Laatste nieuws

Een duizelingwekkende hobby

Reportages / 29 november 2020

Racen met miniatuurauto’s op een kombaan met snelheden tot 300 km/h. Tienduizenden Amerikanen hebben zich met Spindizzies vermaakt, en de sport leeft nog immer voort.

Zonder te generaliseren kan gesteld worden dat de Amerikaanse auto sport voor een groot deel bestaat uit het heel hard ovale rondjes rijden, omgeven door veel show, lawaai en spektakel. IndyCar, NASCAR en in het verleden Midget Racing bestonden – en bestaan nog steeds – uit het onveilig maken van kombanen met auto’s met grote motoren en véél vermogen. Gevaar en hoge snelheden, gecombineerd met een simpele regelgeving, trekken in de USA volle stadions waarin en waaromheen het publiek al barbecueënd en Budweiser drinkend zijn race helden vereert. Met diezelfde ingrediënten is in de jaren voor de Tweede Wereld oorlog een succes volle modelauto-raceklasse ontstaan in Californië.

Tom Dooling kwam in 1937 thuis van een evenement nadat hij voor de zoveelste keer zijn gemotoriseerde modelvliegtuig had zien crashen en besprak met zijn broers een nieuw idee: de techniek van deze vliegtuigjes, die met een kabel in de hand rondjes konden vliegen, toepassen in een modelraceauto. De week daarop had hij een modelvliegtuigmotor in een stalen, ongeveer 45 centimeter grote modelauto gemonteerd. Hij bevestigde een kabel op twee punten aan de zijkant van de auto waardoor hij deze rondjes kon laten rijden – om hemzelf heen. Daarmee werd een nieuw racefenomeen geboren dat bekend zou worden onder de naam tethercars, wat niet meer betekent dan ‘auto’s aan een kabel’.

Ze kregen al gauw ook de naam Spindizzies, dat omdat je heel snel duizelig werd van het steeds vlugger meedraaien met de auto. De Dooling Brothers waren de eersten die de auto’s compleet of als zelfbouwkit fabriceerden. De eerste race werd gehouden in april 1939 in Fresno, Californië. De sport groeide heel snel. Toen de wereldtentoonstelling van New York op 31 oktober 1939 ten einde was, waren er al meer dan 50 fabrikanten van Spindizzies actief. Een paar merknamen uit die periode: Mathews, Pappina, Alexander, Bremer, Bunch en de B. B. Korn Manufacturing Company van de legendarische Barney Korn. Zijn auto’s, vervaardigd van magnesium, zouden het topsegment gaan vormen.

De eerste tether-cars bereikten snelheden van rond de 65 km/h en al snel begon men met twee auto’s tegen elkaar te racen. De ‘coureurs’ moesten over en onder elkaar door duiken om te voorkomen dat hun kabels verstrikt zouden raken. Omdat de snelheden snel hoger werden, zijn er voor deze sport speciale ‘ circuits’ gebouwd, waarop de kabels niet langer vastgehouden hoefden te worden, maar aan een centrale paal werden bevestigd. De rondetijden bepaalden de winnaar. Er ontstond ook een variant waarbij de auto’s op een houten baan reden met een diameter van 70 feet (21,3 meter), met vier tot zes ‘rijstroken’. Dat waren rails waar door de auto’s ‘geleid’ werden met rollagers die aan hun chassis’ bevestigd waren. Hierdoor konden de auto’s echt tegen elkaar racen en dat werd door het publiek vanzelfsprekend aantrekkelijker gevonden. De auto’s werden gestart door ze aan te duwen of door ze met behulp van een draaiend fietswiel aan te ‘slingeren’. Daarna werden ze op de baan geplaatst en kon de race beginnen. Het stoppen van de motoren geschiedde met een kill-switch die geactiveerd werd met een soort van antenne. Door een doek of een pet boven de voorbijsuizende auto te houden werd die antenne geraakt en de schakelaar bediend – simpel maar effectief.

Er ontstonden serieuze raceteams die met een volledig geoutilleerde ‘pit-box’ bij de evenementen arriveerden. De Spindizzies leken sterk op de IndyCars en hot rods uit die tijd. De rijrichting was altijd tegen de klok in, latere races in Europa werden met de klok mee gereden. De motoren liepen op een mix van alcohol, methanol en benzine en hadden een inhoud tot 0,6 cubic inch (9,8 cm3). De techniek van de modelauto’s was veelal hoogstaand met een gegoten aluminium chassis, mooie wielophangingen en aandrijving op de voor- of achterwielen. Veel van de bouwers van deze auto’s waren echte vakmensen. Het was niet ongebruikelijk dat er honderden uren handwerk in een enkele auto waren gaan zitten. De spindizzies behoren inmiddels tot de authentieke ‘Americana’ en vertegenwoordigen een tijd waarin hard rijden en competitief zijn belangrijke onder delen van de nationale cultuur waren.

