Laatste nieuws

Ernst Berg

Quality Time / 26 maart 2021
Aan tafel met Von Trips, scheuren met Carel Godin de Beaufort, op twee wielen door het Scheivlak met Mäkinen en kampioen worden met de fantastische Escort BDA, een Porsche Carrera GT opnieuw doen met Zagato. Een slalom door het leven van Ernst Berg.

Vanuit zijn tuin kijkt hij uit over het meer van Génève, langs imposante Libanonceders, naar het lokkende water waarin de bergen weerspiegelen. Het is een paradijselijke plek, hier aan het meer. “Beter kun je niet wonen in Europa”, zegt Ernst Berg. “Door de jaren heen zijn ook veel coureurs hier neergestreken, Stewart, Rindt, Bonnier, Prost, Loeb en Schumacher. In de jaren ’70, toen autosport veel gevaarlijker was, heeft Stewart eens gezegd dat hij zich geregeld afvroeg of hij hier nog wel zou terugkeren als hij weer eens op het vliegveld stond. Wat dat betreft zijn de tijden behoorlijk veranderd.” Op de oprijlaan staat een witte Escort Twin Cam na te knisperen – de Ford is door Han Akersloot, sinds heel lang Berg’s autosportvriend, en ondergetekende vanuit Nederland naar Génève gereden, door Frankrijk, over de N57, langs de Vogezen en door de Jura, een mooie rit in een geweldige auto.

Er is veel te vertellen, te veel misschien. Wellicht daarom heeft Ernst Berg (73) voor een kleine kring een boek gemaakt met zijn ‘adventures’ erin, vergezeld van een voorwoord van Mark Hughes, stafschrijver bij het Britse Motorsport Magazine. Terwijl de zon kalmpjes aan zijn ondergang begint, komen er hapjes en verkoelende rosé op tafel, het startsein voor een slalom door het autosport-leven van Ernst Berg. Het zat in zijn bloed, uiteraard, de liefde voor auto’s. Tijdens zijn lyceumjaren ging de jonge Ernst al vaak naar races en ondernemend als hij was schreef hij een briefje naar Carel Godin de Beaufort om hem te feliciteren met de overwinning op Spa, met de Porsche 718 RSK.  “Hij heeft me zowaar geantwoord, met een uitnodiging naar zijn kasteel te komen. Enige maanden later zijn we naar Maarsbergen gereden waar mijn vader meteen diep in gesprek raakte met de familie binnen in het kasteel. Carel leidde mij wat rond. Op de oprijlaan stond de auto van mijn vader, een Fiat 1600 OSCA Pininfarina, met de sleutels erin. Carel en ik zijn er met die auto vandoor gegaan, een half uur met 160 over de asfalt-weggetjes door de bossen, sneller kon niet. Toen we naderhand wegreden vond mijn vader het vreemd dat de auto tikkende geluiden maakte en wat branderig rook…”

Voor de Nederlandse Grand Prix van 1960 had Ernst een paddockpas, van De Beaufort, waarmee hij van dichtbij foto’s van de Dino’s, Brabham’s, Cooper’s en BRM’s kon maken. “Die wereld was toen nog heel toegankelijk, iedereen was benaderbaar en de sfeer was natuurlijk en ontspannen, de sport werd in die tijd geregeerd door passie in plaats van geld. Na de kwalificatie reden de auto’s over de weg naar de lokale garages in Zandvoort. Wereldkampioen Jack Brabham wenkte en ik mocht meerijden, op de rand van de cockpit, rechtstreeks van de baan af, met zijn helm nog op.”

De jonge Berg krijgt een lift van Jack Brabham

“Wolfgang von Trips was een goede vriend van de familie. Ooit heb ik hem ontmoet tijdens een lunch in Bad Godesberg. Ik kon daar als enige van het gezelschap vertellen ooit bij een Grand Prix te zijn geweest.  Voor de Grote Prijs van Nederland in ’61 logeerde ik met mijn moeder in een zomerflat naast hotel Bouwes waar de meeste coureurs logeerden. De zondagmorgen voor de race kwam Von Trips langs voor een kop thee en heeft me daarna meegenomen naar het circuit, in zijn donkergroene Ferrari 250 GT. Hij won de race in de ‘Sharknose’ Ferrari, vóór Phil Hill. En ik stond met mijn 14 jaar juichend bij de finish.”

