Laatste nieuws

J Mays, design-goeroe met impact

Quality Time / 21 september 2021
Stephen Bayley ontmoet, J Mays, de design-goeroe wiens retro-futuristische werk bij Volkswagen en Ford een enorme impact heeft gehad.

Die ontbrekende voornaam is een bescheiden mysterie – en hij draagt op meesterlijke wijze bij aan het net iets steviger neerzetten van de persoon in kwestie. Het eerste dat iedereen aan J Mays vraagt is waar die ‘J’ voor staat en daar geeft hij vrolijk glimlachend nooit antwoord op. In een competitieve wereld is er maar één ding erger dan vragen gesteld worden en dat is nooit vragen krijgen. J Mays weet dat. Lang geleden heb ik een keer die stomme vraag gesteld. Toen heeft hij mij zijn – in Californië verstrekte – rijbewijs laten zien. Daar stond het in overweldigende duidelijkheid, alleen maar een ‘J’. Meer is er niet, dát is zijn voornaam. Aanstellerij is niet in het spel, historie wel. Hij is vernoemd naar zijn grootvader, die heette S J Mays. Wat ik leuk vind aan J is dat hij in de wereld van autodesign – eigenlijk een dorp – een amusante, relaxte, humoristische, met zichzelf spottende, verfijnde persoon is. Terwijl die wereld soms toch echt een gemeenschap is die net zo in zichzelf gekeerd en gespannen kan zijn als een kliek pedofiele geestelijken.

Ik heb hem een keer uitgenodigd om naar een signeersessie van mij te komen, bij Christie’s, van een nieuw boek. Hij was volmaakt op zijn gemak in het milieu van een internationaal veilinghuis, waar de prijzen van de koopwaar in miljoenen staan aangegeven. En toen, binnen gehoorsafstand van de neef van de koningin, te midden van de elkaar in de lucht kussende bobo’s en juffies, vroeg hij me met een grote grijns: “Ik heb mijn jongeheer tevoorschijn gehaald, zet je daar ook een handtekening op?”

J begeeft zich geregeld in alternatieve werkelijkheden, buiten de claustrofobische en soms boosaardige autoindustrie. John Lasseter van Pixar is bijvoorbeeld een goede vriend van hem. J heeft in New York en Malibu gewoond en resideert nu in Londen. Zijn perspectief is stads, niet provinciaals, ondanks dat zijn familie uit Oklahoma komt, uit een stadje dat Maysville heet, waar de mensen ‘Okies’ heten en zeker niet bekend staan om hun kosmopolitische elan. Het is de staat waar de nekken van de rednecks het allerroodst zijn van de hele USA. Het is nogal een persoonlijke transformatie die hij voor elkaar heeft gekregen.

SB Wat doet een met revolvers zwaaiende Okie cowboy in het district Barnes (in de regio Groot Londen, red.), het toppunt van voorstedelijke verfijning?

JM Ik kan me geen mooiere stad voorstellen om in te leven. Londen biedt zoveel variatie. Bovendien komt er een keer een punt in je leven dat je ’s morgens niet meer wilt ontdekken dat er iemand voor je deur heeft staan kotsen. Ik heb ook nog een cottage in Suffolk, Ed Sheeran en ik delen daar een tuinman.

Ik heb J meegenomen naar een van mijn favoriete restaurants, in Soho, met een Venetiaans thema, vermengd met bravoure en kitsch. Misschien heb ik in mijn onderbewustzijn wel gedacht dat het interieur een mooie combinatie zou zijn met J’s Retro Futurisme – dat is de titel van een tentoonstelling gewijd aan zijn ‘revivaleske’ ontwerpen, in 2002 in het Museum of Contemporary Art in Los Angeles. J begint onmiddellijk op het menu te tekenen, dat doet hij altijd. De menu’s zijn gewillig, ze zijn gedrukt op grof slagerspapier, ideaal dus. J staat erop een blauwe balpen te gebruiken want daar mee kun je, als je hem heel lichtjes hanteert, veel meer toongradaties bereiken dan met de Prismacolor kleur potloden waar andere ontwerpers de voorkeur aan geven. Over de tafel loerend zie ik de vormen van een Audi TT op de kaart verschijnen, tussen de cicchetti en carne e pesce.

SB Ik weet dat ik het al eerder gevraagd heb, maar vertel me nog eens over de Audi TT. Als het om de professionele uitwerking en realisatie van een ontwerp gaat, is het volgens mij een van de allerbeste moderne auto’s.

JM [Woest schetsend] Hmmmm. Je moet met de wielen beginnen. Alles begint met de wielen. Anders zit je een koelkast te tekenen. Zodra ik de wielen heb neergezet, weet ik waar de portieren zijn.

SB Heb je zo de eerste TT gedaan?

