Laatste nieuws

De wonderlijke Mahy Collectie

Reportages / 24 januari 2022
In Gent heeft het publiek een glimp mogen opvangen van een van ’s werelds grootste autocollecties, verzameld door de Belgische familie Mahy. Er zijn nu nog veel ambitieuzere plannen om de complete collectie in volle glorie te laten zien.

In veel landen is wel ergens een grote privé-autocollectie te vinden, soms met zo’n groot aantal auto’s dat het je verbeelding ver te boven gaat. Zie bijvoorbeeld de verzameling van de gebroeders Schlumpf, die van de Fransman Baillon of van onze eigen landgenoot Evert Louwman.
In België is er ook zo’n collectie, die van de familie Mahy, tot stand gekomen gedurende drie generaties. Ooit was het zonder twijfel de grootste privéverzameling van Europa, met meer dan 1100 auto’s vanaf 1895. Sinds de jaren ’80 verblijven rond de 400 auto’s in een aantal musea, waaronder Autoworld in Brussel. Maar het allergrootste deel bevindt zich in hangars, in het gebied Hainaut, onttrokken aan de nieuwsgierige ogen van het grote publiek. Daar is nu een begin van verandering in gekomen.


In september en oktober is een selectie onbezongen en ongeziene schoonheden uit de Mahy Reserve Collection in de Vynckier-gebouwen in Gent tentoongesteld geweest, een gebeurtenis die vergezeld is gegaan door de publicatie van een superbe boek, getiteld ‘Mahy – a Family of Cars’. Het werk is gemaakt door Michel Mahy en David Jansen, met fotografie van Wouter Rawoens.
De auto’s die door vader Ghislain, zonen Ivan en Hans, en kleinzoon Michel zijn verzameld, vormen een buitengewoon en gevarieerd gezelschap – van dagelijkse werkpaarden tot en met ultra-exotische machines. De bal is gaan rollen toen Ghislain in de jaren ’30 tegen de wil van zijn vader Louis inging en besloot de autohandel in te gaan in plaats van zich te begeven in het familiebedrijf dat stoomketels maakte. Hij was al geobsedeerd door auto’s sinds de dag waarop hij als 13-jarige de Model T van de familie zag. Hij bouwde zijn eigen Mahymobile – op basis van een Dixie – en dat zou de eerste auto worden die hij verkocht, voor 7000 Belgische franken. Hij kocht een Amilcar en een Bugatti, welke laatste hem zoveel problemen gaf dat hij zijn leven lang een hekel is blijven hebben aan de auto’s uit Molsheim.

Ghislain was een taaie no-nonsens zakenman, met als enige zwakte een grote voorliefde voor met likeur gevulde bonbons, waarvan hij er naar verluidt zoveel verorberde dat hij er dronken van werd. Hij handelde niet alleen in auto’s maar verhuurde ze ook. Zijn zaken in Brussel gingen heel goed totdat België bezet werd in de tweede wereldoorlog. Toen restte hem weinig anders dan benzine uit Duitse militaire voertuigen af te tappen, en deze dikwijls meteen ook te saboteren. Na de oorlog heeft Mahy geleend wat hij maar kon lenen, kocht het Wintercircus in Gent om dit voormalige theater als garage te gebruiken en is begonnen nieuwe auto’s te verkopen, eerst van Nash en vervolgens van Fiat en Simca – daarmee is toen de basis gelegd voor het fortuin dat hij zou vergaren. In die tijd had hij slechts een handjevol privé-auto’s, zijnde een Cadillac, Wanderer en Model T. De aanzet tot serieus verzamelen is gegeven door zijn vrouw Geneviève die hem overhaalde een Rolls-Royce Silver Ghost van 1921 te redden van een ombouw tot takelwagen. Vanaf toen is de collectie snel gegroeid naar 35 auto’s, meestal voertuigen die van sloperijen of uit schuren kwamen en door anderen als schroot werden beschouwd.

Toen zoons Ivan en Hans opgroeiden werden zij ingeschakeld om over heel Europa auto’s op te halen, en op een goed moment mochten ze deze zelfstandig gaan uitzoeken, gebruikmakend van de veertienwielige vrachtwagen van de familie. Hans en Ivan hadden eigen garagebedrijven en de zaken gingen in de jaren ’60 zo goed dat er meer merken bijkwamen zoals Toyota en Ford. Via vier bedrijven verkocht de familie Mahy op een goed moment een op de vier nieuwe auto’s in de wijde omtrek van Gent en het spreekt voor zich dat de aankoop van nog meer verzamelaarsmateriaal daar een gevolg van was.  In 1963 al werd de collectie de grootste van Europa genoemd, met 400 auto’s, waarvan de beste zeer nauwgezet waren gerestaureerd.

