Laatste nieuws

Verstandshuwelijk tussen elektrisch en fossiel

Alle columns / Ton Roks / 5 april 2020

Tijdens de opening van een expositie in Autoworld, Brussel, sprak Tiddo Bresters, sinds begin november voorzitter van de FIVA – en al heel lang een auto-enthousiast met een voorkeur voor luchtgekoelde Kevers (hij heeft er vier). De Federation Internationale des Vehicules Ancien is de overkoepelende vertegenwoordiger van bijna 70 organisaties met miljoenen leden die zich op landelijk niveau bezighouden met onze belangen als liefhebbers van klassieke voertuigen. In Nederland is de FEHAC de aangesloten belangenbehartiger.
De FIVA heeft het ondermeer op zich genomen in Europees verband te bewaken dat we met onze geliefde klassiekers kunnen blijven rijden. Dat is niet zonder meer vanzelfsprekend, legde Bresters uit, in een wereld waarin auto’s met verbrandingsmotoren wellicht niet meer de steden in mogen, waarin autoverkeer vergaand gedigitaliseerd wordt en waarin wellicht op grote schaal autonoom gereden gaat worden. Zullen als gevolg daarvan klassieke auto’s voornamelijk in garages staan? Zal het rijden ermee heel duur wordt gemaakt door buitensporig hoge tarieven voor Lage Emissie Zones of door disproportionele CO2-belastingen als element van kilometerbeprijzing? Of zullen ze alleen nog maar op speciale dagen mogen rijden? Dat waren enkele van de vragen die Bresters zich hardop stelde.
Hij roerde ook nog de publiek perceptie aan: stel je voor dat van de tien auto’s negen stuks elektrisch zullen zijn? Wordt die ene klassieker daartussen dan nog steeds leuk gevonden? Of gaat er met modder gegooid worden?
Dat zijn reële vragen, alhoewel ik me afvraag of het allemaal zo’n vaart gaat lopen. De doelstellingen van de overheden en bevriende belangengroeperingen voor het wegverkeer zijn zeer hoog gegrepen en als ze al haalbaar zijn, zal dat nog heel lang duren. Ik verwacht dat elektrische auto’s een vast deel van de vervoersmix gaan worden, zeker in een overbevolkt en verstedelijkend land als het onze, maar of ze wereldwijd alle transport zullen overnemen, betwijfel ik. Voor dunbevolkte gebieden zijn ze nauwelijks relevant en zijn de gedemoniseerde dieselmotor – die aan een comeback bezig is – en de benzinemotor betere opties. Je ziet nu al dat er langzaam maar zeker realistischer naar elektrisch auto’s wordt gekeken en de nadelen ervan zichtbaarder worden en meer aandacht krijgen. In het bejubelen hebben belanghebbenden de boventoon en het inzicht groeit dat de verbrandingsmotor zo gek nog niet is en dat de balans qua voetafdruk ten opzichte van de elektrische auto’s genuanceerder ligt dan wordt voorgespiegeld.

Stel je voor dat van de tien auto’s negen stuks elektrisch zullen zijn, wordt die ene klassieker daartussen dan nog steeds leuk gevonden?

Benzine en diesel hebben een enorme energiedichtheid ten opzichte van hun gewicht en volume, dat is nog met geen accu te evenaren, en het is heel aannemelijk dat verbrandingsmotoren en elektrificatie nog decennialang naast elkaar zullen bestaan. De grootte van de rol die ze maatschappelijk zullen hebben, zal afhangen van het gebied waarover we spreken: elektrisch in stedelijke gebieden, brandstof of hybriden elders.
Het gewicht van accu’s zie ik niet belangrijk verlagen, ze blijven loodzwaar en daaraan gaat de solide state batterij (die er nog lang niet is) niks veranderen. Die honderden kilo’s accu moeten allemaal meegesleept worden, jarenlang, honderdduizenden kilometers door honderdduizenden auto’s – ten koste van… energie. De hybride, in feit een verstandshuwelijk tussen elektrisch en ‘fossiel’, is zo’n gekke oplossing nog niet. En daarvoor zul je een verbrandingsmotor altijd nodig blijven hebben, als is het maar als range extender.
Een klassieker te midden van tien elektrische auto’s, ik snap dat Bresters de perceptie van een historische auto temidden daarvan vreest, maar ik zie die situatie niet snel ontstaan. De gemiddelde Nederlander rijdt dertien jaar met zijn auto, dus het duurt nog héél lang eer dat wagenpark vervangen is door vol-elektrisch. Als het dat überhaupt wordt, want onderschat de hybride niet! Autonoom rijden? Dat zie ik op z’n hoogst gebeuren op speciaal geprepareerde snelwegen.
Goed bericht van Bresters is dat de klassieke auto een erkend speciale positie heeft bij de meeste regeringen en dat die visie ook binnen de EU is overgenomen. De gebruikte sleutel is dat ze historisch en cultureel erfgoed zijn, als ze tenminste 30 jaar oud zijn en in originele staat verkeren. Het is heel goed dat de FIVA en FEHAC lobbyen om die uitzonderingspositie te behouden, en op dat ‘erfgoed’ focussen, maar vergeten ze niet iets? Als heel belangrijke en valide argumentatie kan toch ook aangevoerd worden dat klassieke auto’s heel veel mensen plezier bezorgen – een ook werk? Voor tal van menselijke activiteiten is dat argument ruim voldoende, of mogen we straks alleen maar op vliegvakantie naar een ver land als we kunnen aantonen dat het eerst en vooral culturele verrijking is?

Ton Roks






Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

MG LE50, een B voor de 21e eeuw

Volgend bericht

McLaren 720S, definitief op het podium




Meer historie

MG LE50, een B voor de 21e eeuw

Frontline Developments bouwt speciale versies van de beminde MG B. Met 215 pk en een top van 255 km/h. Al twintig...

5 April 2020