Laatste nieuws

Het Piemonte van Vincenzo Lancia

Alle columns / Ton Roks / 2 januari 2019

Met gemengde gevoelens heb ik op InterClassics de deeltentoonstelling La Grandezza della Lancia bekeken, want het prachtige merk is er eigenlijk niet meer. Als ik er bij stil sta, komen er allerlei herinneringen terug aan een bedevaartstocht die ik zes jaar geleden maakte, met een Lancia Thema, door het Piemonte van Vincenzo Lancia.  

Oude fabriek van Lancia in Turijn

Elke dag nog plukken we zoete vruchten van de technische creativiteit van Vincenzo Lancia. Hij is de uitvinder van de zelfdragende carrosserie, die hij met zijn Lambda aan de wereld introduceerde. Lancia kwam op het idee toen hij een roeiboot bekeek en zich verwonderde over de stijfheid ervan, zonder dat daar een separaat chassis voor nodig was. Hij besloot een prototype voor een nieuwe auto te construeren met de principes die hij van een bootromp had geleerd en dat pakte zo goed uit, dat hij het aandurfde die auto in productie te nemen. Dat werd de Lambda, de Lancia waaraan de complete auto-industrie schatplichtig is, want het idee van de zelfdragende carrosserie wordt door de volumefabrikanten nog volop gebruikt.

Vincenzo Lancia tijdens de Targa Florio van 1907

Vincenzo Lancia vond voor zijn Lambda (volgens velen zijn meesterwerk) bovendien een nieuw motorconcept uit, een V-opstelling van de (vier) cilinders, echter met een zo nauwe blokhoek (13 graden) dat het motorblok uitzonderlijk compact was en er slechts één cilinderkop nodig was. Met dit unieke concept heeft Lancia vier-, zes-, acht- en zelfs twaalfcilinders gebouwd en het idee is tot ver in de jaren ’70 bij het merk in gebruik gebleven (onder meer in de Fulvia). Het concept is nadien stilletjes overgenomen door Volkswagen dat het introduceerde in de Golf VR6. De Volkswagen-groep gebruikt Lancia’s idee van de V-motor met kleine blokhoek nog altijd in de W12 van Bentley en de W16 van Bugatti. Dus als je ooit met bewondering naar een Continental of een Veyron staat te kijken, weet dan dat ze ideeën van Vincenzo Lancia onder de motorkap hebben.

Het huis in Turijn waar Vincenzo Lancia is opgegroeid

In Turijn, in de drukke Corso Vittorio Emanuele II, huisnummer 9, is de geschiedenis van Lancia begonnen. Gedurende de winters woonde hier in Turijn de familie Lancia, die een fortuin had vergaard met het inblikken van vlees. Op de binnenplaats van dit gebouw kwam de jonge Vincenzo in aanraking met de fietsenmaker Ceirano, die daar zijn bedrijfje had. Daar is de vonk ontsprongen, de liefde voor techniek, die uiteindelijk tot de geboorte van het grote automerk Lancia heeft geleid.

Vincenzo Lancia in actie tijdens de Vanderbilt Cup in 1905

Vincenzo Lancia ontwikkelde als leerling bij Ceirano een grote technische kennis, de basis voor een baan bij Fiat als testrijder en coureur. Hij was namelijk ook een uitstekend stuurman, die zich met grootheden als bijvoorbeeld Felice Nazzaro kon meten. Als jongeman van 19 zette hij zijn allereerste race meteen om in een klassenoverwinning: hij finishte met een Fiat 6HP Corsa als vierde algemeen. Hij reed veel lokale evenementen en ook internationale. In 1904 werd hij zesde in de Gordon Bennet Cup met een Fiat 75HP Corsa. Vincenzo Lancia reed alles dat enige betekenis had: Parijs –Madrid, Circuit des Ardennes, Targa Florio, GP van Frankrijk, en hij toog zelfs naar de USA voor de Vanderbilt Cup. Daarin reed hij met zijn Fiat 75HP Corsa niet alleen de snelste tijd, maar hij had ook zeven ronden de leiding. Zeven opwindende jarenlang was Vincenzo Lancia als coureur actief, maar langzaam maar zeker maakte zijn passie voor de autosport plaats voor de wens zelf auto’s te bouwen. In november 1906 was hij zo ver, hij richtte Lancia & Fabbrica Automobili op, zijn eigen autobedrijf.