In de jaren ’70 hadden gezondheidsproblemen en de oliecrisis nogal nadelige gevolgen voor het temperament van Ghislain en vele langdurige relaties zijn verzuurd door zijn gedrag. Ook de zaken gingen slecht en er volgde een vaarwel van Toyota en Fiat, gevolg door een afscheid van de dealerbedrijven en enkele van zijn waardevollere auto’s. De familie zocht een oplossing door de overige auto’s in een museum onder te brengen en vond in 1970 een locatie in Houthalen, maar is naar een oplossing voor de lange termijn blijven zoeken totdat het een thuis vond voor 230 auto’s in The World Palace, de tentoonstellingshallen gebouwd door koning Leopold II. Zo’n 750 auto’s zijn daardoor stof blijven verzamelen in het Wintercircus en locaties in Gent en Zomergem.

Toen Ghislain’s gezondheid verder achteruit ging, vond Ivan een oude textielfabriek in Leuze-en-Hainaut, waarna een ware mammoetoperatie in militaire stijl plaats had om alle auto’s, waarvan er geen een zelfstandig kon rijden, daarheen te verplaatsen – een afstand van 60 kilometer.

In 1999, na het overlijden van Ghislain, heeft Ivan de collectie overgenomen en er ter bescherming een organisatie zonder winstoogmerk van gemaakt (Autocollectie Ghislain Mahy). Dat was helaas niet voldoende, de collectie bleef onder druk staan tot Michel Mahy ingreep. Tot dan toe had hij zijn vader en grootvader bespot omdat ze in zijn ogen alleen maar verzamelden om het verzamelen zelf, maar toch verkocht hij zijn garage en besloot al zijn geld en tijd te steken in de instandhouding van de familiecollectie. Van die operatie maakte deel uit de verkoop van 130 auto’s – van een Delahaye tot en met een Maserati Indy – en dat had een breuk tot gevolg tussen hemzelf en zijn vader Ivan, waardoor ze niet meer met elkaar spraken.

Door die verkoop is de collectie zeker niet van al zijn juwelen ontdaan. Zie de pre-A Porsche 356 met zijn mix van felblauw en roestbruin, de laag op zijn wielen staande Allard P2 Monte Carlo, Aston Martin DB2 Convertible, Delahaye 135M en Facel Vega HK500, de bizarre Oblin Delahaye, de Bugatti Brescia, Alfa 6C SS en de ongelooflijk zeldzame VW Type 14A. De verzameling bevat ook nog altijd rariteiten van Ghia, Voisin, Amilcar, Talbot-Lago, Delage, Horch, Tatra, BMW, Maserati (een Allemano A6G van ‘54) en Lancia, geflankeerd door curiositeiten als een Minerva, Mochet cyclecar, een vliegtuig van Fiat en een Opel Blitz met Ginder-Ale fles uit 1959. Ooit gehoord van de Viotti Fiat 2100, Maurice Badaroux M.B.N 501 of de Buchet C2? Nee? Wij ook niet.

Wat er rest van de collectie is nog steeds een adembenemende, unieke en fotogenieke hoorn des overvloeds van het obscure, het alledaagse en het ronduit exotische. Gezien de populariteit van ‘barnfinds’ bij liefhebbers, heeft Michel de lange-termijn ambitie om geen auto’s te restaureren maar enkele te verkopen. Hij wil ook nieuwe aankopen doen, voornamelijk youngtimers, en de complete collectie voor het publiek openstellen. De recente expositie in Gent suggereert dat zulks weleens een enorm succes zou kunnen worden.

MERCEDES-BENZ 220 SE CABRIO (1958)

Mercedes 220 SE Cabrio

Dit exemplaar van de eerste Mercedes met injectie (van Bosch, vandaar die ‘E’, van Einspritzung) is van het eerste type en ook een van de laatste ‘pontons’ voorafgaand aan een grote restyling. Er zijn meer dan 1000 cabriolets als deze in Sindelfingen gebouwd, met eenvoudige kreukelzones, waarmee toen al werd geëxperimenteerd. Hoewel hij er uitziet als een ‘ouderwetse’ Mercedes, was het een innovatieve auto, niet alleen vanwege zijn injectie: het was ook de eerste Mercedes met een monocoque en de eerste met de zescilinder 2195 cm3 motor. Nieuw was het een heel dure auto, het was een van de vele Mercedessen die Ghislain kocht, aangetrokken door hun betrouwbaarheid, want die vond hij veel aantrekkelijker dan de te dure Italiaanse sportwagens of lastige Bugatti’s. Net als de Amilcar van zoon Hans was de Mercedes tot een inactief bestaan veroordeeld na een aanrijding met schade aan de kofferbak, bumper en verlichting.

