Laatste nieuws

‘Ik ben geen tribunezitter, als het even kan loop ik een rondje om het hele circuit’

Alle columns / Jan-Bart Broertjes / 14 juni 2019

Wat hebben wandelen en het kijken naar autosport met elkaar te maken? Livestreams zorgen ervoor dat je dat je veel races kunt volgen, maar op een scherm krijg je aanzienlijk minder mee dan wanneer je er met je neus bovenop staat. En daar komt het probleem om de hoek. Omwille van de veiligheid word je als toeschouwer op afstand gehouden. Vaak sta je tegen een vanghek aan te kijken. Het is dus zoeken naar een plekje waar je vrij zicht hebt en niet te ver weg staat. Voor mij is dat part of the fun. Ik ben geen tribunezitter, als het even kan loop ik een rondje om het hele circuit. Het brengt je in contact met de omgeving: het duinzand in Zandvoort, de dijkjes met gras op Assen, de bossen van Spa – de ambiance is voor mij een belangrijk onderdeel van het toeschouwen.

Het liefst zoek ik een snelle bocht op. Soms is dat achterop het circuit. In vroeger tijden was je dan verstoken van informatie, het was altijd weer een verrassing wie er bij de volgende doorkomst de leider was. Met de hedendaagse live timing kun je zelfs bij de onbelangrijkste races het wedstrijdverloop op je telefoon volgen. Het verbaast mij trouwens hoe weinig race-organisatoren het publiek informeren over die live timing. Hetzelfde geldt voor de omroep: luidsprekers staan meestal maar op weinig plaatsen, waarom niet een link naar de livestream van het commentaar?

In mijn jonge jaren had je op Zandvoort de Starttribune, rechts van de overdekte hoofdtribune. Behalve start-finish had je daar ook zicht op de combinatie Gerlach-Hugenholtzbocht. Twee vliegen in één klap: een paar mooie bochten plus de mogelijkheid om de start zien en de stand in de race te volgen. Die tribune is er niet meer, hekken en doeken ontnemen het zicht vanaf die kant, maar de Gerlach is bij mij nog steeds favoriet: ik ga altijd even kijken op het stukje duin in de paddock om te zien wie er het mooiste de hoek om komt driften. Je staat daar weliswaar achter een hek, maar wel met je neus erbovenop en je voeten in het duinzand. De Tarzanbocht en het Scheivlak zijn twee andere bochten die het Zandvoortgevoel voor mij 100% belichamen en waar ik graag naartoe wandel. Alle drie deze plekken hebben een belangrijk ingrediënt: hoogteverschil. Het hoeft niet veel te zijn, een beetje verkanting, een heuveltje dat de balans van de auto beïnvloedt, dat voegt veel toe. Chicanes vind ik over het algemeen te ééndimensionaal, uitremmen en daarna een beetje duwen en trekken. De GT-bocht op Assen is een uitzondering, maar dat komt door de eraan voorafgaande Ramshoek waar een goede coureur met veel snelheid doorheen komt. Dat kun je perfect volgen vanaf het dak van het VIP-complex. De serie Haarbocht-Madijk-Ossebroeken vind ik een mooie bochtencombinatie (inclusief fijne tribunes), maar de Strubben is voor vierwielers te krap. De rest van de bochten op Assen doet me niet zoveel, te vlak, maar niettemin is het leuk (en goed te doen) om een rondje TT Circuit te lopen.

Zeg je hoogteverschil, dan is de bocht der bochten natuurlijk Raidillon op Spa. Als toeschouwer intrigeert hij me elke keer weer omdat je de auto’s vanuit zoveel hoeken kunt bekijken. Dat begint voor het restaurant in de paddock, waar je ze van onderaf omhoog ziet schieten. De voetgangerstunnel naast het riviertje Eau Rouge brengt je naar de andere kant. Daar kun je op de tribune zitten (nu even niet – hij wordt momenteel vernieuwd) en de actie bekijken. Een flinke klim omhoog brengt je vervolgens naar mijn favoriete plek: naar beneden kijkend kun je de auto’s vanaf de haarspeld van La Source omhoog zien racen. Ook hier staat, helaas maar wel terecht, een hoog hek, met hier en daar een opening voor fotografen waar als je geluk hebt nog een plekje vrij is. Nadeel van deze plek is dat de afstand tot de baan redelijk groot is en je het uitkomen van de bocht niet kunt volgen, terwijl dat vaak het spannendste stuk is. Aan de overkant van de baan kun je helaas de Bus Stop chicane ook net niet zien. Loop je verder, dan zie je de auto’s Raidillon uitkomen en het rechte stuk van Kemmel opgaan. Helaas (maar ook in dit geval terecht) kun je de ingang van de bocht dan niet meer zien omdat er een baanpost lelijk in de weg staat. Ben je éénmaal zo ver gekomen, vervolg dan je weg langs Kemmel naar Les Combes en de rest van de baan, want Spa is een geweldig circuit voor de wandelaar. Zeker tijdens de 6 of de 24 Uur, want dan heb je tijd genoeg. Het lijkt misschien een vreemde combinatie, autosport en wandelen, maar ik kan het iedereen aanbevelen!

Jan-Bart Broertjes

Als negenjarige kroop hij al onder het hek door bij het circuit van Zandvoort om naar de races te kijken. Later mocht hij dat als tijdwaarnemer vanuit de toren doen. Tegenwoordig is hij actief als professioneel toeschouwer en vertrouwt zijn waarnemingen toe aan papier, websites en sociale media.


Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Bugatti Type 59/50S, briljante som der delen…..

Volgend bericht

‘Coureurs in de jaren ’70 draaiden elk dubbeltje om, dat hoeft nu echt niet meer’




Uitgelicht

Bugatti Type 59/50S, briljante som der delen…..

Ray Jones heeft zijn leven lang Bugatti’s aanbeden en bezat een motor uit een recordwagen en het chassis van een befaamde...

14 June 2019

Webdevelopment Passionate Bastards