Laatste nieuws

De droom van een dertienjarige

Man & Machine / 28 oktober 2022

Ergens in Marcel Winkelman schuilt nog die dertienjarige jongen die droomde van een eigen BMW. De 323i (E21) die hij nu heeft is het gevolg van een virus dat al 43 jaar standhoudt.

Het merk BMW kwam pas serieus in beeld toen mijn vader in de zomer van 1979 een rode BMW 316 ging rijden. Die 3-serie van de eerste generatie (E21) werd uitgebreid beschreven en in beeld gebracht in de folders die hij mee had gebracht. Het topmodel, de 323i met dubbele uitlaten en geweldig klinkende zescilinder  was vanaf dat moment mijn droomauto.

In 1979 stond BMW Motorsport onder leiding van de bekende oud-coureur Jochen Neerpasch, en de duels op het circuit, de BMW Art Cars, het teamwerk in de pit en het sleutelen aan motoren waren in de folders prachtig in beeld gebracht. Op dat moment werd door BMW Motorsport op circuits gereden met de BMW M1 en de 320i Group 5 die, met dikke spoilers, was afgeleid van de straatversie van de eerste 3-serie. Het gaf de 323i nog wat extra glans, al was de raceversie voorzien van een viercilinder motor in plaats van de soepele zescilinder. De viercilinders waren uitgerust met enkele koplampen in plaats van dubbele die bij de zescilinders standaard waren. Dat vond ik veel minder fraai en een uitstekend motief om een zescilinder te kopen. Mijn vader bleek er minder bevattelijk voor.

Op een bepaald moment mocht ik bij de BMW-dealer in Waalwijk even plaatsnemen in de BMW M1 Procar waarmee Jan Lammers voor BMW-importeur Alimpo racete. Het was mijn eerste kennismaking met een circuitauto. Het gestripte interieur en de rolkooi, die het instappen bemoeilijkte, maakten die ervaring onvergetelijk.

De enkele koplampen van de viercilinders (E21 serie)

De ontwikkeling en introductie van de tweede generatie BMW 3-serie (E30), dit jaar alweer 40 jaar geleden, beleefde ik heel intensief. Alles dat erover te lezen was nam ik tot mij en ik heb zelfs mijn docent Duits gevraagd om enkele passages uit Duitse Autobladen te vertalen. Met het verschijnen van de E30 werd een zescilinder van dat type mijn nieuwe droom. Dat leidde er eind tachtiger jaren zelfs toe dat ik overwoog om na mijn militaire diensttijd in Duitsland nog een aantal jaren als beroepsmilitair bij te tekenen. Stiekem was het belangrijkste motief de mogelijkheid om belastingvrij een E30 aan te schaffen. Zo ver kwam het niet, maar de fascinatie voor de BMW E30 houdt inmiddels ook al 40 jaar stand.

‘Alles dat erover te lezen was nam ik tot mij en ik heb zelfs mijn docent Duits gevraagd om enkele passages uit Duitse Autobladen te vertalen’

Met de aankoop in 1999 van mijn eerste BMW, een 318 tds Touring (E36) kreeg de liefhebberij een nieuwe impuls. De droomauto’s van vroeger bleven trekken en al snel werden op beurzen exemplaren van de folders bemachtigd die ik in mijn jonge jaren had verknipt. Een proefrit in 2001 met een 323i (E21) Baur cabriolet uit 1982 maakte veel los. De keus viel echter toch op een negen jaar oude E30 cabriolet, die al een tijdje bij de BMW-dealer in Heemstede te koop stond. In de jaren die volgden verkenden mijn vrouw en ik met deze auto een flink deel van Europa en bezochten we een meer dan natte editie van de Mille Miglia.

Eind 2002 vervingen we de 318tds als dagelijkse auto door mijn eerste zescilinder BMW, een twee jaar oude 330d (E46) Touring in metalliek Sienarood, voorzien van mooie opties als lederen bekleding, sportstoelen, donkerhouten interieurlijsten en een handgeschakelde versnellingsbak. Uiteindelijk is deze 330d in 2006 opgevolgd door een 530d Touring (E39). De kwaliteit en uitvoering van de BMW 3 en 5-serie uit de negentiger jaren waren uiteindelijk de aanleiding om af te zien van het rijden in actuele BMW-modellen en voortaan dagelijks met youngtimers onderweg te zijn. In 2016 kocht ik de 330d ‘met enig werk’ terug en reed er nog vier jaar dagelijks in om bij een kilometerstand van 643.000 definitief afscheid nemen.

