Laatste nieuws

Het zoete leven op het water met een Riva 

Reportages / 12 oktober 2020
Waarom zou een connaisseur uit de wereld der klassieke auto’s zijn interesse deels verleggen naar klassieke boten? Weleens van Riva gehoord?

Riva, de naam staat bovenaan het lijstje met topmerken en is synoniem met een complete branche – die van de luxe motorjachten. Riva ademt pure nostalgische verwennerij. Net als Ray-Ban en Ferrari is het een merk dat bewonderd wordt door zowel cognoscenti als het grote publiek. Er is echter één verschil: Riva is nog een stuk exclusiever dan Ray-Ban of Ferrari. En ook exclusiever dan Rolex, Omega of andere ‘halo brand’ dat niet alleen bewonderd maar ook veelvuldig gekopieerd wordt. Ferrari bouwde in slechts vijf jaar tijd net zo veel Dino 246’s als Riva boten in zijn hele naoorlogse historie.

Een goed onderhouden Riva heeft bijna het eeuwige leven, en dat geldt ook voor zijn aantrekkingskracht

Ooit noemde Jeremy Clarkson de Riva Aquarama ‘de mooiste creatie van de mens’. De man zat er niet ver naast. Als je ‘Riva’ googelt om te zien of Clarkson gelijk heeft, typ dan ook ‘Brigitte Bardot’ in voor extra jeu. Wat je dan voorgeschoteld krijgt is niet alleen oogverblindend, het zegt eigenlijk alles. Een ongekend fraaie natuurlijke schoonheid met blonde haren, gecombineerd met een ongeëvenaarde en door de mens gecreëerde schoonheid met glanzend mahoniehout en panoramische voorruit, dit alles tegen de achtergrond van een Italiaans meer of de Franse Rivièra. Foto’s die beter dan wat ook onze nostalgische hang naar de zorgeloze tijden van weleer bevredigen, toen vorm hoogtij vierde over functie. La Dolce Vita.
Maar zo is het niet altijd geweest. Carlo Riva, die de firma beroemd maakte, overleed nog maar enkele jaren geleden, maar de geschiedenis van Riva gaat wel 150 jaar terug, naar het plaatsje Sarnico aan de oevers van het Lago d’Iseo. Bijna honderd jaar lang bouwde het bedrijf vissersboten en vrachtschepen, maar in de jaren ’30 maakte de firma een grote verandering door toen Serafino Riva slankere en krachtigere boten begon te bouwen om zijn hang naar het racen te bevredigen.
Het was echter zoon Carlo die in de jaren ’50 Riva tot een legende heeft gemaakt. Door kwaliteit en elegantie te combineren in een houten boot, transformeerde hij zijn Riva’s van een gebruiksvoorwerp tot een droomobject. Ze brachten het Campari-gilde in vervoering, dat druk bezig was het puriteinse juk af te werpen en zich niet langer wenste te schamen voor een beetje verwennerij.

L’Ingegnere, zoals Carlo werd genoemd, maakte naam met de ‘Ariston’. Van 1952 tot 1972 bouwde Riva meer dan 800 Aristons, plus nog eens 181 exemplaren van de Super Ariston in de periode 1960-1974 en 19 stuks van de Cadillac Ariston. Samen met architect en ontwerper Giorgio Barilani creëerde Carlo daarnaast nog andere modellen – de Corsaro, Scoiattolo, Sebino – en bouwde ook grote aantallen van de Florida (426 stuks, 1952-’56) – het favoriete model van Brigitte Bardot – en de Super Florida (711 stuks, 1953-’69). Ze kregen gezelschap van de tweemotorige Tritone-serie, in 1962 gevolgd door de Aquarama die met de slogan ‘zon, zee, joie de vivre’ liefhebbers over de streep moest trekken. Hier wachtte een droom, en de vooruitziende Carlo maakte er werk van die tot een realiteit voor velen te maken.