JM [Grinnikend] Weet je, die auto ga ik aan Thomas Freeman geven (ooit een medestudent aan het Art Center College of Design in Pasadena, daarna een collega bij Audi, red.). Ze zeggen dat succes vele vaders heeft, maar een flop is altijd een bastaard, daar wil niemand wat vanaf weten. Toen ik bij Ford ging werken, was net de nieuwe Scorpio gelanceerd. Dat was het model dat de Fransen de ‘grenouille triste’ zijn gaan noemen, de trieste kikker. Ik heb niemand kunnen vinden die zijn naam daarmee verbonden wilde zien. Toen ik in die Scorpio naar de autosalon van Parijs werd gereden, heb ik de chauffeur gevraagd me om de hoek te laten uitstappen. Dat laatste stukje loop ik liever, heb ik hem gezegd.

‘TOEN IK IN DIE SCORPIO NAAR DE AUTOSALON VAN PARIJS WERD GEREDEN, HEB IK DE CHAUFFEUR GEVRAAGD ME OM DE HOEK TE LATEN UITSTAPPEN’

Bij Ford is J een aangename periode lang de meest veelzijdige ontwerper van allemaal geweest. Ford had heel ambitieus – veel te ambitieus, zo zou later blijken – een ongekende portfolio aan merken bijeengesprokkeld. Naast het Blauwe Ovaal had het – voor een tijdje – Lincoln, Jaguar, Land Rover, Aston Martin, Mazda en Volvo in huis.

SB Wat moest je gaan doen met dat samenraapsel van identiteiten?

JM Ik wilde proberen een gemeenschappelijke rode draad te vinden die geïnteresseerde klanten mee zou kunnen nemen van het ene merk naar het andere.

Om aan de creatieve vraag te voldoen, had J het idee om een ontwerpstudio op te richten in Londen, in Soho, vlak bij het restaurant waar we nu zitten. Het idee daarachter was dat de beste ontwerpers de mensen zijn die het meeste gestimuleerd worden door hun omgeving en op Broadwick Street alleen was veel meer van dat te vinden dan in Göteborg, Solihull of Fuchu in het Aki District van de prefectuur Hiroshima samen. Het heeft ook geholpen de beste ontwerpers naar Ford toe te lokken, want wie wilde er nu niet in Soho werken? En J’s eigen motto was hetzelfde als dat van Frank Sinatra: ‘Surround yourself with people better than you.’ Bij Mazda heeft J Laurens van den Acker gestimuleerd meer ‘emotioneel’ te zijn. Sommigen vinden dat Van den Acker, nu bij Renault, een tikje overemotioneel aan het worden is, maar werken doet het nog steeds. J heeft Ian Callum de touwtjes in handen gegeven bij Jaguar nadat Geoff Lawson was overleden. Peter Horbury is naar Volvo gestuurd. Henrik Fisker zat ook in de mix, die heb ik ooit nog eens aan manchetknopen zien werken. Martin Smith is ooit J’s leidinggevende geweest bij Audi, maar bij Ford waren de rollen omgedraaid. Smith is zelfs getuige geweest bij J’s beide huwelijken, een unicum. Gerry McGovern hoorde ook bij de club, hij deed Lincoln. Gerry heeft ervoor gezorgd dat Marek Reichman bij Aston Martin kwam. J zag zichzelf niet zozeer meer als een ontwerper, maar meer als Chief Creative Officer, een titel die hij daadwerkelijk gedragen heeft. Maar God lacht om de plannen van de mensen, vooral die bij Ford. Toen Alan Mulally van Boeing naar Ford was overgestapt, begon het te dagen dat zo veel onderscheidende technische filosofieën nooit nuttige synergiën zouden gaan opleveren en toen is – na $ 17 miljard te hebben uitgegeven aan het samenstellen van een merkportfolio – het grootste deel van de winkel verkocht.

SB Wat is je greatest hit?

JM Dat was geen auto! Het was het samenstellen van ’s werelds beste ontwerpteam. Ik hoef hun namen niet op mijn grafsteen te hebben en mijn naam hoeft ook niet onder hun geweldige werk te staan. Maar ik heb het wel geweldig gevonden dat team voor elkaar te krijgen – het heeft een paar mooie auto’s opgeleverd.

Tegenwoordig geeft J les aan het Royal College of Art, probeert hij de zich aan Prismacolor vastklampende studenten naar een visie op de toekomst te gidsen.

SB Het is onmogelijk om autonoom rijden als onderwerp te vermijden. Zijn we aan het einde gekomen van het grote avontuur dat cardesign is, met zijn nadruk op trots, branie, seks, schoonheid, snelheid en prestige?

JM Zeker. Of misschien. Het is heel deprimerend om autofabrikanten te zien worstelen met de transitie van auto’s waarin je gaat rijden naar auto’s waarin je alleen maar gaat zitten. Daar gaan de ironie, de humor, de charme… Maar er zijn nog wel reële mogelijk heden voor ontwerpers. Je hebt straks geen stuurwiel meer nodig, maar een emotionele connectie zal er toch moeten zijn. Je zult met menselijke aspiraties rekening moeten blijven houden. Als ik rondkijk, zie ik alleen maar concepten die net zo goed voor een restaurant, een hotel of een vliegtuig hadden kunnen zijn. Je moet echte betrokkenheid weten te creëren. Ik heb nog geen enkel autonoom concept gezien dat daarin slaagt, zelfs geen een dat er in de buurt komt.

