Laatste nieuws

Japanse beauty’s

Man & Machine / 18 augustus 2022

De Instagram pagina van Johan ter Keurs doet vermoeden dat hij ‘iets heeft’ met  auto’s uit de jaren ’80 en ’90, vooral Japanse. Voor ons reden om te vragen naar het hoe en waarom van zijn verzameling.

“Het verzamelen van auto’s is bij mij begonnen toen ik in 1999 trouwde. We hadden niet echt een tweede auto nodig maar ik stelde voor om een klassieker te kopen zodat we in de weekenden lekker konden toeren en aan clubritten meedoen. De eerste auto waarnaar we gingen kijken was een Renault R16. Toen we deze bij een plaatselijke garage op de brug mochten zetten, bleek de auto zo krokant als een beschuit.

Vervolgens kwamen we in een oldtimerblad een advertentie tegen van een Mercedes-Benz 220 (W115) op LPG, en ondanks dat ik, vanwege de stank van dieselgestookte Mercedessen, geen liefhebber van het merk was, zijn we toch gaan kijken. De eigenaar had de Benz nog maar een jaar, maar omdat dochterlief binnenkort haar rijbewijs zou halen en ze Pa al gewaarschuwd dat ze echt niet van plan was om ‘in die ouwe bak van jou’ te gaan rijden, mocht hij weg. Wij konden onze Twingo inruilen op de Mercedes, met de deal dat de verkoper 3.750,- gulden zou bijbetalen (!). Want ondanks mijn beperkte technische kennis, kon ik wel aantonen dat de auto hier en daar achterstallig onderhoud had. Hij had er blijkbaar veel voor over om het in huis gezellig te houden en iedereen was blij; wij kregen onze eerste klassieker in handen, terwijl hij zijn dochter blij maakte met een Twingo.

Van lieverlee is onze verzameling zich gaan uitbreiden. Eerst met Mercedes 190’s, die ik weer leuk kon doorverkopen, op eentje na: een origineel Nederlandse 190 2.0 E uit 1984. Voorzien van allerlei luxe extra’s, waardoor de nieuwprijs in die tijd wel rond 65.000 gulden gelegen moet hebben. Hij is zelfs uitgevoerd met airconditioning, maar omdat we er weinig mee rijden, heb ik die niet laten maken.

In 2009 kwam er een advertentie van een Toyota Celica voorbij, een T16 Liftback uit 1987. Een jong echtpaar had deze voor de lol gekocht maar de vrouw kon er niet mee omgaan omdat de auto geen stuurbekrachtiging had. Het zonnedakje was ook niet waterdicht ondanks dat het was afgeplakt met Duct-tape. Voor 750 euro was de keuze voor mij eenvoudig: meenemen die handel. Deze Toyota heb ik nog steeds in bezit. We hebben de rechterkant roestvrij gemaakt en overgespoten, het dakje opnieuw gekit en met wat goed dealeronderhoud is het een prachtige en zuinige rijdersauto geworden.

Dat smaakte naar meer en er kwam een tweede Celica in de verzameling, een nieuwer model, de T20 van 1998, het model met de dubbele ronde koplampen. Ronde koplampen waren in de mode, want ook Mercedes kwam in ’99 met dubbele ronde koplampen op de C- en E-klasse. Maar, Toyota was eerst. Omdat de auto in noord Groningen had gereden was er veel oppervlakteroest aan de onderzijde ontstaan. Daarom heb ik als een van de eerste dingen de auto een professionele Dinitrol behandeling laten ondergaan, toen nog bij Sjaak van Aalst; inclusief een CD met fotoreportage van vóór en na de behandeling. Deze beslissing heeft de auto gered. Het is mijn kindje geworden, want aan deze Toyota ben ik persoonlijk het meest gehecht. Als ik lange reizen maak voor een auto evenement of -museum in het buitenland, neem ik bijna altijd de Celica mee.

‘Het is mijn kindje geworden, want aan deze Toyota ben ik persoonlijk het meest gehecht.’