Er werd op het scherp van de snede geracet en de teams probeerden met de afstelling van wielophangingen en carburateur, slimme aerodynamica en goede banden keuzes hun tegenstanders te overtroeven. Er was een ‘Class A’ voor auto’s met een motorinhoud tot 0,36 cubic inch (5,9 cm3) en een lengte tussen de 9 en 14 inches (23-45 cm). Deze werden ook wel ‘mite-cars’ genoemd.

In de grotere ‘Class B’ hadden de motoren een inhoud tot 0,625 ci (10,2 cm3) en de auto’s waren meestal rond de 43 cm lang. De motoren die voor de oorlog werden gebruikt waren voorzien van bougies, terwijl na de oorlog een ontsteking à la diesel werd toegepast, waardoor de motoren kleiner konden worden gebouwd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is de belangstelling teruggelopen doordat er een gebrek was aan materialen en mensen om te racen. Na de oorlog leefde de sport opnieuw op en gingen de snelheden omhoog, tot zelfs 240 km/h. De modellen werden steeds gestroomlijnder waardoor ze er steeds minder uitzagen als miniatuurversies van echte raceauto’s. Rond 1950 waren er meer dan 500 tether-car clubs actief en had de American Miniature Race Car Association meer dan 10.000 leden.

Ook in Engeland, Duitsland, Zweden en Oost-Europa zijn de tether- cars populair geworden en zelfs vandaag wordt er nog geracet op banen in Europa en zelfs Australië. De snelheden liggen inmiddels boven de 300 km/h. Het wereld record voor 10 cm3 tether-cars is sinds oktober verleden jaar in handen van Ando Rothmets uit Estland die op een baan in Australië 347,49 km/h haalde.

De steeds hogere snelheden zijn overigens een van de oorzaken geweest dat de belangstelling terugliep en de sport uiteindelijk in Amerika een stille dood is gestorven. De Spindizzies cirkelden zo hard over de banen dat het voor toeschouwers onmogelijk werd de race te volgen. Daar kwam bij dat door de steeds verder gaande aerodynamische vormgeving van de Spindizzies de belevingsconnectie met echte race- en sportwagens verloren ging.

Eric Zausner

Dankzij de Amerikaanse verzamelaar Eric Zausner is er nu een fantastische collectie Spindizzies in Nederland te zien. In 2018 zocht hij een goede locatie om zijn verzameling van 400 Spindizzies en tether-cars met een breed publiek te delen. Met succes: een deel van zijn collectie is verhuisd naar het Louwman Museum in Den Haag, een ander deel naar het Henry Ford Museum in Detroit.

Phil Seed, Louwman Museum

Phil Seed, een van de vrijwilligers in het Louwman Museum, is in de ban geraakt van de Spindizzies en vertelt er met graagte over. “Met mijn Engelse achtergrond en mijn ervaring als professioneel vertaler ben ik in het museum al jaren medeverantwoordelijk voor de teksten en vertalingen op de bordjes bij de auto’s. Toen Eric Zausner een plek zocht voor zijn Spindizzies en tether- cars, fluisterde iemand hem in dat het Louwman Museum een goede plek zou zijn. Na een kennismaking en opeenvolgende gesprekken heeft hij besloten om de helft van zijn verzameling, vooral de Europese auto’s, aan ons te gunnen. De Amerikaanse modellen zijn ondergebracht in het Henry Ford Museum in Detroit. Vanaf dat moment ben ik me gaan verdiepen in de geschiedenis van deze vorm van autosport. Het bleek dat wij zelf al jaren ergens in een vitrine een tether-car van het merk Cox hadden staan.”