Voor sommigen is de unieke Super Aquarama met twee Lamborghini V12’s de ultieme Riva – mits je niet zenuwachtig wordt van het idee rond te varen in een houten boot vol brandstof en met 12 Webers die het goedje driftig rondsproeien –, maar voor de meeste liefhebbers volstaat een Aquarama. Van dit type werden tussen 1962 en 1972 288 ‘basismodellen’ gebouwd en ruim 200 Super Aquarama’s (1963-’71), plus over een behoorlijk lange periode (1972-’96) ook nog eens 278 Aquarama Specials.

De roem van Riva, en van de Aquarama in het bijzonder, is niet alleen gebaseerd op het ontwerp en de romantiek eromheen. Deze boten zijn ook vermaard om hun vaargedrag. Vergelijkbaar met de wijze waarop auto’s een grote sprong voorwaarts maakten door de komst van de radiaalbanden, ondergingen boten een belangrijke verbetering toen ze een V-vormige romp kregen die veel beter door het water gleed. Het verhaal gaat dat Carlo ooit Giovanni Agnelli met een Aquarama liet varen en tegen hem zei dat hij de boot mocht houden als hij hem kon doen kapseizen. De zeer competitief ingestelde Fiat-baas is het tevergeefs blijven proberen, totdat hij zonder brandstof kwam te zitten.
Eind jaren ’60 begon ook Riva met het bouwen van glasvezel boten, in dit geval de grotere versies, waaronder de Superamerica (let op de parallel met Ferrari). De Riva Junior en Olympic waren de laatste modellen die onder leiding van Carlo Riva zijn gebouwd. In de jaren ’70 trok hij zich terug uit het bedrijf en daarna zijn meerdere eigenaren de revue gepasseerd. In 2000 kwam Riva in handen van de Ferretti Groep.

Laten we van wal steken met een overzicht van het gamma van Rive. Het belangrijkste verschil tussen de modellen schuilt in het feit of de boot eenmotorig of tweemotorig is, met een zescilinder (vroege modellen) of een V8. Andere verschillen hebben betrekking op het ontwerp van de romp, vorm en grootte, het aantal zitplaatsen, een zonnedek achterop danwel een gesloten mahoniehouten achterdek, en de prestaties.
Het is niet precies bekend hoe de onderverdeling is van de 3000 klassieke Riva’s die nog ‘in leven’ zijn. In leven? Jazeker, want boten kunnen wegrotten, zinken of crashen, net zoals auto’s kunnen roesten of crashen. Slecht onderhoud en een te lang verblijf in het water kunnen fnuikend zijn, vooral in de wateren rond St. Tropez waar het corrosieve zeezout de vernislaag en het chroomwerk aantast en de motor van binnenuit doet verteren. Bovendien lekken houten boten – dat hoort zo – en het is cruciaal dat er géén water op de bodem van de boot blijft staan. De beruchtste ‘killer’ voor Riva’s is het niet tijdig vervangen van de bodem, waarna het rottingsproces zich verspreidt en de boot uiteindelijk zinkt. De hoofdregel is om de boot niet te lang in maar ook niet te lang uit het water te laten.

Het wereldje lijkt meer op de klassiekerwereld van de jaren ’80, minder inhalig, meer gedreven door passie

Een goed onderhouden Riva heeft bijna het eeuwige leven, en dat geldt ook voor zijn aantrekkingskracht. Menig liefhebber van klassieke auto’s zal heimelijk weleens naar een Riva hebben verlangd. Maar vrijwel allemaal zullen ze onmiddellijk de conclusie hebben getrokken dat deze boten niet alleen erg duur zijn qua aanschaf maar ook bijzonder gecompliceerd om te gebruiken en onderhouden. Met andere woorden: verschrikkelijk weinig value for money in de ogen van niet-ingewijden. En aangezien ook de redactie van Octane tot die groep behoort, hebben we de hulp ingeschakeld van een kenner om de wereld van de Riva-boten nader te verkennen.