Andermaal de jonge Ernst Berg, nu bij Von Trips

Ernst maakte in de jaren die volgden kennis met onder andere Roy Salvadori, Bette en Graham Hill, Bruce en Pat McLaren, en ook met Mike Costin, technisch directeur bij Lotus en later mede oprichter van Cosworth. Iedereen vond de belangstelling van dat jonge ventje wel interessant en natuurlijk mocht hij altijd een keer langs komen. Dat deed hij dan ook. Tijdens de zomervakantie ging hij naar een Engelse school en logeerde bij familie aldaar. Geregeld stapte hij in een trein of bus en ging erop uit, onder meer naar Lotus in Cheshunt. Daar liet Mike Costin hem onder een doek iets zien dat nog in ontwikkeling was: de Lotus Cortina Mk1. Hij ging ook naar de Cooper Car Company in Surbiton waar Bruce McLaren zijn eerste sportscar aan het bouwen was, en naar Brands Hatch en naar Goodwood voor de Tourist Trophy. Veel foto’s maakte hij van nabij, van helden die hij nooit meer terug zou zien. Velen vonden hun einde in de autosport: Carel op de Nürburgring, Von Trips op Monza, Bruce McLaren op Goodwood, Jo Bonnier op Le Mans, Rodriguez in Mexico, Jim Clark op Hockenheim en Graham Hill nota bene bij een vliegongeluk. Vooral de dood van Von Trips, vier maanden na de ontmoeting in Zandvoort, heeft hem aangegrepen. “Die tragedies waren elke keer opnieuw een schok, maar werden ook elke keer weer geaccepteerd, het hoorde erbij, iedereen kende de risico’s en het leven ging door”. Na een korte stilte: “De autosport was toen een wereld op zich, met eigen maatstaven en regels. Een unieke tijd, met immens moedige mensen, veel camaraderie, toewijding en enthousiasme, het waren sportmensen in de beste zin van het woord. Als je die periode hebt meegemaakt, blijft die sfeer altijd bij je. Als kind al voelde ik dat het zo niet kon doorgaan, dat er veranderingen zouden komen, maar de herinnering hoe het toen was, houd ik altijd”.

Mijn geld ging op aan benzine en banden, ik denk dat ik er wel duizend rondjes heb gereden

Onder een deel van de tuin bevindt zich een garage van 800 vierkante meter, daar parkeren we de Twin Cam naast een Bentley Boattail Brooklands Racer, gebouwd door Bob Petersen. Daarnaast staat een bijzondere Honda NR750 motorfiets, met ovale zuigers. Er staat ook een Alfa Romeo Giulia 2.9 V6 QV, die noemt hij ‘de leukste van allemaal’.  Er is meer moois te zien, een GT2 en GT3, beide RS’en, en een V10 Carrera GT, geen gewone overigens. “Een prachtige auto, maar de achterkant vond ik minder. Ik heb een schets gemaakt en ben tijdens de autosalon van Génève met Andrea Zagato gaan praten. Daar is iets heel moois uit voortgekomen, we hebben nog twee van die Carrera GT Zagato’s gemaakt. Met Harm Lagaay, zat ik op school, tijdens de lessen zaten we dikwijls autootjes te tekenen. Later bij Porsche ontwierp hij onder meer de GT, vanuit zijn optiek vond hij mijn Carrera GT Z natuurlijk bedenkelijk”.

