Laatste nieuws

Een groots Nederlands avontuur

Reportages / 26 augustus 2019

Achtmaal is het Spyker Squadron naar Le Mans geweest om het merk wereldwijd op de kaart te zetten. Met deze C8 Double 12 S is het begonnen. In Octane Magazine 041 is het complete verhaal te vinden over Spyker op Le Mans. De onderstaande tekst, foto’s en video bieden meer dan een impressie van onze ontmoeting met deze bijzondere Spyker.

.

De auto waarmee Spyker de strijd op Le Mans aanging was de C8 Double 12, meteen herkenbaar aan de veel langere aerodynamische staart dan die van de C8 Laviolette. Hij ging in twee gedaanten gebouwd worden, als R puur voor de racerij en als S voor diegenen die de Spyker op straat wilden genieten. De Spyker C8 Double 12 R, ontwikkeld voor endurance racing in de klassen LM GT en GT­N, werd voor het eerst getoond op 11 september 2001, op de autotentoonstelling van Frankfurt.

Een half jaar later, bij de opening van de nieuwe fabriek in Zeewolde, was de C8 Double 12 S de sensatie. Van deze straatversie van de racer zou Spyker een serie van minstens 25 stuks gaan bouwen, om hem te homologeren voor de hoogste divisies van de autosport.

Ze zouden een Audi V8 onder de motorkap krijgen, goed voor een fikse hoeveelheid pk’s. Het jonge Spyker Squadron stuitte daarmee op een eerste hindernis: uit de voor ‘normaal straatgebruik’ ontwikkelde achtcilinder van Audi viel niet het vereiste vermogen te halen om de C8 Double 12 R competitief te maken. Er moest iets veel snellers onder de motorkap komen, en dat bleek de Zwitserse motorentovenaar Heini Mader te kunnen leveren: een pure racemachine gebaseerd op een V8 van BMW.

Die oplossing bracht echter ook een probleem met zich mee, want het betekende dat de 25 stuks voor de homologatie ook met een Mader V8 gebouwd moesten gaan worden. Het is echter bij één exemplaar gebleven, dat is de Double 12 S met chassisnummer #008, de Spyker die als prototype voor de straatversie heeft gefungeerd en die in volle glorie op deze pagina’s schittert.

Het is een heel indrukwekkende auto, met een geprononceerde eigen persoonlijkheid dankzij typische stijl­ elementen zoals het glazen dak – de cockpit van een gevechtsvliegtuig – met daar bovenop de luchtinlaat van gepolijst aluminium, die een soort van ram-effect genereert, de hongerige V8 in. Het aluminium van diverse plaatdelen is zichtbaar aan elkaar geklonken – wat Spyker’s welbewust gezochte associaties met de luchtvaart benadrukt.

Dat de Spyker goed in elkaar zit, aanschouwen we met eigen ogen als de met de hand gemaakte aluminium huid van de Double 12 S #008 is verwijderd. Je ziet een volledig aluminium en solide chassis, in de basis ontworpen door Maarten de Bruijn en verder geoptimaliseerd door Reiter, met volledig verstelbare state-of-the-art aluminium race­wielophangingen met liggende veer/ demper­units, in het midden van de auto bevestigd aan het chassis. De vierliter V8 van Mader, met de tekst Spyker Holland erop, ligt diep in het chassis, dankzij de dry-sump smering. De voordelen voor de gewichtsverdeling zijn evident. Het vermogen wordt naar de achterwielen gegidst met een zesbak van Getrag.

De remmen zijn van AP, met voor zes zuigers per klauw en achter vier, gehuisvest binnen 18­inch wielen, geschoeid met rubber van Dunlop (Sport 9000). Tussen motor en cockpit in bevindt zich een racetank met een inhoud van 100 liter.

De Double 12 S lijkt door de lange staart enigszins uit proportie op het eerste gezicht, maar als je er wat langer omheen loopt ga je het een schoonheid vinden. Er zijn veel opvallende details om je ogen de kost te geven: de splitter, de schuin afgesneden luchtinlaten in de flanken, de inlaatbuis op het dak, ze zijn allemaal prachtig gepolijst. Het glazen dak maakt hem tot een unieke verschijning.

Hoewel ik een voorkeur heb voor interieurs die sober en vooral functioneel zijn, kan ik niet anders dan vol bewondering naar dat van de 12 S kijken. Gepolijst en geborsteld aluminium schittert je tegemoet, bezaaid met meters en schakelaars. Alsof je de cockpit van Lind­ bergh’s Spirit of St. Louis inkijkt. De eerste indruk neigt naar ‘over the top’, maar in tweede instantie moet ik toegeven dat het allemaal met erg veel zorg is gemaakt. Geen enkel klokje, schroefje of instrument is detecteerbaar afkomstig van externe bronnen, alles is door – of voor – Spyker speciaal voor deze auto gemaakt. Het stuurwiel is een kunstwerkje op zich en het ‘naakte’ mechaniek dat de versnellingspook met de transmissie verbindt, is een lust voor het oog. En ook een lust om te bedienen, zo zal ik al spoedig merken.