Die kenner is Peter Wallman, een liefhebber van boten die in het bijzonder het evangelie van Riva lijkt te prediken. Wallman groeide op in Londen, leek voorbestemd om architect te worden, maar belandde eind jaren ’80 in de reclamewereld toen deze gouden tijden doormaakte. Hij werkte in Londen, New York en Milaan, ontmoette daar zijn Italiaanse vrouw Sara en besloot zich definitief in de Italiaanse stad te vestigen. Zijn vervoermiddel was een Jaguar E-type – een flat-floor Series 1 Coupé uit 1961 met chassisnummer 49 – die hij op zijn twintigste voor £ 20.000 had aangeschaft met geleend geld van zijn vader.

In 2003 kwam de fanatieke klassiekerliefhebber in Italië tot het besef dat hij behoefte had aan iets nieuws. Hij solliciteerde bij Chris Routledge naar een baan bij veilinghuis Coys – “ik gaf een Powerpoint presentatie, zoiets hadden ze geloof ik nog nooit gezien” – en kreeg op basis van alléén commissie een aanstelling om in Italië naar auto’s te zoeken. In die hoedanigheid kwam hij in contact met diverse vooraanstaande mensen uit de Europese klassieker-business. Een daarvan was Max Girardo, die toen voor CARS Europe in Monaco werkte. Hij was het die Wallman bij RM Auctions binnenloodste toen dit veilingbedrijf in 2006 in Londen van start ging. Peter bleef daar tien jaar in dienst, maar vertrok na er ook nog een tijdje als directeur te hebben gewerkt.
Spijt van? “Totaal niet, het was een enerverende tijd en de veilingresultaten waren heel erg goed. Het was best een cultuurschok voor de Britse klassiekerwereld, maar we zorgden voor een beetje beroering in een periode dat deze bedrijfstak die wel kon gebruiken. Daar ben ik trots op.”

Tijdens zijn dienstverband bij RM breidde Peter zijn eigen verzameling uit. “Ik had er genoeg van dat ik mijn eigen familie niet mee kon nemen tijdens ritten, dus kocht ik in Duitsland een Ferrari 365 GT 2+2 van 1969, met nog de eerste lak en originele bekleding en 60.000 kilometer op de teller. Ik heb de auto alleen grondig schoongemaakt met poetsklei, Borrani’s gemonteerd en er vervolgens 30.000 kilometer mee gereden. Een erg ondergewaardeerde auto, deze Ferrari.”

Zijn keuzes op autogebied zijn relevant voor dit verhaal over Riva’s. Peter werkt tegenwoordig voor een innovatief bedrijf dat onverkochte veilingkavels te koop aanbiedt (lastbid.com) en treedt af en toe op als tussenpersoon bij de verkoop van klassieke auto’s door privépersonen. “Ik heb er altijd van gedroomd een leven te leiden zoals op een foto van Slim Aarons, maar in 2003 werd dit gevoel heel sterk toen ik op de klassiekerbeurs in Padova een Riva en een paar glijboten uit de jaren ’60 zag. Ik ontmoette er Roberto Romani, wiens vader Augusto een bekend coureur was geweest die in de jaren ’30 met glijboten racete, en er was direct een klik. Helaas is Roberto overleden, maar hij runde een clubje voor ‘tre-punti’ glijboten onder de naam Historic Racing Boats. Onder de leden bevond zich bijvoorbeeld de ex-eigenaar van de Arno XI, de legendarische glijboot van Ferrari. Op een treffen ontmoette ik Dodi Jost, een excentrieke Oostenrijks-Italiaanse Riva eigenaar die een hotel bezat aan het meer van Como. Hij kwam naar Villa d’Este in zijn Super Ariston en ik kreeg het voor elkaar dat ik een keer met hem mocht meevaren. Ik was op slag verliefd. Het betreden van de aanlegsteiger bij Villa d’Este, beneden de houten Riva zien liggen en dan een rondje op het meer doen, dat was magisch.”

