Laatste nieuws

Drie ‘verloren’ Bugatti’s

Reportages / 20 april 2019

Matthieu Lamoure en Pierre Novikoff van veilinghuis Artcurial hadden de eer drie ‘verloren’ Bugatti’s uit een schuur niet ver van Maastricht te halen. Matthieu Lamoure vertelt hun verhaal.

Inmiddels zijn de bewuste Bugatti’s verkocht door Articurial tijdens Rétromobile en hebben ze gezamenlijk € 888.090,– opgebracht. Ze hebben meer dan een halve eeuw opgeslagen gestaan in een oude schuur in Belgie, net over de grens bij Maastricht. De autos’ waren eigendom van de Nederlandse beeldhouwer August Thomassen, die ze niet had gekocht om ermee te rijden, maar vooral om ze te bewonderen. De ster van het drietal was de door Thomassen in 1960 gekochte Type 57 Cabriolet van 1937, met een carrosserie van Graber en chassisnummer 57500. Er zijn slechts negen Type 57’s door Graber van een koets voorzien, reden waarom Artcurial de opbrengst op € 400.000 tot € 600.000 had geschat. Het is uiteindelijk € 500.640 geworden.

Bugatti Type 57 Cabriolet

Met de gedeeltelijk gerestaureerde en in 1958 door hem aangeschafte Type 40 – een landaulette – had Thomassen meer gereden, vooral bij zijn huis in de Haut Savoie. In 1980 heeft zich tijdens een rally iets voorgedaan met de Bugatti, reden waarom Thomassen besloot hem van een nieuwe vierzits sportcarrosserie te voorzien – een karwei dat hij niet heeft voltooid. Deze auto heeft de prognose van Artcurial (€ 70.000 – 130.000) ruimschoots overtroffen door € 190.720 op te brengen.

Bugatti Type 40

De historisch interessantste van het drietal was wellicht de Type 49 limousine van 1930, met een carrosserie van Vanvooren. Deze was een van de sterren tijdens de autosalon van Parijs in 1932 tijdens welke hij als demonstratieauto van de fabriek is ingezet. Hij is tijdens de tweede wereldoorlog in een schuur verstopt geweest en in 1957 door Thomassen verworven. De Type 49 was geschat op € 150.000-200.000 en is in Parijs voor € 196.680 van de hand gegaan.

Het bestaan van de Bugatti’s was bekend bij enkel Maastrichtse verzamelaars, waarvan een enkeling weleens geprobeerd heeft achter de deuren van Thomassen’s schuur te kijken. Zijn dochter heeft besloten de auto’s te verkopen, omdat ze meende dat ze daar niet meer veilig waren.

De verkoop is in handen gegeven van het Franse veilinghuis Artcurial, waarvan Matthieu Lamoure en Pierre Novikoff – de mannen die ook de collectie van Baillon ‘gedaan’ hebben – de eer hadden de drie Bugatti’s uit hun schuilplaats te bevrijden.
Matthieu Lamoure vertelt het verhaal: “Net zoals bij de collectie van Baillon kreeg ik een telefoontje van een dochter van de eigenaar en we hebben onmiddellijk een ontmoeting gearrangeerd. Ze maakte zich grote zorgen over de veiligheid van de Bugatti’s die haar vader August sinds de jaren ’50 in zijn bezit had. Ze legde uit dat iemand had geprobeerd in te breken in de schuur en ze wilde voorkomen dat er iets met de Bugatti’s zou gebeuren.”

Bugatti Type 49

“De auto’s moesten daar zo snel mogelijk weg – we hadden afgesproken dat meteen al de week daarop te doen. Ik ben met Pierre Novikoff naar België gereden om de transporteur te ontmoeten en naar de schuur te gaan. Daar bleek dat we eerst de handen flink uit de mouwen moesten steken om de Type 57 te bevrijden. Er lagen minsten 300 zakken zand van 10 kilo per stuk voor de deur om indringers tegen te houden – en er stond ook een oude Rover voor, die daar al minstens 20 jaar had staan wegrotten. Daar had die dochter me niet voor gewaarschuwd.”

“Ik ben toen materialen gaan kopen – laarzen, werkhandschoenen, een compressor – en we zijn aan het opruimen gegaan. Toen we klaar waren, konden we de houten deuren opendoen. Daar stond hij, recht voor onze neus, de Type 57, onder een deken. Een schone slaper, al 60 jaar in diepe rust. Wat was het verhaal erachter? Welke landen heeft hij doorkruist? Wie hebben er allemaal ingezeten? Dat zijn allemaal vragen waarop je dan een antwoord wilt.”

“Thomassen had het interieur eruit gehaald en in dozen gestopt. Het rechterportier was er ook af. Het is geweldig een auto uit zijn rustplaats te halen. Nadat we de banden hadden opgepompt, konden we hem naar buiten duwen. Het was een schoonheid, toen we een paar stappen hadden teruggedaan en het zonlicht erop viel, kwam hij tot leven, een kunstwerk, zo verbazend mooi.”

Een roestige Triumph Herald moest opzijgezet worden.

“In de schuur ernaast stond de Type 49, in gezelschap van een Citroën Trèfle, onder een dikke laag stof, maar in ongelooflijk originele staat. De Type 49 was door een deken bedekt, en bleek ook geweldig origineel te zijn. Om beide auto’s naar buiten te krijgen, moesten we een roestige Triumph Herald, die op het punt stond in tweeën te breken, opzijzetten. We hebben hem met planken en een lier verplaatst en toen waren de Type 49 en Trèfle vrij. Auto’s na zoveel jaren uit een schuur bevrijden, brengt onverwacht veel emoties met zich mee. Het was absoluut een groot privilege dat te mogen doen.”

Words: James Elliott, Ton Roks
Photography: Xavier de Nombel / Artcurial


Print Friendly, PDF & Email




Frank Goedhart




Vorig bericht

BMW M850i: allround Freude

Volgend bericht

Parijs – Amsterdam 2019: sneeuw, regen, zon…




Uitgelicht

BMW M850i: allround Freude

Wat wil de M850i zijn, een rappe sportcoupé of een relaxte Gran Turismo? BMW heeft een fikse traditie als het gaat...

19 April 2019

Webdevelopment Passionate Bastards