AMILCAR CGSS (1927)

Lang voordat ze een rijbewijs hadden kregen de zonen van Mahy al auto’s. Deze Amilcar was voor Hans. Het is een CGSS, een Grand Sport Surbaissé, met een verlaagd chassis. Het is een ‘cyclecar’ met een laag gewicht en daardoor was hij heel snel ondanks zijn viercilinder met ‘slechts’ 1074 cm3 inhoud. Op een dag waren Hans en Ivan, toen nog niet eens teenagers, aan het racen rond de familievilla in Sint-Denijs-Westrem en botste Hans’ Amilcar met Ivan’s Volugrafo Bimbo. Nadat de jongens een uitbrander hadden gehad van hun vader, werd de schade bekeken. Deze bleek mee te vallen: een gebogen spatbord en een kapotte koplamp voor de Amilcar. Deze is vervolgens op inactief gezet om gerepareerd te worden en daar wacht hij inmiddels al 70 jaar op.

DELAHAYE 135MS GHIA-AIGLE (1948)

Deze auto heeft de wereld versteld doen staan op de Salon van Genève in 1948. Er zijn twee beroemde coupés uit ontstaan – waarvan een voor de sjah van Iran, welke immer uniek zal blijven met zijn vervaagde koninklijk blauwe lak, sierlijke deco-lijnen en achterpaneel dat met een drukknop verwijderbaar is. De auto is gebouwd door Mario Boano, die vier jaar eerder Ghia had over genomen. Ingenieus zijn de stroomlijn-panelen die de voor- en achterwielen bedekken en met een handgreep ‘geopend’ kunnen worden. Jarenlang is aangenomen dat deze belangrijke auto verloren was gegaan terwijl hij stond weg te kwijnen in de reserve-collectie van Mahy, Ghislaine had met Jan Bruijn geruild voor een Facel Vega.

Toen de Delahaye pas in eigendom was verworven, stond hij in Gent, Nadat vandalen daar de fabriek waren binnengedrongen en koplampen en spiegels van deze en andere auto’s kapot hadden geslagen, heeft Mahy de juwelen uit zijn collectie in veiligheid gebracht in Leuze-en-Hainaut.

MASERATI A6G 2000 GT ALLEMANO (1954)

Maserati A6G 2000 GT Allemano

Toen een garagist uit Zelzate deze Maserati aan Ghislain aanbood, had hij geen interesse omdat hij het merk niet kende – Maserati bouwde toen voornamelijk raceauto’s. De A6G was toen vijf jaar oud en Mahy was geen fan van Italiaanse sportwagens, hij vond deze overprijsd en onbetrouwbaar. Toen Ivan er echter van hoorde, smeekte hij zijn vader of hij mocht gaan kijken. Hij trof een zeer zeldzame auto aan: Allemano zou slechts 21 A6G’s een koetswerk hebben gegeven. De Maserati had schade, maar hij was verder in orde. Ivan kon er mee naar Gent rijden waar hij zeer koeltjes werd ontvangen door zijn vader. De ironie van het verhaal is dat Ivan er tijdens die rit achter kwam dat hij de Maserati helemaal niet fijn vond rijden. Er is wel aan een restauratie begonnen, maar die is nooit voltooid.

TEKST James Elliott // FOTOGRAFIE Wouter Rawoens

HET BOEK

‘Mahy – a Family of Cars, the Tranquil Beauty of Unique Classic Cars’ is gepubliceerd in België door Lannoo (lannoo.com). Het 39 euro kostende boek is zowel in het Nederlands als het Engels beschikbaar. De uitgave heeft een liggend formaat, telt 272 pagina’s, en is gemaakt door Michel Mahy en David Janssens met sublieme sfeerfoto’s van Wouter Rawoens.

 

 

 

De promotiewagen van de Belgische bierbrouwer Ginder-Ale was gebaseerd op een Opel Blitz van 1959 en was een bekende verschijning tijdens de Tour de France. Hij is aangekocht toen de brouwerij in 1991 gesloten werd. 


Tags: , , , , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Kimera EVO37, luid en oogstrelend

Volgend bericht

Automobiele geschiedschrijving





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Kimera EVO37, luid en oogstrelend

Een nieuwe ster in het steeds boeiender wordende universum der resto-mods: de Kimera EVO37. Schoonheid, snelheid, stijl,...

22 January 2022