Zijn eerste auto was een Mini Cooper S. “Op de dagen dat je de baan op kon, ging ik naar Zandvoort, om het circuit en de auto te leren kennen. Mijn geld ging op aan benzine en banden, ik denk dat ik er wel duizend rondjes heb gereden. Een wonder dat dat goed is afgelopen. Ben Huisman zag me een keer rijden en gaf me spontaan een set Dunlop Racings R7, op voorwaarde dat hij me het volgende seizoen op de grid zou zien. Ik deed natuurlijk niets liever dan dat. Ik had immers Clark, Fitzpatrick, Hill en Ickx in het Engelse toerwagenkampioenschap aan het werk gezien.”

Ernst Berg kwam aan de start in het seizoen van ‘68, in een competitief veld, met internationaal succesvolle rijders als Hezemans en Van Lennep. “Ik heb toen een ex-John Rhodes Cooper S bij de Cooper Car Company gekocht, zonder de fabrieksmotor met crossflow kop en injectie. Die werden door BMC Abingdon gebouwd en waren niet te koop, maar Costello in Kent bouwde goede 1293 cm3 motoren, niet de allersnelste maar goed genoeg om geregeld in de kop van het veld te rijden.”

Een keer in Grand Hotel Huis ter Duin, tijdens het bal na de Tulpenrally, maakte hij kennis met Timo Mäkinen, winnaar van de Monte Carlo Rally en de snelste in een Mini. “Een prachtkerel, we ontmoetten wat leuke meiden en zijn naar Amsterdam gegaan. Timo volgde me in een fabrieks Cooper S, een verkenningsauto met een rek reservewielen op het dak. Op maandagochtend wilde hij persé naar Zandvoort. Meteen, zonder ooit de baan gezien te hebben, ging hij flat-out. Toen ik voor het Scheivlak zei dat plankgas niet ging, bleef hij alleen maar lachen. We gingen dwars, de banden rookten, we reden op twee wielen, met die reservewielen op het dak, we zijn net niet gerold. Volgens hem kon gewoon heel Zandvoort vol gas. Ik heb een foto van mij in de race Cooper door de Gerlach waar hij met een viltstift op schreef I miss all smoke from the tyres, use the fourth gear.”

Berg voorzag zich het volgende seizoen van een nog iets snellere Mini, met aluminium motorkap, deuren en kofferklep, 610 kilo licht, met een ZF sper en een motor met 130 pk bij 8500 toeren. “Daarmee kon je in de klasse tot 1,6-liter de Alfa GTA’s, de Lotus Cortina’s en de BMW’s bijhouden”. Hij werd tweede in het kampioenschap en is daarna ingelijfd bij het Dutch National Racing Team, onder leiding van Wim Beers met rijders Freek Dudok van Heel, Nico Chiotakis en Han Akersloot die een 1300 GTA van Alfa Romeo ter beschikking kreeg. Berg kreeg een Escort Twin Cam en Willment bouwde de motor, met 165 pk. “Er waren schitterende gevechten, met Toine Hezemans, Slotemaker en Chiotakis. En ook met Lubin die me in zijn Broadspeed Escort TC met één punt en 20 centimeter op de finish net de baas was in de finale van het kampioenschap.”

In 1971 kwam de Escort BDA, met een halve Cosworth DFV, in wezen een F2-motor, goed voor een formidabele 260 pk. Met een gewicht van 780 kilo was de Escort supersnel, de beste 2-liter toerwagen als hij goed was geprepareerd. “Alles kon je met de BDA verslaan, het was toptechniek voor die tijd met geavanceerde ophangingen en F1-remmen. Hij klonk als een F2 bij 9500 toeren. Toen waren toerwagens na de F1 en F1 absoluut de top. Als de data niet samenvielen reed de crème de la crème uit de F1 erin, met het grootste plezier, maar ze waren zelden sneller dan wij, de routiniers.”

Pinksterrace 1970, Berg wint zijn klasse met de DNRT ‘Willment’ Twin Cam

“Op Paul Ricard, tijdens een 12-uurs ETCC race met veel toprijders, reed ik samen met Frans Lubin, we haalden zo’n 270 km/h op het lange ‘Droit de Mistral’. Bij ons begaf de dynamo het na een tijdje dus reed ik in de avond met zo min mogelijk licht om de accu te sparen. In het donker reden we min of meer dezelfde tijden als de fabrieks AMG 6.9 L Mercedessen van Heyer en Schickentanz, die hadden heel veel licht en die volgde je dan maar.”