En vanaf dat moment is het hard gegaan. Vorig jaar was Wallman opnieuw in Villa d’Este, met niet één maar twee Riva’s van hemzelf. Hij deed mee aan het eerste concours voor Riva’s tijdens het door BMW gesponsorde evenement, met in totaal twaalf schitterende boten, waaronder Tritones, Aristons, Florida’s en Juniors. En zo kwam Octane hem op het spoor. “Het was erg leuk, hoewel het weer niet geweldig was. Enkele bezoekers maakten zich zelfs zorgen dat mijn boot nat werd.”
In 2015 kocht Wallman een Ariston, een klein sportief model uit 1961, later gevolgd door een grotere Super Aquarama uit 1969. “Het heeft mij niet zo heel veel moeite gekost om mijn vrouw enthousiast te maken voor de Ariston. De motor van deze boot had nog maar 200 uur gedraaid en verder was alleen de bodem ooit vervangen. De rest was nog helemaal origineel, tot en met de bekleding met zebramotief. Die was vrij bijzonder; Anita Ekberg had een Tritone met zo’n zelfde bekleding.”

Het is net als met auto’s, alleen hoef je je niet te bekommeren om matching numbers

Beide Riva’s zijn gestationeerd bij Cantiere Barberis aan het Lago Maggiore, dat over zo’n 60 Riva’s waakt en de Ariston van Wallman destijds nieuw heeft verkocht (Peter is pas de derde eigenaar). Die stalling kost ongeveer 4000 euro per boot per jaar, verzekering inbegrepen. “Zij kennen deze boten van haver tot gort, en zolang de motor functioneert is het onderhoud erg eenvoudig. Het is net als met auto’s, hoe vaker jij je boot gebruikt, des te beter het is. De service van Barberis is geweldig, als je ze bijvoorbeeld op zaterdagmorgen om 9.00 uur belt, ligt je boot al om 10.00 uur in het water, met de sleutels in het contactslot, brandstof in de tanks, motor warmgedraaid en klaar om te gaan. Ook prepareren ze de boten voor de wintermaanden, waarbij ze alle olie aftappen en het chroomwerk met vaseline behandelen.”

Natuurlijk helpt het wanneer je familie hebt in Milaan en Italiaans spreekt, maar er zijn eigenlijk geen barrières voor Riva-eigenaarschap, waar ook ter wereld. Specialisten vind je overal en daarom kom je deze stijlvolle boten in alle uithoeken van de wereld tegen. Het echte plezier schuilt natuurlijk in het varen. “De Ariston is even oud als mijn E-type en hij is robuust, klein en sportief. De Super Aquarama is net als mijn Ferrari van ’69 en wordt gebruikt voor familie-uitjes. Qua karakteristiek zijn er veel overeenkomsten. De Ferrari is krachtiger en groter dan de Jaguar, maar qua handling valt het allemaal enorm mee omdat de techniek niet heeft stilgestaan. Maar in de E-type ervaar je meer snelheid. En zo is het ook met mijn Ariston en Super Aquarama: sportwagen versus gran turismo.”
Wallman vervolgt: “Zodra ik weer naar Italië moet voor werk of familieaangelegenheden, begin ik al aan de Riva’s te denken. Deze boten hebben een nieuw vuur ontstoken. Ik ben dol op klassieke auto’s, maar een rit in een oude auto kan stressvol en inspannend zijn. Met een boot weet je dat er geen files zijn, je ervaart een groter gevoel van vrijheid en je ontspant meer. Je maakt je pas zorgen als het weer omslaat, maar snelheidsbeperkingen zijn niet aan de orde en dit zijn hele snelle boten. De Super Aquarama is goed voor 85 km/h.”

