Laatste nieuws

Een moeilijk doelwit

Reportages / 18 oktober 2022

De Universal Carrier is tijdens de Tweede Wereldoorlog wereldwijd ingezet. Hij wordt aangedreven door een Ford V8 ‘flathead’, heeft een uniek stuursysteem en is compact genoeg om in een gewone garage te passen. Hij zou je volgende klassieker kunnen zijn.

Tekst: Mark Dixon // Foto’s: Sam Chick

Als je van een vergelijkbare leeftijd bent als ik herken je dit militaire voertuig wellicht van een catalogus van Airfix. Hele generaties kinderen hebben wat basiskennis over gepantserde voertuigen verworven door die catalogus en ook door de altijd sterk tot de verbeelding sprekende deksels van de bouwdozen. De Universal Carrier, zoals hij officieel heet, is bekend geworden onder de naam Bren Gun Carrier en is in 1964 de eer ten deel gevallen als een plastic kit vereeuwigd te worden. Je kunt het bouwpakket nota bene nog steeds kopen, voor net geen vijftien piek bij bol.com.

Ik ben in het jaar geboren waarin Airfix de productie van zijn schaal 1:76 Breng Gun Carrier startte en toen ik een echte zag op de Goodwood Revival verleden jaar, ben ik er onmiddellijk op afgestapt. Ik had het geluk dat de eigenaar er vlakbij stond en met alle soorten van genoegen mijn vragen wilde beantwoorden. Ja, het is echte, hij is in 1944 gebouwd. Ja, hij wordt inderdaad aangedreven door een V8 flathead van Ford, en ja, hij is ongelooflijk origineel. En het allerbeste: toen ik vroeg of ik er voor Octane Magazine in mocht rijden, zei hij ook ‘ja’.

Op een e-mail naar James kreeg ik onmiddellijk ‘Hell yes!’ als antwoord.

Dat heeft me aan het denken gezet. Wat zou een hedendaagse tankspecialist van de Carrier vinden? Voor het antwoord op die vraag wist ik precies wie ik moest hebben: majoor James Cameron, die bij The Royal Tank Regiment gediend heeft en nu CEO is van Mission Motorsport, een liefdadigheidsorganisatie voor veteranen en hun gezinnen, die ook hulpbehoevenden uit de autowereld bijstaat.

James Cameron heeft in alle mogelijke pantservoertuigen gereden, inclusief de Challenger 2 tanks. Hij is op Twitter te vinden onder de naam ‘Tankslider’, als herinnering aan de reprimande die hij ooit kreeg nadat hij met een tank van 65 ton tussen een paar barakken door had gedrift. Als hij geen goede feedback kan geven, wie kan dat dan wel?

Op een e-mail naar James kreeg ik onmiddellijk ‘Hell yes!’ als antwoord. Ook Mike Gurr, de eigenaar van de Carrier, zei dat Cameron van harte welkom was.

Zo is het gekomen dat we nu op het platteland bij een schuur staan, waarin Mike en een paar vrienden hun verzameling militaire voertuigen stallen. Die schuur is de beste man-cave ooit. Oplettende en ter zake kundige lezers hebben ongetwijfeld al het voorwiel van een gepantserde Daimler Dingo gezien, links op een van de foto’s. De Carrier is echter de baas in de stalling – en met recht. Hij is niet groot, hij is maar 3,65 meter lang, 2,13 breed en 2,21 hoog. Met zijn typische boeg, hoekige vormen en die karakteristieke, een tikje slap hangende, rupswielen is hij meteen herkenbaar. Het feit dat hij wordt aangedreven door een 3,9-liter flathead V8 van Ford maakt hem voor ons klassiekerliefhebbers extra interessant. Het ding heeft zelfs een stuurwiel!