Als Vincenzo Lancia vanuit het grote huis aan de Corso Vittorio Emanuele II een wandeling maakte, was hij na een paar honderd meter bij de rivier Po, die de stad Turijn doorkruist. Aan de oever daarvan werden op een winterse dag, waarschijnlijk in 1959, publiciteitsfoto’s geschoten voor de derde generatie van de Lancia Appia, met de tweede en de eerste generatie op de achtergrond. Vincenzo Lancia was er in 1959 overigens al lang niet meer – hij overleed 22 jaar daarvoor aan een hartaanval, waarna de leiding van het bedrijf werd overgenomen door zijn zoon Gianni.

Vincenzo Lancia was er ook niet meer toen nauwelijks een kilometer verderop, ook aan de oevers van de Po, over de brede asfaltpaden van het Valentino park een Grand Prix werd gereden en Alberto Ascari als eerste over de finish raasde in de geweldige Lancia D50, een van de meest tot de verbeelding sprekende F1 raceauto’s aller tijden. Het moet fantastisch geweest zijn de rode bolides door het park te horen brullen en die overwinning moet Gianni Lancia met grote trots hebben vervuld.

Met de Thema bij de basiliek van Superga

Er gebeurde in het begin van de vorige eeuw zoveel in Turijn op autogebied, dat zich rondom de stad allerlei race-evenementen ontwikkelden. Er was een straatrace van Padua naar Treviso en terug, Brescia had een race van 220 kilometer, er was een sprintevenement in Florence en er waren zelfs zuinigheidswedstrijden en tal van heuvelklims. Een daarvan was  Sassi-Superga, een klim van 4,5 kilometer waaraan Vincenzo Lancia in 1902 voor het eerst deelnam met een Fiat 24HP Corsa. De route begon in een buitenwijk van Turijn en eindigde bij de 18e eeuwse basiliek van Superga, van waaruit je een prachtig uitzicht hebt op de 400 meter lager gelegen stad. Op een ingemetseld beeldje na, dat getuigt van de dood van motorrijder Vittorio Guarise in 1947, herinnert er niets meer aan de race, die steeds gevaarlijker werd door de vele huizen en muurtjes die langs de weg werden gebouwd. Vincenzo Lancia denderde indertijd naar boven in zes minuten, met 44,5 km/h gemiddeld, en werd daarmee eerste in zijn klasse. Hij zou nog vaak naar de kronkelige Via Superga terugkeren, niet om te racen, maar wel om zijn prototypen te testen. Het geeft een speciaal gevoel met de Thema op dezelfde weg te rijden waar de grote man meer dan 100 jaar geleden reed.

Op weg naar Montcenisio

De volgende dag ben ik naar Susa gereden, waar de heuvelklim naar Moncenisio startte, een evenement dat nog altijd gehouden wordt en tot de snelste klims op de kalender behoort. Vincenzo Lancia, een van de vaardigste stuurmannen van zijn tijdsgewricht, won de 23 kilometer lange race tegen de klok tweemaal, in 1902 en in 1904, beide keren met een Fiat. De ontwikkeling van de auto nam toen reuzenstappen, dat lees je af aan de tijden die gereden werden. De eerste keer bereikte Lancia de finish in 30 minuten en 10 seconden (gemiddeld 44,3 km/h). Dat was met een 24HP Corsa. Twee jaar later, in een Fiat 60HP Corsa, had hij zes minuten minder nodig om naar boven te stormen en de winnaarstrofee in ontvangst te nemen.