“Het boek van Eric Zausner over zijn collectie – Spindizzies, Gas- Powered Model Racers – is voor ons de handleiding geweest vanwaaruit ik de collectie kon indelen en samenvatten. De gedetailleerde techniek en de aansprekende vormgeving en schaal van de auto’s zijn zeer aantrekkelijk.” Ronald Kooyman, directeur van het Louwman Museum, voegt toe: “Wij hebben deze toch wat onbekende modelraceauto’s een prominente plek gegeven in ons museum. De verzameling laat niet alleen de historie van de sport zien, maar ook de prachtige ontwerpstijl van de full-size raceauto’s uit die tijd. Als wij een deelcollectie zoals deze toevoegen, willen we dat de kwaliteit hetzelfde hoge niveau heeft als onze hoofdcollectie. Daarom zijn we heel blij met deze verzameling, hij staat te boek als de grootste en meest complete in de wereld op dit gebied. Door de collectie te tonen laten we onze bezoekers kennis maken met deze interessante model auto’s en hun historie, dat is een belangrijke drijfveer voor ons.”

De collectie in het Louwman Museum omvat prachtige exemplaren, zowel ‘cable cars’ als ‘rail cars’ in meerdere schalen. Voor Phil Seed is het pronkstuk van de collectie de gele Ford Roadster Hot Rod van Jerry Bryant, die is voorzien van een werkende V8. “De techniek van deze auto’s is zo gedetailleerd en als je ziet welke snelheden bereikt werden, besef je dat het een ongelofelijk fenomeen was. Deze modelraceauto’s boden de hoogste performance per cubic inch.”

De eerste Cox van Louwman heeft zelf ook een plek in de verzameling gekregen, de auto staat gebroederlijk naast een Thimble Drome Model Racing Car Kit by Roy Cox. Een rode racer van Catchpoole laat duidelijk zien hoe de kabel aan de auto’s bevestigd was en hoe de antenne voor de bediening van de dodemans schakelaar functioneert. Oude uitgaves van het Engelse tijdschrift Model Car News bewijzen dat de sport ook in het Verenigd Koninkrijk zeer populair was. Van een stroomlijn auto in British Racing Green is de carrosserie gescheiden van het chassis waardoor de techniek van de voorwielaandrijving goed zichtbaar is.

De getoonde auto’s hebben allemaal een unieke uitstraling en aantrekkingskracht, of het nu de Auto Union Grand Prix-racer, de blauwe Bugatti met startnummer 10, de Mercedes-Benz W196 van Aeropiccola, de Sunbeam Land Speed Record Car of de groene Engelse Jaguar D-type is. Ook de Duesenberg, Cisitalia met bouwtekeningen, Miller Midget Racer, Grand Prix Ferrari, Ford T-bucket Hot Rod en Morgan 3- Wheeler zijn prachtig. Deze Spindizzies zijn inmiddels zeer geliefde verzamelobjecten.

Net zoals bij klassieke auto’s het geval is duiken er geregeld ‘barn-finds’ op. In een uitzending van American Pickers op History Channel viel een verzamelaar bijna flauw toen hij hoorde dat zijn vijf tether-cars die onder het stof op een plank stonden bijna $ 15.000 per stuk waard bleken te zijn. Doordat de productieaantallen laag zijn gebleven en veel auto’s zijn gecrasht of anderszins verloren zijn gegaan, zijn goede Spindizzies nu schaars en erg waardevol. In 1994 werd er maar liefst 70.000 dollar betaald voor een Korn Indy Car (de nieuwprijs zonder motor, in 1939, bedroeg 50 dollar) en een Korn Meteor. Door niet goed uitgevoerde restauraties en zelfs door het kopiëren van de mallen van de oorspronkelijke auto’s om daarmee nieuwe auto’s als oud te verkopen, is de markt ondoorzichtig en risico vol geworden; er zijn veel kopieën in omloop.

De Spindizzies in het Louwman Museum zijn zeker een bezoek waard. Op onze Facebook pagina is een door Louwman samengestelde videofilm te vinden die laat zien hoe de auto’s vroeger werden gebouwd en hoe ermee werd geracet. Ook op YouTube is veel interessant materiaal beschikbaar over deze duizelingwekkende hobby.

Meer foto’s zijn te vinden in dit Facebook Album

Tekst: Frank Goedhart

Foto’s: Louwman Museum, archiefbeelden en Frank Goedhart

 


Tags: , , , , , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Meteen naar de Oberhausen Straight?

Volgend bericht

SPYKERS LEGENDARISCHE RECORDRIT





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Meteen naar de Oberhausen Straight?

Horacio Pagani noemt zijn bedrijf een ‘atelier’ en daar heeft hij alle recht toe, want zijn auto’s zijn niet alleen...

28 November 2020