Laatste nieuws

Een jeugddroom met ‘patina’

Man & Machine / 21 januari 2022

Na het kopen van zijn eerste huis, het krijgen van een kind én na de vraag van zijn vrouw (’welke auto wil je nou echt heel graag hebben?’) is het leven van Lex van Elten nu, met de aanschaf van een Renault 16 TL, helemaal compleet. 

“De Renault 16 is een wat ondergewaardeerde auto, zeker in vergelijking met de liefde die menigeen heeft voor Citroëns uit die periode. Mijns inziens is dat onterecht en daarom eerst een korte introductie. De R16 kwam in 1965 op de markt vergezeld van de slogan ‘voitures à vivre, en werd gekozen tot Auto van het Jaar. Renault had met de R4 al ervaring met een grote achterklep en de ‘16’ werd de eerste middenklasse hatchback; een grote achterklep en de revolutie van een neerklapbare achterbank. Het avant-gardistische ontwerp maakte mogelijk dat de bagageruimte vier opbergconfiguraties kende. De achterbank kon naar wens worden verschoven, neergeklapt of verwijderd. Een echte ‘alles-in-één auto’.

Opvallend is de in de lengterichting geplaatste aluminium (!) motor, met de versnellingsbak voorop, waarmee een ideale gewichtsverdeling werd bereikt. De vering met torsiestangen, met als resultaat extra comfort en aan weerszijden een andere wielbasis, mag opvallend genoemd worden. Vanaf ‘mijn‘ modeljaar werden er nieuwe, grotere achterlichten gemonteerd. Een jaar later kreeg de R16 het nieuwe Renault-logo op de neus en nog iets later verdwenen de zijlampjes, de aluminium grille, de logo’s op de zijkant en kreeg de auto een ander dashboard. Dat de mijne die oudere details nog wel heeft, vind ik erg leuk. Het topmodel was vanaf 1974 de TX, met vijf versnellingen, een krachtiger motor en elektrische ramen. Deze uitvoering ‘doet’ in topstaat nu meer dan 20.000 euro en ik merk dat het de populairste versie onder liefhebbers is.

Zelf hou ik mijn hele leven al van auto’s. Zoals je vaker hoort, vond ik de auto’s die mijn vader had het mooist. Ik ben van 1972. Toen ik zeven jaar was, kocht mijn vader zijn derde R16; een bruine TX uit 1978. Na een Peugeot 305 SR volgde in 1984 voor de laatste keer een R16, een goudkleurige TL uit 1980, het laatste bouwjaar. Voor mijn vaders doen was een auto van vier jaar oud ‘op leeftijd’, maar hij zag het als zijn laatste kans om nog een keer van een R16 te genieten. We gingen er uiteraard gewoon mee op vakantie, met een caravan erachter. Het viel mij toen op dat een vier jaar oude auto al roest had, op het puntje van de voorspatborden bijvoorbeeld. Na deze R16 gleed mijn vader af (vond ik) via een Renault 11 GTX naar een Ford Escort en, nog saaier, naar twee Renault 19’s.

Helaas heeft mijn vader niet kunnen meemaken dat ik nu zelf een R16 heb. Hoewel ik een autogek ben, heb ik nooit eerder een klassieker in bezit gehad. Wel heb ik tien jaar in Alfa 156’s 1.9 JTD gereden, wat ik een echt feest vond. Ook heb ik een rode Honda Civic uit 1988 gehad, compleet met brulpijp en subwoofer in de kofferbak. Dat waren heerlijke tijden. Nu ik bijna 50 ben is mijn leven echter dermate op de rails dat ik een huis met garage heb kunnen kopen, en mijn vrouw ’s zegen kreeg om dan toch eindelijk eens de lang gewenste klassieker te kopen. Als eerste heb ik gekeken naar een Golf 1, in erbarmelijke staat. Dus daar heb ik vanaf gezien. Mijn vrouw vroeg mij: “Welke auto wil je nou écht het liefst hebben?” Een Renault 16 dus.

