Laatste nieuws

Colin Chapman’s Cortina

Reportages / 15 juli 2020
Deze Ford ziet er wellicht niet heel speciaal uit, maar het is wel een Cortina Lotus én het was ooit het persoonlijke vervoermiddel van Colin Chapman.

Je moet echt heel goed kijken om het deukje te spotten in het verchroomde lijstje boven de rechter koplamp. Het is een van de weinige smetjes op deze Cortina die haast in concoursconditie lijkt te verkeren. Dat deukje heeft echter een verhaal: naar verluidt parkeerde Lotus’ baas Colin Chapman de auto iets te gehaast in een van de werkplaatsen van de fabriek. De Ford op deze pagina’s is niet zomaar een Cortina, en zelfs niet zomaar een Cortina Lotus. Deze piekfijne zakensedan uit de jaren ’60 was een tijd lang Chapman’s persoonlijke vervoermiddel. Hij kreeg de auto in 1969 cadeau van Ford en reed er zo’n 14.000 mijl mee, en volgens de geruchten tamelijk hard ook. Zo wordt beweerd dat de portier van Lotus in Hethel zich altijd moest haasten om de slagboom op tijd omhoog te hijsen als Chapman in de Cortina kwam aanrijden. Als hij dat niet vlug genoeg deed, reed Chapman gewoon tegen de slagboom aan en tikte hem van zijn sokkel.

Waarom Ford de auto aan Chapman schonk, is niet bekend. Misschien was het een gebaar van goede wil, nadat Ford de productie van de Mk2 Cortina Lotus had overgeheveld van Lotus in Hethel naar de eigen fabriek in Dagenham. Of misschien heeft Ford het gedaan omdat de Cortina Lotus (die toen inmiddels Cortina Twin Cam heette) binnen afzienbare tijd uit productie gaan en de nieuwe Escort Twin Cam in de startblokken stond om het stokje in de autosport over te nemen. Colin Chapman’s zoon Clive, tegenwoordig baas van het Classic Team Lotus, was in de jaren ’70 nog een kind en kan zich deze Cortina helaas niet herinneren.

Hij kreeg de auto cadeau van Ford en reed er zo’n 14.000 mijl mee, en volgens de geruchten tamelijk hard ook

De Mk2 heeft in autosportkringen nooit zoveel indruk weten te maken als zijn legendarische voorganger, die vooral met Jim Clark aan het stuur te pas en te onpas op drie wielen door de bocht ging. Maar dat hoefde ook niet, want al binnen een jaar nadat de Mk2 was geïntroduceerd verscheen de Escort Twin Cam ten tonele, een auto die beter geëigend was voor rally’s en races aangezien hij lichter en compacter was. Bovendien wilde Ford de Cortina Lotus geraffineerder, comfortabeler en gebruiksvriendelijker maken dan het voorgaande model.

Niet dat de Cortina Lotus een gevalletje was van veel geschreeuw en weinig wol. Hij was gebaseerd op de tweedeurs Cortina GT, maar Lotus had de sterkere exportversie van de carrosserie gebruikt en de wielophanging grondig herzien, onder meer door een verlaging van de rijhoogte met 2,5 centimeter en grotere spoorbreedten dankzij gebruikmaking van stalen wielen in de maat 5½J. En wie zijn ‘Lotus’ serieus wilde kietelen, kon tegen meerprijs nog kiezen uit een waslijst aan competitie-onderdelen, variërend van portieren, motorkap en kofferklep van aluminium tot beschermers voor carter en brandstoftank. Ook brandstofinjectie behoorde tot de mogelijkheden.

Doordat Ford de productie van de Mk2 naar Dagenham had overgeheveld, kon ook de bouwkwaliteit beter in de gaten gehouden worden. Nu we met dit exemplaar – met nog altijd amper 25.000 mijl op de teller – onderweg zijn, valt op hoe goed Ford erin geslaagd is een gebruiksvriendelijke versie voor op straat te bouwen. De aandacht voor detail valt direct op, al is het wel heel erg bruin binnen, met stoelen en deurpanelen in Saddle Tan en een dashboard in een donkerdere tint, terwijl het zichtbare metaal van de portieren de carrosseriekleur Amber Gold heeft. Alles is goed op elkaar afgestemd, met duidelijke, goed afleesbare metertjes en een verwarming met eenvoudige schuifregelaars. De auto voelt vooral modern aan.