Pas in 2005 werd uiteindelijk de auto aangeschaft waarmee het allemaal begonnen is: een BMW 323i uit 1982 in Kastanjerood, voorzien van een vijfbak, Recaro sportstoelen, schuifdak, mistlampen en 13-inch lichtmetalen wielen. Een vriend uit mijn jeugdjaren gaf als reactie: “Een 323i? Daar had je het 25 jaar geleden altijd al over”. De auto had de eerste 23 jaar van zijn leven in Zwitserland doorgebracht, was roestvrij en technisch prima, maar kon optisch wat aandacht gebruiken. Zo is hij, vanwege de loslatende blanke lak, opnieuw gespoten en hebben we de wielen netjes gemaakt. Ook is een antiroestbehandeling uitgevoerd, want het oorspronkelijke idee was om er ook in de winter mee te rijden. Het vinden van de juiste stof voor het opnieuw bekleden van de zijwangen van de sportstoelen was niet gemakkelijk, maar na een tip lukte dat toch. In 2016 moesten de klepsteelafdichtingen worden vervangen en ging het motorblok voor de eerste en (tot nu toe) enige keer open.

Als dertienjarige had ik natuurlijk geen idee, maar wat is het geweldig om rijdend in de 323i even terug te schakelen en een te zijn met wat voor mij voelt als de basis van autorijden: een wat gruizig motorgeluid, een dashboard dat op de bestuurder gericht is, weinig gewicht, laag zitten, voldoende vermogen om soepel vooruit te komen, eenvoudige bediening en uitstekend zicht rondom.

We hebben mooie reizen gemaakt naar de Goodwood Revival en ook naar BMW Festival dat in 2016, vanwege het 100-jarig bestaan van het merk, in het Olympiapark in München was georganiseerd. Dit voorjaar mocht de 323i, als verreweg jongste deelnemer, aanschuiven bij de presentatie van de editie 2022 van het Concours Paleis Soestdijk.

Leuk en herkenbaar is het effect dat de 323i heeft op anderen. Als je onderweg bent, kom je geregeld mannen van wat gevorderde leeftijd tegen die met een glimlach vaststellen dat ie inderdaad twee uitlaten heeft. Door mijn lidmaatschap van een club voor klassieke BMW Automobielen verkeren mijn 323i en ik geregeld in het gezelschap van gelijkgestemden. Met John Holtvluwer (zie zijn Man & Machine verhaal), een medeliefhebber, ging ik op zoek naar zijn eerste auto, een BMW 323i notabene, die sinds 1999 bij de volgende eigenaar op restauratie wacht. Ook bezochten we de liefhebber die hem zijn tweede en huidige 323i verkocht. Deze man was meer dan twintig jaar later nog zichtbaar gegrepen door de aanblik van zijn oude liefde. Begin oktober waren we met onze 323i’s te gast op het veld van de Octane Scramble in Amersfoort.

In 2016 was de BMW-club betrokken bij het vormgeven van het thema ‘100 jaar BMW’ op Interclassics, waar mijn persoonlijke favoriet in de line-up van historische BMW-modellen was: de 320i Group 5 van het FALTZ-team. In 1980 had ik een bouwdoos in schaal 1:24 van deze auto in elkaar gezet en het gaf een goed gevoel om de echte auto bij aankomst uit de trailer te zien rollen. Als herinnering aan hoe het bij mij ook alweer begon is mijn 323i voorzien van enkele subtiele stickers van Jägermeister, destijds sponsor van het FALTZ-team.

Mijn fascinatie voor BMW in de autosport is nog onverminderd aanwezig en ik bezoek graag races waar historische BMW’s aantreden op de circuits uit de folders uit mijn jonge jaren, zoals de Nürburgring, Zolder en Le Mans. Soms mag je een dergelijk evenement in de pit meebeleven om zo getuige te zijn van hartverwarmend teamwerk, rijderswissels en driftig sleutelen om de auto aan de finish te krijgen.  Zelfs de M1 Procar en de 320i Group 5 zijn soms van de partij. Op die momenten wordt – meer dan veertig na dato – de droom van een dertienjarige levend.

Man & Machine

BMW 323i (1982)

Marcel Winkelman


Tags: , , , , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

De moed der eenvoud

Volgend bericht

Uit de glorietijd van Mercedes





Bezoekers lazen ook


Meer historie

De moed der eenvoud

Weinig auto’s zijn zo sexy als de Ferrari Daytona Spider. Massimo Delbò heeft een rendez-vous met niet alleen de Ferrari,...

25 October 2022