een advertentie tegen waarin een Rolls-Royce werd aangeboden, en ik werd op slag verliefd. Alle auto’s die ik daarna heb gekocht, waren ook liefde op het eerste gezicht, het uiterlijk telde, de technische staat kwam op de tweede plaats. Het is nooit anders geweest! De Rolls-Royce was een 25/30, een vierdeurs sport saloon coach van Park Ward. De auto kostte 35.000 gulden, een smak geld, zeker omdat de motor kapot was. Een technische vriend beloofde mij dat hij in staat was die motor te reviseren, en dat heeft hij gedaan. Voor de onderdelen reisden wij speciaal naar Engeland waar die vriend oorspronkelijk vandaan kwam en hij de weg in de technische wereld goed wist. Ik vergeet nooit we dat in een of ander achterafstraatje in Londen bij een eenmansbedrijfje terecht kwamen waar spruitstukken werden gemaakt, die man was zo gastvrij dat we maar moesten blijven slapen. De machines voor die spruitstukken zijn later overgegaan naar Ristes, een bekende Bentley en Rolls-Royce specialist.

Achterin de tuin is een werkplaats met brug en ruimte voor twee auto’s.

Ik begon steeds meer van dat wereldje te houden en nog meer van Engeland waar ik in 1965 een half jaar heb gewoond om de taal in praktijk te leren, dat op aandringen van mijn ouders, zo ook een jaar later in Frankrijk.De Rolls-Royce 25/30 was na een jaar klaar en nadat Nico Oosterhuis nog wat fine tuning had gedaan, liep hij perfect. We zijn er vervolgens mee overgestoken naar Londen, dat was een onvergetelijke reis die al spoedig strandde door mijn eerste lekke band (met een oldtimer), waarna er overigens nog vele zouden volgen. Ik mag wat dat betreft inmiddels bogen op een enorme ervaring. We kwamen aan op 1 mei, een feestdag en ik vergeet nooit dat wij een omweg maakten via Canterbury, waar we in de Rolls-Royce de eerste heuvels tegen kwamen met smalle kronkelige binnen-door-weggetjes en ik dacht, verdorie die auto is echt thuis gekomen. Hij liep en stuurde als een zonnetje. Ik werd helemaal verrukt van mijn Rolls-Royce, nadat ik er een jaar alleen maar naar had kunnen kijken.

De linksgestuurde Continental S1 van Park Ward is een plaatje met zijn groene coupédak en bijpassend leer in het interieur.

In een buitenwijk van Londen, ‘Blackheath’, zijn we gestopt, het was te warm voor zowel de auto als de passagiers. We zijn met de metro verder Londen ingegaan. Buiten een paar lekke banden hebben we met de 25/30 nooit meer pech gehad en ik heb de auto tot 1999 gehouden.Naast de Rolls-Royce zijn er nog een Jaguar MkIX en een Triumph Roadster gekomen, twee totaal verschillende maar heel plezierige auto’s. Wij hebben altijd veel toertochten gemaakt. Zo zijn we met de Triumph naar Coventry gegaan voor een grote bijeenkomst waar we door de burgemeester als eregasten uit Nederland werden begroet. Onze jongste twee kinderen hadden de grootste lol achter in de dicky seats en soms zelfs onder het klapraam waaronder de stoeltjes worden opgeborgen.De Jaguar is op een goed moment ingeruild op weer een open auto, een Alvis TD21 Drop Head Coupé, een fijne familieauto, die op zijn beurt heeft moeten wijken voor een Jaguar XK120 SE DHC. Inderdaad, een sportwagen voor eigenlijk twee personen. De kinderen werden volwassen en gingen steeds minder mee.

Je voelt je de koning te rijk aan het stuur van de Continental S1.

Bij mij hield de passie voor klassiekers onverminderd stand. Omdat de zaken goed liepen hebben we in 1990 een oude stadsboerderij met drie schuren in het vestingstadje Heusden gekocht en die hebben we grondig verbouwd tot een luxewoning, Het perceel heeft een oppervlakte van bijna 900 vierkante meter, groot genoeg voor een zwembad, een werkplaats (met brug) waar twee auto’s in kunnen en een mooie orangerie annex koetshuis van 12 bij 6 meter. Op de begane grond staan nu mijn drie Bentley’s en op de bovenverdieping is een mooi appartement gemaakt.

Ook onder de motorkap is de Continental S1 een plaatje.

Ik was al een jaar aan het zoeken naar een grote vooroorlogse open Engelse auto toen ik in 1999 een prachtig gerestaureerde auto zag waaraan ik – weer – mijn hart verloor. Het werd mijn eerste Bentley, een Derby 4¼ Drop Head Coupé uit 1937 met een unieke Belgische koets van Vesters & Neirinck. Met deze auto heb ik veel concoursen gewonnen, alleen al aan de preparatie heb ik heel veel plezier beleefd, hij moest er natuurlijk pico bello bijstaan, ik wil niet anders, nu nog steeds niet. We reden er heel veel mee. In 2003, nadat ik mijn zaak had verkocht, hebben wij ons ingeschreven voor een tocht van 5000 kilometer door Zuid-Afrika, die fantastisch goed was georganiseerd door de lokale Bentley Drivers Club. Het is een onvergetelijke toertocht van 27 dagen geworden, waar we veel vrienden en kennissen aan hebben overgehouden – met sommige van hen brengen we nog steeds vakanties door.