En als we de contactsleutel omdraaien en wegrijden, blijft die indruk overeind. Het stuurwiel mag dan diepliggende aluminium spaken hebben en herinneren aan de dagen van weleer – toen menig automobilist nog autohandschoenen droeg in combinatie met een platte pet –, de besturing is plezierig licht, zelfs in die mate dat je haast gaat denken dat deze bekrachtigd is. Gecombineerd met de hoekige contouren en erg dunne raamstijlen – hadden we die nog maar in onze huidige auto’s – is de Cortina op de weg gemakkelijk te plaatsen en door het verkeer te loodsen. Deze middenklasse sedan is 5½ inch (in 1969 was het VK nog niet overgestapt op het metrieke stelsel) smaller dan een moderne Mini, en zelfs meer dan 30 centimeter smaller als je de forse buitenspiegels van die Mini meerekent.  Net als de besturing gaat ook het schakelen super licht, ondanks het feit dat de korte versnellingspook betrekkelijk korte schakelwegen heeft. De versnellingen zitten dicht bij elkaar en omdat er geen veiligheidspalletje zit tussen het eerste verzet en de achteruitversnelling is concentratie gevraagd, maar ook dat mag als een pluspunt worden gezien.

De Cortina voelt nog altijd snel, niet ontaard snel naar huidige maatstaven, maar voldoende energiek om er een heleboel plezier mee te beleven. De krachtbron met zijn dubbele Webers is bij lage toeren ietwat gezapig – wellicht te wijten aan de lage kilometerstand en het feit dat de auto wel een grote beurt kan gebruiken –, maar eenmaal boven de 3000 min-1 schraapt hij zijn keel en trekt daarna stevig door. Bij een tempo van 110 km/h op de snelweg loopt hij ontspannen, ook al draait hij nu 3800 toeren omdat de auto maar vier versnellingen heeft. Met behulp van een handige telefoon-app hebben we kunnen vaststellen dat de snelheidsmeter heel nauwkeurig is; moderne technologie heeft ook zo zijn voordelen. Op deze warme dag in het zuiden van staan alle ventilatieroosters open, maar voor voldoende frisse lucht is het nodig om het portierraam omlaag te draaien; airco heeft de Cortina immers niet. Verder doet hij weinig voor een moderne auto onderdoet qua rijcomfort – de met vinyl beklede stoelen daargelaten, die voor kinderen met blote benen een ware geseling waren in de zomers van de jaren ’60 en ’70.

Het heeft er alle schijn van dat Chapman geen tijd had om met een sleutel te frunniken als hij het kofferdeksel wilde openen

De dubbelnokker voorin klinkt onverwacht gedempt, maar als je het gaspedaal iets dieper intrapt wordt het geluid pittiger, mede door een beetje aanzuiggeluid van de carburateurs. Helemaal stil zijn die 40DCOE’s natuurlijk nooit, ondanks alle pogingen daartoe van het als een luchtfilterhuis, dat er uitziet als een uitlaatdemper en voor de ontwikkeling waarvan Ford naar verluidt maanden nodig heeft gehad. De aanzienlijke carburateurs en de extra breedte van de twin-cam cilinderkop hadden tot gevolg dat de accu net als in de Mk1 naar de kofferbak is moeten verhuizen. Dat was echter niet ongunstig voor de gewichtsverdeling van de auto, want het weggedrag van de Cortina is heerlijk neutraal. Deze Mk2 vormt het bewijs dat een doordachte set-up met bladveren voor de achterwielophanging heel goed kan werken. Omdat het accent op straatgebruik ligt, is het geen verrassing dat de carrosserie wat om zijn lengteas rolt in snel genomen bochten, maar buitensporig is het zeker niet en de auto blijft alleszins keurig in gelid; maar op een nat wegdek zal het niet heel moeilijk zijn om de auto in overstuur te brengen.