Het was een fraaie route naar Moncenisio, dat vlakbij de grens met Frankrijk ligt. Het laatste deel was door een dikke laag sneeuw bedekt, waarmee de Thema dankzij zijn Pirelli’s Scorpion Ice & Snow prima raad wist Tot de Franse grens was de weg schoongehouden, daarna niet meer. Verlaten woningen van kantonniers keken de Lancia met holle ogen na, wellicht heeft een eenzame wegbeheerder vanuit een van die ramen ooit gezwaaid naar Vincenzo Lancia, toen hij een prototype aan de tand voelde, want de klim naar Moncenisio behoorde tot zijn favoriete testroutes. In zijn ‘La Lancia, 70 Year of Excellence’, het standaardwerk voor de liefhebber, beschrijft Wim Oude Weernink hoe Lancia zijn kersverse Lambda een vuurdoop gaf op de weg naar Moncenisio. De nieuwe Lancia deed het daar ondanks al zijn nieuwe technieken fantastisch en Vincenzo was daar zo content mee dat hij de testrit – samen met een aantal van zijn ingenieurs – afsloot met een copieuze lunch in Gianconera, een restaurant bij Gondove.

Het restaurant bij Gondove bleek er nog steeds te zijn
Het graf in Fobello

Ik ben ook naar Fobello gereden, een vergeten Italiaans dorpje aan de voet van de Alpen en de geboorte- en rustplaats van Vincenzo Lancia. Hier bracht hij zijn zomers en als student zijn weekenden door in het buitenhuis van de familie, Villa Lancia. Fobello is ook de laatste rustplaats van de grote autoconstructeur, zijn naam prijkt fier op de begraafplaats. De smalle weg die naar het dorpje kronkelt, is inmiddels Via Lancia genoemd, een passend eerbetoon aan de grote constructeur die zijn modellen zelf naar bekende Italiaanse wegen placht te noemen. Ik ontmoette daar Stefano Rigamonti, een van de enthousiasten die over het erfgoed van Vincenzo Lancia waakt. Hij nam me mee naar de oude school van Fobello waarin het museum van zijn organisatie Valsesia Lancia Story was gehuisvest. De school is lang geleden door de familie Lancia aan het bergdorpje geschonken.

Het buitenhuis van de familie Lancia in Fobello

Villa Lancia, het oude buitenhuis van de familie, staat hoog boven Fobello zelf. Je bent er na 20 minuten klauteren via een kronkelpad dat voor auto’s zeker neembaar is, want om de vijf jaar maakt een kleine colonne Lambda’s een bedevaart naar boven. Tot 1988 heeft Vincenzo Lancia’s weduwe Adele er gewoond.

Lancia bleek over een prachtige verzameling erfgoed te beschikken

Of Lancia in de handen van Fiat teloor zal gaan, dat was de vraag die me lang heeft beziggehouden toen ik in de Thema naar huis reed. Feit is dat Fiat, dat Lancia in 1969 kocht, de identiteit van het merk lange tijd in ere heeft gehouden, de furieuze Groep B rallymachines en de fameuze Delta Integrale dateren immers uit het tijdperk dat Fiat de touwtjes al in handen had. Maar intussen is duidelijk dat de historie van Lancia stil staat – er wordt niets meer aan toegevoegd. Er is een beetje troost: het merk leeft voor, via de vele bijzondere auto’s die Lancia heeft voortgebracht en de liefhebbers die hen in ere houden.

Tekst Ton Roks

Fotografie Luuk van Kaathoven /Valsesia Lancia Story / Centro Storici Fiat


Print Friendly, PDF & Email




redactie Octane
Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur).




Vorig bericht

Achtste generatie van de nieuwe Porsche 911

Volgend bericht

Kurt Walckiers: altijd vertrekkensklaar




Uitgelicht

Achtste generatie van de nieuwe Porsche 911

Begin 2019 gaan we ermee rijden. Bij deze als voorproefje een promotiefilm van Porsche over de allernieuwste 911.

27 December 2018

Webdevelopment Passionate Bastards