“Er waren allerlei varianten”, legt eigenaar Mike uit. “De eerste was de Brenn Gun Carrier, die was ontworpen om een machinegeweer en zijn drie bemanningsleden door ruw terrein te vervoeren. Standaard bewapening was de cal.303 Bren Gun, een in 1935 ontwikkeld machinegeweer, vandaar de naam. Toen de mijne werd gebouwd – in 1944 – werd het voertuig al geruime tijd ‘Universal Carrier’ genoemd, het had zich ontwikkeld tot een rijdend platform voor allerlei toepassingen. Mijn Carrier is ingericht als infanterie-voertuig, maar er waren ook versies die specifiek waren afgestemd op het dragen van een mortier, anti-tank geschut of zelfs een vlammenwerper. De mijne is gebouwd in Canada, zoals zovele andere Carriers. Hier in Groot-Brittannië konden we er niet voldoende bouwen, maar in Canada zijn er duizenden de fabriek uit gerold. Buiten de verf is mijn Carrier helemaal origineel en er zitten nog steeds transfers op met het woord ‘Canada’, in het Engels, Russisch en Chinees – dat geeft al aan naar welke plekken de Carriers in oorlogstijd gestuurd werden binnen de Lend-Lease regelingen.”

De Carrier was het meest gebruikte voertuig van de Tweede Wereldoorlog, op alle slagvelden is hij in actie gekomen. Hij is ontworpen door Vickers-Armstrong in 1934, als opvolger van de Carden-Loyd machine-gun carrier van 1927, een rupsvoertuig dat door de motor van een Ford Model T werd aangedreven. Het was een goedkopere versie van lichtere tanks uit de Eerste Wereldoorlog, ook bekend als ‘tankettes’.

Toen Groot-Brittannië zich voorbereidde op de Tweede Wereldoorlog werden contracten afgegeven voor de bouw van de Universal Carrier, zoals hij vanaf 1 april 1993 officieel heette. Die zijn terechtgekomen bij Aveling-Barford, Sentinel Waggon, Nuffield en Thornycroft. Ford leverde de V8’s, met verschillende vermogens, naar gelang de bestemming. De Britten kregen achtcilinders met 65 pk, de Amerikanen met 85 en de Canadezen met 95. De Carrier van Mike heeft een motor met 95 pk.

Wat opvalt, als Mike hem opstart in de schuur, is hoe stil de V8 is. Ik had een veel rauwer stemgeluid verwacht, maar de V8 van de Carrier loopt net zo mooi en verfijnd als hij in de jaren ’30 in Fords sedans deed. Mike zet hem in een versnelling, de Carrier schiet de schuur uit en zijn neus rijst of duikt bij elke beweging van het gaspedaal. De vraag die James en mij al de gehele tijd plaagt is hoe je dit apparaat een hoek om krijgt. De meeste tanks kun je van richting laten veranderen door een van de rupsbanden kort af te remmen; dan maakt hij een draai om zijn centrale as. In de Carrier zien we echter een stuurwiel. Hoe werkt dat in vredesnaam?

“Het is het enige gepantserde voertuig dat met track warping stuurt”, legt eigenaar Mike uit. “Dat staat letterlijk voor vervorming van de rupsbanden. Het stuurwiel is via een stangenstelsel verbonden met de remtrommels, die zich achter de – aangedreven – achterwielen bevinden. Het stuur is ook verbonden met een as die achter je dwars door het voertuig loopt en naar links en rechts kan bewegen. De uiteinden zijn gekoppeld aan de voorste wielstellen. Als je naar links stuurt wordt de rupsband aan de rechterkant – ter hoogte van het dubbele wielstel – licht naar buiten geduwd en de rups aan de andere kant wordt een tikje naar binnen getrokken. Die lichte vervorming van de rupsbanden is voldoende om de Carrier flauwe bochten te laten maken. Als je verder dan 90 graden instuurt, wordt de rem in een van de trommels achter geactiveerd, hoe verder je instuurt, hoe krachtiger de rups daar wordt afgeremd en hoe scherper de bocht wordt die de Carrier maakt. Het is een briljant systeem, omdat de remmen niet nodig zijn voor kleine koerswijzigingen, ze slijten dus veel minder hard.”

Waagt Mike het weleens met zijn Carrier op de openbare weg te rijden? “Ik heb een keer 230 kilometer aan één stuk gedaan”, grijnst hij. “Elke vijf jaar is er een herinneringsrit door Holland, naar Arnhem, en de laatste keer, in 2019, reden er 250 militaire voertuigen mee, waarvan 80 gepantserde. Er waren achttien tanks bij! Ik heb toen de hele week met de Carrier gereden en er heeft zich geen enkel probleem voorgedaan. Je moet wel heel voorzichtig zijn op verharde wegen, want met zijn 3,75 ton is hij relatief licht. Er zitten geen rubberen kussens op de rupsen zoals bij modern materieel, je raakt daardoor gemakkelijk in een slip.”