Als je al ergens je bedenkingen bij zou kunnen hebben, dan is het wel het enigszins onzekere rijgedrag, maar dat ligt misschien aan het feit dat de auto nooit volledig technisch onder handen is genomen. De wielophanging kan wel wat aandacht kan gebruiken, dat wordt ook bevestigd door het lichte slingeren van de voorwielen en het knarsen van een kogelgewricht. Het doet echter niets af aan de kwaliteit van het onderstel. Elke jonge knaap die destijds in de gelukkige omstandigheid verkeerde dat hij zich een Cortina Lotus kon veroorloven, zal zichzelf helemaal het mannetje hebben gevonden – en terecht.

De altijd praktisch ingestelde oprichter van Lotus heeft het door Ford gegeven paard zeker niet in de bek gekeken. Chapman heeft tot ver in de jaren ’70 gebruik van deze auto gemaakt, hoewel hij daarnaast ook nog de beschikking had over een Elan +2, een Ford Galaxie 500 en een Range Rover. Een eigenaardigheidje is de montage van de achterste ‘deurklink’ van een Cortina Estate op het kofferdeksel; het heeft er alle schijn van dat de altijd gehaaste Chapman geen tijd had om met een sleutel te frunniken als hij het kofferdeksel wilde openen. Opvallend is ook de oude sticker van Texaco op de voorruit met daarop een Lotus 72 in de kleuren van JPS – het is waarschijnlijk een relikwie uit de tijd dat Chapman met de auto reed. Toen hij uiteindelijk ophield in deze Cortina te rijden, stonden er slechts 14.233 mijlen op de klok. De auto is in het fabrieksmuseum beland en is daar gebleven totdat het museum op slot ging en de museumcollectie in 1998 door Coys werd geveild in opdracht van het Maleisische HiCom, de toenmalige eigenaar van Lotus. Uit het V5-registratiedocument bleek dat de auto nieuw op naam was gezet van Group Lotus en niet op die van Colin Chapman zelf, en waarschijnlijk daarom heeft HiCom dit stukje ‘familiezilver’ van de hand mogen doen. De zeldzame auto haalde ondanks zijn lage tellerstand en fascinerende herkomst niet de minimumprijs van 6000 pond en werd dus niet verkocht.

En hoewel dat alweer twee decennia geleden is, blijft dat verbazingwekkend. Het was echter goed nieuws voor de Amerikaanse autojournalist Jamie Kitman, die toevallig in Hethel was om een nieuwe Elise op te pikken voor een test. Toen hij van PR-man Alastair Florance hoorde dat de Cortina van Chapman op de veiling niet was verkocht, nam hij contact op met Coys en mocht de auto daarna voor £ 4500, het hoogste bod tijdens de veiling, de zijne noemen. Museumauto’s staan er vaak blinkend bij maar verkeren zelden in goede rijwaardige staat. Kitman schreef een jaar na zijn aankoop: “Mijn Cortina had enkele grote tekortkomingen. Hij stond al sinds 1982 stil. En het was voor de helft een Lotus, hetgeen betekent dat hij ook voor de helft de betrouwbaarheid had waarmee Lotus’ modellen uit de jaren ’60 zo’n beruchte reputatie hadden verworven.” Daarom besloot Kitman wijselijk om de auto door specialist Paul Matty in de West Midlands na te laten kijken alvorens hem naar zijn woonplaats New York te laten verschepen. Dit draaide uit op een complete carrosserierestauratie, waarbij tevens de motor werd uitgebouwd om de motorruimte opnieuw te spuiten. Verder werden onder meer nieuwe bumpers, wielen en raamrubbers gemonteerd. Gezien de omvang van de werkzaamheden lijkt de rekening van £ 4408,33 laag. Is 1998 werkelijk zo lang geleden?

De Webers zijn gedemonteerd en schoongemaakt, maar verder hebben de mensen van Paul Matty de motor en aandrijflijn ongemoeid gelaten. Hoewel de auto al die tijd stil had gestaan in het museum van Lotus, was de dubbelnokker nog altijd in prima conditie. “Met een nieuwe accu startte Chapman’s twinkie meteen, elke keer weer. Hij draaide soepel en trok heel energiek door, om er maar eens een paar aloude clichés uit te gooien”, aldus Kitman in het Britse autoblad Car, waarvoor hij Amerikaans correspondent was. Hierin wordt melding gemaakt van een rit met de Cortina door de ruige straten van Harlem om een honkbalwedstrijd bij te wonen in het Yankee Stadium. Op de bijbehorende fraaie foto’s van Jason Furnari was te zien hoe deze door en door Engelse auto – met zijn originele Britse kentekenplaten nog net zichtbaar achter de nieuw aangebrachte NYC platen – zich in de Big Apple een weg baant te midden van taxi’s, bouwverkeer en allerlei kleurrijke passanten.

