Laatste nieuws

Ben Pon (1936-2019)

Alle columns / Ton Roks / 4 december 2019

Ben Pon heeft ons verlaten, op 82-jarige leeftijd, en ik heb hem goed genoeg gekend om te durven zeggen dat hij weinig van het goede des levens gemist heeft.Op verzoek van Porsche in Leusden heb ik zijn biografie mogen schrijven en heb daardoor aardig wat met hem gesproken en opgetrokken. Het was een baasje, natuurlijk, maar altijd beminnelijk en bereid mijn vragen op zijn gewoonlijke recht-voor -zijn-raap wijze te beantwoorden. Hij was niet vanzelf een grote prater, ik heb hem nooit tot zwijgen hoeven te manen. Bij het ontbijt kon je hem beter niet storen, maar verder was hij altijd aimabel gezelschap.
Ben was, zoals hij zelf zei, met een gouden lepel in zijn mond geboren, en hij heeft er altijd goed voor gezorgd dat hij die lepel niet kwijt raakte. Hij had als lid van een welstandige autofamilie alle mogelijkheden om te racen, heeft zich de kunst zelf aangeleerd en is naar hartenlust gaan rijden – met Porsche’s natuurlijk. In zijn tijd vormde hij samen met Slotemaker en later Gijs van Lennep de Nederlandse top, en hij was zo goed als onverslaanbaar in zijn favoriet, de Porsche 904 GTS. Daarmee klopte hij alle 250 GTO’s op Spa en ging er zo bloedhard mee, 270 km/h soms, dat de achterwielen in Malmedy de binnenkant van de schermen raakten.
Of hij sneller was dan Slotemaker? ‘Sloot’ kon in elk geval harder lopen. Slotemaker had Ben in 1964 op Monza een kunstje geflikt door zich niet aan de afgesproken finishvolgorde te houden (ze wonnen 1-2) en de zich verraden voelende Ben had in de pits een moersleutel gegrepen om zijn teamgenoot een lesje te leren. “Maar hij kon helaas harden lopen dan ik”, aldus Ben.
Er school van meet af aan een ondernemer in hem: in dienst betaalde hij mede-recruten om zijn schoenen te poetsen. Verder vond hij het maar niks in het leger: “Militaire dienst? Ik accepteerde geen meerdere, ik nam geen orders aan van een mafkees.”
Ben racete in een tijd dat de auto’s al heel erg snel waren, maar er aan veiligheid zo goed als niets werd gedaan. Na het zoveelste afscheid van een verongelukte goede racevriend – en een paar incidenten met hemzelf aan het stuur – is hij gestopt. “Het lijkt alsof al die ongelukken niks met je doen, maar ergens in je worden ze toch opgeslagen. Op een gegeven moment is die emmer vol en begint het aan je te knagen”, vertelde hij me. Ben vond het bovendien tijd om te laten zien wat hij op eigen kracht kon bereiken. Hij trok naar Californië, waar hij een oud hotel zag. Dat leek hem wel wat en hij heeft het persoonlijk neer gebulldozerd en daar zijn Bernadus Lodge neergezet – een klein paradijs en een tophotel. Ben kon niet alleen vooraan rijden met een raceauto, hij kon ook in de hoogste klasse meespelen als hotelier.
Dat niet alleen, in de bergen en valleien verderop is hij wijnen gaan maken, onder het label Bernardus, en binnen korte tijd had hij ook daarmee een voortreffelijk niveau bereikt. Hij was heel trots op de kwaliteit, en ontkurkte bijna dagelijks een fles – ik vermoed om te controleren of zijn wijn nog op het gewenste niveau was. Hij was altijd trots en tevreden als hij zag dat zijn gasten de wijn goed smaakte.
Ben was een goed schutter, is naar de Olympische Spelen afgevaardigd om voor de eer van ons land kleiduiven aan gruizelementen te schieten. Hij was ook een fervent jager, ik moest een keer mee naar zijn landgoed Avishays in Zuid-Engeland, want de jacht moest natuurlijk ook in de biografie. Hij zag mijn aarzeling, maar overtuigde me met de woorden dat er ginder een groot overschot aan fazanten was. Er waren heel veel gezellige jachtvrienden – er waren zeven geweren – en er werd goed raak geschoten. Ik wilde het fijne van die overdaad aan fazanten weten – en heb de gamekeeper gevraagd wat daar de oorzaak van was. Hij vertelde me dat Ben Pon dat was, die liet er elk jaar duizenden liet uitzetten.
We lunchten na de jacht in de Windwhistle Inn, waar Ben geregeld met zijn McLaren F1 langs knalde, naar eigen zeggen soms met 320 km/h en dan met Gijs van Lennep naast zich. “Toen heb ik hem voor het eerst bang gezien”, aldus Pon met pretogen. Die McLaren heeft hij verkocht aan Jay Leno, want hij was er niet content mee. “De bak was niet goed en hij had te weinig downforce achter, dat was echt gevaarlijk. Ik heb erover geklaagd bij Ron Dennis, maar dat was een eigenwijze vent. Hij zei dat ik de enige was met zulke klachten. Hij wilde niet snappen dat ik misschien wel de enige was die er geregeld 300 mee reed.”
Ben Pon, hij heeft de top bereikt als coureur, als schutter, als hotelier en wijnmaker. We zullen hem vooral blijven herinneren als de man die heel hard en goed met een 904 GTS kon rijden – en die een belangrijke stuwende kracht achter het Racing Team Holland was. Zonder hem zou de geschiedenis van de vaderlandse autosport onbetwist een held armer zijn geweest.

PORTRETFOTO Raymond de Haan


Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Ferrari 166MM Barchetta

Volgend bericht

Fiat 127 A (1975)




Uitgelicht

Ferrari 166MM Barchetta

DE ROEM BEGON HIER  Aan het stuur van de enige auto ter wereld die zowel de 24 Uren van Le Mans als de Mille Miglia...

4 December 2019

Webdevelopment Passionate Bastards