Overigens: een nieuw setje rupsbanden kost je zeven mille. Dat maant tot kalmte op de weg. Toch geïnteresseerd? Volgens eigenaar Mike moet je een ‘project’ Carrier kunnen kopen voor een mille of twintig, wil je er een die rijklaar is dan moet je richting 30, 40 mille denken. Zijn uitzonderlijk originele Carrier is overigens aanzienlijk hoger getaxeerd. Alles is authentiek, dus precies zoals hij vroeger in het leger was, en Mike’s aandacht voor details is fantastisch. Hij is een gepensioneerd politieman, gespecialiseerd in vuurwapens, en het wapentuig van de Carrier is perfect. De Sten Gun is een replica, maar de Bren Gun is origineel, maar uiteraard onklaar gemaakt.

“De Thompson sub-machine gun is een BB gun, een luchtdrukwapen, maar het is een heel accurate copy van het origineel, ik heb er zelfs een originele houten Thompson kolf voor gevonden”, lacht hij.

Als we klaar zijn met het bewonderen van alle oude en nieuwe old stock onderdelen die Mike voor zijn Carrier heeft weten op te duiken, zoeken we een weggetje op waar hij gas kan geven voor onze fotograaf. Er zit behoorlijk veel gang in het voertuig. Carriers konden 50 km/h halen, een buitengewoon luxueus tempo voor een infanteriesoldaat die zijn machinegeweer anders te voet crosscountry moest meezeulen. Het apparaat is ongelooflijk wendbaar door zijn ultrakorte wielbasis – van het onderste deel van de rupsen maakt nauwelijks meer dan de helft contact met het wegdek. James mag dat nu gaan ontdekken, want hij mag het commando overnemen. Er zit geen grammetje vet aan de man maar hij is wel 1,89 meter lang, terwijl de gemiddelde tanksoldaat niet boven de 1,70 kwam. Het vraagt daarom enige acrobatiek achter het verticaal staande stuurwiel te glijden, zijn benen eronder te wurmen en zijn voeten de pedalen te laten vinden. Maar het lukt hem, Mike gaat ook aan boord om als ‘spotter’ op te treden, Mark geeft gas en de Carrier speert er vandoor. Een paar minuten later komende de heren terug, met grote grijnzen op hun tronies.

‘Mike zet hem in een versnelling, de Carrier schiet de schuur uit en zijn neus rijst of duikt bij elke beweging van het gaspedaal’

Mijn beurt: het is niet moeilijk op de Carrier te klimmen – hij raakt bovendien ook niet snel beschadigd, maar het is inderdaad een kunst met enige gratie aan het stuur plaats te nemen en je doet er goed aan je voeten even te ‘leren’ waar welk pedaal zich bevindt. Vooral de – hooggeplaatste – koppeling is lastig. Daar staat tegenover, zo vind ik al gauw uit, dat hij zich verrassend gemakkelijk laat bedienen. Schakel de ontsteking in, trek aan een stang die de startmotor activeert en de V8 komt meteen tot leven – met dat lekker soepele en opgewekte roffeltje van een flathead.

Bij normaal gebruik heb je de eerste versnelling niet nodig, dus ik kan in II wegrijden – naar voren en rechts. Zodra de Carrier vaart heeft, moet je de pook een lange haal geven, naar achteren en links, in III. Hoewel de bak niet gesynchroniseerd is, is het niet moeilijk om bijna fluisterstil van verzet te wisselen. Als je te voortvarend met het gas bent, gaat de neus van de Carrier onmiddellijk een fors eind omhoog, om meteen terug te vallen zodra je gas mindert – dat is een fenomeen dat fors versterkt wordt door de soepele vering, die nodig is om grote oneffenheden en obstakels in het terrein te ‘absorberen’.