Kitman heeft bijna net zo veel met de auto gereden als Colin Chapman, want hij zette 10.000 mijlen op de teller. Daaronder ook de 660 mijl naar Dearborn, Michigan, vanwege het 100-jarig bestaan van Ford, een rit die de Cortina zonder mankeren aflegde, totdat de auto in de parkeergarage van Fords hoofdkwartier op twee cilinders begon te lopen. Gelukkig kon een monteur die de supervisie had over een andere auto op de jubileumtentoonstelling – de fameuze Mk1 Lotus Cortina van Sir John Whitmore – als geen ander met de dubbelnokkers van Lotus overweg en kwam het euvel al snel op het spoor: een van de Webers moest opnieuw schoongemaakt en afgesteld worden.

De zeldzame auto haalde ondanks zijn lage tellerstand en fascinerende herkomst niet de minimumprijs van 6000 pond en werd dus niet verkocht

In 2014 besloot Kitman dat het tijd was om de Cortina te verkopen. “Ik had het geld nodig”, vertelde hij onomwonden tegen Octane met die typische New Yorkse recht voor z’n raap mentaliteit. Hij heeft de auto in Londen door RM Auctions laten veilen. In tegenstelling tot die vorige veiling in 1998 werd de Cortina dit keer wél verkocht, echter voor het opvallend bescheiden bedrag van £ 22.400 inclusief commissie. “Dat was de helft van de laagste schatting”, aldus Kitman. “Ik was teleurgesteld, maar er zat niets anders op dan mezelf te troosten met mijn stelregel dat alleen losers zich over geld druk maken.” Zo’n iemand is de huidige eigenaar, Mike Baroth, beslist niet, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij aanzienlijk meer heeft betaald dan die veilingprijs toen hij de auto kocht van Neil Dickens van The Hairpin Motor Company. Maar als je kijkt naar de enorme bedragen die sportieve Fords uit de jaren ’80 en ’90 – en met een minder tot de verbeelding sprekende historie – recentelijk hebben opgebracht, lijkt deze Cortina niet bepaald duur. Misschien wijst de toekomst straks wel uit dat de aanschaf een slimme zet is geweest. En wat dat deukje in de strip boven de rechter koplamp betreft: tweede eigenaar Jamie Kitman heeft ooit een splinternieuwe chroomstrip cadeau gekregen van een Californische liefhebber die over de auto had gelezen. Jamie is er nooit aan toe gekomen om hem te monteren. Gelet op het vermoedelijke verhaal achter dit deukje hebben wij zo’n vermoeden dat ook Mike dat nooit zal doen…

Tekst Mark Dixon / Fotografie Matthew Howell

Ford Cortina Lotus Mk2 (1969)
Motor 1558 cm3 viercilinder, dubbele bovenliggende nokkenassen, lichtmetalen kop, twee 40DCOE Webers Vermogen 115 pk bij 6000 min-1 Transmissie handgeschakelde vierversnellingsbak, achterwielaandrijving Stuurinrichting kogelkringloop Wielophanging voor MacPherson-veerpoten met schroefveren, antirolstang; achter starre as met langsarmen, semi-elliptische veren, telescoopdempers Remmen voor schijven, achter trommels Gewicht 915 kg Topsnelheid 174 km/h Acceleratie 0-100 km/h in circa 10 sec

 

 


Tags: , ,



redactie Octane
Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur).




Vorig bericht

Siata Daina Sport Coupé: voor connaisseurs

Volgend bericht

Moss is een held want hij kende angst





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Siata Daina Sport Coupé: voor connaisseurs

Op het Concours d’Elegance Paleis Soestdijk had ik hem al ontwaard, deze heel mooi gerestaureerde Siata Daina. Hij bleek...

15 July 2020