Door het verzamelen van klassiekers ben ik ook lid van een paar clubs geworden. Natuurlijk de Celica Club Nederland maar ook de Mercedes-Benz Club Nederland. We hebben ons in 2004 ook aangesloten bij een algemene oldtimerclub, in Midden-Limburg, de OCCC in Heel. Zo leer je een heel ander deel van Nederland kennen en wat ook mooi is, de auto’s van deze clubleden verkeren allemaal in een prachtstaat en zijn meestal met eigen handen gerestaureerd. Geweldig om te zien dat er veel merken vertegenwoordigd zijn; Simca’s, Mini’s, Kevers, Jaguar’s en pre-war auto’s. Het hoogtepunt is de jaarlijkse Hemelvaartsrit, waaraan we elk  jaar deelnemen. Deze gezellige club geeft elk kwartaal een mooi blad uit, met bijdragen van leden en andere lezenswaardige artikelen. Ik heb het elf jaar geleden op mij genomen om in elke uitgave een stukje over een automuseum te schrijven en dat doe ik nog steeds. Vandaar dat ik met mijn hobby-auto’s behoorlijk wat ritten maak om een museum of collectie te bezoeken en daarover een verslag te schrijven.

Twee jaar geleden heb ik een Toyota Carina gekocht uit 1981. Hij was in ’88 ingevoerd en sindsdien bij dezelfde eigenaar gebleven. De handelaar wilde mij niet in contact brengen met de vorige eigenaar, maar met een beetje onderhandelen kreeg ik uiteindelijk goedschiks deze mooie Carina in handen. De auto bleef het doen, weliswaar soms een beetje pruttelend maar alles voelde nog goed aan, het interieur was netjes en de algehele staat voor een Japanse auto van die leeftijd was nog heel redelijk.  Voor mij de moeite van de investering waard. Na er een paar maanden in te hebben gereden, besloot ik dat het tijd werd voor een grote beurt.

Bij Toyota dealer Van Gent in Ede kwamen de gebreken echter tevoorschijn, wel drie A4-tjes vol. Onderdelen die niet meer leverbaar bleken te zijn kon ik gelukkig via mijn netwerk nog in Amerika krijgen, waardoor de auto technisch geheel gereviseerd kon worden. Vier maanden duurde het voordat hij klaar was, waarna ik besloot om hem dan maar helemaal aan te pakken. Bij de spuiter zijn eerst de slechte stukken eruit geslepen, nieuw staal erin gelast en vervolgens is de Carina helemaal overgespoten. Het is een beauty geworden en ik krijg er veel positieve reacties op. Naast mijn Honda CRX ESi uit 1996 had ik deze Toyota Carina meegenomen naar de Octane Scramble, in mei in Amersfoort.

‘Het restaureren is financieel gezien absoluut niet rendabel bij dit soort auto’s.’

Die positieve reacties zijn ook deels mijn motivatie om auto’s te kopen die je destijds veel in het straatbeeld zag en die door iedereen toen als gebruiksvoorwerp werden gezien. Oude auto’s van Japanse makelij werden geëxporteerd of belandden op de schroothoop. Maar tegelijk roept het nu bij iedereen een feest van herkenning op want ach ja, waar zie je ze nog?

Het restaureren is financieel gezien absoluut niet rendabel bij dit soort auto’s. Sinds kort heb ik een prachtige Mitsubishi Sapporo in bezit, waaraan ook soortgelijk – lees: heel veel – werk moest gebeuren. Het heeft me veel geld gekost, maar ook hiervoor geldt: waar zie je ze nog? Het is een auto die zeldzamer is dan een Ferrari en die nu volop waardering krijgt, waar ik ook kom.

Naast de bovengenoemde auto’s heb ik nog twee Daihatsu’s: een Valéra uit 1997 en een Charade uit 1981. Die laatste is helaas niet de driedeurs met een patrijspoortje opzij, maar de vijfdeurs, maar wel met slechts 27.000 km vanaf nieuw! Wederom: waar zie je ze nog! Het gaat mij niet zozeer om de waarde maar wel om de vreugde en het plezier die ze leveren als ik erin rijd.

Het zal – zoals bij veel liefhebbers van klassieke auto’s – de leeftijd wel zijn, want het zijn juist de auto’s uit mijn jeugd die ik mooi vind. Ook vind ik dat auto’s uit de jaren ’80 en ’90 technisch gezien uit het beste tijdperk te komen. De belangstelling voor Japanse auto’s uit die periode neemt duidelijk toe en dat verdienen ze ook. Deze auto’s doen mijn hart sneller kloppen!”

Man & Machine

Japanse auto’s

Johan ter Keurs


Tags: , , , , , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Internationaal Oldtimertreffen Lanaken

Volgend bericht

Verleden, heden en toekomst





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Internationaal Oldtimertreffen Lanaken

In de Belgische plaats Lanaken – net over de grens bij Maastricht – ronken de motoren van vele klassiekers op vrijdag...

16 August 2022