Laatste nieuws

Healey’s in Vreeland

Reportages / 5 augustus 2019

Toen Hans van de Kerkhof vijftien jaar oud was, woonde hij in Amsterdam naast een Italiaanse groothandel. De eigenaar van dat bedrijf was een autoliefhebber en kwam regelmatig aanrijden in exotische Italiaanse sportwagens. Tot hij op een dag in een Engelse open sportauto verscheen. Hans was op slag verliefd op wat een Austin-Healey bleek te zijn. Zodra hij achttien jaar was en in bezit was van een rijbewijs kreeg hij de kans om een Healey 3000 MK2 A te kopen voor 2250 gulden. Zijn vader subsidieerde het project met slechts honderd gulden, maar Hans wist toch alles bij elkaar te sprokkelen en kon zijn eerste eigen Healey aanschaffen.

Vandaag ben ik op bezoek bij het Healey Museum in Vreeland, op uitnodiging van initiator Hans en Healey-liefhebber Gerrit Frieman. Hans en Gerrit, beiden vergezeld van hun echtgenotes, laten met plezier het museum zien. Het huist in een grote ruime hal en is smaakvol ingericht met auto’s, tekeningen, miniaturen en andere Healey-collectables.

Voor Hans bleek het rijden van ‘rondjes rond de kerk’ niet voldoende. Toen hij tijdens een bezoek aan een Engels clubevenement Rinus Sinke ontmoette, kwamen zij samen tot de conclusie dat er sportiever gebruik gemaakt moest worden van de Healey’s. Rinus besloot toen samen met zijn zwager Willem Kwakkel en Mark Schmidt de ‘Dutch Healey Competitions’ op te richten. Er werden race-Healey’s gebouwd en ze namen deel aan historische evenementen. Met als hoogtepunt vier deelnames aan de Classic Le Mans waarvan de laatste maal in de 54FAC een Works 3000, de auto die door de fabriek in 1963 werd ingeschreven voor de 12 uren van Sebring.

Over de start van het museum vertelt Hans: “In 2010 verkochten wij ons bedrijf en werd het tijd voor een nieuwe uitdaging. Ik dacht meteen aan mijn, toen al grote, Healey-verzameling en ik besloot tot het opzetten van een Healey Museum. Er werd een stichting opgericht met als startcollectie mijn privéverzameling. Samen met andere Healey-liefhebbers is de verzameling steeds verder uitgebreid. Cor van Zadelhoff bood mij op een burenborrel de huidige locatie van het museum aan, het voormalige Polohouse in het mooie dorpje Vreeland.”

Het doel van het museum is volgens Hans duidelijk: “Ik wil zorgen dat de passie van Donald Mitchell Healey (DMH) en de techniek en historie van zijn auto’s niet alleen bewaard blijven, maar ook gedeeld worden met deze en toekomstige generaties. We zijn het enige Healey-museum in de wereld en we krijgen heel veel aandacht en bezoek van mensen en clubs van over de hele wereld. Samen met de vele vrijwilligers houden we hier iets moois in stand.”

Wat is een Healey-liefhebber? Hans en Gerrit zijn het snel eens: “De oude kern zijn mensen die een Healey gekocht hebben uit pure liefde en die zelf met olie aan de handen repareren en aanpassen wat nodig is. De nieuwere koper heeft een Healey ook om er mee te pronken, omdat hij of zij er heel veel geld voor heeft moeten neertellen. Een goed rijdende Healey koop je niet meer onder de vijftigduizend euro en een 100S in goede staat kost tussen zeven en negen ton. Een wrak uit Amerika koop je nog voor onder de twintigduizend dollar, maar dat zou ik sterk afraden.”

We beginnen de rondleiding, waarbij al snel duidelijk wordt, vanzelfsprekend, dat iedere auto en zelfs bijna iedere tekening of miniatuur, een eigen verhaal heeft. De eerste auto is een unieke Duncan Healey Drophead, die gebouwd is in Warwick, op een van de eerste chassis door DMH in samenwerking met Sampietro, een Italiaanse ontwerper. Als motor werd de Riley 2,4 liter gebruikt Van de in totaal drie gemaakte exemplaren is dit de enige ‘overlever’.  Daarnaast staat de, een beetje lomp ontworpen, Sportsmobile. De Healey Silverstone in het rijtje werd ontworpen met het idee dat je ermee naar het circuit kon rijden om er ter plekke mee te racen om er dan ook weer mee naar huis te rijden. In deze tijden van ‘track-days’ een vooruitstrevende gedachte! Het reservewiel steekt uit de achterkant om daarmee een achterbumper overbodig te maken.

Hans licht toe: “Er bestaat één exemplaar van de Silverstone met een Cadillac V8 motor, gemaakt op verzoek van coureur Briggs Cunningham. Met als doel om deze auto tot serieproductie te brengen ging Donald Healey op bezoek bij Cadillac voor het kopen van motoren. Tijdens de overtocht met de Queen Mary kwam hij in contact met George Mason, de CEO van de firma Nash-Kelvinator. Deze ontmoeting leidde uiteindelijk tot de Nash-Healey, de eerste Amerikaanse sportauto van na de oorlog.” De rode Nash-Healey in het museum is eerst geleend en daarna gekocht van Herman Heinsbroek. De rondleiding gaat verder langs een 100S, gebouwd voor Sebring en de Mille Miglia. Er staat een Healey 100 met het kenteken AHX11, wat aangeeft dat dit het elfde exemplaar is van de negentien hand-gebouwde pre-production Healey’s. De X staat voor ‘Experimental’. Het eerste exemplaar werd op de Earls Court Motorshow in 1952 tentoongesteld, ‘over-night’ voorzien van een Austin-Healey badge, als start van de samenwerking tussen Healey en Austin Motor Company.