Bij een klassieker-handelaar vond ik mijn auto. Het was een aardige vent en in de advertentie stond dat het een ‘harde auto’ was. Bij aankomst zag ik een groene TL uit 1971, met ‘patina’; weinig zichtbare roest, ook niet op de punten van de spatborden, maar wel wat lakslijtage op de motorkap en op andere plekken.

Zo trof ik de auto aan.

Het was een auto uit Zuid-Frankrijk, met een Franse verzekeringssticker uit 2016 op de voorruit maar verder was er geen historie bekend. Het interieur was door de zon verpulverd en de TL had wielen van de TX. Je raad het al, in al mijn naïviteit ben ik gevallen voor de auto en heb ik hem gekocht voor € 2250,-. Dat was een risico, want ik kan zelf niet sleutelen. Twee maanden later, in september 2021 kon ik mijn R16 ophalen, inmiddels met een Nederlands kenteken.

Samen met een maat die een BE-rijbewijs en een autotrailer had, hebben we de auto naar een garage naast mijn werk gebracht. Daar bleek men weinig haast te hebben dus terwijl ik vier nieuwe banden met echte TL-wielen en wieldoppen gekocht en gemonteerd had, gebeurde er verder niets aan de auto. Ook kon ik het niet laten een mooi bruinleren TS-interieur te kopen. Toen we constateerden dat beide B-stijlen volledig doorgeroest waren aan de binnenkant heb ik twee nieuwe exemplaren gekocht bij Centre16 in IJmuiden (dé R16-specialist en een waar paradijs!), om die er later in te laten lassen.

Een oud kenteken kwam tevoorschijn

Vervolgens heb ik hem toch maar naar een andere garage gebracht. Mijn plan was om de auto eerst rijdend te krijgen en dan de volgende stappen te zetten. De tweede garage leek voortvarender en constateerde dat er nog veel meer rot was aan de auto; verre van hard dus. Dat was een tegenvaller, maar toch heb ik besloten om verder te gaan met het reviseren van de remmen en om de motor een grote beurt te laten geven. Helaas bleek ook deze monteur klanten met moderne auto’s voorrang te geven, dus ik heb tot 31 december 2021 moeten wachten tot mijn R16 rijklaar was.

Mijn geduld werd op de proef gesteld, maar goed, hij rijdt en voor het eerst sinds mijn 14e heb ik weer in een Renault 16 gereden. Wat opvalt is het gepiep en gekraak, het zware sturen en matige remmen. Positief: de auto is wel vlot en comfortabel en de positieve reacties van andere bestuurders plus de aanspraak bij tankstations zijn erg leuk.

Zelf heb ik kleine dingen kunnen doen zoals het vervangen van de lampen, het monteren van een autoradio met FM en het grondig schoonmaken; van de gordels kwam een emmer zwart water af. Het reservewiel heb ik laten poedercoaten en wat kleine onderdelen zijn zwart gespoten. Op internet heb ik de ontbrekende emblemen gevonden en gemonteerd. Nu staat er vooral laswerk op de planning en ook de kleppen moeten nog gesteld worden. Op zich zouden werkende richtingaanwijzers leuk zijn. Kortom, ik heb genoeg te doen de komend tijd, maar ik vind het heerlijk om met de Renault bezig te zijn. Hij hoeft van mij niet perfect te worden, want ik vind het zichtbare patina wel een bewijs van een lang leven. Zonder overdrijven, ervaar ik dat met het kopen van mijn eerste huis, het krijgen van een kind en het hebben van deze klassieker mijn leven nu compleet is 😉.”

Volg het project van Lex van Elten op zijn Instagram-pagina: www.instagram.com/projectrenault16/

Op zijn website www.lexvanelten.nl/autos/ kan je zijn handgemaakte autotekeningen bewonderen en bestellen.

Man & Machine

Renault R16 TL (1971)

Lex van Elten

Het topmodel uit de serie, de 16TX (foto Renault)


Tags: , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Dakar Classic met een succesnummer

Volgend bericht

Kimera EVO37, luid en oogstrelend





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Dakar Classic met een succesnummer

Herman van Oldenmark schreef zich met een Mitsubishi Pajero Evolution (1997) in voor de Dakar Classic 2022. In Octane Magazine...

15 January 2022