Start van de Coupes Benelux in ’68 op Zandvoort, Berg (tweede van rechts) bevindt zich met zijn Mini in de kop van het veld, meteen achter de snelste 1,6-liters

In ’72 reed Berg weer Escort, met reclame van Brut en Fabergé. Er zijn geweldige foto’s van, strijdend met 3L Works Capri’s en driftend door de Gerlach, met een voorwiel op de kerbstones. In ‘73 heeft hij een Nederlandse kampioenstitel op zijn naam gezet, met de Escort in de klasse tot 2,0-liter. Daarna reed hij nog wedstrijden met een 3.0 L Capri. In het paddock clubhuis op Brands Hatch dronk Berg met zijn vrienden Hezemans en Akersloot tussen de Engelsen een biertje toen Ben Huisman, wedstrijdleider op Zandvoort, zich meldde. “Na vier pinten riep hij dat wij onze successen vooral te danken hadden aan ons superieure materiaal en dat we in een merkenrace geen kans zouden hebben tegen jongetjes uit de kartwereld”.

Dat bleek ‘geklets in de lucht’ te zijn nadat Berg door Renault was uitgenodigd om de wedstrijden wat op te komen fleuren in de Gordini Cup. “Die Cup voor Renault 5’s was best leuk, mijn werk nam steeds meer tijd in beslag, maar racen was racen. Naast Duckham’s importeerde ik toen Polafloor Coatings uit Engeland en ik deed een voorstel: drie auto’s, voor Han Akersloot, Gerrit de Vries en mezelf, Renault zou alles rondom de races en de auto verzorgen en wij zouden met Polafloor preferred supplier voor de dealers worden. Dat is perfect afgelopen, Renault Nederland en zowat alle dealerbedrijven en magazijnen hebben we van nieuwe vloercoatings voorzien.”

Met ons drieën vormden we met bijna 200 een treintje, bumper aan bumper duwden we elkaar, de middelste auto hing bijna in de lucht

In de seizoenen ’75 en ’76 van de Gordini Cup toonden Berg en zijn teamgenoten zonder meer tegen de jonge garde opgewassen te zijn. In zestien races stond Ernst op de eerste startrij en reed geregeld de snelste ronde. “Met zo weinig vermogen moest je strak en zuiver rijden en slipstreamen, zoals op de Nürburgring. We kwamen daar met ons drieën de Döttinger Höhe op en vormden met bijna 200 km/h een treintje, bumper aan bumper duwden we elkaar op, de middelste auto hing soms bijna in de lucht”, lacht hij.

Berg had in seizoen ’76 van de Gordini Cup de kampioenstitel binnen bereik, hij had het grootste aantal punten. “Voor de finalerace op Paul Ricard stond ik pole, maar de avond voor de race zaten Patrick Tambay, Jan Lammers, Boy Haye aan bij een diner en toen schoven Franse modejournalistes aan, en werd veel witte Bourgogne geschonken. De volgende morgen was de afloop voorspelbaar, ondanks mijn pole werd ik slechts vijfde. Renault NL was niet blij en ik vond het een mooi moment om iets anders te gaan doen.”