Als je de kans krijgt op een goed wegdek een beetje te cruisen, is het relatief rustig aan boord. Je hoort uiteraard de rupsbanden en de transmissie, maar voor de rest is er niets te klagen, op af en toe de klappen van de rupsen tegen het plaatwerk. Daar schrik je eerst van, want de klappen klinken alsof erop je geschoten wordt. Het is een noodzakelijk kwaad, de rupsen mogen niet te strak gespannen zijn, want anders kunnen ze niet vervormd worden om te sturen.

Nu ik het toch over de besturing heb: dat is waaraan je het meeste moet wennen. De gouden regel is dat je geen constante druk op het stuur uitoefent, maar met stootjes een bocht neemt. Voor mooi constante curves leent hij zich niet, hij gaat min of meer met een reeks kleine ‘hapjes’ de hoek om. Dat is belangrijk om te weten. Bij de scherpe bochten stuur je verder in en wordt een van de achterste wielen afgeremd. Ook dat moet je met die ‘hapjes’ doen. Als je ver instuurt en het stuur lang in dezelfde positie houdt, verbrand je in een mum van tijd de remvoeringen. Terwijl je dat zo goed mogelijk probeert te doen, moet je er ook nog voor zorgen dat de V8 op toeren blijft, want de niet afgeremde rupsband moet blijven bewegen, anders wordt er überhaupt geen bocht genomen. Dat is nogal contra-intuïtief en voor ik het weet rijd ik op een sloot af, terwijl ik met alle macht aan het stuur hang, als een schipper die in een razende storm poogt een rif te vermijden.

‘Mijn favoriete manier om met vijandelijk vuur om te gaan, is er voor zorgen dat er überhaupt niet op je geschoten kan worden’

Mike verzekert me dat je snel went aan de eigenaardigheden van de besturing. De Carrier is een verbazend wendbare machine, dat heeft Mike overtuigend gedemonstreerd met een aantal strapatsen – je zou er tijdens een gymkana een uitstekend figuur mee slaan. James is het volkomen met me eens, hij roemt de wendbaarheid ook – en niemand kan het beter weten dan hij. In Afghanistan, in de provincie Helmand, heeft hij het commando gevoerd over een squadron uitgerust met de laatste Warthogs. Hij vertelt hoe hij zijn konvooi een bufferzone in had geleid – een soort van vacuüm tussen twee verdedigingslinies in en tot zijn verbazing zag dat er soldaten wegrenden van hun voertuigen in plaats van er naar toe. Het waarom werd duidelijk toen hij was uitgestapt, rond zijn Warthog liep en in de beschermende tralies op de neus een niet geëxplodeerde, raket gestuurde granaat van de Taliban klem zag zitten.

De voormalige tankcommandant James Cameron (met baard) krijgt rijles van Mike Gurr, de eigenaar van de Carrier.

 

 

Hij vervolgt: “Pantsering wordt altijd gezien als een goed middel tegen vijandelijk vuur. Mijn favoriete manier om met vijandelijk vuur om te gaan, is er voor zorgen dat er überhaupt niet op je geschoten kan worden – je moet een zo moeilijk mogelijk doelwit zijn. En dat is waarmee de Carrier scoort. Hij is slechts licht gepantserd, maar hij is open en daardoor heel laag. Kijk maar, we komen niet boven de heggen hier uit. Hij is bovendien uitzonderlijk goed off-road, hij is ook uitermate beweeglijk en de ‘wieldruk’ is laag, door zijn in verhouding lage gewicht. Ik denk dat er maar weinig plaatsen zijn waar je met de Carrier niet kunt komen. Er is niet voor niets zo veel gebruik van gemaakt – voor oorlogsvoering was het precies de juiste machine.”

Op Youtube is een filmpje te vinden over de Universal Carrier waarin ondermeer de werking van de besturing verhelderd wordt en zichtbaar wordt gemaakt: https://youtu.be/-nTsnfEAjzI/


Tags: , , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Zeldzame bescheidenheid

Volgend bericht

Spectre, een 'Ultra-Luxury Electric Super Coupé'





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Zeldzame bescheidenheid

In de rally-paddock van de Octane Scramble stond een auto die opviel door zijn bescheidenheid. De Sunbeam Avenger 1500 TC van Henny...

14 October 2022