De roem van Riva is niet alleen gebaseerd op de vormgeving en de romantiek eromheen

De prijzen van Riva’s zijn drastisch gestegen, de 100.000 en 500.000 euro die hij betaald heeft voor respectievelijk de Ariston en de Super Aquarama volstaan tegenwoordig niet meer. Dat is natuurlijk veel geld, maar een Super Aquarama kostte nieuw dan ook meer dan een Ferrari California Spider. Bovendien speelt mee dat een nieuwe Riva tegenwoordig 800.000 tot 1.000.000 euro kost. Kun je dan niet beter een Riva huren? “Dat wordt inderdaad veel gedaan. Het is een beetje zoals met het kopen van een tweede huis in de bergen of een strandhuis. Sommigen huren eerst een tijdje om te kijken of ze het wel leuk genoeg vinden. Ze zijn ook bang dat ze niet vaak genoeg met hun Riva zullen gaan varen, maar heel veel autoverzamelaars gebruiken hun klassieke auto’s ook maar weinig.”
Dit verklaart waarom de prijzen verhoudingsgewijs eerder laag zijn gebleven in vergelijking met die van klassieke auto’s van een vergelijkbaar niveau. “Er is onvoldoende vraag om de prijzen omhoog te stuwen, maar ik denk niet dat dat zo blijft. Vorig jaar bezocht ik een autoverzamelaar die een model van een Super Aquarama in zijn werkkamer had staan. Toen ik hem vroeg waarom hij geen echte Riva had, zei hij dat hij die nooit zou gebruiken. Mensen denken nog altijd dat wanneer ze een auto in een stalling parkeren – en er misschien drie à vier keer per jaar mee rijden – ze er meer plezier aan zullen beleven dan aan een Riva. Ik vind dat onthutsend; ik meet mijn jaarlijks gebruik eerder in dagen dan in uren en ben elk jaar zeker twee weken aan het varen.”

Overeenkomsten tussen de wereld van de klassieke auto’s en klassieke boten zie je overal. De familie Riva werkt samen met de firma RAM, ook gesitueerd aan het Lago d’Iseo, pal naast de botenfabriek. Dit is min of meer het equivalent van Ferrari Classiche, je kunt je motorboot daar laten restaureren. Rond de Italiaanse meren vind je voorts veel specialisten en scheepswerven.
Er is dus voldoende ondersteuning en je kunt je Riva net zo vaak gebruiken als anderen dat met een auto zouden doen. Een Riva is wel een stuk zeldzamer. Voor een kleine 100.000 euro koop je een van de 800 gebouwde Aristons, heel wat exclusiever dan de E-type die ongeveer eenzelfde bedrag kost. De markt voor klassieke boten bevindt zich nog in het beginstadium, maar daar lijkt verandering in te komen.

Is Peter Wallman degene die hiervoor gaat zorgen? Hij moet lachen om de vraag. “Ik heb vaak gedacht dat de markt behoefte heeft aan iemand die hem internationaler maakt. Maar ik wil de markt niet kapot maken en ik wil ook mijn passie niet bederven. Alles wordt nu nog aangestuurd door lokale werven waar vaak geen Engels wordt gesproken en die soms al generaties lang in dezelfde familie zijn gebleven. Er zijn wel gespecialiseerde makelaars, maar het Riva-wereldje lijkt meer op de klassiekerwereld van de jaren ’80, minder inhalig, meer gedreven door passie.”
Betekent dit het einde van zijn autohobby? Nee, dat niet. “In plaats van drie klassiekers zou ik voor hetzelfde bedrag liever twee bruikbare auto’s hebben plus een Riva Ariston. Dan kun je van twee werelden genieten met dezelfde waarden, dezelfde esthetische deugden, dezelfde mechanische gevoeligheden, dezelfde romantiek en nostalgie. En het kan ook perfect samengaan. Naar de werf rijden in een klassieke auto en dan gaan varen met de Riva, dat is toch helemaal top?”

Tekst James Elliott // Fotografie Tim Scott

Met dank aan Peter Wallman, peter@pjwallman.com


Tags: ,



Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

65 JAAR GELEDEN DEBUTEERDE DE DS

Volgend bericht

DE SOORT DER SERIËLE AUTOLIEFHEBBERS




Meer historie

65 JAAR GELEDEN DEBUTEERDE DE DS

Het is deze week precies 65 jaar geleden dat de DS 19 op de Parijse Salon de l'Automobile aan het grote publiek werd getoond....

11 October 2020