Op mijn vraag wat de meest bijzondere auto van de collectie is, aarzelt Hans geen moment: “Dat is toch de 100S Coupé van Donald Healey zelf. Die auto is uniek, helemaal aangepast aan zijn eisen met een sterkere motor en een aangepast interieur met speciale radio. Voor deze auto is er bij verzamelaars en musea wereldwijd veel belangstelling. Maar die verkopen we nooit.”

Zoals bij ieder automerk is er ook bij de Healey-aanhang een tweespalt tussen mensen die vinden dat je de auto zo origineel mogelijk moet houden en mensen die met veel plezier de auto aanpassen naar hun eigen wensen en specificaties. Gerrit vertelt dat deze laatste groep de ‘Naughty Boys’ wordt genoemd. Hans zelf heeft zijn Healey uit 1953 gespoten in een niet-Healey groene metallic kleur en heeft de motor op veel punten aangepast zodat deze nu honderdzeventig paardenkrachten levert in een auto van slechts 910 kilogram. In de motorkap zijn extra ‘louvres’ aangebracht en er is een verplichte leren riem gemonteerd, een eis voor deelname aan Le Mans.

Voor de foto nemen de heren plaats in een donkergroene Austin-Healey 4000 RR, voorzien van een Rolls-Royce motor waarmee in 1966 aan de strengere emissie-eisen werd voldaan. Van deze auto zijn drie exemplaren gebouwd en ze bestaan alle drie nog Volgens Hans is het samengaan van alle Britse automerken in British Leyland de reden dat dit model nooit in productie werd genomen: “Er kwamen door samenvoeging van al die merken te veel sportwagens in het programma. Er moest geschrapt worden en het boterde niet echt tussen Stokes (hoofd van British Leyland in die tijd) en Donald Healey. Deze verstandhouding zal ongetwijfeld hebben bijgedragen aan het uit de productie nemen van de Healey’s.

Centraal staat de rood-witte rally-auto van Rinus Sinke, een auto waarmee Rinus, met Bart den Hartog als navigator, drie keer overall de Tulpenrally heeft gewonnen. Daarachter is een mooi ‘diorama’ gecreëerd met de zilvergrijze carrosserie van het BN3/4-prototype in een oude werkplaats, met twee motoren op de werkbank erachter. Het hele museum is met dat gevoel voor detail en authenticiteit ingericht.

De ladekasten en het bureau, waar de Salvage Hunters wel een bod op zouden willen doen, komen echt uit de gebouwen van Healey. De vitrines bevatten honderden modelauto’s, maar ook routeboeken, foto’s, aantekeningen, blauwdrukken en de originele merkemblemen. In de kasten staan boeken en wereldwijde publicaties over Healey. Hans heeft, “voor een bedrag waar ik ook een goede Healey voor had kunnen kopen”, de hand weten te leggen op het complete fabrieksarchief met alle vergaderverslagen, ontwerp-notities en klachtenrapportages. Er staat zelfs een elektronisch Healey-orgel, want naast auto’s zijn er ook boten en orgels ontworpen en gebouwd.

Na een gezellige lunch en het bekijken van een unieke, bewaard gebleven zwart-wit film over het leven van Donald Healey vraag ik bij het afscheid aan Hans en Gerrit waarom we eigenlijk de rode cabriolet in het hoekje hebben overgeslagen? “Dat is een Jensen-Healey uit de jaren zeventig. Wij vinden die minder mooi en als opvolger voor de Healey 3000 is het eigenlijk een mislukking. Maar het is een Healey en om het compleet te houden staat ie er toch bij.”

Terug in de veertig graden buitentemperatuur blijft de indruk achter van een prachtig museum, opgezet en onderhouden door mensen met inzet en passie voor het werk van Donald Healey. De geschiedenis van man en merk komen, met grote diepgang en detail, volledig tot leven. De verkiezing van het museum in de top 3 van Nederlandse automusea is meer dan terecht en daarmee is een bezoek aan het museum aan het water in het vredige dorpje Vreeland een echte aanrader!

Tekst en beeld: Frank Goedhart

Heeft u zelf tijdens een reis of op vakantie een mooie museum bezocht? Stuur ons foto’s met een kort verslag! frankgoedhart@octanemagazine.nl


Tags: , , , , , , , , , , , , , ,
Print Friendly, PDF & Email




Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Beetje eigenwijs met drie 5 GT Turbo's

Volgend bericht

Met een Frogeye over de Stelvio





Bezoekers lazen ook


Uitgelicht

Beetje eigenwijs met drie 5 GT Turbo's

Bas Pijl werd door zijn eerste auto ‘gegrepen’ en heeft nu inmiddels drie Renault 5 GT Turbo's. Bas vertelt: “Van...

5 August 2019

Webdevelopment Passionate Bastards