Hij stapte over naar zwaarder materiaal, naar het FIA WK sportscars, met een Lola T294S. “Dat had ik veel eerder moeten doen, ik was te overtuigd geweest dat toerwagens het helemaal waren, dat er niets beter was dan dat, voor mij althans.” In zijn eerste wedstrijd werd hij, samen met Alain de Cadenet, derde algemeen in de 500 Kilometer van Dijon, achter Jarier en Merzario. Met die Lola heeft hij in ’77 ook de 24 Uur van Le Mans gereden en de Trofeo Caracciola in Monza.  “Le Mans was een schitterend avontuur, na enkele langere stops zijn we als 17e gefinisht. Van de 21 uur dat de auto op de baan was, heb ik meer dan dertien uur gereden. Het was een super ervaring. Met 290 km/h in het nat over Mulsanne, voorbij auto’s die 50 km/h langzamer gingen en zelf ingehaald worden door anderen die 50 km/h sneller reden. Ik zie de blauwe vlammen uit de turbo’s van de Porsche 936 en de Mirage nog voor me. Hezemans en Fitzpatrick in de Porsche 935 groetten me als ze me op het rechte eind voorbij kwamen. Ik kwam dichterbij tijdens het remmen en in vochtige bochten, maar daarna reden ze van me weg. In de nacht was ik negen seconden sneller dan in de training ondanks dat we de techniek moesten sparen.”

In gesprek met racemakker Han Akersloot, aan autosportverhalen geen gebrek

Berg zegt veel aan de autosport te hebben gehad, ook voor zijn werkende leven. “De autosport kan de ondernemer in je wakker maken – je wordt er sterker van.” Na zijn handelsonderneming te hebben verkocht, richtte hij in Brussel Multi Magazines op, een publiciteitsbedrijf dat ondermeer het modeblad Lana uitgaf, oplage 1,5 miljoen stuks. Hij stortte zich ook op de renovatie en ontwikkeling van grachtenhuizen in Amsterdam en racete tussen de bedrijven door nog wat. “In Verbier kwam Toine Hezemans tijdens het skiën met een idee. Hij had voor BMW gereden en wist dat er bij Motorsport nog 14 onverkochte, nieuwe M1’s stonden. We namen die over direct van de fabriek, plus een paar Procar M1’s. Die hebben we naar de VS gevlogen en daar in korte tijd voor het dubbele bedrag uitgedeeld, voornamelijk aan BMW dealers die Toine daar kende.”

Cadeautje van racevriend Han Akersloot, een schaalmodel van de DNRT Escort Twin Cam

In die periode raakte hij bij de F1 betrokken. “Samen met Toine Hezemans was ik in ‘81 bij de eerste Grand Prix in Las Vegas. Ik had in de autosport ooit met de Zwitserse horlogefabrikant Ebel te maken gehad. Die wilde zich introduceren op de Amerikaanse markt en had voor die GP veel mensen uitgenodigd en $ 40.000 uitgegeven aan banners langs de baan. Ze vroegen wat ik er van vond. Niet één banner hing in het zicht van de camera’s. We hebben er toen voor gezorgd dat Ebel voor $ 7.500 een sticker op de helm van Alan Jones kreeg. Hij won de race en we hadden geluk – Ebel kwam overal in beeld. Directeur Pierre Alain Blum vroeg daarna hoe ze verder konden in de F1. Ik was ook redelijk bevriend xmet Ron Dennis die net McLaren had overgenomen van Teddy Mayer. Ik wist van Ron dat Lauda daar zou komen en ben toen samen met hem naar Génève gevlogen, naar Ebel, en daar hebben we een deal van drie jaar gemaakt met Blum voor McLaren. Zo was ik bij meer dan 100 GP’s met een F1 pas van McLaren, en heb weer die wereld van dichtbij mogen meemaken, alleen in een totaal andere tijd”.

Met een prototype van de R5 Cabriolet, voor een crashtest bij UTAC in Montlhéry

“In de USA kwamen we er ook achter dat daar behoefte bestond aan cabriolet-versies van luxe Europese coupés, zoals de BMW 6-Serie en de SEC’s van Mercedes. Terug in Brussel ben ik met een groepje vaklieden zulke auto’s gaan bouwen, en zo is Ernst Berg Systems ontstaan bij het vliegveld Zaventem.” Dat bedrijf – EBS – heeft een grote vlucht genomen en is vooral bekend geworden door de productie van Renault Super 5 Cabriolets, een opdracht van het Franse moederbedrijf. Renault is de afnameverplichting van 10.000 stuks niet nagekomen, bij 2000 ging de stekker eruit, wat een fikse strop was voor EBS. Dat heeft na jaren tot een arbitragezaak geleid – en een fikse schadevergoeding aan EBS. Niet alleen met Renault heeft EBS zich bezig gehouden, het heeft ook 800 cabriolets gebouwd op basis van de Lada Samara, een groot aantal open versies van de Rover Metro bij EBS UK Ltd. en met Volvo in Born enkele prototypes voor een cabriolet op basis van de 480. Uiteindelijk heeft Berg het Engelse deel van EBS aan de Rover Group verkocht en de Belgische tak gesaneerd.