De S is zo’n 100 kilo zwaarder dan de R, wat komt door onder meer geluidsisolatie, het rijker aangeklede interieur en zelfs de lak, die alleen al zeven kilo op de schaal brengt. Desondanks moet de S een stuk sneller zijn dan de R door zijn hogere vermogen.

Spyker gaf indertijd voor de raceversie een top op van > 315 km/h en een sprintje van 0 naar 100 km/h in < 4 seconden. Voor een Double 12 S werd een top geclaimd tussen de 300 en 345 km/h, afhankelijk van het gekozen motorvermogen, op zijn beurt afhankelijk van het ingestelde maximum toerental. Voor de acceleratie van 0 naar 100 gaf het bedrijf 3,8 tot 4,5 seconden op. Volgens de documentatie van toen moest een koper van een R rekenen op een aanschafbedrag tussen de € 265.000 en € 350.000. Voor een S verlangde Spyker 300.000 euro, exclusief eventuele belastingen.

Muller’s Double 12 S is op een goed moment verkocht door Spyker en wacht nu in de showroom van ClassicCars­ForSale.com op een nieuwe eigenaar. Om de #008 te kunnen gebruiken waarvoor hij is gemaakt, rijden dus, is hij op Nederlands kenteken gezet, waar­ voor enkele kleine modificaties noodzakelijk waren. Zo is hij nu voorzien van kentekenverlichting, een mistachterlicht, een achteruitrijlamp en knipperlichtjes op de flanken. Ook is hij nu uitgerust met katalysatoren.

Je zit zonder meer goed in de Double 12 S. Het kleine aluminium stuur is even wennen en de instrumenten munten niet uit door afleesbaarheid. Stoel, stuur en pedalen staan keurig op lijn en het is niet moeilijk een goede positie te vinden in de erg fijn zittende stoelen. De aluminium pedalbox is prachtig. De koppeling gaat relatief zwaar en de slag is kort, waardoor het lastig is vloeiend weg te rijden. Een agressieve aanpak – flinke dot gas en hupsakee, koppeling los – werkt het beste.

De Spyker C8 Double 12 S is een nogal extraverte auto, brengt bestuurder en toeschouwers al snel in een staat van euforie. De achtcilinder heeft een luide stem, met een kloeke dosis agressie erin, en het is vooral de gretigheid waarmee hij toeren wil maken die zijn karakter definieert. Voor de S beperkte Spyker het maximum toerental overigens tot 7500, om de betrouwbaarheid en de duurzaamheid te verhogen.

De #008 heeft lange tijd stil gestaan, maar als ik na enkele opwarmronden het toerental langzaam opvoer, zonder overigens nog maar in de buurt te komen van het maximum, wordt de soundtrack snel venijniger en scherper. Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe de Double 12 R op Hunaudières geklonken moet hebben tijdens zijn jacht op de Porsches.

De Mader V8 duwt hard en energiek, zonder ooit uit­ gesproken explosief te worden, en er lijkt geen einde aan de trekkracht te komen. Het hoge toerenbereik is daar debet aan, samen met de lange overbrengingsverhoudingen, uitgelegd op de topsnelheden die op Le Mans gehaald worden.

Ik behandel hem met gepaste voorzichtigheid, het is immers de enige voor de openbare weg gebouwde C8 Double 12 die met de racemotor van Mader is uitgerust, de andere 12 S’en zijn allemaal met een V8 van Audi geleverd. Bij een milde belasting levert de Spyker echter meer dan voldoende snelheid om op Zandvoort zijn grenzen te verkennen. De Double 12 S gaat uitermate zelfverzekerd de duinpiste over, zijn stabiliteit boezemt onmiddellijk vertrouwen in. Het chassis communiceert heel goed wat er onder je gebeurt, echter meer met een bepaalde kalmte dan de lichte nervositeit van een Ferrari of Porsche. Hij stuurt geweldig goed in, roteert mede dankzij de middenmotor onmiddellijk naar de apexen toe als je daar met je stuur het commando toe geeft. De grip van de achterhand is groot, dus uit­ eindelijk zal de Spyker ondersturen als je je entree te bont maakt. Doordat de achterbanden zo veel grip hebben, en door de graduele opbouw van het ver­ mogen, kun je vrij onbekommerd gas geven bij het uit-accelereren van bochten. Op de vraag hoe dat is als je het volle vermogen van de V8 kunt gebruiken, moet ik het antwoord helaas schuldig blijven. Ik laat het aan een nieuwe eigenaar over om die grenzen op te zoeken.

Tekst: Ton Roks

Beelden en video: Hubcap


Tags: , , , , , , ,
Print Friendly, PDF & Email




Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Giulia 1300 Super ‘Outlaw’

Volgend bericht

Octane's winnaars van 'Paleis Soestdijk'





Bezoekers lazen ook


Uitgelicht

Giulia 1300 Super ‘Outlaw’

Erwin Arentsen van Balocco Classics houdt van auto’s waaraan alleen kenners zien dat ze heel speciaal zijn. Zijn eigen...

22 August 2019

Webdevelopment Passionate Bastards