SB Je hebt me ooit weleens verteld dat je de Chrysler 300 goed vond omdat het zo’n auto was waarin je Joe Pesci zou kunnen aantreffen, verstopt in de kofferbak. Welke auto’s bewonder je onder het hedendaagse aanbod?

JM De Range Rover Velar. Als ik nog bij BMW had gewerkt toen hij kwam, zou ik gezegd hebben dat we een generatie of drie achterliepen. Ik hou van de Velar vanwege zijn chutzpah (schaamteloze brutaliteit, red.), hij blaakt van zelfvertrouwen. Die verzonken deur grepen, dat minimalistische interieur, prachtig! En dan is er ook nog Tesla met zijn klassieke, op de klantgerichte design. Tesla’s zijn niet over gestileerd, maar ze ademen wel techniek. De chef daar, Franz von Holzhausen, heeft met Laurens van den Acker samengewerkt bij Mazda. Ik denk niet dat iemand kan zeggen dat Franz het niet goed doet. Iets heel anders: ik heb een nieuwe Shelby Mustang uit Detroit laten overkomen.

Dit is het moment om J een salade aan te bieden – hij weigert. JM Ik heb een reputatie als een carnivoor, die wil ik niet verknallen.

‘OOIT HAD BMW ZOVEEL VERTROUWEN IN ZICHZELF, NU ZIEN DE AUTO’S ERUIT ALSOF ZE ZIJN WEG GEKAAPT BIJ DE KOREANEN’

SB Wat denk je van klassiekers? Heeft de man die het retrofuturisme heeft uitgevonden oude auto’s?

JM Ik ben niet zo’n type dat een garage vol auto’s heeft. Maar ik heb veel bewondering voor het BMW van vroeger. Ooit had BMW zoveel vertrouwen in zichzelf. Kijk naar de 2002 ti, in essentie zijn het slechts drie strepen. Nu zijn BMW’s bezaaid met lijnen. Hedendaagse BMW’s zien eruit alsof ze zijn weggekaapt bij de Koreanen. Maar goed, als ik een klassieker moest kiezen, zou ik voor een Manfred Rennen 3.0 CS uit de vroege jaren ’70 gaan…, maar zonder sportieve dingen erop! Zilver met een zwart interieur. Er is geen lijn verkeerd aan die auto. En Rennen heeft aandacht besteed aan hoe de bestuurder er van buitenaf gezien uitziet. Dat wordt zo vaak over het hoofd gezien. Denk aan de eerste generatie van de Range Rover. In die auto is het alsof je in Balmoral Castle zit en vanuit het raam naar de wereld om je heen kijkt!

 

We zijn twee uur en twee karaffen vino bianco della casa verder en J heeft heel bescheiden nog geen enkele auto genoemd waar zijn handtekening op staat. Zelfs de verbazende Audi Avus niet, dat concept uit 1991 dat volgens mij een meesterlijk voorbeeld is van syncretisch design: zonder twijfel modern maar óók doordrenkt met betekenisvolle verwijzingen naar het verleden. En net zo invloedrijk als de pest. Hij heeft het ook niet gehad over de Volkswagen Concept One die BMW’s Mini en de nieuwe Cinquecento is voorgegaan in de nostalgieboom van twintig jaar geleden. En ook niet over de Audi A6 van 1997 met zijn super gedisciplineerde gestalte. Inderdaad, May’s Ford Thunderbird is meer een glorieus idee gebleken dan een auto, maar wie kan geen bewondering hebben voor de man die voor The Second Coming van de Ford GT(40) verantwoordelijk was?

2005 Ford GT.

SB Je noemt jezelf een Mid-Century Modernist. Je leest sciencefiction en boeken over dode architecten. Misschien zijn we allemaal wel retrofuturisten. Hoe is het eigenlijk om ontwerper te zijn?

JM Je bevindt je in de uitzonderlijk geprivilegieerde positie rustig achteroverleunend het leven van mensen te verbeteren. Soms lukt je dat nog ook!

Een van de personen wiens leven door J is verbeterd, is een (nu) dode postmoderne architect. Philip Johnson was een discipel van Mies van der Rohe, de laatste directeur van het Bauhaus. Hij is ook een toonaangevende persoonlijkheid geweest in The Museum of Modern Art. En later in zijn leven reed hij in een Audi TT. Een betere referentie kan een auto ontwerper zich niet wensen.

Foto’s Paul Harmer


Tags: , , , , , , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Een marathon met de 55 Coupé

Volgend bericht

Hommage aan de Ferrari 308





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Een marathon met de 55 Coupé

Al vanaf zijn prille jeugd is Dion Walet door Dafjes omgeven; zijn opa en zijn vader hebben hem de liefde voor het merk met de paplepel...

17 September 2021