Hans maakt graag veel kilometers met zijn R-Type Drop Head Coupé die ook een koetswerk van Park Ward heeft.

Ondertussen zocht ik naar een linksgestuurde Bentley en ik vond wederom een uniek exemplaar, een R Type Drop Head Coupé, waarvan er maar negen gemaakt zijn en slechts één met het stuur links. Dat is de mijne geworden. De auto had elf jaar stil gestaan bij een exclusieve autohandelaar in Zwitserland. Nadat wij de auto mechanisch hadden gerestaureerd hebben we een geweldige tocht door Zwitserland gemaakt met in Zuid-Afrika opgedane Bentley-vrienden. De R Type reed zo fantastisch dat ik meteen daarna besloten heb hem tot in concours-staat te restaureren. Dat heeft drie jaar geduurd, want er waren nogal wat technische mankementen aan het licht gekomen. Inmiddels heb ik al tien jaar plezier van de R Type, het is een super toerauto waarmee we veel in de bergen hebben gereden. Met de Derby 4¼ Drophead Coupé heb ik 45.000 kilometer afgelegd, door tien landen.

De S1 Fastback is een zeldzame schoonheid met zijn lang aflopende daklijn.

Naarmate de tijd vorderde vatte ik een steeds grotere liefde op voor de Continentals van Bentley, die stuk voor stuk custom build zijn. Na veel vergelijken heb ik besloten te gaan zoeken naar een S1 Continental, een links gestuurde omdat dit praktische voordelen biedt. Een goede betaalbare fastback kwam ik toen niet tegen, maar wel een links gestuurde en schitterend gelijnde coupé van Park Ward. Deze had bovendien een prachtige aansluitende historie van Belgische aristocraten. Het lakwerk was in een zeer goede staat, maar onder de motorkap vond ik wat achterstallig onderhoud. Voor mij moet een auto niet alleen van buiten schitterend zijn maar ook het chassis en de aandrijflijn moeten piekfijn zijn. Veel heb ik thuis op de brug zelf kunnen doen, samen met de niet al te technische aspecten van het onderhoud. In die tijd is mijn Derby 4¼ naar een nieuwe eigenaar in Engeland gegaan en daarmee is geld vrijgekomen voor een links gestuurde Bentley Continental Fastback. Van buiten buiten schitterend, maar van binnen net niet. Nu, na bijna vier jaar, is hij eindelijk zo ver dat hij bij de stoffeerder staat voor de finishing touch. Daarna kan de auto deelnemen aan concoursen.

De voorzijde van het huis in Heusden met rechts de toegangspoort naar het koetshuis.

Om gezondheidsredenen ga ik afscheid nemen van mijn hobby en mijn stek in Heusden. Het is een prachtig 17e eeuws huis met een grote ommuurde tuin waarin het koetshuis en de garage staan – iedereen die op bezoek komt, weet niet wat hij ziet. Ondanks dat het huis zich midden in de vesting Heusden bevindt, is parkeren geen probleem, dat kan op eigen terrein. Het is feitelijk een soort van oase, helemaal ingericht voor een autoliefhebber met een kleine collectie. Ook mijn drie Bentley’s ga ik vaarwelzeggen, de linksgestuurde Continental S1 van Park Ward waarvan er maar 24 zijn gemaakt, de naar links stuur omgebouwde S1 Fastback van H.J. Mulliner en de R Type Drop Head Coupé, de enige van de negen gebouwde die origineel met links stuur is geleverd.

Het huis is feitelijk een soort van oase, helemaal ingericht voor een autoliefhebber met een kleine collectie

Mijn mooiste droom is dat zowel het huis als de Bentley’s bij een en dezelfde nieuwe eigenaar terecht komen, maar gezien de waarde van de auto’s is dat geen waarschijnlijk scenario. De Bentley’s komen hoe dan ook bij liefhebbers terecht, daar twijfel ik niet aan. Ik hoop dat hetzelfde met het huis gebeurt, alle bijgebouwen zijn ingericht voor het stallen en onderhouden van mooie auto’s. Het huis een ideale woonplek voor een autoliefhebber – ik hoop dat het straks zo gebruikt blijft worden als ik altijd gedaan heb.

HANS VAN EEUWIJK
bentleydriver46@gmail.com


Tags: , , , , , , ,



Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Een droomauto in Sable Cendré

Volgend bericht

Een prille relatie met een Fairlady





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Een droomauto in Sable Cendré

Als opvolger van de legendarische DS moest de Citroën CX aan hoge verwachtingen beantwoorden. Voor Roeland Lambrechts was de CX al sinds...

23 April 2021