We stappen in de Alfa QV en stoppen niet ver van het meer, bij het Terre Bonne Park, een kantorencomplex van Nemaco, Berg’s in 1994 opgerichte bedrijf. “We hebben met Nemaco gebouwen door heel het land neergezet en zijn onder meer de herontwikkeling van de Amsterdamse Houthavens gestart. Daarna hebben we ons belangrijkste werkterrein in 2008 naar Zwitserland verschoven en zijn begonnen met de ontwikkeling van het Park Terre Bonne. Er stond een buizenfabriek op een terrein dat we kochten van ELF-TOTAL, nu is er een modern businesspark waar 2200 mensen werken in tien gebouwen. We zijn nu druk met verdere ontwikkelingen in de omgeving”.

Terug in zijn villa neemt hij ons mee naar een kamer met daarin een verbijsterend groot modeltreinencomplex. De hoeveelheid spoor moet in de honderden meters lopen en de locomotieven en wagons zijn niet te tellen. “Goederenvervoer spreekt mij het meest aan”, zegt Berg.  De rails kronkelen over de tafels heen, en gaan er onderdoor en doorheen, het is ogenschijnlijk een wirwar, zonder een spoor van decor. “Het is een technische baan, het gaat me om zo groot mogelijke complexiteit.” Hij zet een paar knoppen om en een groot scherm gaat aan met een schematische voorstelling erop van het gehele spoorwegnet. “Daarmee kan je het geheel regelen, zonder dat er wat misgaat, het is erg technisch. Het prutsen met al die treinen en de software is goed voor je hersens”

Berg wijst naar een grote foto op de keukentafel. Er staat een schitterende Maserati op, een A6 GCS Berlinetta van 1953 met carrosserie van Pininfarina. “Dit is de mooiste auto ooit”, zegt hij. “Er zijn er maar vier van gemaakt, in ’96 is er een verkocht voor 3,7 miljoen dollar. Mijn vriend Toine Hezemans, met wie ik nog steeds zaken doe, laat er een identiek nabouwen in Zuid-Afrika, tot op de millimeter nauwkeurig. Het worden er nu twee, ik ben ook van de partij.”

Tevreden met Zagato’s Carrera GT, ondanks bedenkingen van ontwerper Harm Lagaay, met wie Berg vroeger op school autootjes zat te tekenen

Er ligt nog meer in het verschiet. Ernst stamt uit een oud adellijk geslacht uit de 14de eeuw, hij is jonkheer en een van zijn voorvaderen is Friedrich Wilhelm Rembert Graf von Berg (1794 – 1874). “Deze grootmaarschalk kreeg een staatsbegrafenis in St. Petersburg in aanwezigheid van de tsaar, niet alleen als staatsman maar ook als militair. Zijn leven bevat meer dan genoeg stof voor een boeiende film of tv-serie. Misschien is het wel iets voor Netflix of een andere streaming service. Een scriptschrijver is er in Londen mee bezig, maar daar gaan nog wel wat jaren overheen, als ik dat überhaupt nog mag meemaken.”

TEKST Ton Roks & FOTO’S Archief Ernst Berg & Ton Roks


Tags: , , , ,



Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Marcel Bastiaans

Volgend bericht

Trackday Mustang met een missie





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Marcel Bastiaans

Van een Buick Rivièra naar een Ducati Art Bike, van schilderijen met ‘hidden secrets’ naar een gouden stier in Santa’Agata,...

26 March 2021