Laatste nieuws

‘Coureurs in de jaren ’70 draaiden elk dubbeltje om, dat hoeft nu echt niet meer’

Alle columns / Jan-Bart Broertjes / 14 juni 2019

Vroeger was alles beter. Nee, ik ga het hier niet over politiek hebben, ook in kringen van (historische) raceliefhebbers is dit een veelgehoord sentiment. Eén waar ik mezelf net zo goed schuldig aan maak. Zo kan ik maar niet wennen aan die halo’s, ik vind het geen gezicht. Voor mij hoort een monoposto een open cockpit te hebben. Als ik éénzitters met een dak wil zien, kijk ik wel naar het DTM. Van de week zag ik op social media een foto van de eerste raceauto van Cor Euser. Het was een oude Formule Vee en die was voor ovalraces voorzien van een rolkooi. Dat moet ergens in 1978 of 1979 zijn geweest. Toen hadden ze in Baarlo blijkbaar al meegemaakt wat Jules Bianchi bijna veertig jaar later zou overkomen – en passende maatregelen genomen. Ze waren hun tijd daar dus ver vooruit! Die foto maakte mijn dag goed, en zette me aan het denken of vroeger inderdaad alles beter was.

Voor de historische raceliefhebber is het internet een onuitputtelijke bron van informatie en inspiratie. Zo’n twintig jaar geleden begonnen de eerste nerds websites op te zetten zoals racingspsortscars.com en touringcarracing.net. De fans konden reageren in het gastenboek, of een e-mail sturen aan de webmaster. Vervolgens kwamen de internetfora: Ten-tenths, The Nostalgia Forum, Autodiva. Uren kon ik daarop doorbrengen. De foto’s moesten elders gehost worden, op websites als Photobucket. Als je een scanner had, kon je ze digitaliseren en via je PC uploaden. Het is nog maar een paar jaar geleden, maar je kunt je het al nauwelijks meer voorstellen. Vandaag maak je zo’n foto met je telefoon en één seconde later deel je hem met de wereld. Steeds meer archieven worden gedigitaliseerd, steeds meer mensen delen hun foto’s en kennis op het net. Dankzij de algoritmes achter de social media hoef ik nergens meer naar te zoeken, het komt vanzelf naar me toe in mijn historische racebubbel. Zelfs de meest obscure racers waarvan ik dacht dat ik ze als enige interessant vind en die iedereen verder vergeten zou zijn. Denk aan Enno Wijkstra met zijn EWB Sports 2000, of Jo Brouwer en Gerrit Vink in de Lada Samara’s. Auto’s en rijders waarvan ik in 30 jaar geen foto had gezien, komen nu ineens boven water. Door deze overdaad aan snoepgoed kun je zwelgen in nostalgie en dat maakt de verleiding groot om te denken dat alles vroeger beter was. De realiteit is echter dat het hedendaagse vroeger beter is dan het vroeger van vroeger, als je begrijpt wat ik bedoel…. Want vroeger had je al die foto’s en filmpjes niet. Ze werden gemaakt, maar jij kreeg ze niet te zien. Nou ja, aan het eind van de maand een paar plaatjes in de Autorensport en in december verscheen er een jaarboek dat je bij de bibliotheek kon lenen, of dat je in het gunstigste geval van de goedheiligman kreeg. En zo geweldig waren die races ook niet altijd. Ik geniet van de oude beelden van de Formule Libre, of de toerwagens groep 2/4/5. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de velden meestal klein waren, de auto’s vaak stukgingen en dat de snelheidsverschillen enorm waren, zodat je nogal eens naar een optocht zat te kijken.

Een kreet die ik laatst tegenkwam als reactie op een foto uit de seventies: “Toen racen nog betaalbaar was”. Natuurlijk, een Simca Rallye 1 kostte in 1973 Fl. 7221,– en daarmee kon je zo het circuit op. Maar vraag je opa eens wat hij verdiende in 1973. Ook dit is een gevalletje ‘roze bril’. Autoracen is momenteel goedkoper dan het ooit geweest is. Niet voor niets racen er meer mensen dan ooit tevoren, autosport is breedtesport geworden. Coureurs in de jaren ’70 draaiden elk dubbeltje om, dat hoeft nu echt niet meer. Clubs als DNRT, ACNN en DRDO maken het mogelijk om voor minder geld dan vroeger te racen. En voor degenen die dat nog steeds te duur vinden, is er de Junkyardrace. De tijden veranderen, de vooruitgang is niet te stoppen, dingen kunnen nu eenmaal niet hetzelfde blijven. Maar geloof me, op autosportgebied leven we in een geweldige tijd. Zwevend in mijn racebubbel geniet ik van alle historie en tegelijkertijd kan ik alle hedendaagse autosport volgen. In juli ga ik naar Zandvoort om te kijken hoe er geschiedenis geschreven wordt in de Blancpain GT Challenge en in september ga ik weer, maar dan om te zien hoe de geschiedenis zich herhaalt, bij de FIA Masters Historic Sportscars. En natuurlijk voor de historische Formule 1,2 en 3, allemaal zonder halo! Lang leve de historie, vroeger was nog nooit zo goed als nu.

Jan-Bart Broertjes
Als negenjarige kroop hij al onder het hek door bij het circuit van Zandvoort om naar de races te kijken. Later mocht hij dat als tijdwaarnemer vanuit de toren doen. Tegenwoordig is hij actief als professioneel toeschouwer en vertrouwt zijn waarnemingen toe aan papier, websites en sociale media.


Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

‘Ik ben geen tribunezitter, als het even kan loop ik een rondje om het hele circuit’

Volgend bericht

‘Wat heb ik op die zwart-witfoto van Honda gezien, Rocketman, Icarus of Nikè?’




Uitgelicht

‘Ik ben geen tribunezitter, als het even kan loop ik een rondje om het hele circuit’

Wat hebben wandelen en het kijken naar autosport met elkaar te maken? Livestreams zorgen ervoor dat je dat je veel races...

14 June 2019

Webdevelopment Passionate Bastards